Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Meditatie

Paulus in Rome (7)

5 minuten leestijd

“En sommigen geloofden wel, hetgeen gezegd werd, maar sommigen geloofden niet”

We gaan nog even terug. Dat zit in een verzoek. Van een ambtsdrager. Leden van zijn gemeente hadden het moeilijk. Of daarom over bovengenoemde tekst gemediteerd kon worden. Aan die vraag wil ik gaarne voldoen.

Paulus, zo hebben we reeds gehoord, heeft de Joden in zijn woning uitgenodigd. Heel die dag, van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat, tracht Paulus de Joden te bewegen tot het geloof in Jezus. Het effect van de prediking is dat sommigen wel geloven en sommigen niet. We kregen de indruk dat het half om half is. Dus de ene helft niet, de andere helft wel. Menige prediker wordt hier jaloers. “O als dat zo zou mogen zijn bij hen die onder mijn gehoor zitten”. Veronderstel dat in een evangelisatiebijeenkomst het half om half zou zijn, we zouden spreken van een geestelijke opwekking, en dat terecht. De situatie vandaag is wel anders. Soms bidt een ouderling in de consistorie of het er nog eens eentje mocht zijn. Maar goed - het gaat in deze meditatie om dat verschijnsel: de een wel, de ander niet. Wat is de achtergrond daarvan? Dat is de kwestie en de zaak waartegen mensen aanlopen. Het kan nog erger: hier kunnen strikken zijn die door satan worden gespannen om eeuwig te verderven. Men meent dat verkiezing en verwerping dezelfde grond hebben. Vanwege welbehagen zodat God het overgrote deel van de mensheid zou hebben verworpen. Het Besluit van de Dordtse Leerregels geeft echter duidelijk aan dat de grond van de verwerping een andere is dan die van de verkiezing.

In D.L. 3 en 4 par. 9 lezen we: “dat er velen, door de bediening des Evangelies geroepen zijnde, niet komen en niet bekeerd worden, daarvan is de schuld niet in het Evangelie, noch in Christus, door het Evangelie aangeboden zijnde, noch in God, die door het Evangelie roept; maar in dengenen, die geroepen worden; van dewelken sommigen zorgeloos zijnde, het woord des levens niet aannemen; anderen nemen het wel aan, maar niet in het binnenste huns harten, en daarom is het, dat zij na enige kortstondige blijdschap, van het tijdelijk geloof wederom afwijken; anderen verstikken het zaad des woords door de doornen der zorgvuldigheden en wellusten der wereld, en brengen geen vruchten voort......” Daarna volgt par. 10 en daar belijden we: “Maar dat anderen, door de bediening des Evangelies geroepen zijnde, komen, en bekeerd worden, dat moet men de mens niet toeschrijven, alsof hij zichzelf door zijn vrijen wil zou onderscheiden van anderen....; maar men moet het Gode toeschrijven, die gelijk Hij de zijnen van eeuwigheid uitverkoren heeft in Christus, alzo ook diezelfden in de tijd krachtiglijk roept, met het geloof en de bekering begiftigt, en, uit de macht der duisternis verlost zijnde, tot het rijk zijns Zoons overbrengt....” De enige conclusie is dat wie verloren gaat door honderd procent eigen schuld verloren gaat, en dat wie behouden wordt door honderd procent genade behouden wordt. U kunt zeggen: daar snap ik niets van, dat gaat mijn verstand te boven. Nu - mijn verstand ook. Maar het zijn de twee lijnen van de Schrift, en die zijn als de rails waarover de trein rijdt. Tenminste als de rails altoos evenwijdig blijven lopen. Gaat u ze naar elkaar toebuigen, dan verongelukt de trein. Mag ik, indien u het er zo moeilijk mee hebt, vragen: hebt u al eens tegen de Heere gezegd: Heere, ik heb recht op de eeuwige verwerping. Daar is mijn zonde, mijn ongeloof, u doet, Heere geen onrecht als u mij voor eeuwig verdoemt. Weet u - we willen het zo graag omdraaien. Als we verloren gaan dan is dat niet onze schuld, maar Gods schuld. Doch weet dit: dat God niet verwerpt die Hem niet eerst heeft verworpen, en dat God niet verlaat die niet eerst Hem verlaten heeft. De verkiezing vóór de grondlegging der wereld, de verkiezing in Christus, het welbehagen van God, de eeuwige liefde, het eenzijdige werk, alles uit God en door God maakt het voor de grootste der zondaars zo ruim. Nu kan een die dood is in zonde en misdaden, een Adamskind, een goddeloze, een vijand van God volkomen zaligworden. Het volk van de Heere en dat juist bij het verder gaan op de weg des levens, leert te spreken over genade alleen. “Hij kwam, en zag op mij neder”. Dat volk zegt in verwondering: “waarom was het op mij gemunt daar zovelen gaan verloren”. Hoe meer ze leren dat het enkele genade is, des temeer gunnend worden ze. Dan spreken zij: “houd maar aan, als het voor zo een kon als ik ben dan kan het voor u helemaal”. Ze gaan verkondigen de deugden Desgenen, die hen uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht.

Houdt u er maar rekening mee als dat volk gaat zeggen dat er zoveel met de mens moet gebeuren voordat het wel zal zijn dan is dat volk ver van z’n plek. Als het op z’n plek is spreekt het: “zo maar, om niet, vanwege welbehagen, onbegrijpelijk wonder”. Nu blijft nog een zaak: de verkiezing is in Christus. Christus is de spiegel der verkiezing. Nooit wordt u zeker van uw verkiezing buiten Christus. Nu welke plaats heeft Christus in uw leven? Hij wordt u door het evangelie aangeboden. Omdat God geen lust heeft in uw dood. Verschrikkelijk is het om die Christus te verwerpen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 1997

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 1997

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken