Bekijk het origineel

Effatha

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Effatha

5 minuten leestijd

En opwaarts ziende naar de hemel, zuchtte Hij, en zeide tot hem: Effatha, dat is: wordt geopend!

In de meditatie van de hand van ds. Den Butter in het vorige nummer ging het ook over de genezing van de man die “doof was en zwaarlijk sprak”, maar die met zijn kwaal aan het goede adres terecht kwam. Hij werd immers tot Jezus gebracht. En in die leerzame meditatie werd er de nadruk op gelegd dat Jezus die man van de schare afzonderde. Dat Hij hem dus apart nam. Onder vier ogen. Zoals de Heiland elke zondaar, die Hij zaligmakend gaat behandelen apart neemt. Het wordt zo’n heel persoonlijke zaak.

En wat gaat Jezus nu verder met deze man doen? Wel: Hij steekt Zijn vingers in Zijn oren en, gespogen hebbende, raakt Hij zijn tong aan. Misschien komt dit wat vreemd op ons over. Waarom doet Jezus zò? Maar bedenk dan dat Jezus tot deze man niet kon zeggen, wat Hij b.v. tot Jaïrus heeft gezegd: “vrees niet, geloof alleenlijk!” Jezus kon aan deze man ook niet vragen, wat Hij zo dikwijls deed: “gelooft gij? Alle dingen zijn mogelijk degene die gelooft.” Hij kan niets zeggen, want de man is doof. Jezus kan alleen spreken in de taal die deze man verstaat. En dat is de taal van het gebaar. We zien in onze gedachten die man verwonderd kijken. Misschien komen er wat halfverstaanbare klanken over zijn lippen. Begrijpt hij er iets van waar het om gaat? Begrijpt hij er iets van wie Jezus is? En Jezus slaat Zijn ogen naar de hemel. “En opwaarts ziende naar de hemel”, lezen we. Waarom? Wel, omdat in de hemel Zijn Lastgever woont. Omdat Jezus niet werkt voor Zichzelf, maar voor Zijn hemelse Vader. Omdat Hij wil dat Zijn Vader de eer zal ontvangen van Zijn Midde laarswerk.

En Jezus ziet niet alleen op naar de hemel. Maar Hij zucht ook? En we vragen weer: waarom? Waarom zucht Jezus? Want dat moet toch wel een diepe betekenis hebben? Ongetwijfeld!

Vergeet het niet: Hij komt hier in de allernauwste aanraking met de gevolgen van de zonde. Waren er geen zonden, er waren geen wonden. Dan waren er ook geen doofstommen.

Jezus is de Heilige, Die indaalde in deze door de zonde bezoedelde wereld, waar elke ademtocht Hem benauwen moest.

Jezus zucht. Dit zuchten is een voorspel van het “verbaasd, beangst en zeer bedroefd zijn” in Gethsemane. Het is een zuchten waarin we reeds iets horen doorklinken van wat later van Zijn lippen komt als de pijn op het hevigst is: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?

Jezus zucht. Het zegt ons ook dat alles wat Jezus deed om de macht van de zonde te breken Hem inspanning kostte, strijd en worsteling.

Hij had immers te doen met een sterke tegenstander: de vorst der duisternis. Wordt in Jesaja 53 niet gesproken van “de arbeid Zijner ziel?” En opwaarts ziende naar de hemel, zuchtte Hij.

Maar dan geeft Zijn Vader het bevel. En dan is Jezus’ ure gekomen. En Hij gaat spreken. Spreken tot de dove, die zwaarlijk sprak. En Zijn spreken is met macht, met al-macht. Genezend, helend, reddend! “Effatha!” Zo spreekt Jezus in de Aramese taal. In de volkstaal. In de taal, die deze man verstond. Effatha! Wordt geopend!En het wonder gebeurt. Terstond werden zijn oren geopend, en de band zijner tong werd los, en hij sprak recht.

Jezus’ wil gbiedt, en het wordt “terstond”. En Hij doet geen half werk. De dove hoort en hij spreekt recht, goed, zuiver, zonder enig gebrek.

Effatha! Wordt geopend!

Klonk ooit dit woord uit Jezus’ mond door tot in het diepst van onze ziel? Door de kracht van de Heilige Geest? O, dan moet de dood wijken. Dan moet de duivel zijn prooi loslaten. Dan gaan we horen, zoals we nooit eerder gehoord hebben. Dan worden we ingelijfd bij het volk “dat het geklank kent”. We gaan horen Gods woorden van ontdekking, van verbrijzeling, van beschaming, van bemoediging, van vertroosting, van zaligheid. Spreek Heere, Uw knecht hoort! Ik zal horen, wat de Heere tot mij spreken zal. Hoe zoet zijn mij U redenen geweest. Geen honing kan ’t gehemelt’ zoeter smaken. D’ogen houdt mijn stil gemoed opwaarts om op God te letten.

Als de Zaligmaker tot ons spreekt: Effatha!, dan worden onze oren, die tot nog toe alleen open stonden voor de stemmen van beneden, van de satan, maar ten enenmale doof waren voor het spreken Gods, geopend en gericht op de Heere. En de mond gaat spreken. Recht spreken. Woorden van doorleefd berouw, die opkomen uit een verslagen hart. Woorden van zondesmart, van liefdesverlangen, van lofprijzing, van verwondering. Komt, luistert toe, gij God-gezinden, gij die de Heer’ van harte vreest; hoort, wat mij God deed ondervinden, wat Hij gedaan heeft aan mijn geest.

Effatha! Wordt geopend! Jezus zei het in het Aramees. In de volkstaal. Verstaanbaar! Dat doet Hij altijd!

Terstond werden zijn oren geopend, en de band zijner tong werd los, en hij sprak recht. Heere, spreek slechts één woord en Uw knecht is genezen. Dit éne woord: Effatha!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 1993

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Effatha

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 1993

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken