Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bevestiging en intrede candidaat E. Hakvoort te Meerkerk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Bevestiging en intrede candidaat E. Hakvoort te Meerkerk

10 minuten leestijd

De tekst die de bevestiger Ds. P. den Butter uit Driebergen tot uitgangspunt nam was Handelingen 19:8 “En hij ging in de synagoge en sprak vrijmoedelijk, drie maanden lang, met hen handelende en hun aanradende de zaken van het Koninkrijk Gods.” Paulus was in de tekst niet voor het eerst in Efeze. Ook in Handelingen 18 lezen wij van een kort verblijf te Efeze. Nu was Paulus er teruggekeerd in overeenstemming met de wil des Heeren. Wat voor soort mensen trof Paulus te Efeze aan? Hij trof daar zondaren aan. De Diana werd immers te Efeze vereerd. Toverboeken zijn er verbrand geworden. Paulus is niet als toerist, maar als gezondene te Efeze gekomen. De Heere wilde zondaren te Efeze zaligmaken. Ook in Meerkerk worden alleen maar zondaren aangetroffen en wil de Heere zondaren zaligmaken. Van nature zijn wij allen verloren zondaren zoals ons getekend wordt in de Dordtse Leerregels hoofdstuk 1 par. 1-3. Wanneer er iets goeds wordt aangetroffen is dat alleen te danken aan de werking van de Heilige Geest.

Hoe ging het met Paulus te Efeze? Eerst ging het goed. Wel drie maanden lang. Maar in Handelingen 19:9 gaat zich het verzet aftekenen. Ook was er al vrucht op de prediking gekomen. In vers 9 is immers ook sprake van discipelen. Paulus is daarop uit de synagoge gegaan en heeft twee jaar lang in de school van een zekere Tyrannus gepredikt. De Heere stuurde luisteraars, dat doet Hij ook vandaag. In de provincie Azië werden mensen bekeerd.

Wat Paulus verkondigde

Hij verkondigde de zaken van het Koninkrijk Gods. Hij heeft al de raad Gods gepredikt. Daar zat niemand op te wachten. Zondaren moeten echter weten dat zij zondaren zijn. Zij moeten weten dat zij de afgoden dienen. Dat brengt in zekere zin een risico met zich mee. Te Athene hadden de mensen Paulus de rug toegekeerd. Het dient gepredikt te worden dat de Heere Wetgever, Rechter en Schepper is. De diagnose moet eerlijk gesteld worden voordat er medicijnen worden toegediend. De bekering tot God is noodzakelijk. Afkeer van het eigen ik, van het geld, van de vroomheid, een zich afwenden van andere goden dient plaats te vinden. Het geloof in de Heere Jezus Christus is onmisbaar. De Heere heeft geen lust in de dood van de goddeloze en zondaar maar daarin dat hij zich bekere van zijn weg en leve. Uit de zending van de Zoon van God blijkt de liefde Gods. Een mens mag vluchten tot de Borg. Het Evangelie van de genade Gods dient gepredikt te worden. Die arbeid is niet ijdel. Prediking is na-denken al de raad Gods, het ganse Woord.

Hoe heeft Paulus gepredikt

We lezen van twee perioden in Handelingen 19: drie maanden en twee jaren. Hij sprak, hij handelde met hen, hij argumenteerde, liet zien, vergeleek Schrift met Schrift. Hij toonde aan dat Jezus is de Christus, de Gezondene. Hij raadde zijn hoorders aan, dat wil zeggen dat hij een beroep op hun geweten, gevoel en gemoed deed. Hij legde hen de vraag voor: Waarom gaat u voort op uw verkeerde weg? Waarom leeft u voort buiten Christus? Paulus sprak overredend: met klem en appèl op zijn hoorders. Hij wilde tot geloof lokken als een levende wegwijzer. Hij verkondigde en vermaande. Hij werd gedrongen door de liefde van Christus en door de schrik des Heeren. Wanneer men iemand echt in gevaar ziet, wil men immers alles doen om hem of haar te redden. Van Paulus gold: “dienende den Heere.” Hij was niemands knecht. De Heere zou over hem oordelen. Hij sprak met vrijmoedigheid. Ook in ootmoedigheid. Hij wist dat hij in zichzelf niets was, dat er in hem geen goed woonde. Tot tweemaal toe lezen wij in Handelingen 20 dat hij met tranen heeft gesproken. Hij was geen onbewogen prediker. Daarin mocht hij het beeld vertonen van Christus, die weende over Jeruzalem. Is er vandaag ook geen reden tot wenen wanneer je als prediker onbekeerde hoorders ziet en onbekeerde catechisanten?

Vrucht op de prediking

Er waren er die zich verzetten tegen de prediking. Christus is immers gezet tot een val en opstanding. Ook waren er die ervoor vallen mochten. Tot in de wijde omtrek toe werden er discipelen gemaakt. Ook de nieuwe predikant van Meerkerk heeft aan te houden in de prediking. Er mag geen middel onbeproefd gelaten worden om de mensen te bewegen tot het geloof.

Het formulier “om dienaren des Goddelijken Woords te bevestigen” werd gelezen. De vragen werden door candidaat Hakvoort beantwoord. De handoplegging vond plaats. Hiermee was candidaat Hakvoort verbonden aan de gemeente van Meerkerk waar Ds. G. Blom zoveel jaren heeft mogen arbeiden en een stempel heeft gezet.

Ds. E. Hakvoort deed intrede met Efeze 6:19 “En voor mij, opdat mij het woord gegeven worde in de opening mijns monds met vrijmoedigheid, om de verborgenheid des Evangelies bekend te maken.” Ds. Hakvoort wilde bepalen bij de taak van de prediker. De prediking is geen vrijblijvende zaak. Het is tot een voordeel of tot een oordeel. Het thema van de prediking was: DE PREDIKING VAN GODS WOORD VRAAGT OM VOORBEDE.

1. De boodschap in de prediking;

2. De bekwaamheid tot de prediking;

3. De voorbede met het oog op de prediking.

1. De boodschap in de prediking

Er was veel gebeurd in het leven van Paulus. Hij was gevangen genomen, men had hem lagen gelegd, hij had zich op de keizer beroepen en zat nu als gevolg daarvan te Rome gevangen. Vanuit deze gevangenschap heeft hij de brief aan Efeze geschreven. Paulus hoorde van vijanden. Daarom moet de geestelijke wapenrusting aangedaan en gehanteerd worden. Vs. 11a “Doet aan de gehele wapenrusting Gods.” Gods Woord, het zwaard des Geestes dient gebruikt te worden in de strijd met de vijanden. Er is gebed nodig om het Woord te mogen verstaan. De tekst spreekt immers van “de verborgenheid des Evangelies.” Het is een mysterie, een geheimenis. God geopenbaard in het vlees voor een arm en schuldig volk. Het is verborgen voor de gevallen mens. Hij is immers dood in de zonden en de misdaden. Het zou rechtvaardig zijn indien allen verloren zouden gaan. Maar de Heere heeft van eeuwigheid een weg der zaligheid uitgedacht. Dat is eeuwenlang verborgen geweest. Een schaduw daarvan was in de offers te zien. De vervulling is in Christus. Het is een verborgen zaak voor de natuurlijke mens. De Kerk gaat er door Woord en Geest iets van leren. Daarbij dient wel bedacht te worden dat niet alles in een keer wordt geleerd. Wat valt er dan veel op te noemen: De profetische, priesterlijke en koninklijke bediening van Christus. Zijn lijden en heerlijkheid. Mag u er iets van kennen? Die verborgenheid dient bekend gemaakt te worden. Dat geschiedt in een afsnijdende en vertroostende prediking. Christus dient gepredikt te worden. De twee wegen dienen verkondigd te worden. Gezanten van Godswege hebben alleen maar na te spreken. Er moet gepreekt worden omdat er nog toegebracht moeten worden.

2. De bekwaamheid tot de prediking

De vraag moet gesteld worden: Wie is tot deze dingen bekwaam? De prediker dient zich vrij te maken van zijn hoorders. Hij moet zo preken alsof het de laatste maal is dat zijn hoorders hem horen. Paulus weet zich afhankelijk: “opdat mij het woord gegeven worde in de opening mijns monds.” De tekst dient de prediker naar de kansel te drijven. Nodig is inzicht in de tekst, de inhoud van de tekst verwoorden naar de gemeente en het vermogen om te spreken. Van zichzelf heeft de prediker onreine lippen. Er dient “met vrijmoedigheid” gesproken te worden. Het woord “vrijmoedigheid” komt van een woord dat aangeeft dat een getuige recht kreeg tot spreken. Er mag niets achtergehouden worden. De houding van de prediker dient te zijn: spreek Heere, want uw knecht hoort. Naar de gemeente toe heeft de prediker recht van spreken. De vrijmoedigheid is te herkennen aan de ootmoedigheid. Een prediker mag geen knecht van mensen zijn. Hij moet geen stomp zwaard hanteren, de scherpe kantjes mogen er niet afgehaald worden. Er zijn belemmeringen in de prediker en in de gemeente als het gaat over de prediking. De predikant is een aarden vat, heeft last van mensenvrees, is gevoelig voor lof en kritiek, is hoogmoedig, kent tijden van moedeloosheid, heeft te kampen met klein- en ongeloof en met zwakheid. Er zijn ook belemmeringen in de hoorders. Men kan horen voor een ander, is er sprake van onverschilligheid, spot en verdraaiing. De natuurlijke mens verstaat niet de dingen die des Geestes Gods zijn.

3. De voorbede met het oog op de prediking

Na vers 18 lezen wij in vs. 19 “en voor mij”. Hier begint Paulus dus niet mee, maar hij eindigt er wel mee. Eerst moet de gemeente voor zichzelf bidden, voor al de heiligen en dan voor Paulus. Moeten zij bidden of Paulus uit de gevangenis ontslagen mag worden? Of hij verlost mag worden van de gegeven doom? Er dient gebed te zijn of Paulus de verborgenheid des Evangelies mag kennen en uitstallen. Was dat gebed nodig voor Paulus? Hij had toch het beste theologische onderwijs ontvangen? Hij heeft zendingsreizen gemaakt en er is vrucht op zijn prediking gekomen. Bedenk echter dat opleiding niet genoeg is. Ook voor uw nieuwe predikant niet. De Heere wil werken door Zijn Heilige Geest, maar Hij wil dat er in Meerkerk om gebeden wordt. Paulus was van zichzelf zwak, vreesde en beefde. Hij roept op tot gebed.

Ook Meerkerk wordt opgeroepen tot gebed. Voor de gemeente opdat de prediking tot zegen zou zijn. Voor de nieuwe predikant dat hij de volle waarheid mag verkondigen, een dienstknecht des Heeren mag zijn, tegen bijbedoelingen mag strijden. Gebed voor wijsheid en de vreze des Heeren is nodig. Gebed opdat Jezus Christus en Dien gekruisigd gepredikt zou worden. Gebed om bekering. Het gebed dient ook concreet te zijn. Gebed voor de kerkdienst en tijdens de kerkdienst. Gebed in de week. Gebed voor het bezoekwerk en de catechisaties. Gebed voor het nageslacht is ook gebed voor de predikant. In de prediking druipt het bloed van Christus. Wee hen die dat verwerpen. De Heere geve aan uw nieuwe predikant gebed. Zijn er nog bidders? Geen aanbidders, maar voorbidders?

Hebt u nog geen bidden geleerd? Buig dan uw knieën of de Heere dit tot nood wil maken. De Heere werkt wonderen. Hij maakt van farizeeërs tollenaars en van vloekers bidders. Hij maakt van aanbidders voorbidders opdat Zijn huis vol worde. Bidt den Heere.

Toespraken werden gehouden door burgemeester T. den Breejen namens de plaatselijke gemeente, Ds. J. Vis namens de plaatselijke kerken, Ds. P. Roos namens de classis en ouderling W.C. Scherpenzeel namens de kerkeraad en gemeente. Een dankwoord werd gesproken door Ds. Hakvoort.

De Heere geve dat Ds. Hakvoort met zijn vrouw, met kerkeraad en gemeente een rijk gezegende tijd mogen hebben.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1994

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Bevestiging en intrede candidaat E. Hakvoort te Meerkerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1994

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken