Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

John Brown - “Christus, de Weg, de Waarheid en het Leven” (26)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

John Brown - “Christus, de Weg, de Waarheid en het Leven” (26)

6 minuten leestijd

In het negentiende hoofdstuk van zijn boek gaat Ds. Brown in op de laatste woorden “... en het Leven.” U weet nog wel dat het boek gaat over Johannes 14 vers 6 waar Jezus zegt: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.”

Ds. Brown noemt eerst een aantal algemene opmerkingen over het leven. Hij merkt op dat wij allen van nature dood zijn en onder het vonnis des doods liggen wegens de overtreding van Adam.

Ons lichaam is aan de dood onderworpen. De dood werpt reeds zijn schaduwen vooruit. Het gebeurt niet zelden dat wij overvallen worden door zwakheid, pijnen, kwellingen, ziekten, gevaren en angsten. Ja er is ook het gevaar van het helse vuur en de pijnigingen van de tweede dood tot in alle eeuwigheid.

Onze ziel is van nature afgescheiden van God en van Zijn gunst. Direkt na de zondeval blijkt dit. In Genesis 3 vers 8 staat: “En zij hoorden de stem van de HEERE God, wandelend in den hof, aan den wind des daags. Toen verborg zich Adam en zijn vrouw voor het aangezicht van den HEERE God, in het midden van het geboomte des hofs.” De straf kan dan ook niet uitblijven. “En Hij dreef den mens uit; en stelde cherubim tegen het oosten des hofs van Eden, en een vlammig lemmer eens zwaards, dat zich omkeerde, om te bewaren den weg van den boom des levens.” (Genesis 3:24).

Toen wij van God afvielen, zijn wij de duivel toegevallen. Het gevolg daarvan is dat wij de Heere niet kunnen behagen. Zelfs onze godsdienstige daden zijn een gruwel in Gods ogen. Een voorbeeld hiervan vinden we in Spreuken 15 vers 8 “Het offer der god delozen is den HEERE een gruwel.” In Spreuken 21 vers 27 staat het nog meer omschreven. “Het offer der god delozen is een gruwel; hoeveel te meer, als zij het met een schandelijk voornemen brengen.”

Zolang wij niet uit de duisternis getrokken worden tot Gods wonderlijk licht is onze toestand zeer beklagenswaardig. Ja het wordt zelfs elke dag nog erger. Onze schuld wordt groter en de verharding van het hart neemt toe! We maken ons schuldig aan een wanhopige rebellie tegen God.

“O, hoe beklagenswaardig moet in dit opzicht de toestand zijn van hen, die nog in den staat der natuur zijn! Och dat het maar gezien en gevoeld werd! Maar helaas de mensen weten dit niet, zij bemerken het niet, zij geloven het niet, zij gevoelen het niet, zij zien het niet, en hierdoor komt het,

1. Dat zij hun staat niet kunnen beklagen, noch bewenen, noch daaronder vernederd willen zijn.

2. Zij kunnen noch zij willen niet zoeken naar een geneesmiddel, want de gezonden willen de moeite niet doen, dat ze zich een medicijnmeester zoeken.

En gewis in dit opzicht eist hun staat mededogen en deernis van allen die weten, welk een schrikkelijke zaak het is, in zulk een staat te zijn, en wel dienden zij allen op te wekken, om voor hen te bidden, en alles te doen, wat zij kunnen, om hen uit dien staat der zonden en der ellende te helpen, waaraan de gedachte vreselijk is.”

Daarom is het voor ons allen van het hoogste belang om onszelf te beproeven en te onderzoeken of wij reeds van de dood tot het leven overgebracht zijn. zo niet, dan verkeren ook wij in een vreselijke staat. Het is dan ook zeer noodzakelijk dat wij ons voor ’s Heeren aangezicht onderzoeken. Nu is het nog het heden der genade. De deur van Gods genade staat nog open! We kunnen nog verlost worden van het eeuwig verderf. Evenwel dient bedacht te worden dat we alleen door Christus die hét Leven is uit de staat des doods verlost kunnen worden.

Ds. Brown prijst Christus aan. Hij is immers het Brood des levens; Hij is de opstanding en het Leven. Voorts wordt Hij in het boek Openbaring de Boom des Levens genoemd. Vele heerlijke namen worden Hem gegeven, zoals het Woord des levens, en het Leven zelf.

Hiervan lezen we in 1 Johannes vers 1 en 2. “Hetgeen van den beginne was, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben met onze ogen. hetgeen wij aanschouwd hebben, en onze handen getast hebben, van het Woord des levens; Want het Leven is geopenbaard. en wij hebben het gezien en wij getuigen, en verkondigen ulieden dat eeuwige Leven. Hetwelk bij den Vader was, en ons is geopenbaard.”

Deze Christus is bekwaam om ons te helpen en ons te verlossen van alle kwalen van onze dood.

Hij verlost van het vonnis der Wet. Hij onderging de vloek der Wet. “Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.” (2 Korinthe 5:21). Let erop. dat hier van Christus gezegd wordt, dat Hij de zonde niet heeft gekend. Hij was de Zondeloze Die in alles gehoorzaam was aan Zijn Vader. De tweede Adam Die in alle verzoeking staande is gebleven. God maakte Hem tot zonde. Dat is niet hetzelfde als: God maakte Hem tot een zondaar. Het betekent, dat God Jezus in de staat van de zondaar bracht en Hem identificeerde met de eerste Adam. Hij bekleedde Hem met de vodden en lompen van het zondaars-bestaan. Zo werd Jezus Christus één en al zonde door toerekening. Zo alleen kan een kind des toorns een vriend van God worden!

Christus neemt ook de vloek en de prikkel van alle tijdelijke plagen, ja van de dood zelf weg. Hij heeft hem gedood, die de macht des doods had, dat is de duivel (Hebr. 2:14). Door Hem is de prikkel des doods, d.i. de zonde, weggenomen.

De dood kan hen die in Christus begrepen zijn, nooit meer vernielen; Al is het waar dat de “vreze des doods” er bij Gods kinderen menigmaal is.

We sluiten af met Psalm 68:10

Geloofd zij God, met diepst ontzag!
Hij overlaadt ons, dag aan dag,
Met Zijne gunstbewijzen.
Die God is onze zaligheid;
Wie zou die hoogste Majesteit
Dan niet met eerbied prijzen ?
Die God is ons een God van heil;
Hij schenkt, uit goedheid, zonder peil,
Ons ’t eeuwig, zalig leven;
Hij kan, èn wil, èn zal in nood,
Zelfs bij het naad‘ren van den dood,
Volkomen uitkomst geven.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 1999

Bewaar het pand | 12 Pagina's

John Brown - “Christus, de Weg, de Waarheid en het Leven” (26)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 1999

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken