Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Adventsgebed

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Adventsgebed

8 minuten leestijd

“Och, dal Gij de hemelen scheurdet, dat Gij nederkwaamt...”

Het feest van de komst van Gods Zoon in het vlees is dichtbij gekomen. We hopen binnenkort weer te luisteren naar de boodschap, die ons spreekt van Gods onpeilbare liefde, die het liefste heeft gegeven, wat Hij had. In dat wondere geschenk wordt de weg gepredikt voor een verloren zondaars-geslacht om uit vrije genade met God verzoend te worden. De Kerk onder het Oude Testament heeft naar deze komst uitgezien. Telkens weer opnieuw beluisteren we het uitzien, het verlangen, het verwachten van die Kerk, omdat alleen in het ingrijpen Gods in Christus de vervulling van haar heil en leven te vinden is. We zouden het ook zo kunnen zeggen: die Kerk heeft gedurig weer opnieuw het Adventsgebed mogen kennen en beoefenen. “Het gebed is het geheim van Gods Sion, het teken van Gods volk.” Dat gebed heeft op zichzelf geen verdienste. Het is niet om het gebed, dat de Heere Zijn heil schenkt. Alleen Goddelijk ontfermen en welbehagen zijn het, waarom God het doet. Toch doet de Heere het niet buiten het gebed om. Hij laat Zijn Geest zuchten door het gebed van Zijn kerk heen naar de vervulling van Zijn Goddelijke beloften om met heimwee de komst van Gods heil in Christus te verwachten.

En nu blijft het gebed ook na de komst van Christus in de kribbe het geheim van Gods Sion en het teken van Gods volk. De geboorte van Christus in Bethlehem behoeft zich en zal zich niet herhalen. De vrucht van dat komen Gods éénmaal zal echter niet vreemd blijven in het leven van Gods Kerk van alle tijden. Hij komt met Zijn heil in het hart en leven van de Zijnen. Maar Hij bereidt daar plaats voor door Zijn Heilige Geest in de weg van het gebed. Van het gebed, dat worstelt en zucht om de komst van Gods heil: “och, dat Gij de hemelen scheurdet, dat Gij nederkwaamt...”

We beluisteren het Adventsgebed in één van de meest bewogen gebeden uit Gods Woord. De profeet Jesaja bidt er dan als tolk van Sion tot God. Het smeek- en boetegebed klinkt vanaf de puinhopen. De noodtoestand is ontzettend groot. Het volk moest wegens de zonden in ballingschap gevoerd worden. De stad en de tempel zijn verwoest door de vijanden. We horen uit de mond van deze bidder de klacht: “Uw heilige steden zijn een woestijn geworden, Sion is een woestijn geworden, Jeruzalem een verwoesting. Ons heilig en ons heerlijk huis, waarin onze vaders U loofden, is met vuur verbrand en al onze gewenste dingen zijn tot woestheid geworden...” Wat moet er toch van Sion terechtkomen? De puinhopen zijn stille getuigen van haar ellende en haar jammerstaat. En toch niet alleen stille getuigen! Immers de stem van het gebed klinkt vanaf de puinhopen. Uit de diepten der ellende is het roepen tot God. Worstelend leven is het teken ook hiervan, dat God Zijn Sion nog niet geheel aan de ellende onder Zijn toorn heeft prijsgegeven. Ja, juist die bange ellende door de roede van Gods ongenoegen heeft God als het middel gebruikt om het gebed naar boven te drijven. Dat gebed erkent: wij zijn wederspannig geweest, waard om verstoten te worden. Dat gebed pleit op Gods werk, op God Zelf. Dat gebed bidt om de komst van Gods heil van boven in deze woorden. De zaak waarom de smekende bidder vraagt is hier wel tekenend. Hij vraagt om het scheuren van de hemel, om het nederdalen van God Zelf. Niets minder is dat dan het ingrijpen van God in de grote nood van Sion en dan in Zijn gunst. God kan ook in Zijn toorn de hemel scheuren en neerdalen met de gloed van Zijn gramschap. Dit heeft Hij gedaan toen Hij op de menigvuldige zonden gestraft heeft met het oordeel der verwoesting, ’t Gaat hem om de openbaring van gunst, van liefde. Voor Sion is het, dat God Zich teruggetrokken heeft in de hemelen. Een gesloten hemel, waarachter Hij Zijn gunst voor Zijn Kerk verborgen houdt. En dat verdiend! Die nood is niet vreemd voor het ontdekte zondaarshart. Eigen schuld tegenover de Heere wordt dan verstaan. De levende klacht wordt dan naar boven geperst: tegen U, o Heere, heb ik gezondigd. Een gesloten hemel verdiend. Als het hart van boven gescheurd is, wordt deze levende klacht geleerd. En het erge is maar, dat zovelen daaraan rustig voorbijgaan of er wel over praten in een dode klacht, omdat hun hart niet verbroken is voor God. Maar het verbroken hart vraagt hierom. Om opening van de hemel, om de komst van God Zelf in Zijn gunst. En dit is de taal van het hart, dat naar God bidt. Och, dat Gij... In dit levend vragen is dit “och” geen lippentaal, maar geboren in het verootmoedigend besef, dat alleen Gods almachtige verlossingsdaad in deze grote nood verandering kan brengen. Zijn Goddelijk doen alléén doet de hemel opengaan en doet Hem nederdalen om Zijn ontferming opnieuw in Zijn Sion te betonen. En God heeft dit gebed verhoord. De Heere is in gunst tot Zijn Kerk gekomen. In de verlossing van het overblijfsel uit Babel. Oók, ja bijzonder, in de nacht van de geboorte van de Heere Jezus. Een almachtige Gods-daad verheerlijkt in de zending van Zijn Zoon. God scheurde de hemelen en kwam Zelf neer. Dat is tenslotte Kerstfeest. God heeft Zijn volk bezocht met de opgang uit de hoogte! ’t Adventsgebed van de puinhopen, uit de diepte was nog niet verstomd, ’t Was geen groot getal, dat gebed beoefende en die het kenden waren zeer weinig in tel bij de groten van het volk. Ze waren er toch door Gods genade: Maria en Jozef, eenvoudige herders, Simeon en Anna en allen, die de verlossing Israels verwachtten. In verwachtend uitzien hebben ze Gods daad verbeid.

Verrassend is God in al Zijn daden en geschenken. Spreken ze niet van éénzijdige liefde? En verrassend is ook het scheuren van de hemel en het komen Gods in Bethlehem. De hemelen worden geopend, als het Kind in de armoede verschijnt. En uit de geopende hemelen gaan Engelen zingen van wat God gedaan heeft in dit wonder. De ladder Jacobs uit een geopende hemel neergelaten om vrede te schenken aan verlorenen. Wordt dan het Adventsgebed niet vervuld? Sion gaat zingen van Gods verlossend komen. Het wordt gehoord rond de kribbe. De herders vermelden wat God gedaan heeft en straks in Jeruzalem klinkt het lied in de tempel uit de mond van Simeon en Anna. En dat kan alleen, omdat in dit komen Gods het Kind is geschonken, dat de schuld van Sion op Zich neemt en betaalt. In de kribbe komt een Borg. Die door zijn gerechtigheid een schuldig volk onder een geopende hemel van Gods gunst brengt. Kent gij dit Adventsgebed? Werd het reeds werkelijkheid in uw leven, dat ge buiten dit komen Gods in gunst niet meer kon leven?

Een gescheurde hemel wordt op het Kerstfeest verkondigd. Wat een wonder. God had de hemel gesloten kunnen laten, als Hij gedaan had naar de schuld. Nu laat Hij het verloren zondaren bekend maken, dat Hij gedachten des vredes gehad heeft en geen lust heeft gehad in de eeuwige ondergang van Adams kinderen. Wat moest dat wonder ons allen uitdrijven naar de Heere om bij Hem te vragen om ontferming. Deze daad van Goddelijke almacht en liefde moge U op Uw knieën voor God brengen. Voor Hem is niets te wonderlijk. Juist omdat het een daad van Gods almacht is, kan het voor de grootste der zondaren. Vergeet het nooit, dat de prediking van het wonder van de Kerstnacht van uw hand geëist zal worden. Hij wil geven, wat gij niet hebt en Hij wil doen, wat gij niet kunt doen. Dit gebed blijft in Zijn Sion. Zalig als Hij nederdaalt in Christus in het hart van een smekende boeteling. Niet-uit-te-spreken, als Hij Zijn heil wegschenkt. Dan gaan bergen van schuld voor Zijn gunstrijk aangezicht weg. Dan mogen ze door het geloof Hem in Zijn Borgtocht omhelzen om zo te delen in het vriendelijk Aangezicht Gods. En toch blijft dat gebed. Voor ieder van de kinderen Sions persoonlijk. Het leven zinkt telkens in. De ongerechtigheden komen telkens weer uit de verdorvenheid van het vlees op. Het is de Heilige Geest, Die in hen blijft zuchten en door het geloof dit gebed laat beoefenen. Voor het Sion Gods temidden van zoveel duisternis blijft dit gebed nodig. De strijdende Kerk is een Kerk, die gedurig leert worstelen om de doorbreking van Gods heil. Zo ziet dit Adventsgebed temidden van alle verdorvenheden en onvolkomenheden uit naar de komst van de Bruidegom om Sion binnen te leiden in eeuwige heerlijkheid. Dan zal haar gerechtigheid voortkomen als een glans en haar heil als een fakkel, die brandt.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1999

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Adventsgebed

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1999

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken