Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Verslag herdenking honderjarig bestaan CGK Damwoude

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Verslag herdenking honderjarig bestaan CGK Damwoude

8 minuten leestijd

Op verzoek van de hoofdredacteur volgt hier een impressie van de jubileumdag te Damwoude.

Op 18 april j.l. herdacht de gemeente Damwoude het feit, dat zij gesticht werd op 16 april 1900. Deze herdenking vond plaats in twee bijeenkomsten. Om 16.30 uur was er een samenkomst, waarin historische wetenswaardigheden uit de geschiedenis werden besproken. De instituering van de gemeente werd gememoreerd. Feitelijke aanleiding tot het ontstaan van de gemeente te Damwoude (destijds genoemd Murmerwoude) was gelegen in de persoon van Dr. M.H.A. van der Valk; toen deze niet beroepen kon worden volgde een afscheiding, die het begin vormde van de Chr. Geref. gemeente. De diepere oorzaak lag in het beginsel van de Afscheiding, dat de stichters van de gemeente dierbaar was. Het ging er rond de aanvang van de gemeente roerig naar toe. Een lid van de kerkenraad trok eens gewapend met een bijl naar de kerkenraadsvergadering. Een herinnering aan Bonifatius, die in deze streken werd vermoord? Zijn naam en zijn dood waren nog rond in Friesland. Een van de predikanten verzuchtte naar zijn eigen zeggen ooit: Ze zullen dat toch niet een tweede keer doen? ? Bekend is ook de uitroep van een kerkenraadslid, die met enige trots uitriep: “Gans de Walden hoort onder Murmerwoude; hier is Bonifatius vermoord en niemand noch iets vermag deze gemeenteiets af te nemen !”

Het waren primitieve tijden. Maatschappelijk waren de mogelijkheden zeer beperkt: er heerste veelal grote armoede; de behuizing was heel eenvoudig (woudhuisjes, die als veredelde hutten waren opgetrokken, zonder steen); de wegen waren onverhard, waardoor men ’s avonds slechts dienst kon houden als het volle maan was. Bekend waren de Halepaden, die tussen de landerijen doorliepen; deze werden ‘s zondags gebruikt door de kerkgangers.

In geestelijk opzicht waren er destijds in Friesland velen, die de bevindelijke prediking beminden. De Afscheiding had diepe wortels. Men was bekend met de werken van de oudvaders, van wie er ook in Friesland een aanzienlijk aantal hebben gearbeid.

De Afscheiding, die in deze streken voor het eerst openbaar kwam in het nabijgelegen Driesum, had grote gevolgen. Er konden in dit historisch overzicht lijnen getrokken worden naar de andere kerken.

Het is bijvoorbeeld heel opmerkelijk te noemen dat de Hervormde gemeenten van Wouterswoude en Driesum, thans rechtzinnig, juist door de Afscheiding zich nader gingen bezinnen op het reformatorische gehalte van de prediking, iets waar men tevoren geen zicht op had. De Afscheiding heeft hier, en ook elders, grote zegen opgeleverd voor de Hervormde Kerk! Ten aanzien van de Gereformeerde Kerken lag dat anders: de tegenstellingen waren vooral in de eerste tijden na 1900 scherp. “We kunnen de Gereformeerden gerust onze tegenstanders noemen”, zo klonk het tijdens een kerkenraadsvergadering. Dat is lange tijd zo gebleven; er kwam later een normalisering van de verhoudingen. Wat betreft de Vrijgemaakten: er werden rond 1950 samensprekingen gehouden, maar men stuitte op behoorlijke verschillen. Men was het oneens over 1892. maar ook over de prediking.

Terugkerend naar de eerste jaren, trachten we ons een kerkdienst uit die dagen voor te stellen. Het was ook hier gebruik, dat de mannen en vrouwen streng gescheiden zaten. De ruimte rond de kansel werd genoemd het fjou-werkant (vierkant); daar zat de kerkenraad. Deze kwam binnen onder het zingen van een psalm. Na de dienst bleef de kerkenraad zich ophouden voorin de kerk; men verliet de kerk niet direct. Misschien deed men dit om hier en daar eens een vraag te beantwoorden van een kerkganger? De kledij van de kerkgangers was eenvoudig. De kleuren zwart en wit domineerden onder de kerkgangers. Dit waren ook de kleuren die de Friese dracht kenmerkten. Er komt de hele eeuw door een voorkeur openbaar bij de kerkenraad voor het gedekte hoofd van de vrouwelijke kerkganger. Onder Ds. Bokhorst werd er heftig gediscussieerd over het staan van de mannen onder het grote gebed; men betitelde dit als Neocalvinisme, dat nooit “geleeraard” is in Gods Woord voor de nieuwe bedeling.

Als het Heilig Avondmaal werd bediend, vertrokken voor de aanvang van de bediening daarvan, vele doopleden of ongedoopten naar huis. Doopouders deden hun gaven in het doopvont. Gebruiken die men niet overal kende.

De vergaderingen van de kerkenraad waren sober. Vaak ging men na een klein uurtje al weer “dankbaar” huiswaarts. Men hield ook “Censuur en morurn”. Geen lange agenda’s met een reeks ingekomen stukken. Het gebeurde ook wel dat men de rest van de tijd doorbracht met geestelijke gesprekken.

Damwoude en meer gemeenten in deze streken hebben vooral één heel speciaal kenmerk, namelijk het zogenoemde doopledenstelsel. Omdat men de openbare belijdenis heel hoog stelt, doen de meesten geen belijdenis, terwijl men dan toch wel als doopleden kinderen mag laten dopen. De gesprekken die deze eeuw door gevoerd zijn in de consistorie over het doen van belijdenis, worden gekenmerkt door geestelijke diepte. Men sprak over staat en stand, over verstandelijke en bevindelijke kennis, over het wezen en het welwezen des geloofs. Men deed meestal belijdenis op latere leeftijd. Een begeleidend verschijnsel was het feit, dat zeer velen hun kinderen niet lieten dopen. Kan men geen belijdenis doen, dan kan men ook niet laten dopen. In de eerste tijden waren er een kleine tweehonderd mensen, die trouw meeleefden, hoewel zij niet gedoopt waren. Een opmerkelijk verschijnsel! De meesten van de predikanten stonden hier kritisch tegenover. Ook nu zijn er nog wel rond de zeventig ongedoopten. Doperse invloeden?

Er werd ook tucht geoefend. Met name het verschijnsel van de melkleveran-ties op zondag hield zeer vele jaren de gemoederen bezig. Hoe kon men de melk van de zondagmorgen goed houden tot de maandag? Er waren veel kleine veehouders in de gemeente. Men was hierin zeer streng. De zondag stond trouwens toch erg hoog. De predikant van Drachten werd verzocht niet op zondag te komen (vanwege de auto), maar in een dienst in de week voor de gemeente “op te treden”.

Zo was er veel te verhalen vanuit de geschiedenis. Er zou nog veel meer te zeggen zijn. De gemeente heeft een eigen geschiedenis.

In deze bijeenkomst werd ook het gedenkboek overhandigd door br. J. de Vries aan de voorzitter van de kerkenraad. Bovenstaande zaken, met zeer vele anderen aangevuld, kunt u vinden in deze uitgave. Om 19.30 uur was er de herdenkingsdienst. Er werd gepreekt over de tekst uit Hebreen 10:32a: “Doch gedenkt der vorige dagen.....”. De les der historie werd voorgehouden. De volgende gedachten kwamen naar voren: a. Wie we waren; b. wie we zijn; c. wat we hebben. Wie we waren: de Hebreen waren een schouwspel in vroeger dagen; er was veel strijd des lijdens; verdrukking en smaadheid te over. Zelfs hun goederen werden geroofd. Zoals dat later ook gebeurde in de eerste dagen van de Afscheiding. Voortkomend vanuit een rijk geestelijk leven (“nadat gij verlicht zijt geweest”). Uiterlijk zeer moeilijk, maar geestelijk uiterst bevoorrecht.

Wat we zìjn, ligt mede uitgedrukt in het woord “doch”. Het geeft een zekere tegenstelling aan. Het was nu met de Hebreen anders. Tot viermaal toe moet de schrijver van deze brief de gemeente opwekken en vermanen. Deze vermaningen zijn hoogst actueel voor de Kerk en de gemeente van onze tijd. Hij vermaant inzake het persoonlijk geloof: Laat ons toegaan met een waarachtig hart (vers 22). Men miste deze toegang, of men miste een waarachtig hart, alsmede de volle verzekerdheid des geloofs. Het persoonlijke leven taande. Gevolg daarvan was dat ook de fundamentele waarheden wankelden: Laat ons de onwankelbare belijdenis der hoop vasthouden (vers 23). De Schrift, het bloed van Christus had niet meer het laatste woord. Het werd niet gezien als de enige grond. Men sloot de deur der genade. Vandaaruit was er ook geen opscherping der liefde onderling meer; de liefde ging ontbreken, of men gaf de dingen niet scherp en helder aan (vers 24). Ook werden de onderlinge bijeenkomsten nagelaten (vers 25). Het zijn klanken, die we kennen vanuit onze tijd. Het verleden maant ons allen om waakzaam en levend te zijn.

Zo dit niet gebeurt, is er een schrikkelijke verwachting. De apostel gebruikt hier zeer ernstige aanduidingen van het oordeel Gods. Vreselijk is het te vallen in de handen des levenden Gods. Wat we echter hebben? Dewijl wij dan, broeders, vrijmoedigheid hebben.... (vers 19). Dewijl we hebben een grote Priester over het huis Gods....(vers 21). Het is een bezit vanuit en in de belofte. De Heere geeft deze weldaden, maar ze behoren beleefd te worden.

Er is volle ruimte in het bloed der verzoening. Deze Hogepriester, Christus Jezus, heeft de weg tot God gebaand. Kennen wij deze weg? Zullen we als kerken in Zijn voetstappen voortgaan en toegaan? Met een waarachtig hart? De geschiedenis maant tot trouw. De volheid in Christus brengt Gods kind het leven; maar het kan ook aanleiding zijn tot zwaarder straf.

De gemeente mocht een rijke dag beleven. De Heere gebiede Zijn zegen over de toekomst. Vermeld kan nog worden dat er een bescheiden foto-tentoonstelling was ingericht met beelden uit het verleden van onze kerken en van de gemeente Damwoude.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 2000

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Verslag herdenking honderjarig bestaan CGK Damwoude

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 2000

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken