Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Meditatie

De opdracht om lankmoedig te zijn

5 minuten leestijd

“Zijt lankmoedig jegens allen”

God is lankmoedig. En wij, u en ik? Zijn ook wij lankmoedig? Kunnen ook wij veel verdragen? Of staan we spoedig in vuur en vlam? Heeft de drift en de toom ons snel overmand? Schiet onze hand vlug uit? Of denken of zeggen we erg vlot: en nu is het af?

In het paradijs waren we een zeer gelijkend beeld van God. We waren lankmoedig, zoals God lankmoedig is. Echter - door onze ongehoorzaamheid zijn we het beeld van God niet meer. Dus door eigen schuld. Nooit kunnen we zeggen: ik kan er ook niets aan doen dat ik zo kort aangebonden ben, zo’n driftkikker, zo ras geneigd tot toorn. Niet God heeft ons zo gemaakt, maar wij zelf. Door ons moed- en vrijwillig verlaten van de Heere.

Door Gods goedheid is er de algemene genade. Er zijn er die veel kunnen verdragen. Soms moeten we ons erover verwonderen. Ik denk aan man en vrouw binnen het huwelijk. De een maakt het leven van de ander voortdurend zuur.. En die ander verdraagt jaar in jaar uit, vol toegevendheid, vol geduld. Ik denk aan één die voor de klas staat. In die klas een lastpost, elke dag weer. Er komen geen dreigementen, er komt geen toom, er komt geen straf. Er is lankmoedigheid. Neen - niet ter bescherming van zichzelf. Geen lankmoedigheid die uiteindelijk is om je zelf te sparen, vanuit een egoïstisch motief. Maar alleen terwille van die ander, om die ander. Over die lankmoedigheid moeten we ons verbazen, en we zeggen: hoe goed is het dat er die algemene genade is.

Toch blijft het dat we door onze val onbekwaam zijn tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. We zijn geneigd God en onze naaste te haten, ’t Is niet verbazingwekkend als iemands geduld opraakt, als men komt tot verwerping van de ander, als er is toom en straf. Er kan zelfs zijn een definitieve breuk. Dat geschiedt niet slechts op wereldlijk terrein, maar ook op kerkelijk terrein. Twee kerkmensen die elkaar niet meer kunnen luchten of zien. Men draait het hoofd voor de ander om. Men doet alsof de ander niet meer bestaat, ’t Kan zelfs zo dat een hele familie erbij betrokken wordt en erin deelt. De breuk kan zelfs gaan over dood en graf heen, en doorgaan in de geslachten.

Door Gods algemene genade zijn er remmen. Echter als die remmen wegvallen zijn we tot alles in staat. Al zitten we ook in de kerk, al horen we daar de hoofdsom van de wet: God liefhebben boven alles, en onze naaste als onszelf.

Zonde is blindheid. Zelfs zij die de Heere Jezus aan het kruis vastnagelden, wisten niet wat zij deden. Niet lankmoedigen gaan rustig voort, van mening dat het gelijk geheel aan hun kant is.

Hoe noodzakelijk is bijzondere genade. Door wedergeboorte wordt het anders. De Heilige Geest vernieuwt naar het evenbeeld van Hem Die ons geschapen heeft. Een mens wordt weer beeld van God. ’t Is God er niet om te doen dat ik weet gerechtvaardigd, vrijgesproken te zijn. ’t Is God erom te doen dat Hij Zijn schepsel weer terugheeft, dat Hij door Zijn schepsel weer verheerlijkt wordt. Door herstellende genade wordt een mens weer lankmoedig. Ik zeg: hoe meer je de lankmoedigheid van God beleeft, des te lankmoediger word je voor anderen. Dan kunt u binnen de kerk en buiten de kerk veel verdragen.

Op grond nu van het herstellende werk van de Heilige Geest in de mens, kan de apostel oproepen om lankmoedig te zijn. Die oproep is niet gefundeerd op iets van de mens. Wie het zelf gaat proberen, komt teleurgesteld uit. De weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens. We worden geworpen op die Geest Die een gedeformeerde reformeert. Door Hem word ik lankmoedig, ja zelfs lankmoedig jegens allen. Dus niet slechts jegens sommigen, maar jegens allen. Mensen die ik mag en die ik niet mag. Vriend en vijand.

Of we kinderen van God aan het worden zijn, gaat dus blijken in de praktijk van het leven, in de omgang met de anderen. We kunnen denken dat we hemelreizigers zijn, maar als daar geen lankmoedigheid is jegens de ander? Dan bedriegen we onszelf. Dan is de waarheid niet in ons.

Al dat niet-lankmoedig-zijn is zonde en schuld voor God. Leren we belijden voor Gods aangezicht? Als kind van de Heere niet buigen onder de oproep om lankmoedig te zijn, niet lankmoedig zijn jegens allen, zou hier niet een oorzaak liggen van veel geestelijke duisternis? O dat nu de zonde tot zonde en de schuld tot schuld wordt en we belijden, belijden aan de voeten van de Heere Jezus. Opdat Hij ons wast en reinigt, en herschept en herstelt.

Kenmerkend voor de eindtijd is dat algemene genade al meer wijkt. Mensen worden steeds minder lankmoedig tegenover elkaar. De gevolgen daarvan zijn zichtbaar. Binnen de kerk en buiten de kerk. Als nu maar gezien wordt dat de levende Kerk al meer lankmoedig wordt. Wordt dat zichtbaar in uw leven? Daar is de opdracht. Gods bevel om lankmoedig te zijn jegens allen. Ook dit gebod wordt door ’s Heeren kracht volbracht. Zo wordt God verheerlijkt en zijn we tot zegen van elkaar.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 1995

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 1995

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken