Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Des Christens groot interest (10)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Des Christens groot interest (10)

9 minuten leestijd

De vorige keer hebben we gezien hoe Guthrie spreekt over het gebod om te geloven. Dit gebod om te geloven betekent absoluut niet dat wij in staat zouden zijn om zelf te geloven. Dit gebod wijst ons ongeloof aan als schuld en wil ons uitdrijven naar de Heere, Die het geloof werkt door Zijn Geest en Woord.

Door het geloof aannemen

In het tweede hoofdstuk van het tweede deel gaat Guthrie nog wat dieper in op de betekenis van het aannemen van het aanbod van God. Het aannemen van de Heere Jezus door het geloof betekent dat we van harte instemmen met de manier waarop God zondaren zalig maakt. Deze omschrijving komen we vaker bij Guthrie tegen. Het echte geloof stemt in met Gods wijze van zalig maken. God maakt zondaren zalig door de Heere Jezus Christus. Het aannemen van Christus als Zaligmaker betekent dat wij afzien van al onze eigengerechtigheid. We stemmen er mee in dat God niets in ons vindt wat Hem behaagt. Onze eigengerechtigheid als middel tot de zaligheid, is niet toereikend. We gaan de Heere Jezus Christus hoogachten en Hem waarderen als de enige Schat die in staat is om zondaren echt rijk te maken. We gaan op Hem vertrouwen. Die de enige weg tot zaligheid is. We gaan Christus aannemen zoals Hij in het Evangelie wordt aangeboden.

“De mens voegt zich naar deze Middelaar, zoals God Hem voorstelt in het Evangelie met de begeerte de last van ons hele bestaan op Hem te leggen”. In het Evangelie wordt de Heere Jezus aangeprezen als de enige Zaligmaker. Buiten Hem is er geen leven en zaligheid. Hij is de Schat die alleen toereikend is om u en mij rijk te maken. Zo hoort u van Hem elke zondag in de prediking. Zo komt Hij tot u en tot jou in het gewaad van Zijn Woord. Hebt u en heb jij Hem zo nodig gekregen zoals Hij in Zijn Woord tot ons komt? Het geloof zoekt de zaligheid in de Heere Jezus alleen. Buiten Hem is er geen zaligheid. Ook in mijzelf kan ik niets vinden wat kan bijdragen aan mijn zaligheid. Het geloof neemt de Heere Jezus aan als de enige en volkomen Zaligmaker. Het is wellicht goed om te laten zien dat ook onze belijdenis op deze manier spreekt over het geloof. U kunt dat lezen bijvoorbeeld in art. 22 van onze Nederlandse Geloofsbelijdenis. Daar leest u aan het begin: “Wij geloven, dat, om ware kennis van deze grote verborgenheid te bekomen, de Heilige Geest ontsteekt een oprecht geloof, hetwelk Jezus Christus met al Zijn verdiensten omhelst. Hem eigen maakt, niets anders meer buiten Hem zoekt.” Hier vindt u dezelfde dingen terug. Wie echt gelooft, gaat de noodzakelijkheid en de heerlijkheid van Christus zien.

De noodzaak van het geloof

Wie behouden wil worden, moet geloven. Want zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Christus aannemen door het geloof is nodig om in Gods gunst te mogen delen. Alleen in de weg van hel aannemen van de Heere Jezus Christus krijg ik recht op en deel aan het kindschap van God. “Want zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven” (Joh. 1:12).

Ik citeer enkele woorden van Guthrie zelf: “De Heere biedt Zich aan om onze God in Christus te zijn. Indien wij het aanbod niet aannemen en alle gedachten aan andere wegen, waardoor wij menen zalig te kunnen worden, niet terzijde stellen, dan kan God tot ons niet naderen. (..) Indien wij het aanbod niet aannemen geven wij God geen antwoord. Bovendien zijn we allen gedoopt in de Naam van Jezus Christus tot vergeving der zonden. Welnu, tenzij wij Christus aannemen zoals gezegd is, vervalsen wij die belijdenis.” Guthrie legt er de nadruk op dat er een antwoord moet komen op het aanbod van God. Naar mijn gedachte spreekt Guthrie hier heel eenvoudig en duidelijk de Schrift na. Guthrie laat zien hoe het ervoor ons persoonlijk op aan komt om te geloven. We moeten door een waar geloof aan de Heere Jezus verbonden zijn. Het gaat er in ons aller leven om dat we Hem persoonlijk kennen. Wanneer we niet geloven in de Heere Jezus Christus, zijn we kinderen van het Koninkrijk die buiten geworpen zullen worden. Opnieuw gebruikt Guthrie het woord ‘plicht’. Het is onze plicht om te geloven. “Iedereen die tot de jaren des onderscheids is gekomen, is verplicht zijn eigen verloren toestand ter harte te nemen en Gods genade, aanbod van vrede en zaligheid aan te nemen”. Wil Guthrie hiermee dan zeggen dat wij zelf kunnen geloven? Vandaag kun je zo’n eenzijdige verkondiging van het Evangelie overal horen. Aan de mens wordt het vermogen toegekend om zelf te geloven. Geloven wordt vooral gezien als een keuze die ik zelf doe. Ik moet geloven. Als ik niet geloof, kan God niets met mij doen. Het gevaarlijke van zo’n visie is dat er niet meer wordt gezegd. Het is vooral voor jullie, jonge mensen, van belang om alles te toetsen aan de bijbel. Wanneer we luisteren naar wat Guthrie zegt, benadrukt hij aan de ene kant het gebod om te geloven. Dit gebod moeten we helemaal laten staan. Ook in de prediking mogen we niets van dit gebod om te geloven afdoen. Maar Guthrie zegt aan de andere kant er tegelijk bij dat al deze woorden die ons oproepen tot geloof, geen uitwerking zullen hebben totdat God Zijn Geest uitgiet uit de hoogte. Het gebod om te geloven, wil niet zeggen dat wij zelf kunnen geloven. Wanneer je met je verduisterd verstand hierover nadenkt, kom je er niet uit. Hoe kan de Heere oproepen tot geloof, terwijl wij zelf niet kunnen geloven? Het gebod tot geloof wil ons uitlokken om tot de Heere te gaan met het gebed om geloof. Guthrie zegt dat de predikers van het Evangelie dit gebod de mensen op het hart moeten binden “om de Heere geen rust te geven totdat Hij die Geest zendt, die Hij geven zal aan hen die Hem daarom bidden” (Luk. 11:13). Deze laatste woorden van Guthrie zijn pastorale woorden om aan zondaren leiding te geven. We mogen tot de Heere gaan om geloof. Is dat de uitwerking in ons leven van de prediking die ons gebiedt te geloven? Kunnen we de Heere niet meer met rust laten? Of laat u en jij de Heere nog met rust? Je leeft rustig verder. Je bent onbekeerd en je kunt jezelf het geloof niet geven. Daarmee denk je de waarheid van Gods Woord aan je eigen kant te hebben. De prediking wil ons uitdrijven tot de Heere zodat we de

Heere niet meer met rust laten totdat Hij door Zijn Geest in onze harten werkt. De Heere heeft beloofd dat Hij Zijn Geest wil geven degenen die Hem daarom bidden. Het is nooit tevergeefs om de Heere te zoeken en Hem te bidden om de Heilige Geest, Die het geloof werkt. In onze gebeden mogen we pleiten op deze beloften van de Heere en op de trouw aan Zijn eigen Woord. De Heere wil ons er toe uitnodigen om te komen tot Hem met Zijn eigen beloften. Want de Heere wil Zijn eigen beloften vervullen in ons leven. Waar een zondaar als een smekeling voor de Heere knielt met Zijn eis en met Zijn belofte, daar zal de Heere Zijn Geest geven.

Laat de Heere niet met rust, ouderen en jongeren. Is het ons gebed: Heere, ik laat u niet gaan tenzij dat gij mij zegent ? Heeft het gebod van God om te geloven ons tot de Heere gebracht?

Geen oppervlakkig geloof

Wanneer Guthrie zo over het geloof spreekt, bedoelt hij niet dat het geloof een oppervlakkige zaak is. Er zijn mensen die al gauw en ondoordacht zeggen dat zij instemmen met de weg van de zaligheid in de Heere Jezus Christus. “Deze mensen bedriegen zichzelf en beelden zich in het (nl. de plicht om te geloven) gedaan te hebben.” Het is van belang om te laten zien uit de Schrift wat er gebeurt als de Heilige Geest ons leert geloven. Deze dingen die Guthrie nu gaat noemen, wil hij niet als voorwaarden zien, die ons bekwaam zouden maken om tot Christus te gaan. Het is eerst van belang dat wij onze natuurlijke staat ter harte nemen. Dat betekent dat wij ons gaan realiseren wie wij van nature zijn. We zijn opstandelingen tegen God. De toom van God rust op ons vanwege onze zonden. We moeten ons realiseren dat de dreigingen in de bij bel aan ons geadresseerd zijn. De Heere zegt bijvoorbeeld in Zijn Woord: “Vervloekt zij, die des Heeren werk bedrieglijk doet” (Jer. 48:10). Wij moeten dan beseffen dat dit ons treft. Wij bidden zonder ons hart. wij luisteren met veel traagheid en afdwalingen naar Gods Woord. Wij dienen de Heere vaak alleen maar uiterlijk en oppervlakkig, ook al onze eigen gerechtigheid is niet aangenaam in de ogen van God. Tot het echte geloof behoort, dat wij ons realiseren dat wij van nature onder de toorn van God liggen. Wij kunnen dan niet meer onbekommerd over onze zonden en schuld heenleven. Voorheen konden we dat wel. We hadden weleens last van de zonde, maar het bracht ons nooit tot de Borg Jezus. Nu durven we niet meer verder te leven zonder de Heere Jezus te kennen als Borg. We gaan ons haasten om de Heere Jezus te kennen. We durven dit niet meer uit te stellen. Guthrie wil hier geen trap of mate voorschrijven. Dat kan ook verschillend zijn. Maar hij wil hier laten zien dat ieder die in de Heere Jezus Christus leert geloven, ondervindt dat hij buiten Christus verloren is vanwege zijn zonden. Het echte geloof is geen oppervlakkig geloof, waar de kennis van de zonde er maar een beetje bij hangt. “Die gezond zijn hebben de medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn” (Matt. 9:12). Het Evangelie scherpt ons in dat wij buiten Christus verloren zijn. Wanneer wij andere dingen belangrijker vinden dan het kennen van Christus, beseffen wij niet in wat een groot gevaar we ons bevinden. Als u Christus niet kent, zie dan in hoe erg het met u en jou gesteld is. Geeft uzelf geen rust maar laat u uitdrijven tot Hem, Die al uw zonden kan en wil vergeven in Zijn bloed.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1998

Bewaar het pand | 16 Pagina's

Des Christens groot interest (10)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1998

Bewaar het pand | 16 Pagina's

PDF Bekijken