Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Nederlandse Geloofsbelijdenis (61)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Nederlandse Geloofsbelijdenis (61)

10 minuten leestijd

“..het ware lichaam en het bloed van Christus ontvangen..”

Christus heeft het Avondmaal ingesteld om de leden van Zijn geestelijk huisgezin te voeden en te onderhouden. Hij is het ook Zelf, waardoor hun geestelijk leven gevoed en onderhouden wordt. In die twee zinnen kunnen we het gedeelte van artikel 35 samenvatten, dat we de vorige keer hebben behandeld.

Nu moet de vraag gesteld worden: hoe komt dit nu in het Heilig Avondmaal uit? De Heere gebruikt allereerst Zijn Woord tot geestelijke voeding. Hongerigen worden gevoed met het Brood des levens door middel van de bediening van Gods Woord. Langs de weg van het ware geloof wordt dit door Gods kinderen ervaren. Zij hebben de prediking lief en het gedurig verkeren bij Gods Woord. Hoe onverdiend en groot is het wonder, als de Heilige Geest dit gebruikt tot ontsluiting van de gemeenschap met Christus en Zijn weldaden.

Nu is het Avondmaal als sacrament geschonken bij het Woord, opdat ook door dit middel die gemeenschap gekend zal worden. Dat wil niet zeggen dat het Heilig Avondmaal in dit opzicht een bijkomstigheid zou zijn! Veeleer kunnen we zeggen dat juist de tafel des Heeren zo sprekend uitkomt als de tafel der gemeenschap met Christus.

Artikel 35 belijdt dit wel op een heel stellige manier. Wie het gedeelte voor ditmaal goed doorleest moet dat wel opmerken. Het zal haast verwondering opwekken, dat het zo sterk wordt uitgedrukt. Zelfs is het niet onmogelijk dat het vragen oproept: is dat wel zo bij het Avondmaal? Lijkt het niet een beetje Rooms als het zo gezegd wordt? Ik denk bijv. aan deze zin:,. ”Dat hetgeen door ons gegeten en gedronken wordt, het eigen en natuurlijke lichaam en het eigen bloed van Christus is..”.

Laat echter niemand denken dat onze belijdenis zich té stellig uitdrukt. Het kon wel eens een slecht teken zijn dat deze zaken onder ons zo benaderd worden!

We zijn zo vervreemd van het echt geestelijk spreken van onze belijdenis. De geestelijke wijze waarop hier weer het Heilig Avondmaal benaderd wordt kan én wil niet tekort doen aan wat God in Zijn tafel voor het ware geloof geschonken heeft. Ondertussen hopen we een en ander nader te zien als we nu worden geleid naar het vervolg van artikel 35: “Om ons dit geestelijk en hemels brood af te beelden, heeft Christus verordend een aards en zienlijk brood, hetwelk een Sacrament is van Zijn lichaam en de wijn tot een Sacrament Zijns bloeds; om ons te betuigen, dat wij, zo waarachtiglijk als wij het Sacrament ontvangen en houden in onze handen en het eten en drinken met onze mond, waarmede ons leven daarna onderhouden wordt, wij ook zo waarachtiglijk door het geloof (hetwelk de hand en mond onzer ziel is) het ware lichaam en bloed van Christus onze enige Zaligmaker, ontvangen in onze zielen tot ons geestelijk leven.

Nu zo is het zeker en ongetwijfeld, dat ons Jezus Christus Zijn Sacramenten niet tevergeefs heeft bevolen. Zo werkt Hij dan in ons al wat Hij door deze heilige tekenen ons voor ogen stelt; hoewel de wijze ons verstand te boven gaat, en ons onbegrijpelijk is, gelijk de werking des Heiligen Geestes verborgen en onbegrijpelijk is.

Intussen zo feilen wij niet, als wij zeggen, dat hetgeen door ons gegeten en gedronken wordt, het eigen en natuurlijk lichaam en het eigen bloed van Christus is; maar de wijze op welke wij dit nuttigen, is niet de mond maar de geest door het geloof. Alzo dan blijft Jezus Christus altijd zittende ter rechterhand Gods, Zijns Vaders, in de hemelen, en laat toch daarom niet na, ons Zijns deelachtig te maken door het geloof”.

Onderwijzen tekenen

Hier worden de tekenen genoemd, die ons bekend zijn: brood en wijn. “Christus heeft ze verordend”, zegt onze belijdenis. We weten ook, dat deze tekenen onderwijzend zijn. Het verbroken brood beeldt uit het verbroken lichaam van Christus en de vergoten wijn in het vergoten bloed van Christus. De Heidelbergse Catechismus spreekt daar zo treffend over, als het geloof in Zondag 28 belijdt: “..dat Zijn lichaam zo zekerlijk voor mij aan het kruis geofferd en gebroken en Zijn bloed voor mij vergoten is, als ik voor ogen zie, dat het brood des Heeren mij gebroken en de drinkbeker mij medegedeeld wordt..” Daar wordt het onderwijs verstaan, dat allereerst in die tekenen komt.

Onze belijdenis laat dit uitkomen als er staat dat het “zienlijk” brood het Sacrament van Zijn lichaam is en de wijn het Sacrament van Zijn bloed. Er ligt aanschouwelijk onderwijs in. Het predikt wat Christus voor de Zijnen heeft gedaan, die in zichzelf niet anders zijn dan verloren zondaren.

Daar is meer. De tekenen worden aan de tafel toegereikt aan de gelovigen, zowel het verbroken brood als de wijn. Zij worden ontvangen, er wordt gegeten en gedronken. Geheel in de lijn van Calvijn wordt dit betrokken op de geestelijke voeding. Zo ontvangt de ziel het ware lichaam en het bloed van Christus. Zo wordt de gemeenschap met Christus gekend. Er is een geestelijk eten van Zijn vlees en drinken van Zijn bloed.

De gemeenschap met Christus aan Zijn tafel

We moeten er vooral op letten, dat onze belijdenis de volle nadruk legt op de gemeenschap met Christus aan Zijn tafel. Veel zou daarbij gezegd kunnen worden over de achtergronden, waarom dit hier zo beklemtoond wordt, zoals de strijd tegen Rome en de verschillende opvattingen in de tijd der reformatie. We doen het niet en blijven bij de positieve wijze van spreken zoals die bij Calvijn gevonden wordt en die naar ons gevoelen het meest naar Gods Woord is.

Laat het voor ditmaal voor ons genoeg zijn, dat Calvijn en onze Nederlandse Geloofsbelijdenis het deelhebben aan Christus als een beheersende zaak aan de tafel des Heeren hebben gezien.

We kunnen dat opmerken in een geschrift van Calvijn, de Catechismus van Genève. In de vragen en antwoorden over het Avondmaal komt het uit.

De instelling van het Heilig Avondmaal wordt in deze lijn verklaard: “..en ten eerste zou ik van u willen weten, wat de betekenis ervan is? Het is daarom door Christus ingesteld om ons te leren, dat onze zielen door de gemeenschap aan Zijn lichaam en bloed opgevoed worden tot de hoop van het eeuwige leven, en ons dat zeker maken”.

De twee tekenen, brood en wijn, betrekt hij hier ook op: “Waarom gebruiken wij twee tekenen? Daarom komt de Heere onze zwakheid te hulp, om ons gemeenzamer te leren, dat Hij niet alleen de spijs voor onze zielen, maar ook de drank is, opdat wij niet ergens anders dan in Hem alleen enig deel van geestelijk leven zouden zoeken”.

Dat het Heilig Avondmaal allereerst stelt, dat die gemeenschap van God uit bereid is en gegrond ligt in de dood van Christus, komt ook duidelijk uit in die vragen en antwoorden. Het Avondmaal verwijst in de tekenen naar het enige offer van Christus. De gekruiste Christus spreekt aan Zijn tafel. Hij heeft Zichzelf overgegeven voor een schuldig volk om de gemeenschap te verwerven die zij kwijt waren geraakt door de ongerechtigheid.

Tegelijkertijd spreekt dat Avondmaal van het deelhebben aan Hem. Het gaat er juist om dat “de kracht en de vrucht van Zijn dood toe ons overkomen”. Er is een ontvangen van Hem door het geestelijk eten en drinken van Zijn vlees en bloed.

Geen twijfelachtige zaak!

Onze belijdenis wordt het niet moe te zeggen dat het voor de ware gelovigen niet om een “misschientje” gaat, als gezegd wordt dat zij door het Heilig Avondmaal mogen delen in Christus en Zijn weldaden. Uitdrukkingen als: “zo is het zeker en ongetwijfeld” en “intussen zo feilen wij niet” moeten hier wel opgemerkt worden. En weer kunnen we wijzen op hetzelfde geschrift, de Catechismus van Genève. Daar staat ook die vraag: “Hebben wij in het Avondmaal alleen maar een betekening van die weldaden, die gij genoemd hebt, of worden ze ons daar in werkelijkheid geschonken? Het antwoord is veelzeggend: “Daar onze Heere Christus de waarheid zelf is, is het allerminst twijfelachtig, dat Hij de beloften, die Hij ons daar geeft, tevens ook vervult, en bij die tekenen de waarheid ervan voegt. Daarom twijfel ik niet, dat gelijk Hij met woorden en tekenen betuigt, ons zo ook van Zijn wezen deelgenoten maakt, waardoor wij in één leven met Hem samengroeien”.

Calvijn zoekt niet de grond in het aanzitten van de ware gelovigen noch in hun geloof of bevinding maar in Zijn beloften, zoals die in de instellingswoorden doorklinken.

De wijze waarop gegeten en gedronken wordt

Ik kan me toch voorstellen dat iemand zegt: dit is me te hoog! Wellicht wordt zelfs gemeend, dat het zo gevaarlijk is voor de praktijk: zo kan het schijngeloof z’n gang gaan! Ga er dan niet aan voorbij, dat het hier niet gaat om het uiterlijk aanzitten aan de tafel des Heeren, het eten en drinken alleen maar met de mond. We zullen er in onze belijdenis nog nader op terugkomen. Het gaat om het geestelijk eten en drinken door de Geest en door het geloof: “maar de wijze, op welke wij dit nuttigen, is niet de mond maar de geest door het geloof”. Het is het werk van de Heilige Geest, waardoor het sacrament die werking heeft. Hij doet delen in de gemeenschap met Christus. Hier blijft onze belijdenis voor het geheim staan, hoe het kan dat aan de tafel des Heeren die gemeenschap geschonken en gekend wordt. Het gaat ons verstand te boven en is onbegrijpelijk. Zo is toch ook de werking van de Heilige Geest verborgen en onbegrijpelijk. Dat wil niet zeggen dat de kracht ervan niet gevoeld, niet gekend wordt. Ook niet dat de vruchten ervan verborgen blijven. Zo willen sommigen het ook wel eens voorstellen! We hopen nog in de gelegenheid te zijn om daarvan iets te zeggen. Maar het gaat hier over de wijze waar op de gemeenschap met Christus tot stand komt aan de tafel des Heeren. Dáárvan moet gezegd worden: dát is het geheim van de Heilige Geest.

Die Heilige Geest werkt het geloof dat Christus in de tekenen mag zien, mag aannemen, als die tekenen ontvangen worden. Die Geest doet dat geloof rusten op Zijn volbracht werk, zoals het in die tekenen naar de Zijnen toekomt. Die Geest doet delen in de vereniging met Christus door middel van het eten en drinken. Het voedsel wordt één met ons natuurlijk lichaam en voor het geloof, gewerkt door die Geest, is er de vereniging met Christus Zelf.

Hoe kan het?

Een vraag blijft hier nog: Hoe kan er gemeenschap met Christus zijn aan Zijn tafel, daar Hij nu toch niet meer lichamelijk op aarde is? Christus is immers nu in de hemel, gezeten aan de rechterhand Zijns Vaders. Dat staat niet in de weg! Het gaat om de gemeenschap met Hem door de Heilige Geest. Er is een mystieke unie tussen Christus en de Zijnen, Die de Heilige Geest werkelijkheid maakt en telkens weer doet beleven door het geloof. Dan is er in het gelovig aanzitten aan Zijn tafel een geestelijke gemeenschap met Christus in de hemel.. Voor de verborgen en wondere kracht van de Heilige Geest is het niet teveel om “te verbinden, wat anders door afstand van plaatsen gescheiden is”.

We moeten zeggen: ’t gaat hier over een grote verborgenheid. Rijk is het als we die voor eigen hart en leven beleven! Het moge ons allen tot de vraag brengen, of het zó voor ons al werkelijkheid geworden is!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1994

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Nederlandse Geloofsbelijdenis (61)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1994

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken