Bekijk het origineel

Aandacht voor Israël

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Aandacht voor Israël

7 minuten leestijd

Enige tijd geleden werd in Gouda een vergadering gehouden, belegd door de deputaten van de Gereformeerde Gemeenten, die de zaken van de verkondiging van het Evangelie aan Israel hebben te behartigen. Tijdens die vergadering bleek, dat er binnen de Gereformeerde Gemeenten niet alleen een heel stuk bezinning op de vragen, die betrekking op Israel hebben, op gang is gekomen, maar ook dat er daadwerkelijk arbeid ter hand genomen wordt om Israel met het Evangelie in aanraking te brengen. Ik acht dat een buitengewoon verheugende ontwikkeling.

Voorbereidend werk

Bezinning op deze materie is binnen de Geref. Gemeenten nog maar van jonge datum. Al moet tegelijkertijd wel gezegd worden, dat er jaren geleden hier en daar ook al wel eens uit-spraken gedaan zijn en dingen geschreven zijn die te kennen gaven, dat de zaak toch niet helemaal buiten de belangstelling en - nog belangrijker - buiten het gebedsleven stond. Tijdens de genoemde vergadering werd bijvoorbeeld gewezen naar wat Ds. J. Fraanje ten dezen wel eens schreef. Maar op het officiële kerkelijke niveau werd er niets gedaan.

Een van degenen, die de zaak ook via de prediking en lezingen her en der sterk onder de aandacht van het kerkvolk heeft gebracht, is Ds. R. Boogaard van Leiderdorp geweest. Wie deze predikant kent weet dat hij deze zaak sterk op het hart gebonden had gekregen en dat hi j van daaruit op een voorzichtige en vooral ook bijbelse wijze spreekt en schrijft over de verwachting die er nog voor Israel mag zijn.

Wat hij en anderen met hem naar voren hebben gebracht heeft niet nagelaten invloed uit te oefenen. De zaak kwam op de kerkelijke vergaderingen en een en ander leidde ertoe, dat er een depu-taatschap werd benoemd om zich met de vragen die hier liggen bezig te houden. Aanvankelijk werd dit werk bij de deputaten voor de buitenlandse zending ondergebracht, maar daar heeft het niet lang gelegen. Er werd al spoedig een afzonderlijk deputaatschap voor in het leven geroepen en dat kreeg zelfs de vrije hand om daadwerkelijk met het werk in Israel te beginnen, zodra zich daartoe een geschikte gelegenheid voordeed.

Van de voortgang van het werk van dit deputaatschap werd op de vergadering in Gouda verslag gedaan. De opkomst naar deze vergadering bewees, dat de zaak meer en meer is gaan leven ook onder het kerkvolk. Al met al dingen waar we ons over mogen verheugen.

‘Gods weg met Israel’

Een stukje neerslag van de op gang gekomen bezinning is intussen ook op schrift gesteld. Het is van de hand van de secretaris van genoemd deputaatschap, Ds. C. Sonnevelt van Veenen-daal, die een boekje met een aantal bijbelstudies over Rom. 9-11 schreef dat de titel kreeg “Gods weg met Israel” en dat uitgegeven is bij Den Hertog in Houten. Het zou de moeite waard zijn een en ander uit dit boekje te citeren. Ik zal dat niet doen, maar ik volsta met de opmerking dat de schrijver heel duidelijk zijn overtuiging uitspreekt, dat er nog heilsverwachting voor Israel is. Hij vat het woord “Israel” in de tekst: “Alzo zal geheel Israel zalig worden” niet op in de zin, dat Paulus hier een geestelijk Israel zou bedoelen, wat dan weer verstaan moet worden van de kerk van het Nieuwe Testament, die de plaats van het oude volk Israel heeft ingenomen. Nee, Ds. Sonnevelt leest “Israel” daar als een aanduiding van het volk der Joden in zijn totaliteit. Hij toont ook aan, dat als we deze opvatting huldigen we bepaald nog niet in chiliastische wateren terecht komen. Ik zou echter zeggen: Als u bij deze dingen geïnteresseerd bent - en wie zou dat niet moeten zijn? - leest u dan zelf.

Diverse meningen

Op de vergadering in Gouda bleek overigens wel, dat de meningsvorming nog in volle gang is. Ds. Silfhout, die de inleiding verzorgde en sprak over de vraag of de belofte van het land ook voor vandaag nog geldt, was erg voorzichtig. Hij durfde geen definitief antwoord te geven op de vraag, of in de huidige gebeurtenissen met Israel waar wij in onze tijd allen getuige van zijn, een vervulling van de profetie gezien mag worden. Zijn aarzelingen kwamen voort uit de gedachte, dat de bijbel immers leert, dat aan de terugkeer van Israel naar het land der vaderen bekering vooraf behoort te gaan. En omdat er van die bekering niets te bespeuren is, durfde hij van vervulling van de belofte niet te spreken.

Ds. Boogaard, eveneens aanwezig, gaf in de forumbespreking te kennen, dat hij deze aarzelingen niet heeft. Hij ziet in de gang der dingen met Israel metterdaad de hand des Heeren. Terwijl Ds. Moerkerken als forumlid als zijn mening te kennen gaf, dat hij niet gelooft, dat er voor een nationaal herstel van Israel nog een belofte in de Bijbel staat; beloften zijn er alleen voor een geestelijk herstel van dit volk.

Er zijn dus verschillende meningen, die sterk uiteenlopen. Hoe zou het trouwens ook anders kunnen? In ieder geval is het verheugend, dat er aandacht voor Israel is gekomen en voor Gods weg met dat volk. En dat die aandacht intussen ook resulteert in daadwerkelijke arbeid in Israel, waarbij onverkort wordt uitgegaan van de overtuiging, dat er voor de Jood, net als voor ons, alleen heil gelegen is in de geloofsovergave aan de ware Messias, de Heere Jezus. We kunnen alleen maar hopen en bidden, dat de Heere de ter hand genomen arbeid zal willen zegenen tot het ware heil van Joden.

Waarom?

Waarom ik op deze zaak de aandacht vestig? omdat Israel ons ter harte dient te gaan. Leven de Joden nog niet altijd onder het ‘deksel’? Is nog niet altijd het Evangelie van de enige Naam, die onder de hemel tot zaligheid gegeven is, voor hen bedekt en verborgen? Moet ons dat niet ter harte gaan? En als waar is wat Paulus schrijft, namelijk dat de Joden ‘beminden om der vaderen wil’ zijn, zal het dan niet zaak zijn, dat wij, die door hun ongehoorzaamheid barmhartigheid verkregen hebben (Rom. 11:30), nu ook barmhartigheid betonen ? Daarom stemt het tot dankbaarheid als gemerkt mag worden dat er ook in de Geref. Gemeenten werk aangevat wordt dat beoogt Israel met de Christus in contact te brengen.

En verder signaleer ik deze ontwikkeling omdat het tot vreugde stemt als er van een principiële bezinning op de vragen die hier liggen, sprake is; een bezinning, waarbij niet over de nood-zaal van bekering en geloof wordt heen gezien. Al te veel is er vandaag in de theologie die zich met de hier liggende vragen bezighoudt een tendens om te vergeten, dat er voor de Jood ook alleen heil gelegen is in bekering tot God en geloof in de Heere Jezus Christus (Hand. 20:21). Er is de zogenaamde twee-wegen-leer, die ervan uitgaat dat de Jood buiten het geloof in Christus om zalig zal worden. Daarnaast zijn er ook allerlei vage theorieën waarbij deze twee-wegen-leer weliswaar wordt afgewezen, terwijl het echter ook niet helemaal duidelijk wordt wat de boodschap die aan Israel gebracht moet worden, dan wel zal moeten zijn.

God zegene het werk, dat de Geref. Gemeenten ten dezen ter hand genomen hebben. Hij zegene eveneens het werk, dat vanwege onze eigen kerken ten behoeve van de Joden gedaan mag worden. God zegene Israel door aan dit volk in rijke mate Zijn Geest te willen schenken, opdat waar zal gaan worden, dat niet alleen het overblijfsel uit Israel het heil deelachtig mag zijn, maar dat ook geheel Israel zalig zal worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 1997

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Aandacht voor Israël

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 1997

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken