Bekijk het origineel

Toezicht op de prediking (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Toezicht op de prediking (2)

6 minuten leestijd

De vorige maal heb ik aangegeven wat nodig is om toezicht te kunnen houden op de prediking.

Laten we verder gaan en nadenken over de prediking zelf. Toezicht op de prediker laat ik buiten beschouwing. Wie daar meer van wil weten die neme en leze het boek van ds. P.J.Huijser: „De ouderlingen en de prediker”. Toch ontkom ik er niet aan soms de prediker er bij te betrekken omdat prediking en prediker niet altijd van elkaar te scheiden zijn.

In de beroepsbrief hebben wij als kerkenraad o.a. beloofd de prediker ter zijde te staan in het weiden van de gemeente. Een predikant mag dan ook nooit een heerser zijn die alles voor het zeggen heeft en de rest mag zwijgen, hooguit knikken. De prediking, het moge duidelijk zijn, dient gebonden te zijn aan het Woord van God. Dat staat voorop. De kerkelijke belijdenis die op Gods Woord gefundeerd is, is van secondaire betekenis, zonder maar enigszins de gedachte te willen voeden alsof secondair hier zou betekenen dat het niet van zoveel belang zou zijn. De zojuist genoemde ds. Huijser zegt: „Als formulering van de Schriftwaarheid tot onderwijzing in het geloof, als manifestatie van de eenheid des geloofs naar buiten en naar binnen en als onderscheidingsteken van de zuiverheid des geloofs tegenover dwaling en ketterij, heeft de kerkelijke belijdenis normatief gezag.” Tot zover Huijser. Tenslotte is de prediking naast Schrift en Belijdenis gebonden aan onze kerkorde n.1. art. 16, waarin o.a. staat dat tot de taak van de dienaar des Woords behoort, dat hij zal volharden in de bediening des Woords. Aan deze genoemde zaken is de predikant onvoorwaardelijk gebonden. Met nadruk wil ik onderstrepen, dat de predikant een dienaar van Het Woord is en geen dienaar van mensen.

Zijn gestalte bij de voorbereiding van de preek dient te zijn: „Spreek Heere

Uw knecht hoort”. Een dienstknecht zal zich vrij moeten kunnen maken van mensen. Niet zijn oor laten hangen naar wat mensen graag willen horen of niet willen horen, maar luisteren naar wat de Heere zegt en niets anders willen dan de volle Raad Gods door te geven, zodat met Mozes gezegd kan worden dat dood en leven zijn voorgesteld: of met de apostel Paulus, dat ze rein zijn van het bloed van allen die onder hun gehoor hebben gezeten. Wel dient de predikant waakzaam te zijn om geen tijdloze preek te leveren. Juist in onze tijd en met name voor de jeugd dient hier rekening mee gehouden te worden. Hedendaagse prediking behoeft beslist niets af te doen van wat wezenlijk tot een goede preek behoort. Naar Paulus woord aan Titus blijft ook voor eind 1999 en zo God het geeft in het jaar 2000 en daarna gelden: „Betoon u zelf in alles een voorbeeld van goede werken, betoon in de leer onvervalstheid, deftigheid, oprechtheid. Het woord gezond en onverwerpelijk, opdat degene die daar tegen is beschaamd worde en niets kwaads hebben van u lieden te zeggen.” Doordat onze eigen predikant door ziekte was uitgeschakeld hebben we ’s zondags vele afwisselingen in voorgangers gehad. Dan valt direct op wie er b.v. vroeger in het onderwijs hebben gezeten.

De kinderen en de jeugd worden op hun niveau aangesproken en meerdere malen wordt in de prediking een appèl op hen gedaan. En als ik dan dinsdags op de catechisatie teruggrijp op wat die zondag daarvoor is verkondigd dan blijkt dat de jeugd het fijn vindt in de preek aangesproken te worden. En u bent het toch met mij eens, dat de jeugd voor de volle honderd procent tot de gemeente behoort. Daarom zijn we immers geen voorstanders van kindernevendiensten?? Broeders predikanten, denkt u a.u.b. aan de jeugd, ook bij het maken van uw preek! De jeugd in onze tijd heeft het echt moeilijk en velen zitten boordenvol met allerlei vragen ook op theologisch terrein. Ze lezen net zo goed als wij, dat er onlangs vanuit de archeologie, „bewezen” is, dat er van een uittocht uit Egypte door het volk van Israël geen sprake is geweest, laat staan een zwerftocht van 40 jaar door de woestijn en een binnentrekken via de Jordaan in het lang beloofde land. Is de Bijbel wel betrouwbaar? Als ik hieraan ga twijfelen, in hoeverre kan ik dan geloof hechten aan de God van de Bijbel. Nee, ik houd geen pleidooi voor een preek op zondagsschoolniveau. Ook voel ik niets voor zogenaamde eigentijdse jeugddiensten. Dan zijn we onschriftuurlijk bezig! Ik juich het wel toe als er regelmatig preekbesprekingen met de jeugd plaatsvinden. Als er broeders zijn die moeten constateren dat dit in hun gemeente niet of nauwelijks plaatsvindt dan wil ik u dringend adviseren daar verandering in aan te brengen. Broeders ouderlingen, let erop dat de prediker in zijn preek de jeugd niet over het hoofd ziet. Let erop dat de korf niet te hoog hangt. Het voedsel mag dan van prima kwaliteit zijn, maar de kleintjes kunnen niet eten. Hoe beter het contact via de preek met de jeugd, hoe beter de catechisatieuren zullen verlopen.

Waakt er ook voor, dat de taal op de kansel zijn deftigheid niet verliest. Kanseltaal is geen lage, platte of populaire omgangstaal. Iedere predikant heeft zijn eigen stijl en dat is goed.

Aan de andere kant, klopt er m.i. iets niet als b.v. een pas begonnen jonge predikant, hetzelfde taalgebruik hanteert als van een predikant die 40 dienstjaren achter de rug heeft. Dat in aanpak van de preek je bij sommige predikanten geestelijk vaders en leermeesters ontdekt is wat anders. Vroeger hoorde je vaak zeggen : dat is er een, dat kun je wel horen, die heeft van Van der Schuit of van Wisse les gehad. Daar is m.i. niets op tegen.

In ieder geval zijn we het eens dat de prediking een zuiver en helder geluid moet voortbrengen en dat uit het gesprokene moet blijken dat er terdege studie aan voorafgegaan is. Echt bestudeerde preken vergen tijd, maar dat is geen verloren tijd. Broeders predikanten, neemt u er a.u.b. de tijd voor!! Broeders ouderlingen, ziet daar op toe: dat is echt heel belangrijk.

U moet de zuiverheid van de preken meten.

Welke norm hanteert u? Gevaarlijk wordt het als we onze norm geheel in ons beleven van de geestelijke zaken gaan leggen. Als God Zijn volk gaat onderwijzen zullen ze uiteindelijk allen hetzelfde leren en elkaar herkennen, maar de een zal ergens meer van geleerd kunnen hebben, dieper zijn ingeleid dan de ander.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 januari 2000

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Toezicht op de prediking (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 januari 2000

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken