Bekijk het origineel

Ds. A. van der Heijden 1865-1927 (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Ds. A. van der Heijden 1865-1927 (2)

7 minuten leestijd

Na ruim drie jaar te Broek op Langedijk gestaan te hebben, kwam Ds van der Heijden in Dordrecht. Hij werd daar begin 1904 bevestigd door docent Jac. Wisse. Deze was zelf van 1873 tot 1875 predikant van Dordrecht geweest. Docent Wisse preekt bij deze gelegenheid over Fil. 2:29 “Ontvangt hem dan in de Heere, met alle blijdschap, en houdt dezulken in waarde.” Toegezongen werd


Dat ’s Heeren zegen op u daal’;
Zijn gunst uit Sion u bestraal’;
Hij schiep ’t heelal, Zijn Naam ter eer;
Looft, looft dan aller heren Heer.


’s Avonds verbond Ds. van der Heijden zich aan de gemeente met de woorden: “Broeders, bidt voor ons.” 1 Thess, 5:25. Na deze intreepreek sprak ouderling Van dongen nog een hartelijk woord.

Dordrecht

In Dordrecht preekte Ds. van der Heijden in de kerk aan de Lindegracht. Er is nog een fraaie foto van het gebouw. Op donderdagavond hield hij er Bijbellezing. Het kerkgebouw werd nog met gaslampen verlicht. Een kachel zorgde voor de nodige warmte. Er werd een nieuwe consistoriekamer gebouwd.

De kerkeraad bestond in die jaren uit één predikant, drie ouderlingen en vier diakenen. Scriba was ouderling DJ. van Brummen jr. (1862-1946. Hij is later nog lerend ouderling geweest in Alphen aan de Rijn en predikant in Boskoop en Driebergen.)

In Dordrecht was voor Ds. van der Heijden heel wat meer aan de orde dan in het landelijke Broek op Langedijk. De kerkeraadsnotulen zijn bijvoor beeld veel uitvoeriger. De broeders vergaderden tweemaal per maand. Regelmatig kwam het voor, dat over bepaalde zaken gestemd moest worden.

Besloten werd, dat de ouderlingen voortaan om de beurt naar de classis zouden gaan. Op de voorjaarsclassis-vergadering werd Ds. van der Heijden benoemd tot consulent van de Chr. Geref. Kerken te Barendrecht en te Oud-Beijerland.

Opmerkelijk was dat er in dié tijd reeds een zendingsvereniging floreerde in Dordrecht. Er werden zendings-avonden gehouden. Voor het zen-dingsblaadje werden abonnees gewonnen. De kerkeraad heeft een keer een instructie ingediend bij de Classis, dat de Pinksterkollekten voortaan bestemd dienden te zijn voor de buitenlandse Zending.

Van der Heijden is vele jaren penningmeester geweest van de generale zen-dingskas. Hij verantwoordde de giften in het zendingsblad “Uw Koninkrijk Kome”. Hij schreef: Wij zien uit naar de inhoud der zendingsbusjes. Kom, wie heeft lust, ook in deze, de Heere in Zijn Koninkrijk te dienen? Eronder stond: Met vriendelijke aanbeveling, de penningmeester, Ds. A. van der Heijden. Een andere maal ondertekende hij (niet zonder humor) met: Heidenpenning.

Prediking

Helaas zijn van Ds. van der Heijden, voor zover mij bekend, slechts enkele meditaties en preken bewaard gebleven. In een preek over het voortdurend gebed luidt het: “Om bidders te zijn in geest en waarheid, is het nodig door Gods Geest met onze noden en behoeften bekend te zijn gemaakt, die te gevoelen, en daardoor werkzaam ermee te wezen. Dan hebben wij de Geest der genade en der gebeden nodig.”

Even verder zei hij: “Wij behoeven niet met een mooi verhaal van woorden, noch met lange gebeden voor Hem te verschijnen, zoals de geveinsden doen, nee, wij mogen onze behoeften zó voor Hem neerleggen, als ze in onze harten gevonden worden. Daarom zei de Heere: Doe uw mond wijd open, en Ik zal hem vervullen. Ook met het oog op de arbeid, welke staat verricht te worden, roept Hij ons toe: Indien iemand van u wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere, die een iegelijk mildelijk geeft, en niet verwijt; en zij zal hem gegeven worden.”

Het gebeurde vrij vaak, dat mensen zich aan wilden sluiten bij de gemeente. De kerkeraad ging, wat het inschrijven van leden betreft, heel zorgvuldig te werk. Het kwam nogal eens voor, dat iemand niet aanvaard kon worden. Een broeder wenste zich aan te sluiten bij de kerk. De kerkeraad was verheugd; de broeders mochten geloven dat er een beginsel van geestelijk leven in de man was. Zijn dogmatische kennis was echter heel gering. Genoemde broeder werd voorwaardelijk aangenomen en hij kreeg enkele maanden privé catechetisch onderwijs.

Jonge mensen die belijdenis des geloofs begeerden af te leggen kwamen voor de kerkeraad. We lezen een keer, dat de jongelui toegelaten werden “met de wens dat de Heere de afgelegde belijdenis bij de aan- of voortgang van hun hart heilige”.

Tucht

Regelmatig bleek aandacht voor weduwen en wezen. Ds. van der Heijden en de ouderlingen legden jaarlijks huisbezoek af bij alle leden van de gemeente. De broeders vermaanden en er werd tucht uitgeoefend. Soms was er sprake van zonde tegen het 4e, 7e of 9e gebod. Degenen die niet steeds de kerkdiensten bij woonden, werden vermaand in de geest der liefde.

Op drankmisbruik werd gelet. We lezen: Br.... wordt door de leraar ernstig vermaand over zijn drankmisbruik waardoor hij de Naam des Heeren doet lasteren. Br.... erkent schuld. De kerkeraad wenst hem toe, dat hij een andere Toevlucht mag leren kennen dan de alcohol. Als hij weer alcohol gebruikt zal de eerste trap van censuur op hem worden toegepast.”

Op de eerste kerkeraadsvergadering van 1905 sprak Ds. van der Heijden de broeders toe en wenste dat de eer des Heeren zwaar mocht wegen. “Dat we daartoe veel gevonden mogen worden aan de troon der genade.”

Ds. van der Heijden bracht een bezoek aan de Jongelingsvereniging, maar hij kon niet tevreden zijn over de deelname aan de Bijbelbespreking. Hij miste nog de persoonlijke interesse. De diverse verenigingen werden zeer regelmatig bezocht door een lid van de kerkeraad. Met name het meeleven met de jeugdvereniging was intensief.

Kerkeraadsvergaderingen

Ook in het bredere kerkelijke leven vervulde hij enkele taken. Hij was onder andere consulent, kerkvisitator en curator van de Theologische School.

10 Januari 1906 werd met algemene stemmen besloten, dat de kerkeraadsvergaderingen uiterlijk half elf zouden eindigen. In de consistoriekamer werd een klok opgehangen. Het lukt niet altijd, zich aan de klok te houden.

Juni 1906 kwam er een nieuwe burgemeester. Ds. van der Heijden ging er met een ouderling heen, om hem ’s Heeren zegen op zijn arbeid toe te wensen.

Op de kerkeraadsvergadering van 1 augustus 1906 vroeg Ds. van der Heijden die maand 12 dagen met vakantie te mogen gaan. Dit werd “toegestaan”. “De catechisaties zullen doorgaan.” Een ouderling gaf in augustus catechetisch onderwijs - nota bene.

Als de eigen predikant een zondag afwezig was, werd bewust niet altijd een andere dominee uitgenodigd. Het motief was waarschijnlijk, dat de predikanten zodoende de vakante gemeenten meer konden dienen.

Er werd uitvoerig gesproken over de eventuele oprichting van een eigen Christelijke Gereformeerde School.

Op de eerste kerkeraadsvergadering in 1908 hield Ds. van der Heijden een soort nieuwjaarstoespraak. “Als we terugzien is er stof om met de dichter van Psalm 103 uit te roepen: “Loof de Heere, mijn ziel, en vergeet geen van Zijn weldaden.” Wat een verschil met zovele anderen. De Heere spaarde u en mij. Hem alleen de eer. Bij verschil van mening bleef de onderlinge liefde en waardering behouden. Bestrale de Heere ons verder met Zijn licht.” Ouderling van Dongen sprak namens de kerkeraad de dominee toe.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1995

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Ds. A. van der Heijden 1865-1927 (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1995

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken