Bekijk het origineel

Geestelijk weerbaar in onze tijd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Geestelijk weerbaar in onze tijd

Openingstoespraak Ontmoetingsdag Kampen ‘96

11 minuten leestijd

“...maar wij, die des daags zijn, laat ons nuchteren zijn, aangedaan hebbende het borstwapen der geloofs en der liefde en tot een helm, de hoop der zaligheid....”

Weerbaar! We weten, wat dat betekent. We hebben het over een “weerbaar volk” of een “weerbaar land”. We bedoelen dat zo’n volk of land menselijk gesproken in staat is zichzelf te verdedigen tegen een eventuele vijand. Er is een leger, gewapend en geoefend. Het vreemde leger, dat probeert de vrijheid te ontnemen, heeft er mee te rekenen. We weten het ook, dat ten aanzien van óns volk door velen betwijfeld wordt of men die weerbaarheid nog wel op het oog heeft. De militaire dienstplicht is afgeschaft, al blijft die in theorie nog gelden. Sinds kort hebben we enkel een beroepsleger van minder omvang.

In onze tekst gaat het om de geestelijke weerbaarheid. Is die niet veel méér nodig? ‘t Gaat dan niet om een eventuele vijand, die zo nu en dan eens aanvalt. De vijanden van de Kerk des Heeren zijn er altijd en houden niet op om aan te vechten. Wat is het daarom bedroevend, dat de weerbaarheid van de Kerk vandaag zo weinig uitkomt! Er is een geruisloos proces geweest, waardoor het beeld onstaat: er bestaat geen tegenstelling tussen de kerk en wereld. Ondertussen zijn de vijanden haast ongemerkt binnengedrongen. Het is daarom nodig de weerbaarheid van de Kerk des Heeren vanuit Gods Woord onder ogen te zien. Nog meer: om zelf door Gods genade er iets van te kennen.

We horen de apostel Paulus ervan spreken: de noodzaak geestelijk gewapend te zijn “...laat ons nuchteren zijn, aangedaan hebbende het borstwapen des geloofs en der liefde en tot een helm, de hoop der zaligheid”. Hij schrijft aan de gemeente van Thessalonicenzen. God Zelf heeft die gemeente vergaderd, bekeerd van de afgoden tot de dienst van de levende God. In die gemeente komt bijzonder openbaar de levende verwachting van de wederkomst van Christus. De apostel verblijdt zich daarover. Is het niet de vrucht van het werk van de Heilige Geest! Toch., hij weet het ook dat zij daarin onderwijs en leiding nodig heeft. De dag van de wederkomst, de dag des Heeren zal onverwachts komen. “Hij zal komen als een dief in de nacht”. Zo heeft de Heere Christus Zelf ervan gesproken. En nu, vanuit dat beeld geeft de apostel onder de leiding van Gods Geest allerlei vermaningen. De tegenstelling spreekt hier tussen de nacht en de dag. Het zijn kinderen “van de dag” én kinderen “van de nacht”. En waar het op aan komt is, dat de kinderen van de dag als zodanig ook openbaar komen in het midden van deze wereld.

Slapen en dronken-zijn

Hier is de uitbeelding van die “des nachts” zijn, die buiten God leven. “Want die slapen, slapen des nachts, en die dronken zijn zijn des nachts dronken” (vers 7). Zo is het toch in het algemeen. In de nacht slapen we en zijn er ook vaak de gelegenheden, waar men zich aan de drank te buiten gaat. Zo is het met de mensen, die buiten God leven. In de slaap gaat de werkelijkheid aan ons voorbij. Zij die zonder God leven, ontgaat de werkelijk heid ook. Nóch God, nóch de zonde zijn realiteiten. En dan dronken-zijn; het versterkt nog de uitbeelding. Iemand, die dronken is, leeft in een roes. Hij onderkent niet wat er gebeurt. Hij ziet de dingen precies anders als dat ze zijn. Die “onder invloed” is houdt het stuur niet recht en maakt ongelukken. Zo is het met ieder, die buiten God leeft. Die ‘des nachts” zijn, léven in een roes en stérven in een roes. Zonde op zonde wordt bedreven zonder wezenlijke bezinning. De grenzen van Gods geboden worden niet onderkend. Het loopt uit op de eeuwige ondergang.

Komt het vandaag niet op een ontstellende manier uit? Er is vermeerdering van wetenschap. Er is een toename van mogelijkheden op allerlei gebied. Er zijn onmiskenbaar voordelen in verborgen. Toch . .zien we niet juist de mens van onze dagen getekend in dit woord van de apostel? De mens vandaag komt uit als “slapend” en in een toestand van “dronken-zijn”. De ogen niet open voor het bederf en het erge van de zonde, in bedwelming heengaand naar het eeuwige verderf!

De dreiging

“Die des daags zijn”. Over hen heeft de apostel het in onze tekst. Zij zijn anders dan die “des nachts zijn”. Ze waren van zichzelf ook in de donkerheid. Alleen Gods werk deed hen ontwaken. En tot hén klinken de tegelijk ernstige en vertroostende woorden “..laat ons nuchteren zijn, aangedaan hebbende het borstwapen des geloofs en der liefde en tot een helm, de hoop der zaligheid”. Zij hebben nodig te leven bij de werkelijkheid: nuchteren te zijn en tegelijkertijd gewapend. Om daaruit sterkte te krijgen.

Ze hebben in het “des daags zijn” geen waarborg, dat ze bewaard worden. Ze kunnen niet zeggen: ik zal geen bedwelming ontvangen. “Ze worden bedreigd, zoals ze in zichzelf zijn. Ze leven in een bezeten wereld”. De verleidingen van de vorst der duisternis komen op hen af. ‘t Gevaar is zo groot, dat ze toegeven aan de tijdgeest, meegaan met de wereld, mee met allerlei, dat afvoert van de Heere en Zijn dienst. We kunnen het ook zeggen, zoals het hier spreekt: dat ze bedwelmd worden, slapen en dronken-zijn! De duivel schiet zijn pijlen op hen af om dat te bewerken.

Vanuit die dreiging: de vermaning in liefde tot de geestelijke weerbaarheid! Calvjjn tekent hier aan: ‘dewijl dan de duivel ons altijd nagaat en duizend lagen legt, zo behoren wij niet minder naarstig en wakker te zijn”.

Bekleed met Gods wapenrusting

De geestelijke weerbaarheid komt hier uit. In het bekleed worden met de wapenrusting Gods. Het is eigenlijk een aansluitend beeld. Die ‘s morgens wakker wordt, doet de kleren aan, die hij op die dag aantrekt. Een geestelijk ontwaakte krijgt ook andere kleren aan. Gods kinderen worden geestelijke strijders. Het behoort bij het “des daags zijn”. Hier is te denken aan Efeze 6: “doet aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt staan tegen de listige omleidingen des duivels”. Er zijn verschillen. Efeze 6 is uitgebreider, maar het gaat principieel om dezelfde strijd.

De apostel noemt hier twee belangrijke stukken van de wapenrusting Gods: de borstlap des geloofs en der liefde én de helm, de hoop der zaligheid, ‘t Gaat om twee, die in die tijd voor een strijdend soldaat onmisbaar waren.

Het borstwapen was vooral belangrijk. Niet zelden was het aanduiding van de hele wapenrusting. Dit harnas moest de dodelijke slagen opvangen. Het bedekte de edele delen. Wanneer het de soldaat niet gelukte met zijn schild de felle slagen of vurige pijlen te weren, dan konden ze nog stuiten op het borstwapen. Het beveiligde zo zijn leven. Het is de grote vijand te doen om hét leven. Daartoe tracht hij met zijn vurige pijlen Gods kinderen te bedwelmen om ze te voeren naar de ondergang. Tegenover die ontzettende dreiging: het borstwapen van het geloof en van de liefde. Zo worden Gods kinderen beschermd en bewaard. God doet het, maar het gaat door hen heen, in de oefening van het ware geloof en de liefde.

Het geloof..! We moeten denken aan het geloof, dat de Heilige Geest in het hart werkt. Dat geloof drijft uit naar God. Dat geloof vertrouwt op de Heere. Dat geloof mag de Heere in Zijn woorden en in Zijn onveranderlijke beloften aangrijpen. Dat geloof gaat uit naar de gerechtigheid van Christus, waardoor een schuldig zondaar voor God kan bestaan.

De liefde..! Hier weer de liefde, die uit God is. Die liefde verbindt aan de Heere. Die liefde doet uitgaan naar de gemeenschap met God in Christus. Die liefde steunt op haar Liefste.

Tegen dat geloof en die liefde moet de vijand het afleggen. Daarop worden de vurige pijlen uitgeblust!

En dan de helm! De helm was ook belangrijk. Die helm bedekte het hoofd van de strijdende soldaten. Werd zijn hoofd getroffen, dan was hij uitgeschakeld. Die helm brak nu de pijl in zijn kracht. Door die helm kon een soldaat vrijuit uitzien naar meer dan één kant. ‘t Laat zien: de hoop der zaligheid, ‘t Gaat om de levende hoop op het heil in Christus, op wat Hij verworven heeft voor een betere toekomst. Er is hoop in Hem op de volle overwinning. Die hoop geeft moed in de strijd. Zonder die hoop zou er verslapping dreigen en de vijand dringen. Wat een groot geluk is het met die wapenrusting bekleed te zijn! Wat is het tegelijk een geweldige roeping in afhankelijkheid van de Heere met die wapenrusting de strijd te strijden. Zó komen die “des daags zijn” als kinderen Gods uit.

Hoe kan het?

Geestelijk weerbaar door de wapenrusting Gods! U zegt echter: hoe zal dat bij mij werkelijkheid zijn? U vreest voor eigen hart. U ziet de omstandigheden in uw gezin. U merkt de verslapping in de kerk op. Hoe kan er verandering komen?

Wat gelukkig, dat die “des daags zijn” de wapenrusting zelf niet mee behoeven te brengen! Het is in wezen de hunne niet. Hij ís geschonken en wórdt geschonken. Door diezelfde Geest, Die het uit de duisternis bracht tot het licht, krijgen zij er deel aan. Hij wordt hen gegeven uit Christus, Die de wapenrusting voor hen verworven heeft. Opmerkelijk is hier het verband tussen onze tekst en Jesaja 59:17 “Want Hij trok gerechtigheid aan als een pantsier en de helm des heils zette Hij op Zijn hoofd..” Daar wordt het geopenbaard hoe de Heere het opneemt voor een schuldig volk, dat zucht onder de vijanden. In de verzen ervoor horen we de schuldbelijdenis van het volk, dat het verdiend heeft onder de druk om te komen. De Heere neemt het voor dat volk op. Hij trekt Zich hun ellende aan. Hij brengt heil aan. Daartoe bekleedt Hij Zich met de wapenrusting en verslaat de vijanden. Tekent het niet, dat God bewogen is geweest een schuldig volk te verlossen in en door Christus? Die grote Voorbidder heeft het opgenomen voor hen in de bangste strijd en heeft zo de wapenrusting Gods verworven. Schuldige zondaren, die geen verweer hebben tegen de vijanden, omdat ze zichzelf door eigen schuld hebben overgegeven, kunnen die wapenrusting Gods krijgen in de weg van schuldbelijde-nis. De Heilige Geest opent hun ogen voor de benauwdheid, om gesterkt vanuit God in Christus de vijanden tegen te staan. Zo wordt de Kerk des Heeren “weerbaar”. Niet zo, dat ze het zelf wel kan. Ook niet dat de bescherming in haarzelf of in het bezit van de wapenrusting gewaarborgd is. Nee, het hoort tot het leven van de kinderen “des daags”, dat ze telkens opnieuw geloof, hoop en liefde nodig hebben. Het ligt vast in Christus. Wie in deze wapenrusting strijdt heeft Christus ten deel. Daar gaat én het geloof én de liefde naar uit, daar rust de hoop op. Tegen Hem moet de vijand het verliezen. Nu en tot de dag der eeuwigheid. Het was wel gewoonte, dat bij het begraven van een koning het borstwapen meeging in het graf. Dit deed men ter herinnering aan zijn strijd en misschien nog meer aan zijn overwinningen in zijn leven. Er zijn mensen, die al tijdens hun leven met hun wapenen pronken zonder dat ze er strijd mee strijden. Er zijn naamchristenen, die nog nooit ontwaakt zijn en die menen met hun beschouwingen zalig te kunnen worden. Erg als het straks zal blijken dat ons borstwapen maar een bordpapier is. Zoek de wapenrusting Gods langs de weg van geloof en bekering bij de Heere. In het Evangelie wordt die ons welmenend en nodigend gepredikt. Het valt nooit tegen voor al de kinderen des daags. “Want God heeft ons niet gesteld tot toorn maar tot verkrijging der zaligheid door onze Heere Jezus Christus”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1996

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Geestelijk weerbaar in onze tijd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1996

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken