Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Afscheid, bevestigingen intrede van Ds. A. van Heteren

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Afscheid, bevestigingen intrede van Ds. A. van Heteren

10 minuten leestijd

Donderdagavond 17 maart 1994 was voor de gemeente van Werkendam een bijzonder gedenkwaardige avond. Na ruim 17 jaar aan de gemeente van Werkendam verbonden geweest te zijn nam haar predikant, Ds. A. van Heteren, op deze avond afscheid van zijn gemeente. Met de woorden uit 2 Timotheüs 2:15 “Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt” werd student Adrianus van Heteren door Ds. M.C. Tanis bevestigd in het ambt van dienaar des Woords. In getrouwheid heeft hij, zonder één zondag door ziekte te zijn verhinderd, het Woord mogen bedie-nen in zijn eerste gemeente. Totdat de Heere hem riep en zijn hart overboog om het beroep naar de gemeente van Barendrecht aan te nemen.

Zoals de hoofdman over honderd in Mattheüs 8:9 beleed: “Ik zeg tot deze dienstknecht: Ga! en hij gaat en tot de anderen: Kom! en hij komt”; zo mocht de dominee geloven dat de Heere voor hem een ander deel van Zijn kudde had toegeschikt.

In de Ger. Kerk, waar hij ook was bevestigd, nam hij nu na 17 jaar afscheid. Bijna de gehele gemeente was opgekomen en ruim 200 belangstellenden woonden de dienst bij.

De tekst voor deze afscheidsdienst was uit Mattheüs 13:18 “Gij nu, hoort de gelijkenis van de zaaier.” De scheidende predikant bepaalde de gemeente bij: “De gelijkenis van de zaaier” en behandelde daarbij ten eerste: weggepikt zaad, ten tweede: verdord zaad, ten derde: verstikt zaad en ten vierde: vruchtdragend zaad.

De zaaier is in de eerste plaats Christus Zelf, maar in Hem ook alle predikanten, evangelisten en allen die arbeiden in de dienst des Woords. Dat bedienen gaat niet vanzelf, daarvoor is nodig gebed, het buigen van de knieën om heengeleid te worden naar een tekst, om ingeleid te worden in de waarheid van die tekst en om op de kansel dat Woord te mogen doorgeven. Wat is het dan rijk, zo benadrukte de scheidende prediker, als er iets van ervaren mag worden als onder een geopende hemel te staan, dan heb je het maar voor het doorgeven, dat zijn de gemakkelijkste tijden op de preekstoel. En wat is het dan rijk als de Heere het Woord wil toepassen in harten van zondaren.

Echter niet altijd heeft hij die vrucht mogen zien, er zijn wel tijden geweest dat ik mij afvroeg: zijn er wel vruchten? Maar dan heeft de Heere toch weer willen bemoedigen met de woorden uit Psalm 72: “Zij zullen U vrezen, zolang de zon en maan zullen zijn, van geslacht tot geslacht.” In zijn laatste gedachte bepaalde de dominee de gemeente bij het ware vrucht dragen, dat wordt gekenmerkt door buigende halmen. Hoe lager een mens mag buigen, hoe meer vrucht er gedragen mag worden. Zij mogen ook in moeilijkheden belijden: Geen schuld, dan toch schuld. Ootmoed, nederigheid, bukken onder elkaar, het zijn vruchten die gevonden worden, daar waar het zaad mag vallen in een wel toebereide aarde. En dat is dan geen verdienste van de prediker, maar als er dan na 17 jaar vrucht mag gevonden worden, dan past het de prediker en de hoorder, de Heere dankend te erkennen voor de wonderen die Hij heeft verricht.

Nadat hij voor de laatste maal de zegen op zijn gemeente had mogen leggen, werd Ds. van Heteren toegesproken door burgemeester H. Dorland Hij wees erop hoe nodig het was dat de burgerlijke gemeente gedragen werd door een biddende kerk en dat zij dan Gods dienaresse mocht zijn. Hij dankte de predikant en zijn vrouw voor het vele werk dat zij in de gemeente van Werkendam hebben mogen doen. Vervolgens sprak Ds. W. Arkeraats namens de plaatselijke kerken en collega-predikanten. Hij merkte op hoe groot het is als er over de kerkmuren heen, die hartelijke verbondenheid mag gevoeld worden aan het Woord van die Levende God, dat harten mogen samenvallen in de vreze Gods.

Hij dankte voor de goede onderlinge contacten die er waren tussen de vijf predikanten in het gezamenlijke overleg.

Namens de classis sprak Ds. A. van de Weerd, die uit de notulen nog memoreerde dat student Van Heteren bij zijn classicale examen was toegezongen uit Psalm 145:3 “Zij zullen uit de volheid van ’t gemoed, gedachtig aan den milden overvloed, van Uwe gunst, die roemen bij elkeen.” Dat hebt u mogen doen, zowel in de gemeente van Werkendam als binnen de classis Dordrecht.

Tenslotte sprak ouderling Willemstein namens de kerkelijke gemeente. Hij bedankte de dominee en zijn gezin voor het vele wat zij in de gemeente hebben mogen doen. Dat de Heere hen nu ook nabij zou zijn, daar het niet eenvoudig is na zo’n lange periode de gemeente te moeten verlaten. Hij liet de gemeente het vertrekkende gezin tenslotte staande toezingen uit Psalm 121 vers 4 “De Heer’ zal u steeds gadeslaan.”

Ruim een week later nam de gemeente persoonlijk afscheid van het predi-kantsgezin. Alle verenigingen, commissies en het koor “De Lofstem” gaven ieder op hun wijze uiting aan de waardering voor hun predikant en zijn gezin. Vele prachtige cadeau’s werden ter herinnering aan Werkendam meegegeven. Een uitdrukking van de hartelijke verbondenheid aan hun pastor.

Woensdag 30 maart 1994. Een mooie maar winderige lentedag. Eindelijk is het zover, na een periode van ruim 3 jaar vacant te zijn geweest mag de gemeente van Barendrecht weer uit Gods hand een nieuwe herder en leraar ontvangen.

Ds. M.C. Tanis mag voor de tweede maal zijn vriend en broeder inleiden in het dienstwerk. In zijn persoonlijke toespraak benadrukte hij het bijzonder te waarderen, dat vanuit die eerste verbondenheid, hij nu in zijn oude gemeente Barendrecht hem opnieuw mag bevestigen. De bevestigingstekst luidde: “Ik betuig dan voor God en den Heere Jezus Christus, Die de levenden en doden oordelen zal in Zijn verschijning en in Zijn Koninkrijk: Predik het Woord, houd aan tijdelijk, en ontijdelijk; wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer” (2 Tim. 4:1 en 2).

Hij bepaalde de gemeente bij: “Een dringend vermaan tot verkondiging”, waarbij gelet wordt in de eerste plaats op: de plaats van de verkondiger en ten tweede op: de opdracht aan de verkondiger.

Is het niet hierdoor dat de Heere Zich meer en meer terugtrekt, omdat het ons meer gaat om de dienaar dan om de Drieënige God, zo vroeg de bevestiger aan de gemeente. De dienaar wordt niet geroepen om voor het Woord te staan, want daar hoort de gemeente, maar de dienaar hoort achter het Woord te staan. Voorts sprak hij de aanwezige ouderlingen, diakenen en dienaren van het Woord aan en wees op de noodzakelijkheid van ambtelijke verbondenheid in Christus door de Heilige Geest als een levenszaak en als een eeuwigheidszaak. Zo kende ook Paulus zijn geestelijke zoon Timotheüs.

Predik het Woord vanaf Genesis 1, zo vermaande de bevestiger, wees u altijd bewust van uw herautendienst. Vertroost de bedroefden van hart met de beloften van het Evangelie, ja nog sterker, vertroost met Hem, Die gezegd heeft: “Ik ben het Die u troost.”

In prediking, pastoraat en catechese dient te schitteren het werk van een Drieënige God voor de zondaar en in de zondaar. Dan dient er de bezieling te zijn bij de prediker, de pastor en de catecheet, opdat gemeenteleden vernieuwd worden, behoefte krijgen aan het leven der bekering, de verzoening en de rechtvaardigmaking.

Nadat op de vragen vanuit het formulier ter bevestiging van de Dienaren des Goddelijken Woords het plechtig “ja ik, van ganser harte” had geklon-ken werd de nieuwe predikant nog staande toegezongen uit Psalm 119 vers 9, enigszins gewijzigd:

“Doe bij Uw knecht weldadigheid, o Heer,

Opdat hij leev’ Uw woorden moog ’ bewaren ”.

Tussen de beide diensten was er gelegenheid tot ontmoeting en het gebruiken van koffie en broodjes waar door velen dankbaar gebruik van werd gemaakt.

’s Avonds stroomde het kerkgebouw opnieuw vol met gemeenteleden, vrienden, collega’s en belangstellenden en mocht de nieuwe herder en leraar het Woord voor de eerste maal bedienen uit Jesaja 9 vers 5: “En men noemt Zijn naam Wonderlijk”.

De Heere, zo begon de nieuwe leraar, handelt wonderlijk. Ook in het beroe-pingswerk, zo hebben we dat ook nu mogen ervaren. Dat het ook nu en in de komende tijd mag gaan om die Naam Wonderlijk. In de prediking kwam aan de orde: ten eerste de Naam wonderlijk in Zijn vernedering, ten tweede in Zijn verhoging en ten derde in Zijn ambtelijke bediening. Hoe heerlijk heeft de Heere Zijn ambtelijke bediening getoond aan het kruis in de zaliging van de moordenaar. Mocht de Heere ook zo wonderlijk willen werken nu wij onze ambtsbediening hier mogen aanvangen, zo was de bede van de nieuwe predikant. Aan het slot van de intrededienst werd de dominee als eerste toegesproken door wethouder Silvis van de gemeente Barendrecht. Hij wees erop dat Barendrecht snel groeit en dat dit ook een uitdaging is voor de kerkelijke gemeente. Hij riep de dominee op de jeugd te bewaren bij de kerk, om ze vast te houden. Als consulent en namens de classis sprak Ds. A. Baars. Hij mocht constateren dat naast alle zorg die er ook in deze gemeente zijn, toch honger mocht zijn naar het Woord en ook onder de jongeren is er belangstelling voor het Woord. Hij hoopt dat de dominee veel goed mocht spreken van die Koning, daar is de gemeente goed mee en daar zijn we zelf goed mee. Hij wenste hem ook een hartelijk welkom in de geschakeerde classis Rotterdam. Ds. J. Veenendaal sprak namens de oud-predikanten en de vrienden van Bewaar het Pand. Hij memoreerde hartelijk verblijd te zijn dat nu na een periode van bijna 4 jaar de vacature vervuld mag zijn met een herder en leraar die een bevindelijke prediking voorstaat, zoals die vanaf het begin in Barendrecht heeft mogen klinken.

Hij wees daarbij op de noodzaak van geheiligde studie en de persoonlijke verborgen bediening door de Heilige Geest. Wenste hem toe dezelfde ervaring te mogen kennen, zoals hijzelf ook heeft mogen ervaren, namelijk zich gedragen te weten op de vleugels van het gebed van Gods volk.

Tenslotte sprak ouderling De Jong namens de gemeente Barendrecht. Ook hij was verblijd namens de gemeente en kerkeraad de dominee hartelijk welkom te kunnen heten na een lange weg van vacaturetijd en beroepingswerk. Hij wees er op dat de Barendrechters ook echte werkendammers zijn, want met al ons werken werpen we een dam op tussen God en onze ziel. Wat we met elkaar nodig hebben is door genade zalig te worden. Dat u, daar als dominee voor gebruikt zou mogen worden. In het bijzonder sprak hij tot mevrouw Van Heteren, daar het voor haar ook een hele overgang was. Hij was blij haar een pastorie te kunnen aanbieden waarin hij ook zelf wel zou willen wonen. Wenste ook de kinderen hartelijk welkom. Tenslotte verzocht hij de gemeente staande te willen zingen Psalm 20 vers 1:


Dat op uw klacht de hemel scheure!
Dat zich de HEER’ ontdekk’!
De God van vader Jacob beure
U in een hoog vertrek.
Hij doe in gunstrijk welbehagen,
Uit Sions tempelzalen,
Om u te helpen en te schragen,
Zijn zegen nederdalen!


Dat de Koning der Kerk deze bede moge verhoren, daar zouden gemeente Barendrecht en haar nieuwe predikant voor eeuwig goed mee zijn.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1994

Bewaar het pand | 10 Pagina's

Afscheid, bevestigingen intrede van Ds. A. van Heteren

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1994

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken