Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Meditatie

De Heere is waarlijk opgestaan

6 minuten leestijd

De Heere is waarlijk opgestaan en is van Sinion gezien.

Deze juichstem van het geloof is tot eer van de Heere en tot beschaming van de vijand.

Vanuit het donkere graf is de Zon der gerechtigheid opgegaan. De zegels van haat en vijandschap zijn verbroken en de wacht is op de vlucht geslagen. De steen die het hart van de vrouwen bezwaarde is door een engel des Heeren afgewenteld. Verschenen aan Simon in de kracht van Zijn opstanding gaat de jubelkreet: “De Heere is waarlijk opgestaan en is van Simon gezien,” van hart tot hart. Bij het binnenkomen van de Emmaüsgangers, die de Heere mochten ontmoeten in het breken des broods, werd het hen vanuit de vergadering van de elven en die met hen waren toegeroepen: “De Heere is waarlijk opgestaan en is van Simon gezien.”

Deze heerlijke klanken waren voor hun harten als de klanken van de weerklank der bergen, daar de wijn van zoete vertroostingen werd gedronken, zodat de bedroefden vrolijk werden in de Heere. Terwijl de Heere Jezus ging door de diepte van de vloekdood des kruises, liep dat voor de Zijnen door het dal van de schaduwen des doods. Rakelings ging de dood met zijn vreselijke verschrikkingen langs hen heen, wat hen deed zuchten uit de banden van de dood en angsten der hel: “Och Heere, bevrijd mijn ziel.” Een noodgeschrei dat door de bestrijdingen van Satan en de verdenkingen van het ongeloof heen brak naar boven. De weg naar boven was door Christus met Zijn offerande gebaand. In het zuchten tot de Heere en het smeken om ontferming is de ademtocht van hun geloof, een levend hopen op de Heere. Vanuit het nieuwe leven treurt en weent het hart over het gemis van de Heere. En dat is het verlangend uitzien naar Zijn komst in het hart.

Terwijl de deuren gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam de Heere in het midden, om het opnieuw te bewijzen dat Hij waarlijk door Zijn God en Vader gesteld was in de staat der verheerlijking.

De opstanding van Christus om het door Hem verdiende heil toe te passen aan het hart, heeft voor de gelovigen in Zijn opwekking zijn onbewegelijke vastigheid. De Vader heeft de Borg daar zijn offerande tot verheerlijking van de wet geheel volkomen was; vanuit de staat der vernedering gesteld in die van Zijn verhoging. De toepassing van het verdiende heil heeft in de Heere zijn oorzaak gegrond, wat de oprechten in Hem doet roemen vanwege Zijn grote daden.

Simon had in zijn grote droefheid over het gemis van de Heere en in de smart van de verloochening hem aangedaan, wel in de eerste plaats de vertroosting van Zijn opstanding nodig om niet te bezwijken.

Het verloochenen van de Heere sneed hem van alle kanten door het hart en dat veroorzaakte bloedende wonden. Het ging bij hem niet alleen om het kennen en om het eigendom zijn van de Heere, maar ook om het leven met de Heere. En dat zijn drie kernpunten van het geestelijke leven.

In het hart der oprechten is het kennen en het eigendom zijn van de Heere en het leven met Hem, boven alles dierbaar. Het is de bede van het hart dat deze drie dingen als een drievoudig snoer steeds meer diepgang mochten bekomen in het hart. Wordt u er naar gevraagd daarvan iets te zeggen, dan heeft het plaats dat u vanwege de veelvuldige bestrijdingen er niet toe kunt komen. En wat kan dat u later al tot smart zijn naar de inspraak van de vijand geluisterd te hebben. Hoeveel te meer is het dan wel tot smart wanneer het ontkend is iets te kennen van die heerlijke kernpunten. U kunt er zeker van zijn dat Petrus naar buiten gaande bitterlijk geweend heeft.

Maar ’t was hem gezegd dat hij het doen zou, en dat tot zijn bestraffing. Simon was zo sterk, stond zo hoog bij zichzelf, had de hulp des Heeren niet nodig. En dat is toch wel het gevaarlijkste standpunt dat ingenomen kan worden door het kind des Heeren.

Satan, zonde en ongeloof zouden niet zoveel macht over ons hebben tot grote schade van het geestelijke leven, zo het bij ons meer was in het besef van onze afhankelijkheid een aankleven van de Heere.

Maar hiervan heeft de Heere Jezus de Vader niets gezegd. In Zijn hogepriesterlijk gebed heeft Hij alleen van het goede dat door Zijn genade beleefd werd gezegd.

De Borg heeft Zijn volk met al hun kwalen en struikelingen voor Zijn rekening genomen, om hen daarvan te reinigen en te genezen, opdat zij in het gericht onberispelijk zouden staan voor het aangezicht van de Vader.

Bij het aanschouwen van de Heere in de kracht en heerlijkheid van Zijn opstanding, werd al het kwaad van Simon bedekt door de gerechtigheid van Christus, zodat Gods vergevende liefde vloeide in zijn hart. En dat tot vernieuwing van zijn gemoed.

Het kennen en het zijn van de Heere kwam weer boven om te leven met de Heere. De nieuwe mens die onderlag tot vreugde van de vijand, kwam weer te staan in de vrijheid om op de school van de grote Meester geoefend te worden in het getuigen van Hem.

Wij hebben het opstaan van de Heere in ons hart zo nodig als het bij ons een puinhoop is van ellende. Met al ons woelen en werken kunnen wij het niet in orde krijgen. En daarom te meer hebben wij het verloochenen van de Heere te bewenen en wel bitterlijk te bewenen, anders gaat ’t van kwaad tot erger. In de zonde toch is het altijd een verloochenen van de Heere, een wegdrukken van de drie kernpunten die zijn in het geloof. Het kennen van de Heere. het overgeven aan de Heere en het vertrouwen op de Heere om met Hem te leven.

Hoe hebben wij het Paasfeest gevierd? Was het een ontmoeten van de Heere, een komen tot de kracht van Zijn opstanding in het smaken van Zijn vrede? Want dan leven wij in ons denken, willen en gevoelen weer uit de bediening van Christus.

En bij dat opstaan van de Heere in Zijn volk, tot het verkrijgen van een gezond geestelijk leven, staat Hij ook op over Zijn volk, opdat zij in verloochening van zichzelf de gemeenschap der heiligen zouden onderhouden.

Maar missen wij dat geestelijke leven nog, kleeft ons hart de Heere niet aan. O, dat het door Zijn genade werd een ontwaken uit de slaap der zorgeloosheid, een opstaan uit de doden door te leren leven uit Hem en Hij zal over u lichten als de Zon der gerechtigheid om als kinderen des daags te wandelen in de vreze Gods.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 2000

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 2000

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken