Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Zondag: Van rust- naar werkdag? (3)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Zondag: Van rust- naar werkdag? (3)

6 minuten leestijd

Voetius

Het is met name Voetius geweest, die alle nadruk heeft gelegd op het morele, het blijvende karakter van het vierde gebod, zoals het ook Israel gold. Hij gaat met zijn opvatting in het spoor van de sabbatsopvatting van de Dordtse Synode van 1618/1619 in de bekende zes artikelen vastgesteld. In de postacta van de Synode vinden wij deze artikelen aldus: (vrij weergegeven)

1) Dat er in het vierde gebod iets ceremonieels en iets moreels is.

2) Dat het ceremoniële gelegen was in de rust op de zevende dag en de strenge onderhouding van denzel-ven, die de Joden was opgelegd.

3) Dat moreel, blijvend in dit gebod was, de afzondering van een zekere gezette dag voor de godsdienst en de heilige overdenking deszel-ven nodig bleek.

4) Dat de Joodse sabbat is afgeschaft en nu dag des Heeren door de christenen plechtig moet gevierd worden.

5) Dat deze dag sinds de tijden der apostelen in de eerste katholieke kerk altijd onderhouden is.

6) Dat deze dag alzo voor de godsdienst moet afgezonderd worden, dat men van alle slaafse werken en van alle uitspanningen, die de godsdienst verhinderen ruste, uitgezonderd de werken der liefde en der tegenwoordige noodzakelijkheid.

Kort na de synode ontbrandde de strijd nog wel even. Eerst betreffende de opvatting van W. Teellinck over de zondagsviering, zoals reeds gezegd en later tussen Coccejus en Voetius. Maar zo langzamerhand is de opvatting van Voetius de heersende geworden.

Deze door Voetius ontwikkelde en in de Gereformeerde Kerk geldende beschouwing komt in het kort hierop neer:

1) Dat naar de maatstaf van God na elke zes dagen een dag gerust moet worden. In zes dagen schiep God hemel en aarde en “heeft de zevende dag gezegend en dien geheiligd”, Gen. 2:2 en 3. Dit heeft Hij ons in het vierde gebod, Ex. 20:11, als een duurzame regel ter navolging voorgesteld alle eeuwen door: Gedenk de sabbatdag, dat gij dien heiligt........ Want in zes dagen heeft de Heere de hemel en de aarde geschapen en Hij rustte ten zevende dage, daarom zegende de Heere de sabbatdag en heiligde den-zelven. Voetius zegt uitdrukkelijk, dat de Joodse sabbat niet door kerkelijk, maar door Goddelijk recht is afgeschaft en op grond van de Schrift door de zondag is vervangen. Uit Hand. 20:7; 1 Kor. 16:2; Openb. 1:10 blijkt, dat na de tweede helft der eerste eeuw en voor de ondergang van het Joodse volksbestaan de eerste dag der week in de christelijke wereld een dag van bijzondere gedenken aan ’s Heeren opstanding was. Uit deze plaatsen blijkt echter niet, dat de eerste dag der week toen reeds de rustdag of de sabbat van de christenen was. Er is nog een andere grond voor de afschaffing van de zevende dag en het rust houden op de eerste dag der week. Omdat het sabbat of rust houden op de zevende dag der week één van de schaduwen der oude bedeling was, daarom houden wij als christenen onze sabbat of rustdag niet meer op de zevende maar op de eerste dag der week. Zie Coll. 2:16 en Gal. 4:10. Het is waar dat nergens in de evangelieën noch elders in het Nieuwe Testament ook maar een opzettelijk in woorden uitgedrukt gebod des Heeren is dat wij onze rustdag op de eerste dag der week moeten houden. Er is echter in de Schrift ook nergens een opzettelijk in woorden uitgedrukt gebod voor de kinderdoop. Wie echter de tegenstelling schaduw en wezen, belofte en vervulling verstaat, en de oude en nieuwe bedeling van het Verbond der Genade doorziet verstaat de wisseling onder de leiding van de Heilige Geest en zal als christen zijn rustdag houden op de eerste en niet meer op de zevende dag der week ook al is daarvoor in de Schrift geen opzettelijk in woorden uitgedrukt gebod. Uit de kerkgeschiedenis blijkt heel duidelijk, dat in het begin van de tweede eeuw na Christus de zevende dag der week als rustdag in de christenheid almeer door de eerste dag der week was verdrongen. Ignatius, Bamabas, Justinus de Martelaar, Tertullianus getuigen daarvan.

Wij moeten de sabbat inwendig vieren

2) Voetius betoogt, dat wij de sabbat inwendig moeten vieren. Dat hebben verschillende Godgeleerden en ook juist de Heidelberger Catechismus uitgesproken. Calvijn verstond er onder: “de geestelijke rust, waardoor de gelovigen van hun eigen werken moeten rusten, om God in zich te laten werken.” Johannes a Lasco zegt: “de inwendige sabbat houdt men, door van zijn eigen vleselijke werken te rusten, deze dagelijks af te sterven, het rijk Gods altijd bedenken, God in ons laten werken en met een gerust geweten, zo in voor- als tegenspoed Hem voor alles te loven en te danken.”De Heidelberger Catechismus leert in vraag 103 (Zondag 38): “ten andere, dat ik alle dagen mijns levens van mijn boze werken ruste, de Heere door Zijn Geest in mij werken late, en alzo de eeuwige sabbat in dit leven aanvange.”

Ursinus zegt in zijn verklaring van de Heidelberger Catechismus: “De innerlijke of geestelijke sabbat is een ernstige en gedurige vlijt om de zonde te vermijden en God te prijzen door onze belijdenis en gehoorzaamheid. Die geestelijke sabbat wordt in dit leven in de bekeerde begonnen en wordt in het toekomende leven volmaakt, naar de belofte van Jesaja 66:23.”

Natuurlijk heeft de inwendige sabbat niet alleen op de zondag, maar op alle dagen der week betrekking en op heel het leven. Alle dagen zijn “dagen des Heeren” doch de rustdag als dag des Heeren is het bij uitnemendheid. De inwendige sabbat bestaat negatief in het afleggen van alle werken des vieses, zoals overspel, hoererij, onreinheid, ontucht, afgoderij, venijngeving, vijandschappen, twisten, afgunstigheden, toom, gekijf, tweedracht, moord, dronkenschappen, brasserijen, Gal. 5:19-21; en positief in het rasten der ziel in God en het beoefenen van de vruchten des Geestes, als liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid, Gal. 5:22. Volkomen zullen wij tot deze geestelijke sabbat eerst na dit leven geraken, als de tegenstelling tussen werk en rustdag, tussen zonde en genade, zal weggenomen zijn en al de dagen der week in de eeuwige rust zullen overgaan, die eens het volk van God wacht. Hebr. 4:9.

Wordt vervolgd.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 mei 1994

Bewaar het pand | 10 Pagina's

Zondag: Van rust- naar werkdag? (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 mei 1994

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken