Bekijk het origineel

Brandende harten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Brandende harten

5 minuten leestijd

Was ons hart niet brandende in ons als Hij tot ons sprak op de weg, en als Hij ons de Schriften opende?

Hoe dikwijls is er al gepreekt over de Emmaüsgangers en wellicht hebt u ook op het voorbije Paasfeest er weer een preek over beluisterd. Wat zijn ze ons vertrouwd geworden, die vrienden van Emmaüs!

Twee vrienden van elkaar. Twee liefhebbers van Jezus. Dat laatste is het grootst. En de liefde tot Jezus bond hen samen. De dingen aangaande Jezus de Nazarener vervulden hun hart, en over Hem spraken ze met elkaar. Ze zijn bedroefd, want ze hebben Jezus verloren. En daarmee is alles verloren ja, zijn ze zelf verloren. Een hele dag is het al Paasfeest en nog staan ze op het dode punt van het gesloten graf.

Maar toch: ook voor deze twee late Paasgangers heeft Jezus een boodschap. Ook hen wil Hij brengen tot de grote Paasvreugde.

En nu moeten we erop letten op welke wijze Jezus dat doet. Nee, Hij zegt niet: “Hier ben Ik!” Hij noemt Kleopas ook niet bij de naam. Maar Hij laat hen eerst hun nood uitzeggen. Alles moeten ze Hem vertellen. Hun hoop: “En wij hoopten, dat Hij was Degene, Die Israel verlossen zou.” Hun grote hoogachting voor Jezus: “Jezus de Nazarener, Welke een Profeet was, krachtig in werken en woorden, voor God en het volk.” Hun teleurstelling: “En hoe onze over-priesters en oversten Dezelve overgeleverd hebben tot het oordeel des doods, en Hem gekruisigd hebben.” Hun troosteloos uitzicht: “Doch ook, benevens dit alles, is het heden de derde dag van dat deze dingen geschied zijn.” Hun verwarring: “Maar ook sommige vrouwen uit ons hebben ons ontsteld, die vroeg in de morgenstond aan het graf geweest zijn; en Zijn lichaam niet vindende, kwamen zij en zeiden, dat zij ook een gezicht van engelen gezien hadden, die zeggen dat Hij leeft. En sommigen dergenen, die met ons zijn, gingen heen naar het graf, en bevonden het alzo, gelijk ook de vrouwen gezegd hadden; maar Hem zagen ze niet!”

Zie, zo laat Jezus hen hun nood uitzeggen. Gelukkige Emmaüsgangers! Ze zijn in nood, omdat ze Jezus missen; omdat ze het diep in hun ziel beseffen: buiten Jezus is geen leven!

Gelukkige Emmaüsgangers! Want ze zeggen hun nood uit aan het enig goede adres! Ze klagen hun nood uit voor het luisterend oor van Jezus Zelf, al weten ze dat nog niet.

Maar als ze dan alles hebben uitgezegd, dan maakt Jezus, de grote Profeet en Leraar, met hen een tocht door de bijbel! En begonnen hebbende van Mozes en van al de profeten, legde Hij hun uit, in al de Schriften, Hetgeen van Hem geschreven was. Hij laat hen zien, hoe de Schriften vol zijn van Hem, hoe ze spreken van Zijn kroon, maar ook niet minder van Zijn kruis; van Zijn overwinning, maar die Hij moest behalen door de dood heen. En het zullen vooral de vergeten hoofdstukken van het lijden zijn geweest, die Jezus hen deed zien: Moest de Christus niet deze dingen lijden, en alzo in Zijn heerlijkheid ingaan?

En zo gaan de Emmaüsgangers door de Schriften op het Paasfeest aan! Deuren gaan voor hen open.

Terwijl Jezus door de Schrift tot hen spreekt, wijkt hun beklemming. Er daalt een wondere vreugde in hun vermoeide hart. Ja, zoals die Vreemdeling het zegt, zó is het! Straks, als zij met Jezus aanzitten, herkennen ze Hem in Zijn doorboorde handen. Dan strekken zij hun handen naar Hem uit. Maar Hij is weer van hen heengegaan. Maar de Paasvreugde blijft. Die kan niet meer vergaan, want zij is door de Paaskoning Zelf verwekt: was ons hart niet brandende in ons als Hij tot ons sprak op de weg, en als Hij ons de Schriften openden?

Hebben we zó Paasfeest mogen vieren?

Misschien bent u zonder paasvreugde begonnen, maar Christus sprak door de Schriften, waardoor Hij met Zijn Geest uw hart aanraakte en opende. Uw hart ging branden?

Nee, dan duurde de preek geen tien minuten te lang! Dan leefde het van binnen: dominee, ga maar door en spreek mij van Hem, Dien mijn ziel liefheeft!

Een dood hart weet hier niet van. Maar de Levensvorst kan en wil dode harten nog levend maken. Doden zullen horen de stem van de Zone Gods, en die ze gehoord hebben zullen leven!

Die Emmaüsgangers misten Jezus, omdat ze Hem niet konden missen! Zalig, wanneer dat laatste van ons mag gelden. Wanneer we Jezus onmisbaar nodig leerden krijgen als onze schuld-verzoenende Borg, als onze Zonde-vemieler, als onze volkomen Zaligmaker.

Zullen we dan niet onverstandig zijn en traag van hart, om te geloven al hetgeen de profeten gesproken hebben? Zullen we dan met ijver de Schriften onderzoeken? Biddend: o grote Profeet en Leraar, maak mij Uwe wegen door Uw Woord en Geest bekend?

Ook voor een late Emmaüsganger, bedroefd en zonder paasvreugde, heeft Christus Zijn Woord, dat het ingezonken hart doet branden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1993

Bewaar het pand | 14 Pagina's

Brandende harten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1993

Bewaar het pand | 14 Pagina's

PDF Bekijken