Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voor de jeugd,

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor de jeugd,

De Samaritaanse vrouw (34)

7 minuten leestijd

“Zegt gijlieden niet: Het zijn nog vier maanden en dan komt de oogst? Zie, Ik zeg u: Heft uwe ogen op en aanschouwt de landen, want zij zijn alrede wit om te oogsten.

Beste vrienden.

Jezus is nog steeds in gesprek met Zijn discipelen, en zodoende ook met ons. De discipelen hebben een horend oor gehad, en ik hoop dat jullie dit ook mogen hebben. Dat is vrucht van een werk Gods. Van nature zijn we allen doof. Horende doof en ziende blind. Dat is natuurlijk heel erg. Doch de Heere kan dove oren openen en blinde ogen ziende maken. Verwacht het daarom nooit van een mens, doch verwacht het alleen van Hem, Wiens naam Wonderlijk is, en Die ook alleen wonderen werkt.

Het was voor de Heere Jezus eten en drinken, om de wil van de Vader te volbrengen. Dat was: Alles te doen wat tot zaligheid van de uitverkorenen van node was.

Dat volbrachte Borgwerk van de Heere Jezus Christus, was weer eten en drinken voor een ieder die in der waarheid in Hem geloofde. Dat was toen zo. En dat is nu nog zo. Ik hoop dat jullie inmiddels ook hebben mogen proeven en smaken dat de Heere goed is.

Daar zou natuurlijk nog veel meer van te zeggen zijn. Want de goedertierenheden des Heeren zijn hemelhoog. Dat wil zeggen, het is nooit ten volle te verkondigen, hoe groot de goedertierenheden des Heeren zijn. Zij duren tot in der eeuwigheid toe.

Als Jezus het Zijn discipelen duidelijk heeft gemaakt, dat Zijn geestelijk werk, de voorrang had boven het natuurlijke eten en drinken, dan ligt daar ook een les in, voor al degenen die Hij in Zijn dienst neemt. Zij moeten niet eerst denken aan hun natuurlijke behoeften, maar aan de arbeid waartoe zij geroepen zijn, namelijk dienstbaar te wezen aan de komst en uitbreiding van het koninkrijk Gods.

De ware dienaren leren er daarom ook iets van verstaan, dat het eten en drinken vergeten wordt, om zielen te onderwijzen in die dingen die ter zaligheid van node zijn. Het vraagt zonder meer van hen een zelfverloochend leven. Wie dat beoefenen mag heeft meer smaak in de dienst van God, dan in alles wat deze wereld bieden kan. Het zijn geestelijke lekkernijen, die alles wat lekker is in het leven, zeer te boven gaan.

Terwijl Jezus rechtstreeks tegen de discipelen gesproken heeft, wendt Hij Zijn ogen af van hen, om te zien hoe vanuit Sichar een stroom van mensen aankomt, over de velden, in de richting van Hem.

Wanneer Hij Zijn blik over het land laat gaan, dan zegt Hij: “Zegt gijlieden niet: Het zijn nog vier maanden, en dan komt de oogst?” Op het moment dat Jezus dit zegt, zou het nog vier maanden duren voor de oogst er zou zijn. In die vier maanden zouden de mensen kunnen wachten. Men gaat niet oogsten voor de oogst rijp is. De Heere verbindt aan dit “natuurlijk gebeuren” een geestelijke gebeurtenis. “Zie, Ik zeg u: Heft uw ogen op en aanschouwt de landen, want zij zijn alrede wit om te oogsten.” Hij ziet al die mensen, die op weg zijn naar Hem, als gerijpt koren. Dat wil zeggen: Er kan nu niet gewacht worden. Er moet nu gearbeid worden. Zondaren moeten tot God bekeerd worden. Er moet gemaaid worden. Als dat nu niet gebeurt, dan valt het koren uit de aar. Dan wordt het door de vogelen weggepikt. Dan komt het niet in de schuur. Er mag geen tijd verloren gaan. Maaien! Werken! Werken, zolang het dag is. “En die maait ontvangt loon, en vergadert vrucht ten eeuwige leven, opdat zich te samen verblijden, beide die zaait en die maait.” Hetgeen Jezus hier zeide, bevestigt Hij met een spreuk, tot bekrachtiging van de waarheid! “Een ander is het die zaait, en een ander is het die maait. Ik heb u uitgezonden om te maaien hetgeen gij niet bearbeid hebt; anderen hebben het bearbeid, en gij zijt tot hun arbeid ingegaan”.

Deze woorden zijn veelzeggend in verband met de komst van het koninkrijk Gods. Daar zijn zaaiers en maaiers. Het zijn beiden slecht dienstknechten. Zij kunnen het geen van beiden laten groeien. Toch wil de grote Landman (God) hen gebruiken. Onder de zaaiers kan men verstaan Mozes en de profeten. Johannes de Doper kan daar ook bij betrokken worden. Zij hebben gezaaid. Het Woord van God is door hen verkondigd. Zij hebben de wet verkondigd. Zij getuigden wie God was, en ook wie de mens door de zonden geworden is. Niemand kon voor God bestaan. Waar dat zaad in goede aarde viel, ontstonden ontdekte zondaren. Mensen, die hun schuld gingen zien en ook dat zij die nooit betalen konden. En welk een prijs daarvoor opgebracht moest worden, hebben zij ook verteld. Dat was afgebeeld ten tijde van het oude testament in de ceremoniële eredienst. Alles offers spraken voor de gelovigen geen onduidelijke taal. Zij wezen heen naar Hem, in Wie alle offers hun vervulling hadden gevonden.

Door die zaaierarbeid was die Sama-ritaanse vrouw aan de weet gekomen, dat er een Messias komen zou. Doch Wie dat was, was voor haar nog een verborgenheid. Daar is zij achter gekomen door Hem, Die de grote Zaaier en Maaier beide is.

De discipelen zouden later ook zaaiers en maaiers mogen zijn. Zij moesten wet en evangelie verkondigen. Meer konden zij niet doen. Meer behoefden zij ook niet te doen. Want het is “Paulus, die plant en Apollos die nat maakt. God zou echter de wasdom geven.”

Zaaiers en maaiers zijn er altijd geweest. God roept de eeuwen door steeds weer mensen om te arbeiden in Zijn dienst. En dan moet wet en evangelie verkondigd worden. Door de wet is de kennis der zonde. En wie werkelijk zondekennis krijgt, waar de wet zijn werk doet, ontstaan “arme zondaren”. Dat zijn mensen die zichzelf niet redden kunnen. Mensen die in eigen ogen verloren moeten gaan. Want wie kan die prijs der ziele, dat rantsoen, aan God in tijd noch eeuwigheid voldoen? Dat kan niemand. Doch in het evangelie wordt verkondigd, dat God er Zelf voor heeft gedragen, dat er EEN zou zijn, Die alles zou doen, wat tot de zaligheid van arme zondaren nodig is. En die enige Naam, die onder de hemel tot zaligheid gegeven is, moest ook worden uitgedragen. Opdat het evangeliezaad ook vallen zou in het hart en vruchten voortbrengen zou, die rijpen voor de eeuwigheid. De discipelen hebben als apostelen hun arbeid trouw verricht. De één zaaide en de ander maaide. God gebruikt hen beiden. En de schuren zijn met koren gevuld. Velen zijn tot geloof gekomen in Hem, Die alles gedaan heeft wat tot hun zaligheid van node was. De discipelen - apostelen - de zaaiers en de maaiers beiden, hebben zich verblijd, dat God hen heeft willen gebruiken - meer niet - om velen toe te brengen, tot de gemeente, die zal zalig worden. God heeft nog arbeiders in Zijn dienst: zaaiers en maaiers. De Heere des oogstes gebruikt hen beiden. De echte zaaier en maaier weet dat de wasdom van Boven komen moet. Dat God het is, Die de wasdom geeft. Deze wetenschap is goed om niet hoogmoedig te worden. Om het niet van zichzelf te verwachten. Doch om het alleen van de Heere te verwachten, Die ook nu nog doorgaat om Zijn Rijk te doen komen. Wie dat weet, zal met Paulus instemmen: zo is noch hij die plant iets, noch hij die natmaakt, maar God Die de wasdom geeft, Die is alles. Ik moet weer gaan eindigen. Jullie aller vriend

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1994

Bewaar het pand | 10 Pagina's

Voor de jeugd,

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1994

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken