Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voor de jeugd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor de jeugd

De Samaritaanse vrouw! (25)

8 minuten leestijd

“De vrouw zeide tot Hem: Ik weet dat de Messias komt (Die genaamd wordt Christus); wanneer Die zal gekomen zijn, zo zal Hij ons alle dingen verkondigen. En Jezus zeide tot haar: Ik ben het die met u spreek”

Beste jongelui!

Jezus is dus in gesprek met die Samaritaanse vrouw. Hij heeft tot haar over het bidden gesproken. Dat is een zeer belangrijk werk. Het is geen eenvoudig werk. En toch ook weer wel. Het is echt “kinderlijk” werk. Het moet gelovig gebeuren. En dat is net de zaak waar het zo menigmaal aan ontbreekt. Omdat er geen geloof is, echt geloof, komen de meeste gebeden niet verder dan de zolder van het vertrek waarin men zich bevindt. Doch als men het echt “kinderlijk” mag doen, vol vertrouwen, dan zal de Heere verhoring schenken. We krijgen dan niet altijd datgene waar we om hebben gevraagd, doch wel datgene wat nuttig en nodig voor ons is. En dat weet de Heere veel beter, dan wij dit weten. Daarom zal een “ware bidder” ook altijd zeggen: Uw wil geschiedde. Na het onderwijs dat Jezus die vrouw (en ook ons) gegeven heeft over het bidden, is het woord weer aan de vrouw. Zij heeft aandachtig geluisterd. Dat is altijd belangrijk, ook voor ons. Als Jezus spreekt, verdient dit al onze aandacht. Dat het daar nog al eens aan ontbreekt, zal niemand ontkennen. Als dit het geval is, is dat natuurlijk een kwalijke zaak. De vrouw had een horend oor gekregen. Daar had ze zelf nog geen erg in, doch het was wel bij haar “werkelijkheid”. Ook daar moet op worden gelet. Want als we geen horend oor krijgen, dan zijn wij horende doof. We horen dan wel wat er gezegd wordt. Doch het dringt niet tot ons door. Hoe menigmaal is dat al niet het geval geweest? Dat is een vraag die we echt niet naast ons neer moeten leggen. Want we hebben in ons leven al zoveel gehoord. Doch heeft het ons ooit wel eens iets gedaan? Want als het “horen” ons niets doet, dan ligt daarvan de oorzaak bij ons. En dat is zeer verschrikkelijk.

Als we echt horen, dan heeft dat zijn gevolg. Dan komt er een gesprek. Kijk maar naar die Samaritaanse vrouw. Zij geeft Jezus, Die haar reeds zo veel had gezegd, antwoord.

“De vrouw zeide tot Hem: Ik weet dat de Messias komt (Die genaamd wordt Christus); wanneer Die zal gekomen zijn, zo zal Hij ons alle dingen verkondigen”. De vrouw wist dus dat de Messias komen zou. Het woord “Messias” is een Hebreeuws woord. In het Grieks luidt datzelfde woord: Christus! De vrouw wist dat uit de boeken van Mozes, Deut. 18:15. Zoek die tekst maar eens op. Dat “weten” van die vrouw is geloven. Geloven is weten. Zeker weten! Het is om te beginnen, niet “alles” weten. Doch het begin is er. Zij geloofde uit het Woord dat de Messias komen zou.

Wij leven zoveel eeuwen later. Wij weten dat Hij gekomen is. Het wordt weer Kerstfeest. Dan wordt Zijn komst in het vlees herdacht. Dat gebeurt elk jaar weer. Het is al zo menigmaal gebeurd. Doch hoe wordt dat Kerstfeest gevierd? Het gaat meestal op in uiterlijkheden. We brengen het dan niet verder dan de wereld. Het gaat dan weer voorbij. En we leven voort, alsof Hij nooit gekomen is. Zijn geboorte heeft ons nog nooit blij gemaakt. Dat is een bewijs dat we in het geheel geen band aan Hem hebben. Als dit het geval is, weet dan dat Hij, die eens gekomen is, ook wederkomen zal om te oordelen de levenden en de doden. Hoe vreselijk zal het dan zijn, als Hij in heerlijkheid verschijnt. Dan zullen alle goddelozen als een stoppel zijn, om met het onuitblusselijke vuur verbrand te worden. Denk daar in deze “donkere dagen” maar eens over na. Want alleen wanneer Zijn eerste komst betekenis voor mij heeft gekregen, behoef ik Zijn tweede komst niet te vrezen. En als dat niet het geval is, dan heb ik alles te vrezen.

Die vrouw wist dus, geloofde, dat Hij komen zou, en dat Hij alle dingen verkondigen zou. De vrouw heeft met deze weinige woorden ontzaggelijk veel gezegd. Veel meer als zij op dat moment zelf nog begrijpen kon. Zij kende geen uitgewerkte dogmatiek, waarin breedvoerig over de “Christus” wordt gesproken. “Alle dingen” worden in de dogmatiek systematisch uiteen gezet. Op de catechisatie gebeurt dat op een heel eenvoudige wijze. Nemen jullie daar goed notitie van? Want “alle dingen” te zeggen, is praktisch onmogelijk. Want Christus betekent dat Hij als Mens van God met de Heilige Geest is gezalfd, tot onze allerhoogste Profeet en Leraar. Tot onze enige Hogepriester, en tot onze eeuwige Koning.

Als de allerhoogste Profeet en Leraar heeft Hij de verborgen raad en wil Gods, tot des mensen verlossing, ons volkomen geopenbaard. Dat is nogal wat. Want, en dat hoort er ook bij, als er over verlossing gesproken wordt, dan ligt daar onze verlorenheid aan ten grondslag. Wie niet verloren is, behoeft niet verlost te worden. Nu kun je natuurlijk heel rechtzinnig zeggen: Wij liggen allemaal verloren. En dat is volkomen waar.

Doch het te zeggen en het te beleven, daar zit nog al wat verschil tussen. Als men het alleen maar zegt, terwijl de beleving er aan ontbreekt, dan zal men nooit Hem waarderen, Die gekomen is om te zoeken en zalig te maken dat verloren was. We liggen verloren, en dat vanwege eigen schuld.

Doch dat moet ons ook van hogerhand bij gebracht worden, want anders geloven wij er niets van. Als we door de Heilige Geest daaraan worden ontdekt, dan komen we er achter, dat God rechtvaardig zou zijn, indien Hij ons voor eeuwig in onze verlorenheid zou laten liggen. Dan wordt men het met God eens als Hij je voor eeuwig veroordelen zou. En dan te horen, via die allerhoogste Profeet en Leraar, dat het in de verborgen raad van God besloten is, dat dit nu Zijn heilige wil is, dat er mensen verlost zouden worden. En dan mensen, die dat zelf helemaal niet begeren. Want er is van nature niemand die naar God vraagt en niemand die God zoekt. En nu heeft Hij, dat is ook zo’n wonder, zondaren lief, zó lief, dat Hij daarvoor Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft. Dat Hij Die nu aan de verlorenheid over gegeven heeft, ja aan de duivel, ja tot in de hel toe. Opdat mensen door God zouden kunnen worden behouden. Je komt dan van de ene verwondering in de andere terecht. Want om nu een zondaar te kunnen verlossen, wat Hij als Profeet laat weten, moest Hij ook de Priester zijn. En als Priester is Hij enig in Zijn soort. Want Hij is een eeuwige Priester en het Offer tevens. Hij werd in het oude testament door de offers afgebeeld. In het nieuwe testament hebben alle oud-testamentische offers in Hem hun vervulling gevonden. Hij heeft met ene offerande een volkomen genoegdoening teweeggebracht. Zó volkomen, dat er van mijn kant niets meer aan behoeft te worden toegedaan. Zodat een ieder die in de Zoon gelooft, op Zijn kosten het eeuwige leven verkrijgen kan. Men kan dan op Zijn kosten gerust de reis naar de eeuwigheid maken. Is dat niet geweldig? Terwijl ik deze dingen schrijf, besef ik dat alle woorden te kort schieten, om “alle dingen” die Hij leert, te verwoorden. Dit zijn zaken, die de gehele wereld niet begrijpt. Het wordt ook door de Farizeeërs niet begrepen. Want dat zijn mensen die bij zichzelf menen dat zij rechtvaardig zijn. Zij zijn gezond in eigen ogen en hebben de Medicijnmeester niet van node. Zij redden zichzelf wel. Ik hoop niet dat er één van mijn lezers is, die er zo over denkt. Want als je denkt het zonder de Christus te kunnen stellen, bedrieg je jezelf voor de eeuwigheid.

Niet alleen het Offer dat Hij als de enige Hogepriester heeft gebracht, is van betekenis, doch ook het gebed dat Hij doet. Hij bidt niet voor de wereld, maar voor degenen die de Vader Hem gegeven heeft. En die worden, dat behoort ook bij Zijn Hogepriesterlijk werk, door Hem gezegend. En wie door Hem gezegend worden, zijn waarlijk gezegend.

Doch ik bemerk dat mijn artikel weer de nodige lengte heeft bereikt. Ik moet dus gaan eindigen. Doch voor alle dingen wens ik jullie echt gezegende kerstdagen toe en een gezegend 1994. Dat kan alleen omdat Hij de vloek heeft gedragen, die wij hebben verdiend. Alleen het geloof in Hem geeft uitzicht op een gezegend nieuwjaar, ja op het eeuwige leven. Jullie aller vriend

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1993

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Voor de jeugd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1993

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken