Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Meditatie

Zalige wetenschap

5 minuten leestijd

‘Want ik weet, dat in mij, dat is, in mijn vlees, geen goed woont”

De apostel Paulus is aan het woord. Hij zegt: “Ik weet”. Dit weten van hem is niet slechts iets van zijn verstand, ’t Is niet de vrucht van de een of andere onderwijzer of van een gelezen boek. ’t Is ook niet aangepraat: noch door hemzelf noch door iemand anders, ’t Vloeit voort uit zelfkennis, en die ontstaat daar waar het ontdekkend werken van de Heilige Geest is. Daardoor weet Paulus dat in hem geen goed woont.

Dat is een uitspraak! In Paulus is dus geen enkel goed! We zijn geneigd om te denken: Paulus, je overdrijft, ieder mens is zondaar, we zijn allemaal Adamskinderen, maar in ieder is toch nog wel iets goeds. Paulus zou u onmiddellijk tegenwerpen: in mij is volstrekt geen goed, nog geen stukje, nog geen beetje.

U moet er wel aan denken, dat God anders meet dan wij. Naar Goddelijke maatstaf is er niemand die goed doet. Hier is de diepte van onze val. Zo diep zijn wij gevallen. Er woont in ons geen goed meer. Alleen maar slechtheid en boosheid.

Maar Paulus is toch bekeerd? De Heere heeft hem toch levendgemaakt op de weg naar Damaskus? In de Rechtestraat te Damaskus werd hij toch vervuld met de Heilige Geest? En aan het einde van de derde dag heeft hij toch Christus-alleen gepredikt? Ja zeker! Niemand hoeft eraan te twijfelen. De briesende leeuw uit Benjamins stam is overwonnen door de Leeuw uit Juda’s stam. Koning Jezus heeft hem zo overwonnen dat hij van toenaf alleen maar wilde wat Koning Jezus wil.

De bekeerde Paulus spreekt: “ik weet dat in mij geen goed woont”. Hoe dat kan, wordt opgeklaard door het woord vlees dat Paulus gebruikt. Van onszelf zijn we enkel vlees. Zo zijn we door eigen schuld geworden. Door genade wordt het vlees en Geest, oude en nieuwe mens. Hoe bekeerd Paulus ook is, hij heeft nog vlees, nog oude mens. Daar is hij nog niet verlost van. Dat overgebleven vlees draagt hij elke dag nog met zich. Tot zijn sterven toe. Meen nu niet dat hier een koude konstatering bij Paulus is. Als we het tekstverband lezen dan zien we Paulus met betraande ogen. Hij weent omdat er nog vlees is. Er is de innige begeerte om verlost te worden van het overgebleven vlees, om alleen maar nieuwe mens te zijn. Omdat hij zijn Heere zo liefheeft, Die Zichzelf in zijn plaats en alzo voor hem Zich gaf op Golgotha.

Is Paulus’ taal de uwe? Weet ook u dat in uw vlees geen goed woont? ’t Gevaar is zo duidelijk aanwezig, dat we die waarheid wel onderschrijven, maar stiekem menen dat er in ons toch nog wel iets goeds is. We zijn immers niet zo slecht als anderen, en we zijn niet zo oppervlakkig en vrijzinnig als velen. Soms stoten we ons heimelijk aan de prediking van genade-alleen, aan de verkondiging van de volkomen Zaligmaker Jezus Christus. Die is te gemakkelijk en te ruim. Ons vlees duldt niet dat onze mogelijkheden, onze goedheden ondersteboven gaan. We klampen ons met al onze vleselijke kracht eraan vast.

Weet u: de Heilige Geest leert niet om ons heen te zien. Hij leert naar binnen zien. Hij brengt tot die belijdenis: Ik weet dat in mij, dat is in mijn vlees, geen goed woont. Is dat nu om tot wanhoop te brengen? O ik kan de wanhoop begrijpen van iemand die begint te ontdekken dat in zijn vlees geen goed woont. Al je vleselijke verwachtingen worden afgesneden. Het vlees sterft de langzame kruisdood. Het vlees dat ik zo liefheb, dat ik de hemel in wil dragen. Maar de Geest leert geen wanhoop; Die leert Christus kennen. Dat is Zijn enige doel. Door de wetenschap dat in uw vlees geen goed woont, blijft Hij Die de fontein alles goeds is, u niet onbekend. Kennen van uzelf en het kennen van Jezus Christus daar zit altoos een nauw verband in. Kent ge uzelf niet dan kent ge Jezus Christus niet. Dan is Hij de Onbekende voor u. Kent ge uzelf weinig dan zult ge Jezus Christus weinig kennen. Ziet ge uzelf in het schemer dan ziet ge Jezus Christus in het schemer. Weten dat in uzelf geen goed woont, is dus een noodzakelijke wetenschap. Tegelijk is dit een rijke en zalige wetenschap. Omdat deze u niet leeg van Christus laat.

Die wetenschap te kennen dan kunnen we slechts spreken van de uitnemende liefde van Christus. Van Zijn Borgwerk, van het werk door Hem volbracht. Door die wetenschap komen we uit bij dat andere fundament van de zekerheid: Gods verkiezende liefde, Zijn welbehagen van voor de grondlegging der wereld. Hoe meer we de taal van Paulus leren des te vaster komt het heil buiten onszelf te liggen. Aan napraterij hebben we niets. Tegenover mensen kunnen we er iets mee worden. Tegenover de Heere niet. ’t Is zo goed ook voor onderlinge verhoudingen te leren dat in ons vlees geen goed woont. Dan kunnen we nooit boven een ander uit. Dan wordt en dan blijft het: mij de voornaamste der zondaren, is barmhartigheid betoond. Vanuit dat wonder spreken we dan en maken anderen jaloers en bemoedigen we hen aan wie alle moed is ontvallen.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juli 1995

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juli 1995

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken