Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De volmaakte zorg van de Goede Herder

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De volmaakte zorg van de Goede Herder

Samenvatting toespraak.

5 minuten leestijd

De Heere wil door Zijn Kerk gebeden zijn om bewaring. Ds. v.d. Meij heeft hierover gesproken: “Bewaar mij als het zwart des oogappels”. Dat gebed is nodig omdat de Kerk op aarde de strijdende Kerk is. Zij heeft te maken met doodvijanden: de satan, de wereld en het eigen verdorven bestaan. Vanwege de bange strijd met deze vijanden is het gebed om bewaring nodig. Het is rijk door de Heilige Geest op het gebed bepaald te worden bij de woorden van onze tekst: “En Ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken.” Joh. 10:28 Het eeuwige leven waar de tekst van spreekt is een gave. Er komt niets van de mens in aanmerking. Ieder schaap van de kudde van de Goede Herder zal dit beamen. Vanwege de zonden is immers juist het tegenovergestelde verdiend. De mens heeft in Adam gekozen voor de eeuwige dood. Het eeuwige leven is een onbegrijpelijke gave van God. De Goede Herder heeft daarvoor Zijn leven gegeven en Zijn bloed gestort. Door Zijn lijden en dood heeft Hij het eeuwige leven voor Zijn Kerk verworven. De Heere maakt dode zondaren levend naar Zijn welbehagen. Wie door Hem zijn levendgemaakt zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid. Dat er geen enkel schaap van de Goede Herder verloren zal gaan komt niet omdat er geen aanvallen op die schapen gedaan worden. De satan zet alles in om Gods werk te niet te doen. Wat kan het bang worden als de duivel aanvalt. Dat drijft tot het gebed: “Bewaar mij als het zwart des oogappels.” Op het gebed bepaalt de Heere op Zijn tijd bij de belofte van de bewaring waar bijvoorbeeld onze tekst van spreekt: “En zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid”. Het is ook gevaarlijk voor de schapen omdat zij een dwaalziek hart met zich omdragen. Schapen dwalen gemakkelijk af. Schapen eten gemakkelijk iets wat niet goed voor hen is. Zo is het ook geestelijk. Gods kinderen moeten met smart en schaamte belijden dat zij een dwaalziek hart met zich omdragen en dat zij zo gemakkelijk iets tot zich nemen uit de gifweide van de wereld. Er is dus alle reden tot het gebed: “Bewaar mij als het zwart des oogappels.” Rijk als de Heere bepaalt bij deze woorden: “En zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid.” Er staat niet dat zij niet zullen struikelen, er staat ook niet dat zij niet zullen afwijken. Het is de bedroevende en smart-veroorzakende werkelijkheid dat de schapen heel vaak struikelen en afwijken. Maar de Heere blijft trouw. Hij zegt nooit tot een afgedwaald schaap: Nu zal Mijn stok u verpletteren, nu zal Mijn staf u doodslaan. Dat schaap heeft het wel verdiend en belijdt dit ook voor het aangezicht des Heeren. Maar de Heere blijft trouw aan ontrouwen. Hij zoekt afgedwaalden telkens weer op. Hij zorgt volmaakt voor Zijn schapen. De Heere belooft in onze tekst: “En niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken.” Er wordt dus wel gerukt aan die schapen. De strijd is zwaar. Het kan zo donker zijn, vaak door eigen schuld. We hebben ook te bedenken dat er in onze tijd heel wat op ons en onze jeugd af komt. Allerlei misvattingen en dwalingen hebben grote aanhang. Dan mag het gebed wel opstijgen: Heere, bewaar de jeugd bij de waarheid, bij het toebetrouwde pand. Geef dat die waarheid tot zegen gesteld mag worden. De wereld is vol van verleiding. De gevallen mens heeft er alles in mee de wereld in te gaan. De satan ziet niets liever dan dat dit gebeurt. Moge de Heere jong en oud doen blijven onder de waarheid. Het Koninkrijk Gods moge uitgebreid worden onder ons. Gods kinderen worden van buiten en van binnen belaagd. Het is immers de strijdende Kerk op aarde. Als je in onze tijd sommigen hoort spreken zou je denken dat er totaal geen strijd is. Ze kunnen altijd geloven, kunnen het altijd maar vasthouden. Bij Gods kinderen is het anders. Zij zien dat zij onophoudelijk in gevaar zijn. Daarom is de bede nodig: “Bewaar mij als het zwart des oogappels”. De Heere belooft Zijn Kerk te bewaren: “En Ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken.” Die hand is een almachtige, liefdevolle, beschermende en bewarende hand. Gods kinderen zuchten vaak onder de zonde, onder het eigen ik, onder het dwaalzieke hart. Als ondanks de zonde Gods bewaring ondervonden mag worden geeft dit verwondering en aanbidding vanwege Gods goedheid en lankmoedigheid, over Zijn liefde en trouw. Er kan heimwee zijn in het hart naar Boven. Eenmaal zal een volkomen verlossing ten deel worden: Dan volmaakt en eeuwig Gods eer bedoelen. Het moge ervaren worden bij het naad’ren van de dood: “Al ging ik ook in een dal der schaduw des doods, ik zou geenkwaad vrezen, want Gij zijt met mij. Uw stok en Uw staf die vertroosten mij.”

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 1999

Bewaar het pand | 8 Pagina's

De volmaakte zorg van de Goede Herder

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 1999

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken