Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Meditatie

Van verwachten en niet beschaamd worden

5 minuten leestijd

“Ja, allen, die U verwachten, zullen niet beschaamd worden”

David spreekt hier. Hij heeft deze woorden geschreven in zijn lied. Maar ‘t is de Heilige Geest geweest Die inspireerde. Alzo spreekt hier de Heere Zelf. Het zijn Zijn woorden. Hij betuigt: allen die Mij verwachten, willen niet beschaamd worden. Heden hoort u dus de stem van de enige, ware God. Hij is niet de zwijgende God. Dat had gekund, en dat zou recht geweest zijn. Immers - wij zijn moedwillig ongehoorzaam geweest, we hebben niet geluisterd naar Zijn stem, niet gedaan wat Hij opgedragen had. God echter vanwege Zijn rommelende ingewanden van barmhartigheid, is de sprekende God. Hij komt tot ons met Zijn woord.

Eerst is het in de psalm de dichter zelf die verwacht. Daarna lezen we het woord “allen”. Dus van één is er de uitbreiding naar allen. Genade doodt het egoïsme, het alleen maar denken aan onszelf. Waar genade is, wordt aan allen gedacht. Omdat wat voor mij nodig is, ook voor de ander nodig is. Genade maakt mededeelzaam. De een gaat de ander bemoedigen. Zo is het ook bij de psalmdichter.

Let u er goed op. Er wordt hier niet geselecteerd. Zo in de zin van die wel en die niet. Er is hier geen beperking, ‘t Gaat niet over sommigen, ‘t Gaat niet over uitverkorenen of bekeerden, over goede mensen of vrome mensen, ‘t Gaat over allen. Dat is: wie dan ook. Ruimer kan het niet.

Toch mogen we niet denken aan ieder hoofd voor hoofd. De beloften van het Evangelie zijn voor allen zonder onderscheid. Dat zeer zeker. Echter - hier worden bedoeld allen die de Heere verwachten. Dat zijn dus zij wier leven gekenmerkt wordt door het verwachten van de Heere.

O neen - dat is geen vrucht van ons. Adamskinderen verwachten het niet van de Heere. Zo is onze natuur niet. Daartoe zijn we onbekwaam. Daartoe zijn we ook volstrekt onwillig. We verwachten het van dit of van dat. Behalve van de Heere. Hier is vrucht van het werk van de Heilige Geest. Verwachten is vrucht van het geloof; en het geloof is vrucht van de wedergeboorte. En weer zeggen we: let u goed op. Want verwachten heeft niet de betekenis van afwachten. Zo kan het zijn bij de godsdienstige mens. We weten het niet; we moeten maar afwachten. Er staat verwachten. Dat is inwachten, uitzien, verbeiden. In de geloofsverwachting zit niets lijdelijks, passiefs. De ware geloofsverwachting is actief; actief in het verwachten. Het verwachten van de Heere. Dat Hij komt. De God van het heil. Die, wanneer Hij komt, alle heil medebrengt om welgetroost te leven en eenmaal zalig te sterven. Zijn komst is het immers die het heil volmaakt.

We zijn de adventstijd ingegaan. Weldra wordt het kerstfeest, de herdenking van het eerste heilsfeit: de komst van de Heere Jezus in het vlees. We moeten goed weten: als het geen echt kerstfeest wordt dan kunnen we niet leven en we kunnen niet sterven. Dan blijven we arm, nameloos arm. Zullen we dan in de adventstijd maar doorgaan om ons alleen te richten op de aardse dingen? Bidt de Heere toch om die vrucht van het werk van de Heilige Geest: het verwachten. Aan het kerstfeest gaat altoos vooraf dit verwachten. Denkt u maar aan Simeon: hij was verwachtende de vertroosting Israëls. Voor het kerstfeest wordt altoos beluisterd de advenstbede: och dat Gij de hemel scheurdet en dat Gij nederkwaamt. Hier hebt u de bede die hoort bij de ware geloofsverwachting.

U moet weten dat de komst van de Heere, en al het heil dat die komst medebrengt ook u is toegezegd. En als we gedoopt zijn dan zijn die beloften ook aan ons betekend en verzegeld. Wat een grond is er nu om te verwachten. Neen - de belofte zelf is niet genoeg. Niet de beloften maken zalig. De Belover! ‘t Gaat erom dat Hij, de Heere, de belofte vervult. Daar wil Hij om gebeden zijn. “Mijn hart zegt mij, o HEERE, van Uwentwege, zoek door gebeên met ernst Mijn aangezicht”.

Het tweede deel van onze tekst is zo rijk. U moogt het weten: allen die de Heere verwachten, zullen niet beschaamd worden. Hier is een goddelijke uitspraak. Hoort u dat woordje “zullen”? Ze zullen niet beschaamd worden. Werd Simeon beschaamd? Nee toch! Hij heeft geloofd en geprezen zijn God met het Kind Jezus in de armen! De Heere is niet veranderd. Zo is Hij ook vandaag. De grootheid van het bedreven kwaad kan voor u opengegaan zijn. Zodat u zegt: hoe zou het voor mij kunnen? Satan kan komen en zijn pijlen afschieten; ‘t kan voor anderen wel, maar voor u niet. Luister toch naar die goddelijke betuiging: “zij zullen niet beschaamd worden”! Dat woord van God is toch waar en zeker! Van dat woord valt geen tittel en geen jota! De Heere maakt altijd Zijn woord waar. Zou Hij beloven en het niet doen? Al Gods kinderen zeggen er amen op dat Hij een Waarmaker van Zijn woord is!

Dat het zo worde in de adventstijd: mijn ziel verwacht: ik hoop in al mijn klachten op Zijn onfeilbaar woord. Waarlijk - dan zullen we niet beschaamd uitkomen. Dan zal de Heere komen, dan wordt het echt kerstfeest!

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1996

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1996

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken