Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voor de jeugd (39)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Voor de jeugd (39)

De Samaritaanse vrouw

8 minuten leestijd

”En er geloofden er veel meer om Zijns woords wil, en zeiden tot de vrouw: Wij geloven niet meer om uws zeggenswil; want wijzelf hebben Hem gehoord en weten dat Deze waarlijk is de Christus, de Zaligmaker der wereld”

Beste vrienden,

In ons laatste artikel wensten wij jullie veel gemeenschap met de HEERE Jezus toe.

En Hij bleef aldaar twee dagen. Dat staat er zo heel eenvoudig. We lezen het ook zo heel gemakkelijk. Twee dagen. Je zoudt kunnen vragen: Hebben zij daar twee dagen bij de Jacobsbron gezeten, of op welke wijze zij daar ook zouden hebben mogen verkeren. Het is natuurlijk logisch dat aan die twee dagen ook twee nachten verbonden zijn geweest. Zij hebben in die tijd ook moeten eten, en zullen des nachts ook hebben gerust. Verder had het natuurlijke leven zijn natuurlijk verloop. Het waren mensen van gelijke beweging gelijk wij allemaal mensen zijn. Daarom geloof ik dat na de eerste ontmoeting Jezus met hen naar de stad zal zijn gegaan. Waar Hij in de stad heeft verkeerd, staat er niet bij. Het is niet onmogelijk dat Hij bij die Samaritaanse vrouw Zijn intrek zal hebben genomen, om ook daar de nachten door te brengen. Het huis van die vrouw zal dan de “gemeenschapsplaats” zijn geweest, waar Hij die twee dagen heeft vertoefd.

We hebben jullie ook verteld dat Hij die twee dagen niet werkeloos heeft doorgebracht, doch dat Hij hen nader onderwezen zal hebben in die dingen die het koninkrijk Gods aangaan.

Ik geloof ook niet dat Jezus tot hen sprekende, alleen het woord zal hebben gevoerd. Ongetwijfeld zullen degenen die zich rondom Hem schaarden, Hem vragen hebben gesteld, om nader onderwijs uit Zijn mond te mogen verkrijgen. Hunne zielen waren als een dorstig land. Zijn woorden gingen er in als water. Er werd echt gemeenschap met Hem geoefend. Gemeenschap met iemand oefenen daar zit altijd iets wederkerigs in. Dat is in het natuurlijk leven zo. Dat is geestelijk ook zo. Het begint wel van één kant, maar daar blijft het niet bij.

Ik hoop dat jullie mij nu gaan begrijpen. En dan denk ik aan de wens waar ik het laatste artikel mee heb besloten. Namelijk dat ik jullie veel gemeenschap met de Heere Jezus toewenste.

De Heere spreekt door Zijn woord altijd tot ons. Het gaat helaas meestal langs ons heen. We horen het wel of niet, doch we geven er geen acht op. Er is geen wezenlijke belangstelling. Doch wanneer onze oren door Hem voor Hem geopend worden, dan wordt het anders. Dan geven we acht op hetgeen Hij zegt. Namelijk dat Hij niet gekomen is om te verderven, maar om te behouden. Dat Hij gekomen is om te zoeken en zalig te maken hetgeen verloren is. En als je dan ziet datje een zondig mens bent. Dat je voor Hem niets verbergen kunt, daar Hij toch alles weet. Want dat hadden die Samaritanen van die vrouw gehoord. En dat hebben jullie al zo menigmaal gehoord. Je hebt daar mogelijk nooit acht op gegeven. Doch als Jezus met je begint - Hij is altijd de Eerste - dan ga je acht op Zijn woorden geven. En volgt daarop een dialoog. Dat is een tweegesprek. Dan ga je Hem vragen stellen. Namelijk of het voor jou ook nog kan? Of jij ook nog zalig kan worden? Het lijkt je onmogelijk. Je gelooft het wel dat het voor een ander kan. Voor die Samaritaanse vrouw bijvoorbeeld. Daar twijfel je niet aan. Maar voor jou! Het is zo’n persoonlijke zaak. Je wilt het voor jezelf weten. Je wilt het uit Zijn eigen mond horen. Heere, zeg eens wat. Spreek ook eens tot mijn ziel. Ik ben zo ongelukkig. Ik kan niet sterven zoals ik geboren ben. Ik moet bekeerd worden. Ik wil mij bekeren. Doch ik kan mij niet bekeren. Wilt U mij bekeren? U bent toch de Almachtige. Bij U is toch geen ding onmogelijk? U zegt het toch Zelf in Uw Woord, dat hetgeen bij mensen onmogelijk is, mogelijk is bij U?

Je hebt dan geen goede gedachten van jezelf. Je hebt dan ook geen verwachting van jezelf. Je zegt dan misschien wel: “Ik blijf de Heere verwachten. Mijn ziel wacht ongestoord; Ik hoop in al mijn klachten, Op Zijn onfeilbaar woord. Mijn ziel vol angst en zorgen. Wacht sterker op de Heere, Dan wachters op de morgen. De morgen, ach wanneer.”

Je kunt dan van de Heere geen kwaad denken en van je zelf geen goed.

Als het zo met jullie gesteld is, dan blijft de Heere ook niet achterwege. Hij spreekt gewis tot elk die voor Hem leeft, die lust heeft om de Heere te vrezen. Hij zegt dan, dat Hij nabij is al degenen die Hem aanroepen. Dat hij nog nooit gezegd heeft: Zoek Mij tevergeefs. Dat geeft dan weer moed om nog meer te vragen. Want je zonden zijn zonden. Die liggen je zwaar. Je kunt ze jezelf niet vergeven. Mensen kunnen het ook niet. Je hebt met God te doen. En al is er bij Hem vergeving, voor een ieder die zijn zonden belijdt en laat, je wilt het toch van Hemzelf weten, dat Hij ook jouw zonden vergeeft. Je weet eigenlijk ook niet hoe het moet. Want God kan de zonden niet zo maar vergeven. Hij kan ze niet zo maar door de vingers zien. Hij is wel barmhartig, maar Hij is ook rechtvaardig. En Zijn rechtvaardigheid eist voldoening. De schuld moet worden betaald. Zelf kun je dat niet. Een ander kan het ook niet. Het moet je geopenbaard worden, dat er Eén geweest is, Die met ene offerande een volkomen genoegdoening teweeggebracht heeft. En dat wil de Heere ook doen door Zijn Heilige Geest, Die het geloof in het hart werkt. Die leertje af te zien van jezelf, om op Hem te zien, Die alles volbracht heeft. En dat God alleen om Zijnentwil de zonden vergeeft. Hij kan het doen, Hij wil het doen, Hij zal het doen en Hij doet het ook. Hij doet het dan door middel van Zijn woord en de toepassende werking van de Heilige Geest. Het wordt dan door het geloof verstaan, wat Jezus eens tot die “geraakte” zei: “Zoon, wees welgemoed, want uw zonden zijn u vergeven.”

Als Hij dat zegt, en Hij spreekt als Machthebbende, dan wordt dit ook zonder meer geloofd. Dat is een wonderlijke beleving. Dan heb je het zelf uit Zijn mond gehoord. Dan krijg je op dat moment vrede in het hart. Het is een vrede die de wereld niet heeft en niet geeft. Doch als de Heere vrede geeft, dan is het ook vrede. Je hebt dan vrede met God en ook met de naaste. Want als je de persoonlijke schuldvergeving mag beleven, dan kun je nooit de schuld van je naaste onvergeven laten. Met andere woorden: Als je vrede met God hebt, kun je niet in oorlog met je naaste blijven leven. Al zou je naaste je vijandig gezind zijn en blijven, dan is de vijandschap aan jouw kant toch verbroken. Dan kun je zelfs voor je vijand gaan bidden. Ja, je gaat zo mogelijk, hem zelfs wèl doen. Dat is bijbels. Denk maar aan die gelijkenis van die onbarmhartige dienstknecht. Die was tienduizend talenten vergeven. Dat is een enorme schuld. Doch hij kon zijn naaste nog geen honderd penningen vergeven. Dat was in verhouding tot zijn schuld, maar een luttel, te verwaarlozen bedrag. Toen de heer uit de gelijkenis hoorde, dat de dienstknecht die zoveel vergeven was, zo onbarmhartig ten opzichte van zijn naaste was, eiste hij weer het volle bedrag van hetgeen hem was kwijtgescholden. Je moet dit niet zo verstaan, dat de Heere op Zijn woorden terugkomt, namelijk dat Hij de eens vergeven schuld weer in rekening brengt. Want dat doet God niet. Doch de zin van de gelijkenis is deze dat indien iemand zijn naaste de schuld niet vergeeft, hij niet moet rekenen dat zijn schuld hem vergeven is. Dat komt in de toepassing die Jezus Zelf maakt, duidelijk tot openbaring. Want Hij zeide: “Alzo zal ook Mijn hemelse Vader u doen, indien gij niet van ganser harte vergeeft, een iegelijk zijn broeder zijn misdaden.”

Ik heb geprobeerd iets te vertellen van wat het zeggen wil in gemeenschap met de Heere Jezus te leven. Dat is een zalig en zoet gemeenschapsleven. Het is meer waard dan de gehele wereld je bieden kan. Daar zou natuurlijk nog veel meer van te zeggen zijn. Doch denk er maar eens over na en sta er naar, om gemeenschap met Hem te krijgen. Jullie aller vriend

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1994

Bewaar het pand | 10 Pagina's

Voor de jeugd (39)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1994

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken