Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Levenshouding

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Levenshouding

7 minuten leestijd

Welk een verandering kwam er in het volksleven. Uitbundige vreugde was er. Die vreugde was ontstaan door het getuigenis van de levieten: deze dag is de Heere uw God heilig; bedrijft dan geen rouw en weent niet. In de vereiste stemming werd het loofhuttenfeest gevierd. Zeven dagen lang. Welk een blijdschap kende men. Het was een goede tijd. Maar na de zevende dag verdween de vreugde. Het volk was weer bijeengekomen. Waarschijnlijk op dezelfde plaats als voorheen namelijk op het plein bij de waterpoort. Het was aan de kleding, de houding te zien, dat men bedroefd was. Men was samen om boetedoening, om belijdenis van zonde en schuld te doen. Zo voor het oog was er niets bijzonders gebeurd wat tot boetvaardigheid moest leiden echter de wet des Heeren is er. Die wet heeft betrekking op heel het leven. Op woorden, daden en gedachten. Het innerlijke valt er niet buiten. De wet spreekt van wat geboden en verboden is. Van tijdgebondenheid is er geen sprake.

Laten we dit menen. Gods wet is eeuwig. Door het werk van de Heere Jezus is de wet niet afgeschaft. Hij heeft gezegd: Ik ben niet gekomen om de wet te ontbinden, maar om die te vervullen. De eis en de straf van de wet blijven staan. Laten we niet gering denken over het zeer ernstige woord: vervloekt is een iegelijk die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet om dat te doen. Nu is de uitdrukking bekend: zien in de spiegel van Gods wet. In een spiegel zien we ons gezicht. Hoe wij er uitzien. Geplaatst voor de spiegel van ’s Heeren wet zien we onze werkelijkheid. We verstaan, zo ziet de Heere ons. Misvormd door duizend zonden. Het gezegde is niet te sterk: melaats van de hoofdschedel tot de voetzool toe geheel onrein. Verdiend het oordeel des Heeren. Door zelfkennis wordt dit beaamd en van harte. De overtuiging, gewerkt door ’s Heeren Geest grijpt ons aan en brengt ons verder in de diepte, wanneer het zondigen tegen een goeddoend Heere wordt verstaan. Zijn goedheid is groot en Zijn zegeningen zijn veel. Elke dag weer opnieuw. Het verwekt ook droefheid daar er geen beantwoording is aan de wil van de Heere. Immers de Heere heeft daar recht op en is het waard. Van dit alles was het volk bij de waterpoort geen vreemdeling. Wat gezien werd al in de vroege morgen was geen vertoning, maar uiting van wat hen beheerste. Hun vasten, dragend een rouwkleed en het hebben van stof op het hoofd spraken van getroffen zijn door wat de wet van de Heere hen voorhield. Terecht zegt een schriftverklaarder: de aanwezigen hadden zich daardoor zoveel mogelijk gelijk gemaakt aan doden en spraken uit dood te zijn door misdaden en zonden. Dit is geen krasse taal, maar naar de Schrift. De verschijning van personen was soms verschillend, maar hun houding gelijk. Denk aan de tollenaar. Hoe tekent de Heere ons. De Heere was voor hem de rechtvaardige, heilige Heere. Hij durfde de ogen niet op te slaan naar de hemel. In zelfveroorde-ling moest hij zichzelf op de borst slaan. Twee zaken leefden voor hem. De levende God en hij de zondaar. Hij was van beroep tollenaar, maar voor de Heere zondaar. En dat niet één van de velen, maar de grootste. Niemand stond voor, achter of naast hem. Wordt dit beleefd dan is de Heere geen begrip en de zonde niet maar een dogma. Bij buigen voor het recht van de Heere is er de roep om genade. Genade die vergeeft, verzoent, herstelt. Vrede geeft tot in eeuwigheid. Bij alle overeenkomsten die we ontdekken in de Heilige Schrift, zien we hoe de levenstrekken zijn van het geestelijke leven. Een levenshouding die wij zullen moeten kennen, zal het wel met ons zijn. In dit berband is de prediking ook van grote betekenis. Immers de Heere werkt door Woord en Geest. Het bevindelijke element mag niet ontbreken. Echter dient onthouden en betracht te worden, dat het bevindelijke onderwijzend moet zijn. Onderwijs is onmisbaar voor het geloofsleven. Wie geestelijk leven zoekt, of kent heeft daaraan behoefte. De prediker dient serieus te werk te gaan, want hij moet leidsman en herder zijn. Wee de verkondiger die zich bezighoudt met algemeenheden of betreden paadjes. Hij is de naam van verkondiger niet waard. Oud-vaders becritiseren of vereren is beide mis. Men moet ook goed beseffen, dat men zelf een ziel heeft en aan de domineesziel gaat de Heere niet voorbij. Gods knechten zullen leven in eeuwigheid, maar er is geen domi-neeshemel. Het uit genade zalig worden en straks volkomen, moet geleerd worden. Daarom is het spreken over of er uit een groot verschil. Het leven van ’s Heeren dienaren ons beschreven in de Heilige Schrift is voor alle voorgangers een spiegel. Wanneer dat meer beseft werd zou er minder van de toren geblazen worden of belerend opgetreden.

In Nehemia 9 lezen we nog meer. Men ging zich afscheiden van alle vreemdelingen. Dit geschiedde niet vanuit het motief: wij zijn beter dan jullie, maar uit het besef: Israel heeft een eigen geschiedenis. Een historie die gekomen is door de leiding van de Heere. Zijn wil beoogde het alleen wonen. Geen inlating en vermenging met de volkeren. Beide waren levensgevaarlijk. Invloed zou niet uitblijven. Het levenspatroon van de wereld zou blijken met veel gevolgen. We kunnen het lezen. Daar dient ook vandaag aan gedacht en voor gewaakt te worden. Ik vrees zelfs dat we verder zijn dan we denken. De secularisatie houdt niet stil bij bepaalde zaken. Het is zeer goed wanneer gehouden wordt aan een levensstijl, die past bij ons kerkelijk leven, zoals kleding e.d. Maar gaan we ook na hoe het is met onze levensinstelling, onze geldbesteding? Onze inkomsten en uitgaven zijn de Heere bekend. Rekenschap afleggen van ons doen en laten is er en ontgaat ons niet. Immers we zijn rentmeesters. En dat begint niet wanneer we de 55 gepasseerd zijn, maar reeds vroeg. We kunnen ook in vakjes leven en daarmee tevreden zijn. Zo op zondag, zo in huis, zo buitenshuis. Het is erg wanneer de wereld zegt of denkt: men leeft kerkelijk, maar dan heb je het ook gehad. Wel geen televisie, maar eigen visie op levenszaken. Wanneer dit het geval is, dan kunnen jongeren een eigen koers gaan bepalen. Dit gebeurt ook wanneer het moderne levensgevoel een stempel gaat zetten op het leven en het erge is wanneer het ingepast wordt in de Schrift en zo acceptabel wordt gemaakt. Van aanpassen wisten de gelovigen die wij in de Schrift aantreffen niet. Overduidelijk wordt hun godvrezend leven beschreven. Het ware christen-zijn straalde. Na inkeer kwam het bij afgedwaalden terug. In de wereld, maar anders dan de wereld. Staan in de wereld en begaan met de wereld. Meelevend met hun volk en geen afschrijving van het verleden. Bijzonder horen we dit in getuigenissen en gebeden. Het volk te Jeruzalem kende dit ook. Het heden en het verleden werd gebracht bij de Heere. Het ‘wij en onze vaderen’ was hun niet vreemd. Wat is er toch veel te leren en te kennen. De Geest van de Heere werke in ons allen, zodat ook onze levenshouding naar de Schrift is.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 2001

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Levenshouding

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 2001

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken