Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

God bewaart mijn pand (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

God bewaart mijn pand (2)

9 minuten leestijd

We zagen dat Paulus zijn pand bij God heeft mogen neerleggen. Zijn ziel en de zaligheid van zijn ziel heeft hij aan de Heere mogen toevertrouwen om nu alleen op Gods genade in Christus te steunen. Hij had ontdekt, dat hij er zelf niet voor kon zorgen. Hij zou zijn eigen zaligmaker niet kunnen zijn. Nog voor geen half procent. Maar toen hij vanuit het Evangelie verstaan had dat de Heere gewillig is om het ‘pand’ in bewaring te nemen en dat dat ‘pand’ bij Hem veilig zou zijn, is het er in zijn leven van gekomen dat hij naar de hemelse bank is gegaan om daar zijn pand te deponeren. En sindsdien is hij rustig. Hij weet dat hij geborgen is. Hij heeft vrede in zijn ziel. En hoe het nu ook verder met hem gaan zal, hij behoeft zich niet ongerust te maken. Er wordt voor hem gezorgd.

Voorbeeld

Wat Paulus over dit wegleggen van zijn pand bij de Heere en dit bewaren van zijn pand door de Heere zegt is iets wat ons ten voorbeeld beschreven staat. Kennen we dit ook? Wie zorgt er voor onze ziel? Het kan zijn dat we ons over die vraag nog nooit druk gemaakt hebben. Dat we ons er niet om bekommeren wie er voor onze ziel zorgt. Van nature heeft een mens geen zorg voor zijn zaligheid. Daar kunnen we zo nonchalant mee omgaan. Alsof het allemaal zo’n vaart niet lopen zal... Als we er zo nog tegenover staan dan moeten we toch eindelijk eens oog krijgen voor de realiteit. Zó gaat het natuurlijk niet goed!

Er zijn gelukkig ook mensen voor wie de vragen omtrent hun zaligheid wel belangrijk werden. De vraag hoe we rechtvaardig voor God zullen verschijnen houdt hen bezig. Er kwam een besef van de nood en van de noodzaak om met God verzoend te worden. Waar zoekt u dat dan?

Op wie vertrouwt u? Proberen we onszelf te helpen? Zijn we er nog mee bezig onze eigen verlosser te zijn? Of gingen we inzien, dat het in die weg niet lukken zal? Dat we op de Heere aangewezen zijn?

Waarom het zover niet komt

Hoe zou het komen dat vele mensen maar niet tot die overgave kunnen komen? Mogelijk zijn hier verschillende factoren voor aan te wijzen. Er zijn er die het roer niet uit handen willen geven. Er zijn er ook die kennelijk niet veel vertrouwen hebben in de hemelse Bank. En dat zal dan zijn oorzaak vinden in het feit, dat ze de Heere niet echt kennen. Want, als we Hem leerden kennen dan beseffen we ook dat er niemand is aan wie we ons beter kunnen toevertrouwen dan juist aan Hem, die gezegd heeft: Komt herwaarts tot Mij allen die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven.

Er zullen ook mensen zijn, die zichzelf niet geschikt genoeg vinden voor de Heere en die menen dat de Heere hen niet zal willen hebben. Ze zijn immers zo onwaardig, té onwaardig. Maar intussen blijven er zo heel wat mensen met hun pand rondlopen zonder ooit tot de rust en de overgave te komen waar Paulus toe gekomen was. Is de Heere uw vertrouwen dan niet waard? Heeft Hij niet genoegzaam bekend gemaakt hoe gewillig Hij is om armen en ellendigen te verzorgen? Is het offer dat de Heere Jezus gebracht heeft en de kracht die in Zijn opstanding openbaar gekomen is niet voldoende om alle twijfels weg te nemen en u ertoe te brengen ook uw pand bij Hem neer te leggen?

Paulus heeft dat mogen doen en hij heeft vrede gevonden. Nu weet Hij zich veilig. Want deze God en deze Christus zijn zo machtig. Deze Bank is zo safe. Wat hier ingelegd is, gaat niet verloren. Ja zeker, Paulus is geborgen. Zijn zaligheid is zeker, hoeveel er ook nog onzeker is. Kan Paulus nog verloren gaan? Zal iemand hem nog uit de hand van zijn Herder kunnen rukken? Geen sprake van! Tot op de dag van Jezus’ wederkomst is hij veilig en geborgen.

Eenzaamheid

De weg naar die dag is vaak ruw en moeilijk. Maar dat behoeft niet te ontmoedigen. Op die weg is soms eenzaamheid. Maar laat niemand denken, dat hij er daardoor niet zal komen. Eenzaamheid kan een zwaar kruis zijn. Als je niemand hebt met wie je eens vertrouwelijk kunt spreken en aan wie je de vragen van je hart eens kunt voorleggen. Het hart kent zo zijn eigen bittere smart. Je kunt zelfs eenzaam zijn al bevind je je temidden van allerlei mensen. Maar als u zich eenzaam weet, denk dan niet dat u niet tot de vrede en de rust van Paulus kunt komen.

Paulus weet ook van eenzaamheid. Lees in het laatste hoofdstuk van deze tweede brief die hij aan Timotheüs schrijft hoe hij klaagt over het feit, dat Demas hem verlaten heeft en hoe hij zich daardoor in de steek gelaten voelt. Anderen zijn ook nog bij hem weggegaan, zij het dat Titus en Clemens met andere bedoelingen vertrokken zijn dan Demas. Maar al met al is het steeds stiller om hem heen geworden. En dan laat Paulus ook iets van de een - zaamheid. die over hem gekomen is aanvoelen, als hij zegt: Lukas is alleen met mij (vs. 11). En als hij schrijft: In mijn eerste verantwoording is niemand bij mij geweest, maar zij hebben mij allen verlaten (vs. 16). Is dat eenzaamheid of niet? Niettemin schokt het Paulus’ vertrouwen in zijn Heiland niet.

Vooroordelen

Er zullen er wellicht ook zijn, die met veel vooroordelen te worstelen hebben in hun leven en die daarin een belemmering zien om tot vrede en rust te komen. En inderdaad, een mens kan door veel geplaagd worden. Allerlei meningen en opvattingen, die we soms vanuit onze opvoeding en achtergrond meegenomen hebben kunnen ons parten spelen en van het Godsvertrouwen afhouden. Bijvoorbeeld een bepaald argwaan tegen de onvoorwaardelijke aanbieding van Gods genade.

Nu. Paulus kan over vooroordelen ook meepraten. Wat had hij een vooroordelen tegen Jezus en tegen het werk van de Zaligmaker. Maar hij leerde vanuit het Evangelie denken. Hij leerde vragen wat de Heere werkelijk gezegd heeft. En toen stonden al die vooroordelen hem niet meer in de weg bij het wegleggen van zijn pand bij de Heere. En nu kent hij de rust die daaruit voortvloeit.

Moeiten

Weer een ander heeft last van de moeiten en de zorgen van het leven en meent dat hij daardoor nooit zal kunnen komen tot de rust waar Paulus in deelt. Nee, we zullen niet geringschattend doen over wat sommigen in hun leven allemaal te verwerken krijgen. Het kan er wel eens op lijken, dat het de krachten verre te boven gaat. En we kunnen op deze manier ook in allerlei aanvechtingen komen ten aanzien van de wijsheid van de manier waarop de Heere de dingen in ons leven bestuurt en regeert.

Maar Paulus had ook geen gemakkelijk leven. Lees eens na wat hij in 2 Cor. 11 schrijft over de dingen die op zijn pad lagen. Ja, Paulus weet ook wat moeiten en zorgen zijn. Hij weet dat er nog meer zal komen. Maar toch is hij gerust in de Heere. Dat kan dus toch ook, ondanks alle moeiten en verdriet.

Inwonend verderf

Nog weer een ander is moedeloos als hij steeds weer ontdekt hoeveel zonde en verkeerdheid er nog in zijn hart is overgebleven. En wie daarop ziet heeft geen hoop meer dat er voor hem ooit nog eens rust en vrede zal kunnen zijn. Ja, we kunnen er gebukt onder gaan als we eraan ontdekt worden dat de boosheid ons altijd en overal aankleeft.

Alleen, die ontdekking deed Paulus in zijn leven ook. Daar spreekt hij van in Rom. 7. Als hij het goede wil doen ligt het kwade hem bij, zo zegt hij daar. En op grond van de telkens weer mislukte pogingen om tot Gods eer te leven verzucht hij: Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen van het lichaam dezes doods? Hij is van die ervaring dus geen vreemdeling. Maar toch is hij gerust en heeft hij vrede. Hij heeft immers zijn pand bij God weggelegd.

Hij is machtig!

Kan hij dan gerust zijn? Ja, de Heere aan Wie hij zich heeft toevertrouwd, is immers machtig! Machtig om dat pand te bewaren. Machtig om Paulus naar lichaam en ziel te verzorgen. Machtig om hem door alles heen te dragen. Machtig genoeg om voor zijn leven te zorgen. Maar ook machtig genoeg als het uur van sterven komt. Wat een troost geeft dat aan de apostel. Wat een rust temidden van aanvechtingen en bestrijdingen. Met deze wetenschap kan Paulus alle omstandigheden aan. Zo kan hij vrij man zijn, maar zo kan hij ook gevangenschap dragen. Zo kan hij gezond zijn, maar zo is het ook mogelijk om ziek te zijn. Zo kan hij leven, maar ook sterven. God is machtig. En Paulus heeft Zich aan deze God en Zijn Christus toevertrouwd. Hij weet Wien hij geloofd heeft. Op Wie hij steunt en vertrouwt. Niets zal hem kunnen scheiden van de liefde Gods in Christus.

In die wetenschap kan hij in een van zijn andere brieven zeggen: Het leven is mij Christus, het sterven gewin. Moet hij dan straks sterven, wat nood? Zal hij zijn hoofd bij de beul laten? Ach. die beul kan ook niet anders doen dan er voor zorgen dat Paulus des te sneller bij zijn Zaligmaker zal komen in de eeuwige heerlijkheid. Zo’n mens is onaantastbaar. Daar heeft geen duivel en geen dood meer vat op. Die staat in leven en sterven voor rekening van Hem die hem gekocht heeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 1997

Bewaar het pand | 8 Pagina's

God bewaart mijn pand (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 1997

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken