Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Onbewogenheid op de vlucht

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Onbewogenheid op de vlucht

6 minuten leestijd

“En Hij, de scharen ziende, werd innerlijk met ontferming bewogen over hen, omdat zij vermoeid en verstrooid waren, gelijk schapen, die geen herder hebben ”

Het is in het schone Galilese land. Jezus, de Zoon van God, gaat daar rond, predikende het Evangelie en genezende zieken.

U bent benieuwd naar wat uit de mond van de hoogste Profeet en Leraar komt. Echter - er geschiedt iets daarvoor. Iets gebeurt in het hart van Jezus, en door het geschreven Woord wordt het u gegeven te kijken in het binnenste van Hem. Opdat u zoudt weten wat daarin is. ’t Gaat om een preek vóór de preek.

Er staat niet: Jezus sprekende tot de schare. U leest: Jezus ziende de schare. Dit is op zichzelf al een preek. Want dat zien van Hem is anders dan ons zien. Wij blikken aan tegen de buitenkant, en uiterlijk en innerlijk kunnen zeer onderscheiden zijn.

Jezus kijkt dwars door alles heen. Die ogen peilen ons innerlijk. Hij doorgrondt ons. Met één oogopslag kent Hij heel onze situatie. Hij weet precies de werkelijkheid van uw leven, terstond en feilloos.

Jezus ziet de schare, en door dat zien weet Hij dat al die mensen vermoeid en verstrooid zijn. Dit is hun innerlijke toestand, en die gesteldheid geeft aan dat zij zijn als schapen zonder herder. Bij ons kunnen schapen zonder herder zijn. De boer zet ze in een wei met prikkeldraad eromheen. Zo kunnen ze veilig grazen. Toch gebeurt het wel eens dat een bloeddorstige hond zo over de afrastering springt. De gevolgen zijn verschrikkelijk.

De schapen stuiven in doodsangst weg. Sommigen worden doodgebeten. Anderen vliegen tegen het scherpgepunte hek op en raken deerlijk verwond.

In Galilea kan zich iets soortgelijks voordoen. Tenminste, als schapen zonder herder zijn. Daar is het ’t wild gedierte: beren of jakhalzen, en daar zijn de scherpgepunte rotsen en de doornen en de afgronden. Achterna gezeten raken de schapen dodelijk vermoeid en tenslotte vallen zij als dood neer op de grond.

Zo nu ziet Jezus de mensenmenigte om Zich heen. Ze hebben geen herder die hen verzorgt, beschut en bewaart. Hun geestelijke leidslieden zijn huurlingen. Die gaan op de vlucht als er gevaar dreigt. Al die mensen zijn als verdwaalde schapen. Blindelings gaan ze voort, verkerend in levensgevaar, verwond en gehavend en schier als dood ter aarde nederzijgend.

Het aanschouwen van die nood, het peilen van die triestheid grijpt Jezus aan. Hij wordt met innerlijke ontferming bewogen. Kostelijk hebben onze statenvertalers dat ene Griekse woord weergegeven.

Die woorden laten ons zien Wie de Christus der Schriften is. Hij is de met innerlijke ontferming Bewogene. En let u nu goed op. Hij is dat over schapen die zonder herder zijn; bij wie de gevolgen daarvan zich openbaren. Dat zijn dus zij die niet bij Zijn kudde zijn, bij die kudde waarvan hij de goede Herder is, zij die niet door Hem verzorgd en beschermd worden. Dus die niet door wedergeboorte een schaap van Zijn kudde zijn geworden. Derhalve onwedergeborene en onbekeerde mensen. Over die nu is Jezus met innerlijke ontferming bewogen.

Er zijn zo veel onbewogen preken en predikers. Predikers van wie en preken waarin niet uitstraalt de bewogenheid van Jezus, en dat naar twee kanten. Men praat het schaap-zijn van Jezus’ kudde als een vanzelfsprekendheid aan. Alsof dit een natuurlijke zaak is; alsof daarvoor niet nodig is het wonder van de wedergeboorte, het werk van de levendmakende Geest.

Daar is ook de andere kant. Men plaatst erbuiten en stuurt zo naar huis. Er was geen woordje bij voor een onbekeerd mens.

M’n lieve lezer(es), u bent nog geen schaap van Jezus’ kudde geworden? Dan is uw situatie zo ernstig. U bent vermoeid en verstrooid. U verkeert in levensgevaar. We vliegen van her naar der, van de ene kerk naar de andere, van de ene prediker naar de andere. Er is geen rust, geen vrede. Elk moment kunnen we verslonden worden door het wild gedierte of storten in het diepe ravijn waaruit we nooit meer opkomen.

’t Is zo onuitsprekelijk rijk als de Heere Jezus mijn Herder is. Dan verkwikt Hij mijn ziel. Dan leidt Hij mij in het spoor der gerechtigheid. Dan vertroosten mij Zijn stok en Zijn staf. Dan heb ik niet te vrezen, zelfs niet als ik geleid word in een dalvan de schaduw des doods.

U vraagt u af of het voor u nog wel kan? Of u nog een schaap van die kudde kunt worden waarvoor Jezus als Herder Zijn leven heeft gesteld? Of u wel tot het uitverkoren volk behoort? Of u niet te verdorven, niet te goddeloos, niet te ver afgedwaald bent? Och - let er toch op Wie de Christus der Schriften is. Vanuit het Woord leert u Hem toch kennen, moogt u toch weten Wie Hij is?

Hij, Hij ziet een onbekeerd mens aan en Hij wordt met innerlijke ontferming bewogen. Hij ziet u nu aan, u de onbekeerde, de afgetobde en de voortgejaagde, en dit aanzien heeft Zijn bewogenheid over u tot gevolg. Zeg dan nooit meer: ik weet niet of Hij mij zalig wil hebben. Die harde gedachte over Hem is geheel onjuist.

Blik nu toch eens in die ogen van Hem. Ze geven aan wat in Zijn hart is. Ziet u Zijn grote bewogenheid? ’t Is van Zijn gelaat af te lezen. Dat we dan nu al ons geredeneer en al ons ongeloof leren opgeven. Blikkend in die ogen kunnen we niet meer staande blijven, dan vallen we voor Hem neer, bezwijkend vanwege Zijn diepe bewogenheid. Zie - dan is Hij reeds bezig u een schaap van Zijn grote kudde te maken.

Wie van die kudde is, wordt het beeld van de Herder gelijk.

Dan zeggen we niet: o dat is een onbekeerd mens, of: die gaat met een ingebeelde hemel voor eeuwig verloren. Wie voorwerp is van de innerlijke ont-fermingen van de Heere, wordt diep bewogen met z’n medemens.

Bedenk dat Jezus’ bewogenheid met u

God Zijn Zoon heeft gekost en Zijn Zoon het leven. Zijn bloed. Daarom, veracht die bewogenheid niet. Vanwege die bewogenheid zal u elke verontschuldiging voor de Rechterstoel uit handen vallen. Dat nu Zijn bewogenheid al uw onbewogenheid op de vlucht drijft.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 2001

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Onbewogenheid op de vlucht

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 2001

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken