Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Meditatie

Johannes de Doper (2)

5 minuten leestijd

“Doch Johannes weigerde Hem zeer, zeggende: mij is nodig van U gedoopt te worden, en komt Gij tot mij?”

In onze vorige meditatie zagen we Johannes de Doper als de strenge wetsprediker, die in zijn vlammende prediking de zonden van zijn hoorders heel concreet blootlegde, en vervolgens dringend opwekte tot bekering.

Johannes, de boet-prediker, de wetsprediker. Maar dan wel de wet in dienst van het evangelie. En daarom was Johannes ook voluit evangelieprediker. In Lucas 3:18 staat het dan ook met zoveel woorden: Hij dan, ook nog vele andere dingen vermanende, verkondigde de volke het evangelie! Door zijn strenge prediking moest hij in het hart van zijn hoorders de behoefte wekken aan de Zaligmaker, die zou komen om hen van de schuld en de macht der zonde te verlossen.

En zijn prediking droeg rijke vrucht. Van alle kanten kwam het volk toestromen. En wie hun zonden beleden ontvingen in de doop het teken en zegel van de afwassing der zonden in het bloed van de Zaligmaker, die hun nu spoedig zou worden geopenbaard.

En zie, daar nadert op zekere dag Jezus! Hij is vanuit Galilea gekomen naar Beth-Abara aan de Jordaan, waar Johannes doopte. Hij weet dat het nu de tijd is, dat de Vader Hem roept om Zich aan het volk te vertonen en door Johannes aan hen te worden voorgesteld. Daar nadert Jezus tot Johannes, Zijn heraut, Zijn wegbereider. Allereerst om Zich aan Johannes bekend te maken. Immers, hoe zal Johannes Hem anders aan het volk kunnen voorstellen? Want Johannes kende Hem niet, lezen we in Joh. 1:31. Hoe Johannes opeens ontdekte Wie hij voor zich had, weten we niet. Maar hoe het ook zij: Johannes stelt zich meteen onder Jezus! De grote boetgezant, die door zijn krachtige prediking opkwam voor Gods recht, die de schare het oordeel der verdoemenis aankondigde wanneer ze zich niet bekeerden, hij kende zichzelf als een arme, verloren zondaar. Hij doopte zondaren die hun schuld beleden, als teken en zegel van de vergeving der zonden.

En het zou heel goed kunnen dat in zijn hart de vraag weleens opkwam: wie zal mij dopen? Wie zal nu eens de hand op mijn hoofd leggen en mij onderdompelen in het water, maar om mij dan ook meteen op te richten als tot een leven uit de dood?

En zie, daar ontmoet hij de zondeloze Jezus, Hem, die zal dopen met de Heilige Geest en met vuur! En de machtige boetgezant zinkt voor Jezus op de knieën, en belijdt het stamelend: “Mij is nodig om van U gedoopt te worden, en komt Gij tot mij?”

Hij weigerde Hem zeer! Letterlijk: Hij bleef doorweigeren; hij hield aan met weigeren! Komt Gij tot mij? Zal hij, Johannes, Jezus dopen? Jezus, die toch Zelf de inhoud, de waarheid, de vervulling van de doop is! Zal Johannes Hem doen afdalen in het water, Hem, die geen enkele zonde heeft te belijden, de enige Reine onder alle miljoenen die uit vrouwen geboren zijn? Zal hij. Johannes, Hem, Jezus, het sacrament toedienen, dat toch spreekt van reiniging, vernieuwing en bekering?

Och, het is voor Johannes zo helemaal ondoorgrondelijk! Dat Jezus, de Reine, de Heilige Zich stelt onder de wet; dat Hij tot zonde is gemaakt, opdat Hij vloekwaardige zondaren tot God zal brengen, en voor schuldigen vrijspraak zal verwerven. Het is toch ook nooit voor een beperkt, zondig mensenverstand te bevatten?

Is het ook niet een eeuwig wonder van ontferming, dat Jezus, de Zoon van God, zo tot Johannes nadert om van hem gedoopt te worden. Komt Gij tot mij? Mij is nodig van U gedoopt te worden, en komt Gij tot mij? En Johannes weigerde hem zeer! Doch Jezus, antwoordende, zeide tot hem: “laat nu af; want aldus betaamt ons alle gerechtigheid te vervullen!”

Laat nu af, Johannes. Weiger nu niet langer om Mij te dopen. Zo wil het Mijn hemelse Vader, Johannes! En zo wil Ik het! Zo heeft het Mijn Vader van eeuwigheid gewild! En zo heb ik het van eeuwigheid gewild! En nu moet gij het ook willen, Johannes! Nu betaamt, nu past het ons alle gerechtigheid te vervullen. En daarom: gehoorzamen! Nu niet meer weigeren, niet meer tegenstribbelen! Nu zullen we doen, Johannes, wat God van ons beide vraagt: Zijn wil volbrengen! Al begrijpt ge het niet, al blijft het voor u een ondoorgrondelijk mysterie: Johannes, ge moet Mij dopen!

En nu is Johannes overreed. Hij weigert niet langer. Hij gehoorzaamt. Hij daalt met Jezus het water van de Jordaan in en doopt Hem.

Komt Gij tot mij? Zegt elk kind van God (zij het in andere zin) het Johannes niet na, wanneer God in Christus door de Heilige Geest tot zijn ziel nadert?

Komt Gij tot mij? Gij, de Heilige, tot mij de onreine, de vuile? Gij, de Rechtvaardige, tot mij, de schuldige? Gij, de Schepper, de Heere van hemel en aarde, tot mij, nietige sterveling?

Ja, nog meer: Gaat Gij, Heere Jezus, in mijn plaats staan? Neemt Gij mijn schuld over? Wilt Gij om mijn overtredingen verwond worden en de straf dragen, die mij de vrede aanbrengt?

Het is toch niet te geloven, als God het niet te geloven geeft?

Komt Gij tot mij. Wie zich daarover nog nooit heeft verbaasd, heeft nog nooit iets verstaan van Gods reddende liefde in Christus!

Komt Gij tot mij? Hierin klinkt door de verwondering van een klein, zondig mensenkind over de vrije, mateloze liefde Gods in Christus! Een verwondering, die steeds groter wordt! Een verwondering, die eeuwig duurt!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 1998

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 1998

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken