Bekijk het origineel

Generale Synode 1992 (6)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Generale Synode 1992 (6)

10 minuten leestijd

De derde vergaderweek

Verschillende zaken konden de tweede week niet afgehandeld worden. Na vragen en voorstellen uit de Generale Synode moesten velschillende rapporten weer naar de commissies terug. In de laatste vergaderweek werden na nieuwe besprekingen de beslissingen genomen.

We zullen nu weergeven hoe over het werk voor de jeugd werd gesproken.

Kerkjeugd

De Generale Synode heeft in haar besluiten het volgende uitgesproken, a. In de kerken leeft er verontrusting en zorg, omdat in het werkmateriaal en de activiteiten van de CGJO de grondslag onvoldoende tot uitdrukking komt.

b. De Generale Synode herhaalde dat het de instructie van deputaten is om Schriftuurlijke voorlichting en leiding te geven aan de jeugd. Zij hebben de opdracht om kerkelijke begeleiding aan het werk van de jeugdorganisaties te geven, met inachtneming van de eigen verantwoordelijkheid daarvan.

c. Deze kerkelijke begeleiding betekent dat deputaten als stem van de kerk meer zijn dan partner in het gesprek. Zij moeten de jeugd stimuleren en corrigeren.

d. Als goede basis voor een voortgaande bezinning wees de Generale Synode 1989 naar het deputa-tenrapport. Dit zou het kader moeten zijn waarbinnen deputaten met CGJO verder moesten spreken.

Bezinning 1989

We willen de bezinning van deputaten op de vorige Generale Synode nog eens in vijf punten weergeven:

1. Kerkelijk jeugd- en jongerenwerk is werk dat voor en door jongeren geschiedt in hartelijke verbondenheid met de plaatselijke gemeente en het kerkverband. Doel van dit werk is de jongeren te vormen met het oog op hun plaats en hun taak in kerk en samenleving.

2. Deze vorming geschiedt vanuit het besef dat elke jongere persoonlijk tot het geloof in de Heere Jezus Christus dient te komen, om zo in alle levensverbanden gestalte te geven aan het christen-zijn.

3. Dit vormen gebeurt vanuit de Bijbel als het onfeilbare Woord van God en de belijdenisgeschriften die daarop gegrond zijn.

4. In het zoeken naar Gods wil op alle terreinen van het hedendaagse leven zal Gods Woord bron en norm zijn.

5. Aan het onder punt 1. genoemde doel mogen zaken als ontmoeting, ontspanning en gezamenlijke actie dienstbaar zijn.

CGJO

In hun reportage aan de Generale Synode 92 melden deputaten dat zij twee conferenties belegden rond de thema’s studentenouderling en geloofsopvoeding. Veel tijd is besteed aan gesprekken met de CGJO. Het CGJO-bestuur meende dat deputaten in hun rapportage geen recht hadden gedaan aan de eigenheid en zelfstandigheid van het CGJO. Zij hoorden in het rapport Generale Synode 89 dat deputaten twijfelden over de trouw aan Schrift en belijdenis van het CGJO. Deputaten wilden toen hun zorg uiten of het staan op Schrift en belijdenis wel voldoende tot uiting komt.

Na overleg werd afgesproken dat in de toekomst de rapportage aan de Generale Synode vooraf aan de jongerenorganisaties bekend zal gemaakt worden. Besloten werd om de kerken te berichten dat er nu een basis was gevonden om de aanzienlijke verschillen die er waren te gaan bespreken.

Toen volgden de inhoudelijke gesprekken. Deputaten spraken uit dat zij moeite hebben met de invulling van het werkmateriaal. Wordt er van uitgegaan dat de jongeren gelovigen zijn? Komt in het materiaal de vreze des Heeren uit? Hoe functioneert de Bijbel in het werk? Gaat men uit van “verbondsoptimisme”?

Het CGJO antwoordde dat zaken als “bevel van geloof en bekering” thuis horen bij de ambtelijke bearbeiding van de jeugd. Zij vragen wat het geloof betekent in de leef- en denkwereld van de jongeren.

Verkerkelijking?

Met name is gesproken over de uitleg van het begrip “kerkelijke begeleiding”. Men heeft na overleg gezamenlijk uitgesproken dat deputaten en CGJO twee zelfstandige instituten zijn met verschillende oorsprong en eigen doelstelling en verantwoordelijkheden. In de wederzijdse “institutionele relatie” kan er slechts sprake zijn van collegiale samenwerking of “partnerschap”.

Vanuit het CGJO werd een historische notitie geschreven wat naar hun inzicht onder “kerkelijke begeleiding” moet worden verstaan. Deputaten vroegen of het CGJO zich t.a.v. de synodebesluiten volkomen autonoom wil opstellen? Aan de hand van het werkmateriaal 89/90 gaven zij voorbeelden dat de Schrift en belijdenis niet voldoende aan bod komt. Telkens weer misten zij kemnoties van het geloof.

Ook is gesproken over de invulling van de Bondsdagen die als spottend kan worden ervaren.

De CGJO benadrukte opnieuw dat zij willen spreken als partners. Hun werk is “complementair”. Zij willen de jongeren zelf laten zoeken en vinden.

Opdracht uitgevoerd?

De moeitevolle arbeid die door deputaten is verricht werd op een gegeven moment gekwalificeerd als het kruipen door de modder. Dat bracht velen in de synode er toe om te vragen of men niet besmet was met waar men juist voor was aangesteld? Opdracht van de Generale Synode voor deputaten was om met CGJO te spreken in corrigerende zin. Deputaten meenden nu echter dat dit besluit van de Generale Synode 89 te ver ging en buiten hun instructie viel.

De commissie stelde in het eerste rapport dat deputaten niet geheel recht hebben gedaan aan die moeilijke opdracht van de Generale Synode 89.

Zij hebben zich beperkt tot hun eigen instructie. Zij stelden voor om te blijven bij de uitspraken van de Generale Synode 1944 en Generale Synode 1968 waarin over de verhouding tussen jeugdwerk en kerk gesproken wordt als een zelfstandige relatie. In deze lijn moeten de gesprekken met de CGJO voortgezet worden.

LCJ

Verschillende afgevaardigden wezen er op dat men op die manier de verontrusting negeerde die de synoden vanaf 1974 en laatstelijk nog in 1989 hebben uitgesproken t.a.v. de CGJO. Vanwege de verontrusting die de jaren door is toegenomen, is er alternatief jeugdwerk gegroeid dat bekend is geworden onder de naam LCJ. Het is de afkorting van de Landelijke Commissie Jeugdkontakten. Over hun ontstaan en activiteiten hebben zij zich verantwoord in de brochure “Kerkelijk Jeugdwerk” van 1991.

Deputaten hebben niet zo intens contact met de LCJ gehad. Dat heeft niet te maken met gebrek aan interesse voor hun werk, maar omdat zij eerst met de CGJO wilden spreken.

Dat nam niet weg dat men ook wel kritische vragen had bij het verschijnen van hun brochure.

In tegenstelling tot een van de adviseurs van deputaten, die in de Wekker al zijn mening heeft gegeven dat de toon zuiver en broederlijk werd gehouden, vragen deputaten of de kritiek altijd zuiver is en de toon soms te scherp?

Ook de relatie die de LCJ met deputaten zocht wees men nu na de bezinning met de CGJO van de hand.

Bespreking

In de eerste vragenronde voerden 18 sprekers het woord. Naast het besef dat men geen gemakkelijk werk heeft gehad om met het CGJO te spreken, bleef toch de vraag leven of deputaten wel aan de kritische opdracht van de Generale Synode 89 hebben voldaan? De Generale Synode heeft uitgesproken dat het niet alleen de taak van deputaten is om de jeugdorganisaties te stimuleren, maar ook te corrigeren.

Deputaten wilden die weg niet meer opgaan, maar terug keren naar de besluiten van 1944 en 1968. Maar de synoden van 1974 en 1989 bedoelden toch juist kerkelijke begeleiding te geven! En dat raakt niet slechts de gezindheid, maar ook de uitvoering en uitwerking van het jeugdwerk.

De laatste spreker wees er op dat de kerk en de jongerenorganistie geen gelijkwaardige “partners” zijn, maar in een totaal andere orde tot elkaar staan. De kerk spreekt met gezag. Dat is niet uit de hoogte. Maar het is zoals de Herder met de lammeren omgaat. Dan is er alle reden tot correctie.

Beantwoording

Op de vele vragen kon vanwege de tijd niet meer mondeling gereageerd worden. De commissie heeft in overleg met deputaten veel vragen in een tweede rapport toegelicht. Gesteld wordt dat het voor de rekening ligt van deputaten dat zij zijn teruggekeerd tot de erkenning van de eigen zelfstandigheid van de jeugdbonden. Het is de vraag of het terecht geweest is dat zij zich beperkt hebben tot hun instructie.

In dat kader hebben zij kritisch over het werkmateriaal en de bondsdagen gesproken. De CGJO heeft verder weinig kritiek uit de kerken ontvangen.

Deputaten vermelden daarna dat onderscheiden tussen een formele- en inhoudelijke relatie met de CGJO. Zij verwachten geen heil van veranderde vormen, maar wel van inhoudelijk veranderde mensen. Zij verklaren dat men voor het eerst na 15 a 20 jaar weer inhoudelijk met de CGJO over het werkmateriaal heeft gesproken. Voor die tijd was vanwege de formele opstelling van de CGJO geen gesprek mogelijk.

Naar de mening van deputaten hebben ook zij formele fouten gemaakt in de benadering van de zelfstandige CGJO.

Nadat zij dit tegenover de CGJO gezegd hadden was er weer een basis van vertrouwen gekomen. Toen kon er inhoudelijk gesproken worden.

Overgebleven vragen

In de tweede ronde van besprekingen werd opnieuw een groot aantal vragen over de werkwijze van deputaten en CGJO gesteld.

Wordt inhoudelijk het werk van de Koning geen smaadheid aangedaan? Is er het grote gevaar dat er verkeerde methodieken gebruikt worden? Welke bijbelse vulling wordt aan het kerkelijk jongerenwerk gegeven als men humanistische begrippen hanteert? Gaat men uit van een positieve mensvisie wanneer men jongeren zelf de bakens wil laten ontdekken? Wordt de LCJ vergeten? Hebben deputaten de taak om als brug te functioneren tussen CGJO en LCJ? Zijn deputaten knechten van de kerk geweest? Wat is het constructieve in het gesprek met CGJO geweest?

Na beantwoording worden een tiental voorstellen en amendementen ingediend. Nadat het in de commissie opnieuw besproken is, komt men met een derde rapport en voorstel waarin de amendementen deels verwerkt zijn.

Besluiten

Na enkele aanvullingen besluit de Generale Synode de handelingen van deputaten en hun adviseurs onder dank voor de door hen verrichte arbeid goed te keuren, met inachtneming van de door de commissie gemaakte kanttekeningen t.a.v. de wijze waarop deputaten zijn omgegaan met de opmerkingen ter Generale Synode 89.

Deputaten worden o.a. opgedragen:
a. het onderzoek naar de leefwereld van de jongeren practisch te maken voor het jeugdwerk;

b. aan de gehele kerkjeugd schriftuurlijke leiding te geven;

c. het gesprek met de CGJO voort te zetten als in de instructie is bedoeld en in overeenstemming met de intentie van de Generale Synode, niet alleen van 1944 en 1968, maar ook van 1974 en 1989. Het doel is om de CGJO te stimuleren, steunen, adviseren en waar nodig aan te dringen op correctie, opdat in het werkmateriaal en de activiteiten van de CGJO haar grondslag duidelijk tot uitdrukking komt en zo de verontrusting en zorg daarover in de kerken wordt weggenomen;

d. met de voluit erkende jongerenorganisatie LCJ het gesprek voort te zetten;

e. pogen een brugfunctie te vervullen tussen CGJO en LCJ.

Voorts wordt gevraagd om de Generale Synode van 1995 D.V. te dienen met hun bezinning waarin richting wordt gegeven aan het werk onder de hele jeugd van onze kerken in deze tijd.

Na de felle kritiek die soms in de besprekingen werd geuit, werden deputaten bedankt voor hun grote inzet. Het gaat in het jeugdwerk om het zaad van de kerk. Laten we niet vergeten dat bij de inzet van de besprekingen voor hen gebeden is.

Zij zijn van nature immers zaad van Adam, die alles missen en in niets naar de Heere vragen. Wanneer in dat licht de stem van de Herder gehoord wordt, dan is er ook verwachting voor de lammeren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1992

Bewaar het pand | 10 Pagina's

Generale Synode 1992 (6)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1992

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken