Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het gebeuren bij de waterpoort (26)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het gebeuren bij de waterpoort (26)

6 minuten leestijd

Ezra voldeed aan het verzoek van het volk om het wetboek te halen en te lezen. Het was de wet, de Thora, de onderwijzing van Israel. Wat zal het Ezra goed gedaan hebben. Immers de vraag naar het Woord van de Heere raakt elke getrouwe dienaar. Want het is Gods getuigenis dat eeuwig zeker is en slechten wijsheid leert. De weg ten leven, de weg der zaligheid wordt daarin voorgehouden. Het dagelijkse leven hoort daar ook bij. De Heere geeft dit aan in Zijn Woord. En een predikant, die weet wat hij zelf nodig heeft, zal ook het goede voor zijn gemeente zoeken en wanneer er geestelijke vragen zijn, zal hij daar zeker op ingaan. Zo was het ook bij Ezra. Wanneer we letten op de samenkomst, dan heeft die ons veel te zeggen. Het was een dienst van het Woord. We worden eerst gewezen op Ezra, de schriftgeleerde. Hij stond op een verhoging. Een soort podium, waar ook meerdere personen plaats konden nemen en dat gebeurde. Aan zijn rechterhand waren er zes en zeven aan zijn linkerhand. Nu is het niet teveel gezegd, dat zij er waren om uitdrukking te geven dat het Woord van de Heere gehoord werd. Het gezag van het Woord moest bij allen overkomen en geëerbiedigd worden. Geven wij er acht op dat in de samenkomsten van de gemeente de Heere spreekt. Zijn Woord heeft heerschappij. Het “zo zegt de Heere” behoort niet tot het verleden. Hel woord ‘tijdgebonden’ is van de mens. Het wordt veel gebruikt en zo ingedragen in het Woord om eigen overtuiging te kunnen laten gelden. Wie het gezag van het Woord ook als predikant niet voor de volle honderd procent aanvaardt, zal de gevolgen ervan merken in de gemeente. De Heere laat niet met Zijn Woord ‘sollen’. De taak van een voorganger en de positie van de ambtsdragers moeten bijzonder op zondag niet onderschat worden. Toen Ezra het boek opende, stond iedereen op. Mannen, vrouwen, kinderen vanaf twaalf, dertien jaar deden dit. Het gebeurde uit eerbied voor het Woord. Onze gewoonte tijdens de eredienst is anders, maar eerbied behoort er steeds te zijn. Het is ook de taak van de ouders de kinderen dit bij te brengen en te leren. Het moet al aan tafel beginnen. Na de opening van het boek door Ezra en nadat het volk is gaan staan, sprak Ezra een lofprijzing uit. Er staat in het Woord: en

Ezra loofde de HEERE, de grote God en al het volk antwoordde: amen, amen. Het is waar en het blijft waar. Dit zal Ezra als muziek in de oren geklonken hebben. Daarna knielden allen en bogen zich voor de Heere met het aangezicht ter aarde. Welk een uiting van hoogachting en eerbied. Denken we weer even aan onze diensten, dan zijn die liturgisch anders, maar als het goed is voluit Bijbels. Dat betekent, dat in de diensten de Psalmen een centrale plaats hebben. In de prediking moet het Woord aan het woord komen en dat geldt ook van het zingen. De liturgie moet afgestemd zijn op de prediking, alsook de prediking op de liturgie. Er moet onderling verband zijn. Wanneer daar naar gestreefd wordt, dan heeft men aan de Psalmen genoeg. Op verschillende plaatsen is een vraag naar meer. Het menselijk lied moet er bij met al de gevolgen van dien. Het wordt, of het is al een chaos in de kerken. En wie meent door verruiming de gemeente te dienen heeft het mis. De praktijk laat het zien. De bundel wordt steeds groter en het kerkbezoek op den duur minder. Men voldoet niet aan de wens van de kerk. Het geestelijke gehalte van de gemeente wordt niet rijker. Ook is opvallend, dat bij de veranderingen in de liturgie, wijzigingen in de prediking worden bemerkt. Het gereformeerde komt almeer tussen aanhalingstekens te staan en de belijdenis wordt minder gehonoreerd.

Wanneer we nog even kijken naar het gebeuren bij de Waterpoort, dan bemerken we dat het niet bleef bij het voorlezen van het boek. Er waren mannen, die uitleg gaven, zodat men het voorgelezene begreep. Het waren Levieten. Het was ook hun taak om te verduidelijken wat voorgelezen werd. Het verklaren van de tekst, zo ongeveer gelijk aan preken, namelijk uitleggen van het Woord en toepassen. Dit nu behoort ook vandaag te geschieden. De Heere heeft daartoe de opdracht gegeven. Er staat geschreven: Predik het Woord. Dat is: verricht herautendienst. Laat merken dat ge in dienst staat van de koning en dat ge zijn proclamatie en zijn boodschap doorgeeft. Dat vraag veel gebed. Gebed om getrouw te zijn. Het eist nauwkeurigheid. Er moet doorgegeven worden wat de tekst zegt met de gerichtheid op heel de gemeente. In het bevestigingsformulier staat beschreven wat men belooft. Belooft voor het leven. Zodat bevinding niet mag ontbreken. Bevinding niet ingeschoven in de tekst, maar het laten zien en horen dat zij besloten ligt in de tekst. Bevinding voor hoofd, hart en leven. Wie het Woord van de Heere bestudeert komt er achter hoe rijk de teksten zijn. Wanneer een prediker staat naar Schriftgetrouwheid en kent een voortdurend gebedsleven, naspeurend wat er in het Woord geschreven is, ontvangt hij hierdoor al rijkere kennis van het Woord. Eigen geestelijk leven wordt erdoor gevoed. De gemeente zal het merken en zeggen: de Schrift leeft voor onze predikant. Dan zal het Woord, de prediking, ook trekken. Daardoor zijn in het verleden gemeenten ontstaan en gebouwd. Laten we de geschiedenis van gemeenten eens nagaan. Bijzonder van onze eigen gemeente. Wat leidde tot de dienst. Welk een zegen nam men mee. Er was een uitzien naar de diensten. Sommigen liepen er uren voor. Wat konden eenvoudigen van het Woord, van het gehoorde, doorgeven. Geen geijkte woorden of termen, maar zaken. Men kon naar hen luisteren. Opbouwend, onderwijzend, werd er gesproken, zelfs met vermaak. Tenminste wanneer men een hart had voor het geestelijke. Laten we staan naar het goud van Gods genade en het goud des geloofs. Broodnodig ook voor de catechese. De belijdenis zal zijn:

‘k Zal uw gehoon, die ik oprecht bemin mijn hoogst vermaak, mijn zielsgenoegen achten;

ik reken die mijn allergrootste gewin, ik grijp ernaar en zal er heil uit wachten.

Ik heb ze lief en zal met hart en zin, al ’t geen Gij ooit hebt ingezet, betrachten.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 2000

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Het gebeuren bij de waterpoort (26)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 2000

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken