Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Moedeloos, maar bemoedigd (14)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Moedeloos, maar bemoedigd (14)

5 minuten leestijd

We kennen het woord: het werk van de Heere wordt altijd bestreden. Laten we over dit gezegde niet gemakkelijk denken. De macht en kracht van de satan mag niet onderschat worden. Wie hij is en hoe hij te werk gaat, zegt de Heere ons in Zijn Woord. Onzichtbaar en zichtbaar is hij steeds bezig. Hij kent geen rust. Hij wil niet tot wapenstilstand komen. Hij gaat steeds door. Verlammend, verwoestend is hij werkzaam. Zijn handlangers laten ook niet na zijn wil te doen. Dit lezen we in Nehemia4.

De vijand gunde de bouwers geen rust. Van alle kanten was er dreiging. De plannen waren: een plotselinge overrompeling om de joden te verrassen, uiteen te slaan en zo de herbouw van de muur ongedaan te maken. De situatie voor de bouwers werd daardoor bijzonder ernstig. Nu was er nog iets. Er moest regelmatig puin geruimd worden, want de muur was eigenlijk een ruïne en maak daar nu eens wat van. Je wordt er moe van. Het zuchten bleef niet van de lucht, en dat in ’s Heeren weg. Hoe is het mogelijk! Men kon tegen alles niet meer op.

We lezen: “Toen zeide Juda: De kracht der dragers is vervallen en des stofs is veel, zodat wij aan de muur niet zullen kunnen bouwen”. Moedeloosheid overviel de bouwers en ging hen beheersen. De stemming is geheel omgeslagen. Het materiaal liet te wensen over, het deugde niet. En de vijand ging door. Er waren militaire bewegingen. Wat zal er met ons, onze gezinnen, onze ouders en kinderen gebeuren? Een sterke vijand en een machteloos volk. Laten we niet uit de hoogte op de bouwers neerzien. Hun houding is niet vreemd bij allen die de gezindheid hebben om de Heere te vrezen en te dienen.

Ambtsdragers kunnen moedeloos worden. De werkelijkheid buiten en in de kerk kan inzinkend werken. Ook Elia had er last van in zijn dagen.

Maar laten we letten op wat er gebeurde. Aan Nehemia werd het bericht gebracht dat de vijand tot de aanval zal overgaan, zelfs tienmaal werd het aan Nehemia medegedeeld.

Hij is immers de aanvoerder, de uitvoerder. Nehemia onderkende de gevaarlijke situatie, waarin Jeruzalem was gekomen. Een grote staking kon uitbreken en daardoor zou de bouw stopgezet moeten worden. En dat mdg en dat kan niet. Het hele werk is van de Heere. Nu weten we dat gebed zijn kracht was, vandaar zijn gebed tot de Heere. In stilte heeft hij geworsteld.

Wanneer de Naam en de zaak van de Heere ons hart heeft, kan het komen tot de Heere niet nagelaten worden. Zijn we als predikanten, als ambtsdragers, als onderwijzers, als ouders van die stille bidders? Want ook nu is er de nood. De moedeloosheid is er. Velen kunnen niet meer tegen de stroom van de tijdgeest op en beïnvloeding is ook merkbaar. Er is in gemeenten en gezinnen wat te doen. En wat wordt er aan gedaan? Steunen en leiden? Dit is hoognodig. Het is meer dan tijd.

Nehemia beseft dit en bij het gebed werd gevoegd de daad. De Heere spoorde hem daartoe ook aan. Hij ontving kracht, moed en doorzettingsvermogen, inzicht hij hoe moest handelen. Maatregelen werden genomen. Weldoordacht ging hij te werk. Overal werden gewapende mannen geplaatst, waar eventueel een overval kon plaatsvinden. De leider van elke groep kreeg een goed ontschreven taak. Een goede zaak! Nehemia leefde noch handelde lijdelijk. Het water mocht niet over Gods akker gaan. Bij dit alles liet hij het niet. Welk een hart onder de riem gaf hij aan de soldaten: “Vreest niet voor hun aangezicht”. Het horen en zien gaf grond om te vrezen. Er kunnen van die niet te onderschatten omstandigheden zijn en de sterkte van de vijand aangrijpend. Maar de Heere heeft in Zijn besluit het woord “vreest niet” vastgelegd. Driehonderdzesen-zestig keer lezen we het in de Bijbel. We horen het! Wat groot en rijk, vol van meelevendheid. En het waarom niet geeft de Heere door. Nehemia mag het ook doen. “Denkt aan dien groten en vreselijken HEERE”. Hij is sterk en machtig. Nehemia gebruikte de Verbondsnaam. De “Ik ben. Die Ik ben”. De getrouwe tot in eeuwigheid. Die niet laat varen het werk Zijner handen. Die steeds Zijn woorden waarmaakt. Denkt aan Hem, Hij helpt allen die Hem verwachten.

Nehemia weet ook wat het karakter van de strijd is. Hij zegt: Het gaat om het behoud van het volk. Er moet gestreden worden voor uw broeders, uw zonen, dochters, vrouwen en zelfs huizen. Huizen hebben waarde en zijn van betekenis. Van dit alles was hij zich bewust. Naast leider was hij herder. Het welzijn van het hele volk ging hem ter harte. Hierin was hij een afschaduwing van de grote Herder, de Heere Jezus Christus.

Welk een Heere is Hij en zo wil Hij ook vandaag zijn. Zien we in onze kantelende tijd naar Hem uit? Hebben wij Zijn woord nodig? Zijn we als ambtsdragers Zijn navolgers? Wordt het bemerkt op de plaats waar we staan? Gaat het om het geestelijk, tijdelijk welzijn van allen, die aan onze zorgen zijn toevertrouwd?

Veel werk is er. Er zij veel gebed om het juiste woord te spreken en naar de Schrift te handelen.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 2000

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Moedeloos, maar bemoedigd (14)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 2000

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken