Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Boekbesprekingen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Boekbesprekingen

9 minuten leestijd

Drs. A A. Teeuw, Vertrouwen in de dokter? 112 blz., f. 19,95, Uitgeverij Groen- Heerenveen. Dit boek is een deel uit de serie Praktisch en Pastoraal. De auteur is als arts verbonden aan verpleeghuis Salem te Ridderkerk en het Consultatiepunt van de Nederlandse Patiënten Vereniging. Ook heeft de auteur theologie gestudeerd en houdt regelmatig lezingen over medisch- ethische onderwerpen. Veel zaken worden aangesneden. Er kunnen zich in de relatie tussen arts en patiënt problemen voordoen. Wat moet er gedaan worden als arts en patiënt niet op een lijn zitten? Wat moet een patiënt doen als hij van mening is dat de arts hem niet juist behandelt, onvoldoende uitleg geeft of niet luistert? Welke wegen kunnen dan door een patiënt bewandeld worden? In dit verband komt de wetgeving aan de orde, bijbelse aspecten van rechten en plichten en de dagelijkse praktijk. Zo wordt het klachtrecht van de patiënt behandeld.

In een tweede deel van dit boek komen problemen aan de orde die het gevolg zijn van verschillende visies op het leven. Moeilijke problemen kunnen zich voordoen omdat de patiënt zich niet meer kan uiten, dus niet meer in staat is om voor zijn eigen belangen op te komen. Er valt in dit opzicht te denken aan coma patiënten. Patiënten die lijden aan dementie kunnen ook de zaken niet meer overzien. De vraag kan zich voordoen: Wanneer mag de beademing gestopt worden? Wanneer dient er gereanimeerd te worden en wanneer niet meer? Hoe zit het met voedselweigering, sondevoeding en toedienen van morfine? De auteur schrijft in zijn voorwoord dat pasklare antwoorden niet te geven zijn. Elke situatie is weer verschillend. Wel wil dit boekje een handreiking bieden in de vele vragen die er liggen op dit terrein. Tenslotte wijst de auteur erop dat hij met zijn boekje niet de indruk wil wekken dat er ontzaglijk veel mis gaat op medisch gebied. Binnen de gezondheidszorg wordt veel en goed werk geleverd. Maar waar gehakt worden vallen spaanders. Wie ambtelijk, in de verpleging en verzorging of in de familiekring veel met medische zaken te maken krijgt doet er goed aan dit inhoudsvolle boekje aan te schaffen en te lezen. Het kan zeker een bijdrage leveren aan een verantwoorde gedachtenvorming en positiebepaling in de besproken zaken.

Robert Murray McCheyne, Brieven van een herder, 104 blz. f. 24,90, Uitgeverij Den Hertog- Houten. McCheyne leefde van 1813- 1843. Hij had een zwakke gezondheid. Zo moest hij na twee jaar ambtelijke arbeid in de gemeente van Dundee op doktersadvies in 1838 een jaar lang zijn werk neerleggen. In deze periode ondernam hij een zendingsreis naar Palestina. Maar hij bleef zich wel verantwoordelijk voelen voor zijn gemeente. Dat heeft hem gedreven tot het schrijven van pastorale brieven. In deze brieven geeft McCheyne onderwijs vanuit Gods Woord. De brieven zijn opnieuw in het Nederlands vertaald door M. Krijgsman. Bovendien zijn zes brieven toegevoegd, die geschreven werden aan iemand die Jezus zocht. Een goed boek om kennis van te nemen. Een citaat willen wij u geven. Op blz. 35 en 36 lezen wij van uitstel van de verhoring van het gebed. “God stelt vaak de verhoring van het gebed om wijze redenen uit. Het geval van de Kananese vrouw zal u allen bekend zijn (Matth. 15: 21- 28). Hoe bekommerd riep zij uit: ‘Heere, Gij Zone Davids, ontferm U mijner! Mijn doch-ter is deerlijk van de duivel bezeten. Doch Hij antwoordde haar niet een woord.’ Ze bad telkens opnieuw maar kreeg geen gunstig antwoord. Haar geloof wordt door iedere afwijzing sterker. Zij riep tot Hem, zij volgde Hem na en wierp zich aan Zijn voeten neer, totdat Jezus haar niet langer kon afwijzen. ‘O vrouw, groot is uw geloof; u geschiede, gelijk gij wilt.’ Geliefde biddende gemeente, ‘houd sterk aan in het gebed en waak in hetzelve met dankzegging.’ Laat een afwijzing u niet tot zwijgen brengen. Door de verhoring uit te stellen wekt Jezus u op in het gebed te volharden. Vraag, zoek. klop. De belofte kan lang op zich laten wachten, maar kan niet te laat komen. U weet dat er in de gelijkenis van de onrechtvaardige rechter staat: ‘Zal God dan geen recht doen Zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen, hoewel Hij lankmoedig is over hen? Ik zeg u, dat Hij hun haastelijk recht doen zal’ (Lukas 18: 7, 8a). Dit laat u, die Gods kinderen bent, zien hoe u behoort te bidden. Hieruit blijkt dat God elke verzuchting van u hoort, zowel wanneer u het overdag druk hebt, als in de eenzame nachtwaken. Hij vergadert ze van dag tot dag; weldra zal de volkomen verhoring geschonken worden. ‘Hij zal hen haastelijk rechtdoen.’ De biddende zielen onder het altaar in Openbaring 6: 9-11 lijken dezelfde waarheid te bevestigen, dat de verhoring van de gebeden van een gelovige in Gods aanbiddelijke wijsheid een kleine tijd op zich kan laten wachten, en dat vele gebeden pas na hun dood volkomen verhoord worden. Lees verder dat wonderlijke Schriftgedeelte. Openbaring 8; 3, waar we lezen dat de Heere Jezus, de grote Voorspraak bij de Vader, aan God de wierook van Zijn verdiensten, met de gebeden van alle heiligen offert op het gouden altaar dat voor de troon is. Christus verliest nooit een gelovig gebed. De gebeden van ieder gelovige, vanaf Abel tot op de huidige dag, hoopt Hij op het altaar, vanwaar zij voortdurend voor Zijn Vader en onze Vader opstijgen. En als het altaar ze niet meer kan bevatten, zal de volkomen en eeuwige verhoring nederdalen. Wees niet ontmoedigd, mijn geliefden, omdat God u lang laat wachten en Hij uw gebeden niet lijkt te verhoren. Uw gebeden zijn niet verloren. Als de koopman zijn schepen naar verre kusten zendt, verwacht hij niet dat ze in een enkele dag rijk beladen terugkomen. Hij heeft lang geduld. ‘Het is goed, dat men hope, en stil zij op het heil des HEEREN.’ Wellicht zullen uw gebeden evenals de schepen van de koopman, des te zwaarder beladen met zegeneningen terugkeren, naarmate dat de verhoring op zich heeft laten wachten.”

T. Eikelboom. De stem uit de doos, Verhalen van verre vrienden, 95 blz. f. 24,95, Uitgeverij Groen- Heeren-veen. De verhalen in dit boek zijn voor een groot deel echt gebeurd. De auteur is ruim twintig jaar werkzaam bij de Gereformeerde Zendignsbond (GZB). Uit bezoeken aan zendingsvelden weet de schrijver hoe het er in het zendingswerk aan toe gaat en hoe de Heere het zendingswerk zegent. Het verantwoorde boekje is geschikt voor de leeftijd vanaf tien jaar.

H. van ‘t Veld, Beminde broeder die ik vand op ‘s werelts pelgrims wegen, 559 blz. f. 55,—, Uitgeverij De Banier- Utrecht. De ondertitel van dit proefschrift luidt: ‘Jan Luyken (1649- 1712) als illustrator en medereiziger van John Bunyan (1628-1688). De titel van het proefschrift bestaat uit enkele dichtregels van Jan Luyken. In het nu verschenen boek worden de illustraties beschreven die Jan Luyken vervaardigde bij de Nederlandse vertalingen van vier geschriften van John Bunyan, waaronder de Christenreis en de Heilige Oorlog. Nadat Luyken werken van Bunyan heeft geïllustreerd treffen wij in zijn werk veel vaker de gedachte van de pelgrimsreis door dit leven aan dan voorheen. De Bunyanprenten van Luyken worden in de 18e eeuw geheel of vrijwel onveranderd in ets- of hout-snedevorm overgenomen in uitgaven van Bunyans geschriften in Engeland en Noord- Amerika en in Nederlandse vertalingen alsook in Duitsland en andere Europese landen. Later zijn er nog veel meer vertalingen ontstaan van de werken van Bunyan die van illustraties zijn voorzien geheel of gedeeltelijk ontleend aan die van Jan Luyken. De promotie van de auteur vond plaats in de faculteit der letteren. Een interessant boek met verrassende inzichten is verschenen. De auteur meent dat Luyken veel orthodoxer is geweest dan hij doorgaans is afgeschilderd. De schrijver stelt dat alle basisvoorstellingen van het christendom bij Luyken in zijn werken zijn terug te vinden. Luyken en Bunyan worden als geestverwanten getekend. Beiden vatten het leven op als een pelgrimage. In veel van wat Bunyan schreef kon Luyken zich vinden. Bepaalde beeldelementen zijn aangepast aan de cultuur waarin het boek van Bunyan verschijnt. Zo draagt in Afrikaanse uitgaven christen het pak niet op zijn rug, maar op zijn hoofd. We mogen wel zeggen dat de schrijver veel werk heeft verzet en veel biedt in dit boek. Wie belangstelling heeft voor de dichter Jan Luyken, zijn illustraties van de werken van Bunyan en de invloed van Bunyan op hem, doet er goed aan het kloeke boek ter hand te nemen.

Dr. H.J.C.C.J. Wilschut, J.G. Woel-derink: om de ‘vaste grond des geloofs’, 704 blz., f. 49,95, Uitgeverij Groen- Heerenveen. In deze omvangrijke dissertatie wordt de ontwikkeling in het theologisch denken van Woelderink getekend, met name ten aanzien van verbond en verkiezing. De auteur is gereformeerd vrijgemaakt predikant in Assen. Woelderink leefde van 1886- 1956. Wie zich in het theologisch denken van Woederink wil verdiepen, kan niet voorbijgaan aan deze lijvige dissertatie. We dienen hierbij echter wel te bedenken dat Woelderink kritiek heeft op de verkie-zingsleer van Dordt en dat er zeer verschillend over hem gedacht wordt. Zo noemt de auteur van het proefschrift zelf bijvoorbeeld op blz. 229 dat Woelderink zich wel aansluit bij Calvijn, maar diens onderscheid tussen algemene en bijzondere verkiezing niet noemt. Op blz. 329 lezen we dat Woelderink in zijn stichtelijke lectuur nauwelijks positieve aandacht besteedt aan de leer van Gods verkiezing. Tegneover het misbruik van deze leer hadden aanwijzingen voor een goed gebruik ervan verwacht mogen worden. Dit versterkt het vermoeden dat de hantering van de klassiek-gere-formeerde verkiezingsleer- bij alle formele erkenning ervan- Woelderink voor problemen stelt. Op blz. 442 lezen we dat Woelderink in kringen komt met een grote openheid voor het denken van Barth. Op blz. 596 en 597 lezen we van kritiek van Woelderink op sporen van scholastiek- substantieel denken in de Heilbergse Catechismus. De auteur signaleert ook dat Woelderink geen oog had voor Christus als de spiegel der verkiezing zoals Calvijn erover schrijft. Hij spreekt hier zelfs van een witte vlek in het denken van Woelderink. Wie zich een oordeel over Woelderink wil vormen vindt veel stof in deze kritisch-analytische dissertatie.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 februari 2001

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Boekbesprekingen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 februari 2001

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken