Bekijk het origineel

Het Evangelie van de zwijnentrog

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het Evangelie van de zwijnentrog

4 minuten leestijd

...en ik zal tot hem zeggen: “Vader, ik heb gezondigd...”

Het is met “de verloren zoon” uit de gelijkenis goed bezien toch een wonderlijke zaak. Het is een geschiedenis met twee kanten.

Hij is bezig in het vreemde land, ver van het ouderlijk huis, alles kapot te maken. Maar terwijl hij zijn leven stuk breekt, is God bezig zijn leven weer in elkaar te zetten.

Zoals hij het doet, gaat het helemaal verkeerd.

Maar zoals God het doet, gaat het helemaal goed.

Terwijl hij er alles doorjaagt, doet God hem alles verliezen. Eerst maakt God zijn beurs leeg. Vervolgens maakt God de band met zijn vrienden los. En tenslotte zorgt God, in Zijn bijzondere voorzienigheid, dat er een hongersnood komt, zodat hij zich moet verhuren als zwijnenhoeder.

Die zwijnentrog is van zijn kant bezien: niets dan schuld. Maar die zwijnentrog is van Gods kant bezien: enkel genade!

Hij betekent het einde van een zondaarsleven, maar tegelijk ook het begin van een begenadigd leven!

Immers: als die verloren zoon alles verloren heeft, gaat hij aan huis denken. Hij gaat naar huis verlangen. Hij gaat naar vader verlangen. Naar vader! Maar nee, het kan niet, het kan niet. Hij heeft vader vergeten. Nu heeft vader vanzelf ook hem vergeten. En toch: de hunkering van zijn hart laat zich niet meer onderdrukken: “Vader! Vader!” Dat is het stille lied diep in zijn ziel.

De mensen zien dat zo niet aan hem. Ze zien hem daar gaan als een bedelaar in vale lompen en met een vermagerd gezicht. En ze beklagen hem of ze verachten hem, als hij daar achter die varkens loopt en de beesten bij elkaar probeert te houden. Meer zien ze niet van die zwijnenhoeder. Maar hij staat zo nu en dan stil, en dan wist hij even een traan weg uit zijn grauwe ogen. En zijn ziel zingt, blijft maar zingen: “Vader!”

Misschien is er iemand, die dit lied niet horen kan, zonder dat zijn hart het mee gaat zingen. Een zwerver in een vreemd land. Eenzaam. Zo eindeloos ver van huis, van God.... En het is alles door eigen schuld. Alles verzondigd. Geen enkel recht. Integendeel! Maar toch die hunkering, dat verlangen, dat zich niet meer laat onderdrukken!

Maar hoor dan: dit is het evangelie van de zwijnentrog, dat God alles aan een mens ontneemt, opdat hij met de verloren zoon in het vreemde land: “Vader, ik heb gezondigd...”

Ja, dat zal de “verloren” zoon tegen zijn vader zeggen: “Vader, ik heb gezondigd....”

Ik heb gezondigd!

Gij hebt gezondigd. Dat hebben we gauw gezegd. Dat ligt ons voor in de mond. Het moet soms ook wel gezegd worden. Maar het ligt ons gemakkelijk.

Wij hebben gezondigd. Dat gaat ook nog wel. Wij. Samen met elkaar. Wij hebben gezondigd. Wij hebben het allemaal gedaan.

Ook dat is waar. Maar zolang het daarbij blijft, dan mankeert er alles nog aan.

Maar: ik heb gezondigd. Dat is om je weg te schamen. Om door de grond te zinken.

Dan is niet een ander de zondaar. En dan zijn we het ook niet allemaal. Maar dan ben ik de zondaar en dan is God de Rechter. En dan sta ik voor Hem zonder één verdediging meer.

En als dan de Heere Jezus er toch eens niet zou zijn. Maar Hij is er! En Hij treedt tussenbeide. Ik voor u, daar gij anders de eeuwige dood zoudt moeten sterven.

Door de enge poort van de persoonlijke schuldbelijdenis gaat de verloren zoon naar het voor hem verloren Vaderhuis.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 1993

Bewaar het pand | 10 Pagina's

Het Evangelie van de zwijnentrog

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 1993

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken