Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Nederlandse Geloofsbelijdenis (48)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Nederlandse Geloofsbelijdenis (48)

De regering der Kerk

9 minuten leestijd

Het is niet zo gemakkelijk in onze tijd aandacht te vragen voor artikel 30. We behoeven het opschrift maar te lezen en zullen het dan gelijk begrijpen, waarom dat zo is. Het gaat over “de regering der Kerk door kerkelijke ambten”. In de wereld van vandaag staat regering door gezagdragers niet hoog genoteerd. Er is ontkenning en ondermijning van het gezag. Het komt openbaar in de wanorde, die in meer dan één verband is. Zou het de Kerk voorbijgaan?

Op het brede kerkelijk erf worden daarbij allerlei gedachten aangereikt, die meewerken tot de vervaging van de schriftuurlijke belijdenis aangaande de regering der Kerk en de betekenis van de ambten daarbij. De mondigheid van de gemeente wordt eenzijdig én verkeerd benadrukt. Men wil het bijzonder ambt enkel zien vanuit de gemeente. Geen oog heeft men voor de kerkelijke ambtsdragers als vertegenwoordigers van Christus. De regering van de Kerk door de ambten zou niet overeenkomen met wat het Nieuwe Testament van de Kerk zegt. Het zou om een latere ontwikkeling gaan, waarbij de ambten alleen een vormgeving van bepaalde diensten geworden zijn. Wie zulke gedachten op zich in laat werken zal het moeten zeggen: zo kan er van de regering der Kerk eigenlijk geen sprake meer zijn.

We moeten ook naar de andere kant zien. Graag wil men de betekenis van dit artikel onderschrijven. De Kerk moet geregeerd worden. De ambtsdragers worden hoog ingeschat. Het zijn uitnemende zaken, die helaas steeds meer tot een voorbijgegane tijd gaan behoren. Echter het kan zijn, dat er zowel bij de ambtsdragers als bij de gemeente geen zicht is op wat nu de regering der Kerk door de ambten inhoudt. De gerichtheid op de geestelijke bouw van de Kerk des Heeren wordt niet verstaan of betracht. Dan worden ambtsdragers heersers of worden door de gemeente enkel om hun persoon verheerlijkt.

Het is daarom nodig naar dit artikel goed te luisteren: “Wij geloven, dat deze ware Kerk geregeerd moet worden naar de geestelijke politie, die ons onze Heere heeft geleerd in Zijn Woord; namelijk dat er Dienaars of Herders moeten zijn, om Gods woord te prediken en de Sacramenten te bedienen; dat er ook Opzieners en Diakenen zijn, om met de Herders te zijn als de Raad der Kerk;..”.

Naar de geestelijke politie

De regering van de Kerk wordt veelal als een formele zaak beschouwd. Er moet nu eenmaal orde in de kerk zijn. Onze belijdenis zegt het wel anders. In dit verband is het goed om te letten op een bijzondere uitdrukking, die hier gebruikt wordt: “naar de geestelijke politie..”. We moeten dan bij het woord “politie”, niet denken aan een bepaalde tak van de overheidsdienst, die toezicht houdt op de openbare orde en veiligheid! Het betekent hier: bestuurswijze, inrichting van regering. Die wijze van bestuur behoort in de kerk “geestelijk” te zijn.

De Roomse wijze van regering der kerk was en is ongeestelijk. De kerk was geworden tot een machtsinstituut. Een heel systeem van allerlei regels en straffen, ontleend niet zozeer aan Gods Woord maar vooral aan het burgerlijk recht, moest de kerk bewaren bij haar leer en voor orde zorgen. Telkens opnieuw komt in de geschiedenis van de kerk zo’n ongeestelijke wijze van regeren uit.

Zo moet het in de Kerk des Heeren niet zijn. De Kerk heeft maar één Koning, nl. Christus. Hij heeft het alleen in de Kerk te zeggen. Hij is een geestelijke Koning. De Kerk is ook geen vereniging. Zij heeft een geestelijk karakter. Zij wordt geregeerd door Woord en Geest. Dat betekent ook de binding aan het Woord Gods.

Hoe spreekt hier het geloof! “Die ons onze Heere geleerd heeft in Zijn Woord”. De belijdenis die het heeft over de “geestelijke politie” weet zich ook geestelijk uit te drukken. Het gaat om de regering niet naar de wil van mensen, maar naar Gods wil, die Hij in Zijn Woord heeft bekendgemaakt.

Drie ambten

Artikel 30 stelt hier dat er drie ambten zijn, waardoor de Kerk geregeerd wordt. God gebruikt mensen. Hij roept hen tot deze bijzondere dienst. Hij schenkt hen de gaven door Zijn Geest. We weten dat er eerst de apostelen waren. Zij waren oor- en ooggetuigen van de woorden en daden van Christus, ook van Zijn opstanding en Hemelvaart. Zij hadden een enige plaats in de kerk. Ze hebben het nog door het apostolische Woord, dat ze in Naam van hun Zender gepredikt hebben. Naast de apostelen zijn er in de eerste tijd profeten en evangelisten geweest. Hier worden de drie ambten genoemd, die in de kerk der reformatie onder invloed van Calvijn een plaats hebben gekregen.

Er zou veel te schrijven zijn over deze drie ambten, de onderlinge verhouding, de bijzondere taken, zoals die in het Nieuwe Testament worden vermeld. We nemen hier enkele conclusies over van Prof. J. Hovius uit de rede: “Behoren de diakenen tot de kerkeraad?”; “In de eerste plaats is de dienst in de gemeente van Christus alomvattend - hij omvat, om het nu maar kort te zeggen, zowel de stoffelijke als de geestelijke zijde van het gemeentelijk leven. In de tweede plaats wordt deze dienst verricht door mensen, die in het Nieuwe Testament met verschillende namen worden genoemd, waarvan in het bijzonder de namen presbuteros, episkopos en diakonos naar voren springen. In de derde plaats is de arbeidssfeer van hen, die ambtelijke dienst verrichten, in den beginne niet scherp omlijnd, wordt althans niet scherp omlijnd beschreven. In de vierde plaats is er een zekere ontwikkeling op te merken.

In Handelingen 6 begint de afsplitsing van het éne en ongedeelde (apostolische) ambt. Deze afsplitsing zet zich voort..” We nemen dit maar over om de laten zien dat het door een nauwgezet luisteren naar de Nieuw-Testamentische openbaring tot de drie ambten gekomen is. Er zijn vele opvattingen over. We menen echter, dat deze drie ambten de zuiverste vertolking zijn van de gegevens van Gods Woord. We lezen ze hier: de Dienaars of Herders, de predikanten; de Opzieners, de ouderlingen; de Diakenen, een naam, die wij ook gewoon zijn te gebruiken. We merken nog op, dat de benaming “opzieners” voor de ouderlingen ontleend is aan Titus 1:7: “want een opziener moet onberispelijk zijn..”. Hij is belast met de regering van Gods Huis.

Meer wordt in het Nieuwe Testament de naam “presbuteros” gebruikt: oudste. Zij dienen allen in de Kerk des Heeren. Zij zijn dienaren van de Koning der Kerk. Hij bedient Zich van hen om Zijn Kerk wezenlijk te bouwen. Zij hebben ieder een eigen taal. De herders om het Woord Gods te bedienen in de prediking, de sacramenten, het huis- en ziekenbezoek. De ouderlingen om met de dienaren des Woords leiding te geven, te regeren en toezicht te houden op de leer en wandel van de dienaren des Woords en de gemeente. De diakenen om de barmhartigheid uit te oefenen, zorg te dragen voor de behoeftigen en verdrukten.

..zijnde als de Raad der Kerk....

Ouderlingen en diakenen vormen met de dienaren des Woords de kerkeraad. Zij zijn, staat er hier “als de Raad der Kerk”. Daaruit blijkt dat onze Nederlandse Geloofsbelijdenis de diakenen tot de kerkeraad rekent. Het lijkt me hier niet de plaats om daar verder veel van te zeggen. De genoemde rede van Prof. Hovius kan ons daar nader in onderwijzen.

Er is een verschil tussen onze belijdenis en de Dordtse Kerkorde. De laatste rekende de diakenen niet tot de kerkeraad. Prof. Hovius kwam tot de slotsom, dat de diakenen wél bij de kerkeraad behoren, zoals dus ook hier beleden wordt. Het gaat er om dat aan de diakenen evenzeer de zorg van de gemeente is toebetrouwd, al ligt dan hun taak op ander terrein dan dat van de dienaren des Woords en de ouderlingen. We moeten hierbij aantekenen, dat het ambt van diaken onder ons wel eens anders gewaardeerd wordt. Al te veel leeft onder ons de voorstelling, dat ze alleen maar dienen voor het inzamelen van de gelden. Zij hebben ook hun ambt “geestelijk” te betrachten, zoals in het vervolg nog gezegd wordt: “opdat ook de armen en bedrukten geholpen en getroost worden, naar dat zij van node hebben”.

..de ware religie te onderhouden....

Onze belijdenis werkt het nog nader uit, waarom de regering der Kerk er is door de drie ambten: “..en door dit middel de ware religie te onderhouden, en te maken dat de ware leer haar loop hebbe, dat ook de overtreders op geestelijke wijze gestraft worden en in de toom gehouden worden..”.

Op één uitdrukking mogen we hier wijzen. De regering der Kerk is het middel om “de ware religie te onderhouden”. De ware religie! Dat is niet alleen een zaak van de zuivere leer, die met Gods Woord overeenkomt, maar ook een zaak van het hart, van het leven. Het gaat erom dat het Woord Gods gestalte krijgt door Gods Geest in het hart en uitkomt in het leven. Ziet, wat is de regering van de Kerk toch anders dan een soort ambtenarij. Zó gedragen de ambtsdragers zich wel eens! Maar het moet te doen zijn om de ware vreze des Heeren. Daar gebruikt de Heere de prediking voor, de ambtelijke arbeid, om dat waar te maken in de harten van arme zondaren. Wat hebben we nodig juist in onze tijd dat dit besef onze ambtsdragers vervult.

Zulke personen....

Aan het eind wordt nog gewezen op de vereisten van de ambtsdragers. “Door dit middel zullen alle dingen in de Kerk wel en ordelijk toegaan, wanneer zulke personen verkoren worden, die getrouw zijn en naar de regel, dien de Heilige Schrift daarvan geeft in de brief van Timotheüs”.

Ongetwijfeld moeten de vereisten tot het ambt gelezen worden in het licht van, wat tevoren beleden is. Het gaat hier om de regering naar de “geestelijke politie”, het is gericht op het “bewaren van de ware religie”. Dan kan maar niet ieder in de kerk ambtsdrager zijn. De brieven van Paulus aan Timotheüs en Titus laten ons zien, wie alleen in Gods Kerk moeten dienen: 1 Timotheüs 3 en Titus 1:7-9. Als de vereisten van de ambtsdragers veronachtzaamd worden heeft dat tot gevolg, dat er schade wordt toegebracht aan het welzijn van de Kerk des Heeren, aan de ware religie. Daarom moet er ernst mee gemaakt worden en mogen deze dingen ook niet “vroom” worden weggepraat. Het gebeurt maar al te veel!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1993

Bewaar het pand | 10 Pagina's

Nederlandse Geloofsbelijdenis (48)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1993

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken