Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Meditatie

Tot uw dienst bereid

4 minuten leestijd

Maar ik acht op geen ding, noch houd mijn leven dierbaar voor mij zelf, opdat ik mijn loop met blijdschap mag volbrengen.

In onze vorige meditatie zagen we dat de “grote” Paulus “toch ook maar een mens was”! Barnabas wilde op de tweede zendingsreis zijn neef Johannes Marcus weer meenemen, hoewel deze halverwege de eerste zendingsreis hen in de steek had gelaten. Om deze reden wenste Paulus Marcus niet weer mee te nemen. En het gevolg was dat er tussen Paulus en Barnabas onenigheid ontstond, die ontaardde in verbittering ! Het vlees, het zondige bestaan, de “oude mens” deed zich gelden, vierde de boventoon. Paulus, een groot man, maar niet zonder zonde. Een man, die ontzaglijk veel kan verdragen om Christus’ wil, maar die op een bepaald ogenblik heftig uitvalt tegen Barnabas, en zich verbitterd van zijn medewerker afwendt. Hoe geheel anders treffen wij hem aan in de tekst boven deze meditatie. Hij is op weg naar Jeruzalem. De Heilige Geest dwingt hem als het ware daartoe. Wat hem daar in Jeruzalem zal overkomen, weet hij niet.

Maar wel betuigt de Heilige Geest van stad tot stad dat hem banden en verdrukkingen te wachten staan. En nu neemt hij afscheid van de ouderlingen van de gemeente van Efeze, waar hij zo lang, en met zoveel vreugde, en vooral met zoveel zegen had mogen arbeiden. En het is een ontroerend afscheid! Hoe graag hadden de broeders van Efeze Paulus bij zich gehouden. Ze konden hem zo moeilijk missen. Maar hoe lief hem de ouderlingen en de gemeente van Efeze ook waren, Paulus moet afscheid nemen. Hij moet, maar hij kan het ook. En hij wil het ook! Hij vermag alle dingen, ook dit afscheid-nemen, door Christus, die hem kracht geeft. Hij wenst te gaan de weg, die de Heere wil dat hij gaan zal. Ook al weet hij dat het een weg zal zijn van banden en verdrukking.

Hij is volkomen bereid om zijn geliefde gemeente van Efeze, waar hij zozeer werd gewaardeerd en bemind, in te ruilen voor Jeruzalem, waar de haat brandt en de dood dreigt. ”Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal?”, zo had hij met zijn vernieuwde hart gevraagd op de weg naar Damascus. Welnu, zo leeft het ook nu in zijn hart. Heere, wilt Gij dat ik naar Jeruzalem zal gaan, waar mij banden en verdrukkingen wachten? Wel hier ben ik! Tot uw dienst bereid! “Ik acht op geen ding, noch houd mijn leven dierbaar voor mijzelf, opdat ik mijn loop met blijdschap mag volbrengen!”

Hier viert de Heilige Geest in Paulus zijn triomf, terwijl “het vlees” het onderspit delft. Paulus kent de vreugde van het offer, en daarom ook de bereidheid tot de dood. Hij vindt zijn eigen leven alleen maar voor zover het God dient. En als dan zijn sterven God en Zijn zaak kan dienen, wel, dan is het ook goed. “Opdat ik mijn loop met blijdschap mag volbrengen”. Aan het einde van zijn aardse loopbaan, kort voor zijn marteldood, schrijft hij aan Timotheüs: “Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb de loop geëindigd, ik heb het geloof behouden: voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid.....”

“Maar ik acht op geen ding, noch houd ik mijn leven dierbaar voor mijzelf, opdat ik mijn loop met blijdschap mag volbrengen”. Hier is vrucht van Gods bekerende genade! Hier is de vrucht, die de rank draagt uit de Wijnstok, uit Christus, Die nooit aan Zichzelf dacht. Die alleen bedacht was op de eer van Zijn Vader en het heil van Zijn bruidskerk. Hier blijkt de waarheid van het woord van de apostel zelf:”Ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij!

Hier is de keus van Mozes, “achtende de versmaadheid van Christus meerdere rijkdom te zijn dan de schatten van Egypte”! Hier is de keus van het smalle pad! Hier is geen spoor meer van verbittering! Hier is volkomen bereidheid om het Lam te volgen, waar Het ook heengaat! Leerden we al in oprechtheid bidden, wat we zo dikwijls zingen:”Leer mij, o Heer’, de weg, door U bepaald; dan zal ik die ten einde toe bewaren!

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1997

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1997

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken