Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Meditatie

6 minuten leestijd

Het gras verdort, de bloem valt af, maar het Woord onzes Gods bestaat in der eeuwigheid

Wat gaat er van dit herfstgetij weer een ontroerende sprake uit! De dagen korten, nevels rijzen, de duisternis wint het al meer van het licht. Zo zien we het weer: het gras verdort en de bloem valt af. We stappen daarbij zo gemakkelijk over de afgevallen bladeren heen. Maar heeft u al eens stil gestaan en zulk een vergeeld blad bezien? O, wat wordt dan het Woord bevestigd: de bloem valt af als de Geest des Heeren daarin blaast; voorwaar het volk is gras.

Krachtens Zijn algemene goedheid laat de Heere het geboomte groeien, de planten groenen en de bloem bloeien.

David zegt in Psalm 36: “Heere, Gij behoudt mensen en beesten” en in Psalm 19: “Het uitspansel verkondigt Zijner handen werk”.

Maar nu zien we de verwelking als een beeld van de vergankelijkheid in Gods schepping, van alle ‘vlees’. Die verwelking tekent zich ook duidelijk af in deze wereld. Maatschappelijk, economisch, staatkundig en godsdienstig. De tekenen der tijden laten al ernstiger zien het rijpingsproces voor de ondergang der wereld. De apostel Johannes schrijft: “En de wereld gaat voorbij en al haar begeerlijkheid. Maar die de wil van God doet blijft in der eeuwigheid”.

Wat openbaart zich almeer de angstpsychose bij de toenemende bedreiging ten opzichte van een alverwoestende oorlog en van het opzienbare geweld, moord en diefstal op allerlei manier. En ook die angst en vrees tot zelfs levensmoeheid heeft de Heere reeds voorspeld in Zijn Woord.

In Jesaja 13 lezen we: “Huilt gijlieden want de dag des HEEREN is nabij; hij komt als een verwoesting van de Almachtige. Daarom zullen alle handen slap worden en aller mensen hart zal versmelten. En zij zullen verschrikt worden, smarten en weeën zullen hen aangrijpen. Zij zullen bang zijn als een barende vrouw; een iegelijk zal over zijn naaste verbaasd zijn, hun aangezichten zullen vlammende gezichten zijn”.

O, wat wordt alles toch in het Woord des Heeren aangegeven. En wat baat het dan een mens zo hij de gehele wereld wint en zijner ziel schade lijdt. Of wat zal het een mens geven tot lossing zijner ziel, laat Mattheus hier direkt op volgen.

Ja, dáárom gaat het: “Wie redt zijn ziel van ’t graf?”

Want, is het verdorde gras en dat gevallen blad ook niet een ontroerende prediking van de vergankelijkheid van het ‘leven van de mens’? Getuigt Psalm 90 niet ernstig daarvan? Was het volk Israel ook niet een duidelijk bewijs van zijn vergankelijkheid en die van Babels heerlijkheid? Helaas! De massa van het volk voelde zich tenslotte thuis in Babel met al haar geneugten. Is dat ook niet zo in onze gematerialiseerde tijd? Keert de massa zich niet al meer af van de Kerk en van het Woord en de dienst des Heeren? Alles veel te bekrompen en ouderwets. De oude leuze herleeft: vrijheid, gelijkheid en broederschap. We hoeven dit niet verder te verduidelijken.

Ach, wat zit de mens vandaag in de greep van de afwerping van alle gezag op allerlei terrein. Vooral het heilig gezag van Gods Woord, zoals dit ook uitkomt in allerlei nieuwe vertalingen. Ja, van verwerping van alle zuivere christelijke beginselen en normen zoals Gods Woord deze voorhoudt. Wat is er een schrikbarend toenemen van het: God willen dienen èn de mammon, de wereld! Maar wanneer dan de dood komt, hoe zal het dan zijn? zullen we dan nog een betrouwbare schuilplaats kunnen vinden? Zal er dan nog een BORG voor onze arme ziel kunnen optreden? Ach al zouden we zelfs bewaard mogen zijn voor de uitbreking in al de genoemde begeerlijkheden van het vlees en van de wereld, en zelfs ook geijverd hebben voor de zuivere waarheid en voor een meest-zuivere Bijbelvertaling, maar van de ware beleving en kennis van God en van de Goddelijke zaken vervreemd zijn gebleven. O, wat zal dan de ontnuchtering vreselijk zijn; wanneer de Heere dan zal zeggen: “Voorwaar zeg Ik u, Ik ken u niet”.

Welnu, zo komt daarom zeer noodzakelijk naar voren een gehele vernieuwing van de gevallen mens, dat is de inplanting van het nieuwe leven in het dode zondaarshart, door de wederbarende werking van de Heilige Geest en door Gods Woord, waarvan Hij Zich bedient. Dan geschiedt er een afsnijding van de oude stam, van Adam, een inplanting in de Wijnstok, Jezus Christus!

Uit Hem vloeien immers de levenssappen en de vruchten? In de verdere voortgang van het nieuwe leven leert men verstaan: “Uit u in der eeuwigheid geen vrucht. Maar uw vrucht wordt uit Mij gevonden”.

Die inplanting van het nieuwe leven is dan ook een allergelukkigst voorrecht. Want dan wordt men naar Psalm 1 vers 2 ... een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd en ... welks blad niet afvalt.

Daar nu de Heilige Geest die planting en wasdom bewerkt en wel door het Woord, is het zo heel vertroostend wat we lezen in onze tekst:

“Maar het woord onzes Gods bestaat in eeuwigheid.”

En nu is er al wat tegen dat dierbare Woord aangekomen. Wat is het de eeuwen door aangevallen en verworpen.

Ja, vanaf het Paradijs in twijfel gebracht. De duivel zaaide de twijfel in Eva’s hart. Zo viel de mens moed- en vrijwillig van God af en de duivel toe. En derhalve kwam hij midden in de dood te liggen. Onbekwaam tot enig geestelijk goed, missende “het eeuwige leven”, hem geloofd en gehoorzaamd.

Ondanks nu satans toeleg (met name vandaag) Gods Woord weg te krijgen, hetzij met geld of door vervalsing, gelijk in Rome’s kerk, zo heeft toch de Heere gezorgd voor bewaring van de zuivere leer der waarheid, en die weer te doen belijden en beleven. En hoevelen zijn er door dat Woord, toegepast door de Heilige Geest, getrokken en geleid!

Dat is tevens een vaste waarborg en troost voor Gods Kerk bij alle pogingen van de hel om het weg te krijgen, dat het blijft. Ja in der eeuwigheid.

Wat is het tenslotte een bron van vertroosting voor Gods aangevochten kinderen. Wat kunnen ze benauwend zijn, zoals: het echte werk der genade is nooit in u geweest. U zult nog als een huichelaar openbaar komen. O, wat kan de duivel, maar ook het eigen vlees door wettische dienstbaarheid de zielen in het donker doen verkeren, zodat het Woord des Heeren als een gesloten Boek wordt of in een geheel onjuist verband wordt gerukt. Maar was het niet tot een rijke bemoediging en troost voor de ballingen, het ‘overblijfsel’ des Heeren in Babel, wat de Heere door Zijn profeet verzekerde: “Maar het Woord des Heeren blijft in der eeuwigheid”.

HET BLIJFT als middel der genade en van het geloof, als BRON der vertroosting, ais betrouwbare REISGIDS voor Gods pelgrims en als een volkomene VERVULLING van ’s HEEREN dierbare BELOFTEN.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 1999

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 1999

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken