Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Boekbesprekingen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Boekbesprekingen

8 minuten leestijd

Matthew Henry, De ziel en haar waarde, 91 blz., ƒ 19,50, Uitgeverij de Groot Goudriaan-Kampen, vertaald door Iz. den Dekker.

Oorspronkelijke titel: Six sermons on the worth of the soul.

Het boekje bevat zes preken die door Henry in 1696 uitgesproken zijn. De inleiding is een korte levensbeschrijving. Zijn gezin was een kleine kerk waar gebeden, gezongen, gesproken en gecatechiseerd werd. Henry heeft 25 jaren als predikant in de presbyteriaanse gemeente van Chester gewerkt. Aan het einde van zijn leven heeft hij nog twee jaar gediend in een wijk van Londen. Hij heeft geleefd van 1662 tot 1714. Zeer bekend is zijn verklaring van het Oude en Nieuwe Testament. Maar er zijn ook een aantal preken van hem gepubliceerd, waaronder de zes die nu voor ons liggen over Mattheüs 16:26 “Want wat baat het een mens, zo hij de gehele wereld gewint en lijdt schade zijner ziel?” In de zes preken worden de volgende zaken behandeld: 1. Elk mens heeft een ziel. 2. Hij kan die ziel verliezen. 3. Als men zijn ziel verliest is het eigen schuld. 4. Een ziel is meer waard dan de gehele wereld. 5. Het gewinnen van de wereld is vaak het verlies van de ziel. 6. Het verlies van de ziel is zo groot dat het gewinnen van de hele wereld er niet tegen opweegt. Vele behartenswaardige dingen treffen wij in de preken aan. Henry waarschuwt in de vijfde preek tegen de pracht van de wereld: eer, een hoge positie, iets groots te zijn in de wereld. Het gewinnen van een goede naam in de wereld betekent vaak het verliezen van de ziel. Hij waarschuwt tegen de genietingen van de wereld en de lusten van het vlees. Tenslotte twee citaten. Op de blz. 65 en 66 lezen wij: “Velen lijden hunner ziel schade in hun pogingen om de wereld te gewinnen. Men kan zich voor de wereld inspannen op een manier die goed kan samengaan met het behoud van de ziel, namelijk door eerlijke vlijt in een wettig beroep. (Spr. 27:23). Een ieder moet zijn eigen zaken behartigen en werken opdat hij wat heeft om aan de behoeftige mede te delen (Efeze 4:28). Hierin moeten onze ogen op God geslagen zijn en de dagelijkse dingen gedaan worden op godzalige wijze, het oog enkel gericht op de wil en eer van God. Maar er is een najagen van de wereld dat zielsverwoestend is (1 Tim. 6:9 en 10). Onmatig verlangen naar de wereld is rampzalig. Als men de wereld najaagt uit liefde tot die wereld en haar waardeert als het beste en hoogste goed, als het hoogste doel voor een mens, dan wil men zeker zijner ziel schade lijden.” Op blz. 75 lezen wij dat de vromen niet vaak overvloed in deze wereld hebben: “Zie dan de reden waarom God de vromen vaak de overvloed van deze wereld onthoudt en hun er maar weinig van geeft. Het zou een strik voor hen zijn. Hij bedoelt de ziel te behouden en houdt haar daarom kort. Hij komt de vromen tegen in hun werelds bezig zijn, neemt hun hun wereldse bezittingen af, mengt alsem in hun aardse vreugde en speent hen op deze manier van de aarde. Het is niet Zijn bedoeling dat deze wereld hun deel is en weinig is voldoende voor hun doortocht. Zoals God vaak geeft en aan de ziel een magerheid zendt (Ps. 106:15), zo onthoudt Hij hun vaak het vette der aarde en maakt hun ziel als een gewaterde hof met de dauw des hemels. Velen vromen worden nederig en ernstig en dicht bij God gehouden door hun kruisen en teleurstellingen in de wereld; de laatste worden voor hen geheiligd (Ps. 119:67 en 71).”

Robert Murray MacCheyne, Zo gij zijn stem dan heden hoort..., 75 blz., ƒ 13,90, Uitgeverij den Hertog B.V., Houten.

In dit boekje treffen wij stukjes en gedichten aan die in de meeste gevallen voor de zondagsschooljeugd in de wijken van de gemeente van MacCheyne geschreven zijn. Wat was MacCheyne bewogen met het eeuwig zieleheil van de jeugd. Hij schreef en sprak vanuit het diepe besef dat de jeugd de beste tijd is om tot God bekeerd te worden. Er wordt gewezen op de kortheid en onzekerheid van het leven (blz. 11-14). We lezen op blz. 18 dat Jezus het sterfbed zachter kan maken dan het zachtste kussen. Een godvrezend meisje zei op haar sterfdag: “Als dit sterven is, dan is sterven aangenaam.” De bekering van James Laing wordt weergegeven op de blz. 33-58. Hij mocht zichzelf kennen. Een uitspraak van Laing willen wij weergeven (blz. 42). Toen een predikant aan hem vroeg of hij weer net zo zou gaan leven als hij weer beter zou worden was het antwoord: “Als God mij geen genade zou geven, wel”. MacCheyne moedigde de jeugd aan naar de pastorie te komen als zij met hem wilden spreken over de dingen der eeuwigheid. Hij behandelde de jeugd eerlijk. Hij wees erop dat de doopbelofte vaak een meineed was. De inhoud van het boekje is terug te vinden in “Het leven en de nagelaten geschriften van Robert Murray MacCheyne”. Een goede zaak om kennis van dit boek te nemen.

Dr. M.W. Weithmann, Brandhaard balkan, achtergronden van het Joegoslavische conflict, 193 blz., ƒ 29,95, Uitgeverij J.J. Groen en Zoon, Leiden.

Dit boek is een vertaling van een Duits boek getiteld: “Krisenherd Balkan”. Vertaler is Ben G. Huisman. Het is een boek dat licht werpt op de gebeurtenissen die plaatsvinden in het voormalige Joegoslavië. De strijd duurt daar nog steeds voort. De Balkan is nog steeds een kruitvat, zoals ze dat in het verleden steeds is geweest. Weithmann, historicus en filoloog, is een kenner van de geschiedenis van de Balkan. De historische wortels van het conflict dat nu gaande is worden blootgelegd. Het boek bevat een uitgebreide index, kaarten (blz. 89-95) en grafieken. De bladzijden 160-164 tekenen niet zo erg gunstige perspectieven voor de toekomst. De vrees wordt uitgesproken dat conflicten verder zullen gaan waar zij zo’n veertig jaar geleden gestopt zijn. Wie wil weten wat de historische achtergronden zijn van het conflict op de Balkan en er kennis van wenst te nemen hoe de laatste jaren de ontwikkelingen in Bosnië zijn geweest (blz. 134-139), kan in dit boek uitnemend terecht.

Adriaan Valerius, Wilt heden nu treden, 64 blz., ƒ 24,50, Uitgeverij de Groot Goudriaan-Kampen.

In 1626 verscheen te Haarlem het boek “Nederlandtsche Gedenckclankck”, geschreven door Adriaan Valerius en uitgegeven door zijn erfgenamen, wonende in Veere. Het is een verhaal over de oorlog met Spanje vanaf het begin tot 1625. Aan dit verhaal zijn liederen toegevoegd, waarvan een bloemlezing opnieuw is uitgegeven. Adriaan Valerius was een ontwikkeld man, met belangstelling voor historie, dichtkunst en muziek. Hij kende Latijn, Frans en Engels. Hij citeert de Heilige Schrift en diverse Psalmberijmingen. Valerius was zeer muzikaal. Dat blijkt ondermeer uit de passende melodieën bij zijn liederen. Deze melodieën zijn grotendeels van

Engelse en Franse oorsprong. Zelf bespeelde hij waarschijnlijk een orgel en zeker ook een luit en citer. Het werk van Valerius is anti-Spaans en anti-Rooms. Spanje wordt gezien als vertegenwoordiger van de Contra - Reformatie die de Kerk der Reformatie wilde uitroeien. Valerius heeft het einde van de 80-jarige oorlog niet beleefd. Wel heeft hij enkele weken voor zijn dood zijn werk kunnen voltooien. In zijn boek heeft Valerius drie bestaande liederen opgenomen, nl. het Wilhelmus en twee geuzenliederen. Zijn gedichten vertonen de kenmerken van rederijkerspoëzie. Valerius is lange tijd vergeten geweest. Pas in de vorige eeuw zien wij herdrukken van zijn liederen. In de oorlogsjaren 1940-’45 hebben deze liederen weer een aparte plaats gekregen bij ons volk. Bij Valerius leiden de overwinningen tot een lofprijzing aan God en de nederlagen en tegenslagen tot boetvaardigheid en schuldbelijdenis. Voor ons ligt een bloemlezing van 25 liederen (dus ongeveer een derde deel van de 76 liederen die het werk bevat). De volgorde is chronologisch. Bij elk lied is kort aangegeven waarop het betrekking heeft. Zoveel mogelijk zijn oude spelling en oude woorden gehandhaafd. Gekozen is voor de pianozetting uit de liedboeken van Coets. De samensteller, dhr. A.P. Bijl, hoopt dat deze bloemlezing ertoe mag dienen dat de Valeriusliederen weer meer worden gezongen en dat men oog gaat krijgen voor de prachtige melodieën en voor de rijke inhoud. Een waardevolle uitgave die er keurig verzorgd uitziet. We achten deze bundel zeker bruikbaar voor de scholen om het historisch besef bij de jeugd te versterken en oog te geven voor de hand Gods in de geschiedenis van ons vaderland.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1994

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Boekbesprekingen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1994

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken