Bekijk het origineel

Veertig jaar

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Veertig jaar

(bij het jubileum van ds. H.C. v.d. Ent)

11 minuten leestijd

Bijzondere dagen zijn voor ds. H.C. v.d. Ent en zijn vrouw achter de rug. Twee maal was er een jubileum, waarbij zij terug mochten zien naar Gods trouw en goedheid aan hen bewezen. Op donderdag 15 oktober j.l. waren zij 40 jaar getrouwd. Bijna een week later op woensdag 21 oktober was het evenveel jaren geleden, dat onze vriend en broeder als dienaar des Woords in zijn eerste gemeente bevestigd werd. Ook bij dit laatste jubileum was zijn vrouw betrokken. Zij is haar man gedurende die 40 jaren voluit tot een hulp geweest.

Toen mij gevraagd werd iets te schrijven in ons blad over de receptie en de herdenkingspreek, heb ik dat gelijk niet enkel als een “plicht” beschouwd. Zeker, zó kan het gevoeld worden. De plaats, die hij al veel jaren in onze stichting inneemt en het werk, dat hij telkens besteedt om ons blad gevuld te krijgen, rechtvaardigen dat. Niet vaak wordt zijn naam in een nummer gemist. Toch heb ik het als meer dan plicht ervaren. We schrijven in verbondenheid aan hem!

We kennen elkaar al vanuit Apeldoorn. Daar hebben we student v.d. Ent leren kennen als iemand, die eerlijk en ronduit met anderen sprak over de geestelijke zaken, die hij zelf door Gods genade kende. Er wordt vandaag veel over de toeëigening des heils gesproken. Het komt heel vaak als een soort beschouwing over. Voor hem was het geen theorie, maar werkelijkheid. Hij wist het, dat de nauwgezette opvoeding thuis en de kerkelijke trouw van hemzelf niet voor God doen bestaan. Gods Geest had hem geleerd, dat hij in zichzelf geen vroom, maar een Goddeloos bestaan omdroeg. In die weg was Gods genade voor hem groot geworden.

Eén jaar voor zijn laatste examen was ik al uit Apeldoorn weg, maar het jaar daarop in 1952 maakte ik het classisexamen in Dordrecht van onze broeder mee. Nog levendig herinner ik me de preek over Jesaja 50:10 “Wie is er onder ulieden, die de Heere vreest, die naar de stem Zijns Knechts hoort? Als hij in duisternis wandelt, en geen licht heeft, dat hij betrouwe op de Naam des Heeren en steune op zijn God”. De Heere heeft dat Woord in zijn persoonlijk en ambtelijk leven waar gemaakt.

Door de jaren heen kwam er grotere verbondenheid. We dienden dezelfde gemeenten: Katwijk en Dordrecht-C. We mogen de laatste jaren dichtbij elkaar arbeiden. Elburg en Doornspijk grenzen aan elkaar, vormen zelfs één burgerlijke gemeente. Vooral mogen we, ieder op eigen wijze, hetzelfde Evangelie van vrije genade verkondigen.

Daarom is het me geen last een en ander weer te geven van de herdenking van het 40-jarig jubileum van onze vriend.

Receptie

Niet op de dag zelf, maar wel in dezelfde week op zaterdag was er de receptie, waarop er gelegenheid was om hem en zijn vrouw te feliciteren. We moesten daartoe naar het Buurtgebouw, maar het was niet alleen de “buurt” die kwam feliciteren. Een grote schare van belangstellenden vulde de ruime zaal, die uit allerlei plaatsen gekomen was. Het sprak van de grote plaats, die ds. v.d. Ent in eigen gemeente en daarbuiten ontvangen heeft.

Velen kwamen uit Elburg zelf. Al bijna zes en half jaar wordt deze gemeente door onze broeder gediend. Ook veel jongeren waren aanwezig. Het bleek dat een dominee, die al meerdere jaren de 65 is gepasseerd, toch nog de liefde van ouderen en jongeren kan hebben. Zo kwam het ook uit, dat de prediking, die mensen eerlijk behandelt én de enige Koning aanprijst, waardering ontmoet!

Er waren ook meerderen aanwezig uit de gemeenten, die vóór Elburg zijn standplaats waren: Werkendam, Rotterdam-W., Middelhamis, Katwijk en Dordrecht-C. Daarbij merkten we ook anderen die gekomen waren uit de gemeenten, waar ds. v.d. Ent catechisatie heeft gegeven en allerlei arbeid heeft verricht. Vooral het onderwijs aan de jongere mensen heeft altijd de liefde van zijn hart gehad.

Belangstelling was er ook van een groot aantal predikanten en van enkele hoogleraren van de Theologische Universiteit. Het is bekend, dat onze broeder niet zwijgt in woord en geschrift over de bezwaren binnen eigen kerk. Rechtuit heeft hij door de jaren heen daar blijk van gegeven. Des te meer deed de belangstelling uit het bredere kerkelijke leven goed.

Recepties zijn gelegenheden tot ontmoeting. En dan vaak meer voor hen, die feliciteren dan voor die gefeliciteerd worden. De laatsten moeten allen een hand geven. In ieder geval was er een goede sfeer en werd er onderhoudend met elkaar gesproken.

Tegen het einde van deze middag werd ds. v.d. Ent toegesproken. Allereerst sprak broeder Ph. Docter namens kerkeraad en gemeente. Hij wees op de rijke zegeningen, die de Heere ge-schonken heeft. De Heere is het waard, dat ze één voor één worden geteld. Ze waren in het huwelijksleven in de ambtsbediening. Ten aanzien van de ambtelijke arbeid is de gemeente veel dank verschuldigd, ds. v.d. Ent heeft zijn tijd niet verluierd. Tegenover God zijn we onnutte dienstknechten, die van zichzelf geen verdienste hebben. Het gaat om de vruchten, die God verheerlijken.

Aardig was de wijze, waarop de kinderen van de Zondagsschool hun dominee en mevrouw feliciteerden. Ze deden het in dichtvorm. Ook de jeugdvereniging liet op deze manier iets van zich horen, terwijl de catechesanten de rij sloten. Er werden allerlei geschenken overhandigd, waaruit de liefde van gemeente, Zondagsschool, jeugdvereniging en catechesanten sprak.

Namens de classis en “Bewaar het Pand” sprak ds. Slagboom. Uitgangspunt was Spreuken 13:17 “Een trouw gezant is medicijn”. Zo mocht onze broeder uitkomen in de gemeenten, waar hij Gods Woord bediende. Ook in de classicale vergaderingen, waar hij “onverpakt” gesproken heeft tegen verslapping en vervaging in. Niet het minst in de artikelen in “Bewaar het Pand”. Benadrukt werd, hoe God de boodschap, in getrouwheid gebracht, gebruikt heeft tot heiliging. Het is geen verdienste van een mens. Wie zijn wij tegenover God? Het is genade uit God, uit de enige Koning der Kerk.

Al met al mogen vooral ds. v.d. Ent, zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen terug zien naar een goede en sfeervolle receptie. Als laatste spreker werd dit ook door hemzelf vertolkt.

Vóór de anderen aan had hij behoefte de Heere te danken voor alles, wat Hij geschonken heeft. Gods wegen met hem zijn wonderlijk geweest, ‘t Was niet zijn trouw. Dan moet hij betuigen: “ik gedenk heden aan mijn zonden”. Ze waren groot en vele. Genade past waar het geleerd wordt de dood verdiend te hebben. Genade om Christus’ wil. In het stuk der dankbaarheid leer je in de beleving eigen ellende het meest kennen. Maar wordt ook Christus in Zijn waarde steeds meer ontdekt. Zo heeft hij van Hém mogen spreken. Het was zijn lust.

Met dankbaarheid memoreerde hij de gift van de vrouwenvereniging van ƒ 4.100,-, waardoor de schuld na de verbouwing van de kerk tot “nul” teruggebracht is. Het geeft moed voor de toekomst. Ds. v.d. Ent eindigde met het bedanken van de andere sprekers. Mede namens zijn vrouw, die zo trouw naast hem diende, sprak hij tevens de dankbaarheid uit voor de ontvangen cadeaus.

Herdenkingsdienst

Op zondag 25 oktober heeft ds. v.d. Ent bij dit 40-jarig jubileum een gedachtenispreek gehouden. Het gebeurde in de avonddienst, die ik, bij de kleine afstand, dan ook kon meemaken.

Het was een dienst, die duidelijk gericht was op eigen gemeente. Er waren geen aparte uitgenodigden en er werd ook niet door anderen gesproken. Het was een eenvoudige bediening van het Woord Gods. Is die niet het “eigenlijke” van het echte jubileren voor iedere dienstknecht des Heeren? In de prediking wordt God verheerlijkt in het zaligen van verlorenen om Christus’ wil.

Een korte samenvatting van de dienst probeer ik hier door te geven.

Ds. v.d. Ent liet na votum en zegengroet zingen Psalm 77:7 ‘“k Zal gedenken hoe voor dezen..” en “Heilig zijn, o God, Uw wegen..”. Na de belijdenis luisterden we naar Gods Woord Kollossenzen 4:1-9. In het gebed werd de Heere erkend voor de geschonken zegeningen en om Zijn zegen gesmeekt. Gezongen werd weer Psalm 118:7 en 8. De tekst voor deze avond was: Kollossenzen 4:3a “Biddende meteen ook voor ons, dat God ons de deur des Woords opene om te spreken de verborgenheid van Christus..”.

Begonnen werd met te wijzen op de grote zegeningen, die de Heere geschonken had. Er waren zegeningen in het natuurlijk leven: leven en gezondheid, vrouw en kinderen. Er waren geestelijke zegeningen. God Zelf werkte in zijn leven. Hij maakte van een “vrome” jongen een goddeloze in zichzelf. Hij gebruikt de oorlogsdagen en riep tot de prediking van Zijn Woord. Ook de avond begeerde onze broeder de boodschap van Gods Woord te laten spreken. Naar aanleiding van de tekst wenste hij te spreken over: Het paleis van Gods Woord.


1) de toegang tot dat paleis
2) de rondgang door dat paleis
3) de doorwoning van dat paleis.


Gods Woord is een paleis. Daarin woont God. Daarin is God tegenwoordig. Het is nodig om tot dat paleis toegang te krijgen, ‘t Gaat om de opening van de deur des Woords. De opening van het Woord, het licht in het Woord, de vrijmoedigheid om het Woord te spreken komt niet van de mens. Ook niet voor een dienaar des Woords. Ook hij heeft opening nodig om in dat paleis te komen, het Woord te verstaan. Om toegang te krijgen door Christus tot God.

Die opening doet spreken van de verborgenheid van Christus. Dat kwam in de preek uit als de rondgang door dat paleis van Gods Woord. Gewezen werd op de 66 kamers in dat paleis, nml. de 66 Bijbelboeken van Oud- en Nieuw Testament. In elk van die kamers gaat het om Christus. Benadrukt werd, dat het in de prediking om die verborgenheid gaat. Onze broeder heeft in dit opzicht “Paleisgids” mogen zijn om telkens opnieuw in dat Woord die Christus aan te wijzen. Hij is onmisbaar voor een schuldig zondaar. In Hem heeft God naar Zijn Raad geopenbaard wat tot verzoening met God nodig is. Dit werd verder uitgewerkt. Het is de lust van zijn hart geweest om die Christus en het in Hem gegronde heil te prediken. Zo zongen we Psalm 119 ‘“k Heb and’ren al de rechten van Uw mond, met lust verteld, hen vlijtig onderwezen..”.

De preek mondde uit op het wonder van het delen in die verborgenheid, de doorwoning van dat paleis. Het voorrecht daarvan werd benadrukt. De noodzaak voor ons allen om door het geloof daarin te delen werd op het hart gebonden. Rijk is het uitzicht voor allen, die in dat paleis een toegang gekregen hebben. Het wordt eeuwig in volmaaktheid vervuld.

We zongen na het dankgebed de Psalm, waarin het gaat om de lof des Heeren: Psalm 150:1 “Looft God, looft Zijn Naam alom..”. Ds. v.d. Ent legde de slotzegen op.

Deze dienst heb ik meer als luisteraar dan als verslaggever bijgewoond. Het was me goed onder de prediking te zijn. Goed is het: niet als we allerlei bijzondere dingen van het paleis weten, maar als we de Koning Zelf ontmoeten!

“Uw trouw is groot”

Niet lang vóór deze dagen van herdenking opende ds. v.d. Ent een vergadering, waarin we met elkaar gesproken hebben over de belangen van ons blad. Hij haalde in die toespraak onder meer aan het Woord van Klaagliederen 3: “Het zijn de goedertierenheden des Heeren, dat wij niet vernield zijn..”Het loopt uit op die bijzondere belijdenis: Uw trouw is groot”.

Wat is het een troost voor al Gods dienaren, die God geroepen heeft, dat het daarin alleen vastligt. Niet in onze trouw, hoezeer we geroepen worden om in getrouwheid Gods Woord te brengen en te waken bij Sions muren. Alleen in Gods trouw, die Hij onverdiend waar heeft gemaakt en nog waar maakt! Die trouw alleen geeft uitzicht.

Van harte hopen we, dat onze broeder de tijd, die God hem nog vergunt, verder mag arbeiden. Hij zegene hem met zijn vrouw tot uitbreiding van Zijn Koninkrijk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1992

Bewaar het pand | 10 Pagina's

Veertig jaar

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1992

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken