Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Richard Sibbes (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Richard Sibbes (2)

8 minuten leestijd

We hebben vorige keer gezien hoe hem zijn lectorschap werd afgenomen aan het Holy Trinity College te Cambridge vanwege zijn puriteinse opvattingen. De man die daarachter zat en met wie hij herhaalde malen de degens heeft moeten kruisen is de bekende aartsbisschop van Canterbury William Laud, die onder koning Karei I (1625-’49) een machtige positie verkregen had.

Maar ook reeds onder de regering van Jacobus I stelde hij alles in het werk om de vlag van de zgn. ‘Hoogkerkelijke partij’ in de Anglicaanse Kerk hoog te houden, zeer tot genoegen van vader Jacobus I en zoon Karei I. Immer het ging de aanhangers van deze stroming niet alleen om een bisschoppelijke kerkregering, het instandhouden van het hele ritueel van beelden, kruisen, altaren, gewaden enz., en grote vrijheid in leer en leven, maai- ook om het onbeperkt theocratisch gezag van de koning over de kerk!

Vanwege het feit dat hij zijn puriteinse opvattingen niet onder stoelen of banken stak, werd hij tijdens zijn preken herhaalde malen door zijn tegenstanders ‘beluisterd’. Er zijn mensen, zo schrijft hij, die naar de verkondiging van Gods Woord komen om de smaakvolle, sierlijke woorden en zinnen; anderen komen om misbruik te maken van wat de prediker zegt, misschien zelfs met het doel om het tegen hem te gebruiken.

Wellicht is het in het licht hiervan voor ons ook weer eens nuttig om ons zelf af te vragen waarom we naar de kerk gaan. Om de talenten van de prediker te bewonderen: ‘hij kan het zo mooi zeggen’? Of om een stok in handen te krijgen om mee te slaan, als de dominee het naar uw mening toch allemaal wel heel anders moet zeggen? Of is er werkelijk heil-begeerte?

Maar ook bovengenoemde tegenstand werd door de Heere gebruikt ‘tot bevordering van het Evangelie’. Een zeker edelman, Sir Henry Yelverton wist te bewerken dat hij in 1616 benoemd werd tot predikant van Grays Inn te Londen, een van de oude, nu nog bestaande gerechtshoven. Daar preekte hij niet alleen voor de heren rechters en advocaten, maar ook voor een steeds groeiende kring van gewone Londenaren. Aardig om te vermelden is dat in de ‘benoemingsbrief’ vermeld stond dat hij geen andere kerkelijke funkties mocht bekleden, maar volledig ter beschikking moest zijn ten dienste van Grays Inn. Zijn voorganger schijnt het zo bont gemaakt te hebben dat hij meer niet als wel aanwezig was, zoveel (kerkelijke) nevenactiviteiten hield deze er op na. (Ik vermoed dat er soms momenten zijn in het leven van predikanten en kerkenraden dat ze zouden wensen een dergelijke clausule in de beroepsbrief te hebben opgenomen!)

Toch heeft Sibbes na zo’n 10 jaar wel andere taken op zich genomen. In het licht van bovengenoemde afspraak opmerkelijk. Blijkbaar kweet hij zich op zo’n manier van zijn taak als predikant van Grays Inn dat hem dit werd toegestaan en trouw bleef arbeiden te Grays Inn tot zijn dood toe.

In 1626 werd hij benoemd als rector van St. Catherine Hall in Cambridge, een post die eveneens tot zijn dood toe bekleed heeft. Als rector heeft hij veel gedaan voor het hoger onderwijs dat daar gegeven werd. Hij trok nieuwe, uitnemende docenten aan, liet de gebouwen opknappen en uitbreiden en voerde ook in financieel opzicht een wijs beleid.

Reeds daarvoor voerde hij een uitvoerige briefwisseling met de bekende Ierse godgeleerde James Ussher. Laatstgenoemde is vooral bekend door zijn Bijbelse chronologie: in een van zijn werken noemt hij zelfs dag en uur van de schepping! In 1627 wordt hem de leiding van het Trinity College te Dublin aangeboden. Maar ondanks herhaalde aandrang nam Sibbes dit aanbod niet aan. In datzelfde jaar houdt hij zijn bekende academiepreek ‘antidotum contra naufragium fidei’, ofwel: ‘het tegengif tegen schipbreuk lijden in het geloof’. Als een geleerde van die tijd schreef hij dus ook een aantal geschriften in het Latijn, vergelijkt ii dat maar een beetje met wat de Engelse taal nu betekent in de wetenschappelijke wereld. Overigens valt meteen al aan deze titel op dat het hem op academisch nivo niet ging om allerlei ‘theologische hoogstandjes’, maar dat hij een uitermate praktisch geleerde was. Vele van zijn werken dragen dergelijke namen. Een kleine bloemlezing: ‘Een verzegelde fontein”, “Een blik op de hemel’, ‘Het verborgen leven’, ‘Een troostbrief aan een gekweld en bestreden geweten’, ‘De moeilijkheid om zalig te worden’ enz.

Veel vreugde heeft hem de vriendschap met dr. John Preston, rector van een andere ‘hogeschool’ in Cambridge, gegeven. Ze stonden schouder aan schouder als het ging om de verkondiging van het onverkorte, onvervalste Evangelie. Ze verkondigden in Cambridge ‘als stervende tot de stervenden’ niets anders dan Jezus Christus en Dien gekruisigd en ze zagen in de wensen van die tijd (en niet alléén van die tijd!) om een ‘beleefde, beschaafde’ prediking niets anders dan een ontzaggelijke echo van de oude schreeuw: ‘Laat Hem van het kruis afkomen en wij zullen in Hem geloven’.

“Er ligt een vloek op degenen die geen woord spreken om de waarheid te verdedigen wanneer die in gevaar is”, aldus Sibbes.

En als in 1626 en 1630 Londen geteisterd wordt door een pestepidemie, kunnen hij en andere puriteinen niets anders er in zien dan het ongenoegen Gods over Engeland.

In 1633 werd hij door de Kroon voorgedragen als ‘curator voor het leven’ van het Holy Trinity College te Cambridge, als opvolger van Thomas Goodwin, die zoals u weet hij had leren kennen tijdens zijn lectorschap aan dit College. Vriend en vijand stond verbaasd over deze benoeming aan het College waar hij bijna 20 jaar geleden ontslagen werd. Onze God toch is in de hemel en Hij doet al wat Hem behaagt. HIJ leidt alle dingen naar de raad van ZIJN wil! Des te opmerkelijker omdat hij juist in dat jaar na een nieuw conflict met de “Hoge Commissie” (Laud en de zijnen) met elf andere predikanten uit Engeland werd verbannen. Wat Sibbes betreft is dit vonnis nooit uitgevoerd.

‘Voor het leven’: het werd afgesneden op 5 juli 1635 in zijn woning te Grays Inn te Londen. Hij was toen 58 jaar. Lang heeft hij deze funktie dus niet bekleed.

Zo kwam er een eind aan een zeer bezet leven in de dienst des Heeren. In het voorwoord van “Het gekrookte riet” schrijft hij bijv, dat alles wat hij in dit opzicht wil doen (schrijven van brieven, uitgeven van zijn werken etc.) in de schaarse uren van zijn vrije tijd moet gebeuren. Niet dat hij zich daarover beklaagde. Het was z’n hartelijke verlangen om Zijn Meester dag en nacht te dienen. Zondagmorgen 5 juli 1635 begon voor hem de ‘eeuwige sabbat’. “Zalig Zijn de doden die in de Heere sterven van nu aan. Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten mogen van hun arbeid; en hun werken volgen met hen”.

De korte levensbeschrijving werd begonnen met een citaat uit zijn laatste preek over Joh. 14:1. Voordat we nu verder gaan luisteren naar de hoofdinhoud van een van zijn werken “The Bruised Reed and Smoking Flax” (het gekrookte riet en de rokende vlaswiek), eindig ik dit keer met een gedeelte uit het laatste openbare gebed dat Sibbes heeft uitgesproken.

“Verleen ons een recht inzicht in onze eigen staat, zonder onze zielen te bedriegen, en geef ons daartoe ware vernedering. En dan smeken wij U van vrede tot ons te spreken in Uw Christus en zeg door Uw Heilige Geest tot onze zielen dat Gij onze zaligheid zijt. En tot duidelijker bewijs dat wij in Uw gunst zijn, laat ons het gezegende werk van de Heilige Geest gewaar worden in de opening van ons verstand, in het verlichten van ons oordeel, in het ontsteken van onze genegenheden, in het ontdekken van onze verdorvenheden, ons in elk opzicht zo bewerken dat wij zodanigen mogen zijn waarin Gij een welbehagen hebt en waarin Gij U verlustigt. En daar Gij Uw heilig Woord hebt ingesteld om een lamp voor onze voet en een licht voor ons pad te zijn en om een krachtig middel te zijn om ons meeren meer uit de slavernij van zonde en satan te leiden tot de gezegende vrijheid van uw kinderen, daarom smeken wij Uw Woord te zegenen tot deze en alle goede doeleinden waartoe Gij het hebt ingesteld.

En vergun ons, wij smeken het van U, dat we nu in deze tijd daaruit naar Uw heilige wil mogen leven. En bearbeid dan ons om ons leven daarnaar te richten als meest mag dienen tot Uw eer en tot onze troost, en dat om Jezus’ wil, Uw enige Zoon en onze gezegende Zaligmaker. Amen.”

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1996

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Richard Sibbes (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1996

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken