Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Heere regeert (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Heere regeert (2)

10 minuten leestijd

Afscheid nemen?

We zagen een vorige keer dat het geloof in de Voorzienigheid Gods en in de Godsregering aan stevige kritiek is blootgesteld. Vandaag zou het onmogelijk zijn om te geloven, dat Gods hand in alles is. En laten we eerlijk zijn, de kritiek, die op dit onderdeel van de christelijke leer wordt ingebracht, komt nogal indrukwekkend over. Wat moeten we daar nu op zeggen? Hebben wij antwoorden op de vele vragen, die gesteld kunnen worden? Kunnen wij aantonen en doorzichtig maken, dat God wel degelijk regeert en dat Hij in die regering ook nog strikt rechtvaardig handelt? Staan we niet met de mond vol tanden als vanuit het ongeloof de vraag gesteld wordt: Zijn al die verschrikkingen in deze wereld door God gewild en veroorzaakt? Komt ook op ons niet de verzoeking af om van het geloof in de Godsregering afscheid te nemen of om er op z’n minst een andere vulling aan te geven dan vroeger gedaan werd?

Laten we wel wezen: Afscheid nemen van dit geloof is onmogelijk. Het geloof in de Godsregering is onop-geefbaar. De Bijbel is op dit punt te duidelijk. Bovendien, als we dit opgeven, wat blijft ons dan over? Wat is het alternatief? Als we niet meer kunnen geloven, dat God regeert, dan moeten we geloven dat het noodlot regeert. Een andere keus is er niet. Maar die raadselen dan? Die dingen waar we tegen aan botsen en door in verwarring raken? Zit er toch niet een element van waarheid in de verschillende motieven, die gebruikt worden om met het traditionele geloof in de voorzienigheid af te rekenen? Is het argument van al die verschrikkingen die hebben plaatsgevonden en die het ons toch eigenlijk niet langer mogelijk maken om in Gods hand daarin en daarachter te geloven, inderdaad niet steekhoudend?

Theodicee

Er zijn ernstige pogingen gedaan om te midden van alle aanvechtingen toch aan het geloof in de voorzienigheid Gods vast te houden en te blijven belijden, dat God in alle dingen Zijn hand heeft. Die pogingen worden wel “theodicee’s” genoemd. Dat zijn dan pogingen om God en Zijn doen te rechtvaardigen en misschien ook wel enigszins voor ons verstand aannemelijk te maken; pogingen om aan te tonen, dat ondanks al het raadselachtige Gods bestuur toch heilig en rechtvaardig en goed is.

Er is gezegd, dat er een altijddurende strijd is geweest tussen de twee oer-principes van licht en duisternis, goed en kwaad. Naast God is er de macht van het kwaad, waar God geen macht over heeft. En die macht van het kwaad bestrijdt de macht van het goede. Zo moeten we bijvoorbeeld aardbevingen en ongelukken zien: die geschieden onafhankelijk van Gods wil. God veroorzaakt die rampen niet. Maar Hij kan ze ook niet voorkomen, want Hij is niet tot alle dingen in staat. Iemand, die deze opvattingen is toegedaan (Kushner) stelt in een van zijn werken dan ook de vraag aan zijn lezers: “Bent u in staat om God te vergeven en lief te hebben, ook als u hebt ontdekt dat Hij niet volmaakt is, ook als Hij u in de steek heeft gelaten?” Met andere woorden: we kunnen het God niet kwalijk nemen, dat er rampen gebeuren. Hij kan dat ook niet helpen. Op deze manier lijkt God gerechtvaardigd te zijn. Maar, deze theodicee doet natuurlijk wel tekort aan de bijbelse belijdenis van de soevereiniteit Gods, Wiens Koninkrijk over álles gaat.

Er is ook gezegd, dat het kwaad voortvloeit uit het onvolmaakte, maar dat het onvolmaakte moet dienen om het volmaakte des te beter te laten uitkomen. Er zijn inderdaad heel wat dissonanten, maar die lossen zich op den duur op in de harmonie. Dit is wel een heel optimistische kijk op de dingen. Het kwaad wordt in deze gedachtengang ook absoluut niet zo ernstig genomen als de Bijbel doet. Over het kwaad van de zonde wordt heel lichtvaardig gedacht.

Vandaag is bijzonder actueel de zogenaamde pluralistische of dialectische theodicee. Er zijn in het handelen Gods aspecten die tegenstrijdig lijken. Dat duidt er op, dat er in God zelf ook spanningen bestaan. Zo is er een constante spanning tussen bijvoorbeeld Gods almacht en Zijn goedheid en Zijn betrokkenheid bij alles wat er gebeurt. Het gevolg is, dat God nog al eens verandert. Dit leidt ertoe, dat we moeten spreken van een “wordende” God. God is nog niet helemaal tot ontwikkeling gekomen. Er is nog steeds een geschiedenis in God. Als verte-genwoordiger van deze gedachtengang noem ik A. van de Beek. Het zal echter duidelijk zijn dat deze theodicee op gespannen voet staat met de bijbelse leer van de onveranderlijkheid van God.

Het is best mogelijk om de verschillende theodicee’s als sympathieke pogingen te beschouwen om in ieder geval nog iets van de bijbelse prediking ten aanzien van de Godsregering te redden. Pogingen om God te redden van de blaam die mensen in hun ongeloof op Hem werpen. Pogingen om te verdedigen dat God er inderdaad bij betrokken is. Maar de pogingen zijn toch eigenlijk allemaal mislukt. Zij eindigen in de conclusie dat God toch niet almachtig is en in sommige gevallen machteloos staat. Of in de conclusie dat God nog aan verandering onderhevig is en in feite dus onberekenbaar is. En zo komen ze dan weer in conflict met andere duidelijke uitspraken van de Schrift. Maar bovendien, heeft God ons nodig als Zijn advocaten? Heeft God ons geroepen om Hem te rechtvaardigen? “Doch de wijsheid is gerechtvaardigd geworden van al haar kinderen” (Luk. 7:35). Daar moeten we maar genoeg aan hebben. En als het op de rechtvaardiging van de Godsregering aankomt, daar zal God te zijner tijd Zelf voor zorgen. En dan zal ook elke bestrijder van de leer van de Godsregering weten, dat God inderdaad Koning is.

Het getuigenis van de Schrift

Het wordt echter tijd dat we eens wat uitvoeriger gaan luisteren naar wat de Schrift zegt over het onderwerp waar we mee bezig zijn. We hebben al een paar teksten geciteerd, die duidelijk spreken over de Godsregering. Maar de vele gegevens uit de Schrift hebben er recht op, dat we er nog wat uitvoeriger bij stil staan.

We staan eerst stil bij een paar woorden uit het Oude Testament.

Psalm 115:3: “Onze God is toch in de hemel; Hij doet al wat Hem behaagt”. De heidenen kunnen hun góden zien, maar Israels God is in de hemel. Maar al is Hij niet-zichtbaar, Hij is wel werkelijk. En vanuit de hemel doet Hij al wat Hem behaagt. Niemand houdt Hem daarbij tegen. Hij is de Soeverein van hemel en aarde.

In Jes. 46:10 zegt God door middel van de profeet: “Mijn raad zal bestaan en Ik zal al Mijn welbehagen doen”. God staat niet terzijde om te zien hoe de dingen gebeuren en hoe mensen bezig zijn. God is niet een toeschouwer bij al het gebeuren op aarde. Nee, Hij is Zelf actief. Hij voert Zijn raad uit. Hij neemt beslissingen en volbrengt die. En als Zijn volk tuchtiging verdiend heeft vanwege de ontrouw en de afgodendienst, dan “roept God een roofvogel van het oosten en een man Zijns raads uit verren lande” (vs. 11). Dan geeft God aan een heidense koning opdracht om in Zijn Naam Zijn volk Israel te straffen. Dan is dus de opmars van de legers van Assyrië of Babel niet een gevolg van een besluit van de legerleiding van die rijken, maar een gevolg van een besluit van God de Allerhoogste.

Een zeer sprekende passage vinden we in Dan. 4. In vs. 17 lezen we een woord van Daniël, die de droom van Nebukadnezar uitlegt. Het doel van die droom is, zo zegt Daniël, dat “de levenden bekennen dat de Allerhoogste heerschappij heeft over de koninkrijken der mensen en ze geeft aan wie Hij wil”. Zonder enige aarzeling belijdt Daniël hier voor de heidense koning zijn on voorwaardelijk geloof in de absolute soevereiniteit van Israels God en Diens onaantastbare regering. Daar moet zelfs Nebukadnezar met al zijn macht voor bukken.

En dan lezen we vervolgens in dit hoofdstuk dat merkwaardige getuigenis van Nebukadnezar zelf. Hoe hij het geleerd heeft weet ik niet en hoe diep het zit kunnen we al evenmin zeggen, maar hij is tot het inzicht gekomen, dat “de heerschappij van de Allerhoogste en Eeuwiglevende een eeuwige heerschappij is en Zijn Koninkrijk is van geslacht tot geslacht” (vs. 34). Ja, hij gaat verder met de erkenning: “En al de inwoners der aarde als niets geacht zijn en Hij doet naar Zijn wil met het heir des hemels en de inwoners der aarde en er is niemand die Zijn hand afslaan of tot Hem zeggen kan: Wat doet Gij?” (vs. 35). Nebukadnezar erkent dus de waarheid van Gods absolute soevereiniteit.

Er komt niemand tot de troon en er wordt niemand president of ministerpresident of God heeft het zo be-stuurd. Roept dat geen vragen op? Ja, dat kan zeker het geval zijn. Maar het is toch niet anders. We hopen er nog op terug te komen.

Ook het Nieuwe Testament geeft getuigenis omtrent deze waarheid. Paulus schrijft in Ef. 1:11, dat God alle dingen werkt naar de raad van Zijn wil. Er is dus een goddelijk plan dat terug gaat op de eeuwigheid. Wat er in de tijd gebeurt, is overeenkomstig wat er in de eeuwigheid besloten is. In overeenstemming met die plannen gebeuren élle dingen. Ja, ALLE dingen! En bij alle dingen hoort ook het kwaad; zelfs de activiteiten van de duivel vallen eronder aangezien ook die onder Zijn controle staan.

Door de dingen zo te stellen worden er alweer ingrijpende vragen opgeroepen. Kunnen wij dat alles met elkaar in harmonie brengen? Nee, dat lukt niet. Maar dat is ook niet onze taak. Onze taak is: geloven wat God er Zelf over zegt....

Tenslotte verwijs ik naar die magistrale woorden van Paulus aan het slot van Rom. 11. “Uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen”. Al wat er gebeurt zal uitlopen op de eer des Heeren. Ja, zelfs de oordelen van de Heere over de goddelozen zullen dienen tot de verheerlijking van Zijn Naam.

We voelen bij al deze Schriftplaatsen wel aan dat de nadruk valt op de soevereiniteit Gods. We staan hier voor de grootheid en de majesteit en de almacht van de Heere. Een groot God is Hij. En wij zijn maar stof. Nietig stof en as. Laten we bedenken bij de bestudering van deze aspecten van Zijn Woord, dat we ootmoedig hebben te zijn en dat we nederig hebben te buigen voor Hem. Of, zoals de Nederlandse Geloofsbelijdenis ons voorhoudt: wij dienen ons tevreden te houden met het feit dat we leerjongeren van Christus zijn. Meer niet. En dat is al veel meer dan wat wij als zondaren verdiend hebben. Wat een wonder dat Hij ons nog als leerjongeren wil hebben. Bent u dat trouwens inderdaad?

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 1993

Bewaar het pand | 12 Pagina's

De Heere regeert (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 1993

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken