Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKINGEN

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

BOEKBESPREKINGEN

8 minuten leestijd

Stefan Paas, Jezus als Heer in een plat land, 209 blz., euro 16,50, Uitgave Boekencentrum, Zoetermeer.

De ondertitel van dit boek luidt: ‘Op zoek naar een Nederlands evangelie’. In het eerste hoofdstuk wordt Nederland getekend als een zen-dingsland, maar dan in de ogen van een Afrikaan. De auteur trof in 1999 in een boekhandel in de hoofdstad van Malawi een boekje aan getiteld: ‘Te midden van de wilde blanken.’ Hierin wordt een speelse, maar tegelijkertijd ook ernstige schets gegeven van de westerse cultuur gezien door een Afrikaanse bril. Dit heeft de auteur geinspireerd tot het schrijven van het eerste hoofdstuk. We hebben het met belangstelling doorgenomen. Rake typeringen komen erin voor: de belangrijke rol van de agende en wettelijke voorschriften die alles nauwkeurig regelen (blz 12), de afwijkende sexuele moraal met aan de ene kant een grote verdraagzamheid en aan de andere kant een grote intolerantie (blz. 13), een oude grootmoeder wegdoen in een speciaal daarvoor ontworpen oudemensenhuis, terwjil de hond op de bank zit met de andere leden van het gezin (blz. 14), iets wat in de afrikaanse leefwereld volkomen ondenkbaar is, nadruk op jeugd en gezondheid (blz. 15), abortus en de vraag wat iets oplevert (blz. 16), geen corruptie, wel haast en drukte (blz. 17), voetbal als een vorm van oorlogvoering (blz. 19), pnve-zaken waar niet over gesproken wordt: geld en bezit, anders-zijn, godsdienst (blz. 20), in de prive-sfeer mogen eigen regels gevolgd worden, daarbuiten niet (blz. 22), ook godsdienst als prive-zaak die weinig invloed heeft op de rest van het leven of op het leven van anderen buiten hen die godsdienstig zijn (blz. 23), de god Mammon en zijn vrouw Informatie, de tempel die ‘Beurs’ wordt genoemd, krant en andere media die zeer belangrijk zijn, seks en jeugd (blz. 24).

Vervolgens komt aan de orde hoe in zo’n samenleving mensen met het Evangelie bereikt kunnen worden. In een samenvatting op de blz. 92 en 93 wordt hiervan het volgende gezegd:

1 Het evangelie moet worden gebracht in begrijpelijk Nederlands, met een open oog voor culturele barrières. Wie stamtaal gebruikt sluit mensen al buiten, voordat van enig begrijpen sprake kan zijn. Maar we moeten ernstig nemen dat bekering voorafgaat aan het verstaan in diepere zin. Communicatief gesproken, moet er uiteraard wel een zeker begrip zijn van het evangelie voordat iemand zich kan bekeren. Wanneer de verkondiging louter wartaal is, zal het effect gering zijn. Maar ten diepste is ook het begrijpen een vrucht van verkiezing en genade. Anders zou het begrijpen een werk kunnen worden, waarop men zich kan beroemen, een stap van menselijke zijde in de goede richting. Mensen moeten worden overgezet uit hun wereld in de wereld van het evangelie. Dit is wellicht aanstootgevend, maar het is onopgeefbaar. De verkondiging van het evangelie is niet maar een communicatie tussen twee mensen. De beslissende geprekspartner is God.

2 Het evangelie is relevant, in die zin dat het een juiste diagnose geeft van onze situatie (als lid van het menselijk geslacht en als individu) en de enige adequate oplossing daarvoor aandraagt. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente om deze relevantie ook het kenmerk te laten zijn van de prediking en haar handelen erdoor te laten bepalen. Dat kan alleen door getrouw te prediken en goed te doen, in gehoorzaamheid aan de volle breedte van de Schrift en met een goed inzicht in de mensen aan wie de boodschap is gericht. Daarin is de gemeente afhankelijk van de Heilige Geest, Die wijsheid kan geven en inzicht in het Woord en in de situatie van de hoorder. Het profetische Woord wil profetisch gepredikt en uitgeleefd worden! Het is echter niet de verantwoordelijkheid van de prediker om de ontvanger deze relevantie te laten erkennen en ermee aan het werk te laten gaan in zijn leven. Getrouw verkondigen is de opdracht, niet effectief verkondigen.

3 Het evangelie is niet acceptabel, in die zin dat de diagnose en de oplossing die het aanbiedt, niet aansluiten bij onze natuurlijk geaardheid. Acceptatie van het evangelie doet altijd pijn. Het vraagt om sterven. Elke definitie van evangelisatie die dit veronachtzaamt, schiet schromelijk te kort. Dit neemt niet weg dat in de praktijk de verkondiging in een toebereide aarde kan vallen. We komen dan weer uit bij het eerste punt: God werkt naar zijn welbehagen en door zijn Geest in deze wereld en kan de behoeften van mensen hervormen, zodat zij ontvankelijk worden voor zijn evangelie.

Op blz. 146 wordt geschreven over ‘vrouw en ambt’. Graag hadden wij hier een duidelijker positiekeuze van de auteur gezien. Terecht lezen we op blz. 154 dat verzoening een dieper en breder begrip is dan liefde. Verzoening heeft alles te maken met schuld. Het offer van Christus toont ons meer dan Gods liefde, het is ook oordeel over de zonde en verzoening van de schuld. De auteur reikt wezenlijke zaken aan in zijn boek dat veel materiaal bevat om na te denken over de wijze waarop in onze tijd in Nederland het evangelie gebracht kan en moet worden.

Hans Werkman, ‘En alles vloekte, maar hij vloekte met’, 48 blz., f. 10,-. Uitgave Bond tegen het vloeken in samenwerking met Buijten & Schipperheijn.

De ondertitel luidt: “Misbruik en gebruik van Gods naam in moderne literatuur.” In dit informatieve boekje wordt behandeld hoe moderne schrijvers in hun boeken omgaan met vloeken. Sommigen vinden vloeken een bewijs van armoede en ontluistering van de taal. Anderen hebben niets tegen het opschnjven van vloeken in hun boeken. Gods Naam wordt vaak als stopwoord gebruikt. Dat is ijdel gebruik van de Naam des Heeren. Ook in de oude literatuur komt het al voor. Het voetbalveld is de plaats waar het meest wordt gevloekt (blz. 20). Vloeken getuigt van taalarmoe-de. Terecht wordt gesteld dat de Naam des Heeren niet mag gebruikt worden als je bedoelt te zeggen: wel verdraaid! Toe! Bah! Ik ben kwaad! (blz. 22). Dit gebeurt echter heel vaak. Ook komt aan de orde de boekenweek 1997 met als thema ‘Mijn God’. Dat zou in de jaren zeventig niet denkbaar zijn geweest. Een goede zaak dat dit boekje is verschenen. Nederland is het enige land ter wereld met een bond tegen het vloeken. De bond werd in 1917 opgericht met als doel: publieke bestrijding van het misbruik van Gods heilige Naam. Vanaf 1921 hangen er posters op de perrons van de Nederlandse Spoorwegen.

Prof. Herman J. Selderhuis, Morgen doe ik het beter, 116 blz., 9,20 euro, Uitgeverij De Vuurbaak.

De ondertitel luidt: ‘Gids voor gewone christenen.’ Naast het goede, originele en humoristische dat wij aantroffen in dit boek, zijn er ook zaken die vragen oproepen. Zo wordt er op blz. 44 geschreven over dominees, en zeker niet de minsten, die hun gebed opschrijven en voorlezen, al zijn ze al veertig jaar predikant. Het woordgebruik spreekt ons niet erg aan als we op blz. 51 lezen: “Geloven is feestvie ren, maar ook strijden.” Het pijnlijkst heeft mij getroffen dat er niet duidelijk gesteld wordt dat er tweeerlei kinderen des verbonds zijn. Op blz. 91 vv. wordt massief geschreven over de doop: “God verbindt zijn Naam met die van u, jou, mij en onze kinderen. Dat is niet een kwestie van: het klikt, maar van: het ligt vast. Zoals Hij is en zoals ik ben, en die twee voorgoed verbonden.” Verder lezen we op blz. 92: “Ik ben bijzonder, want de God van hemel en aarde, de Vader van Jezus Christus kent mij, heeft mij tot zijn kind geadopteerd. Ik ben bijzonder want ik ken die God van hemel en aarde, de Vader van Jezus Christus en ik mag weten dat Hij ook mijn Vader is.” We willen ook vermelden dat er op blz. 87 staat dat wij als zondig mens tot bekering moeten komen. Graag hadden wij gezien dat hieraan meer aandacht was besteed. De noodzaak van wedergeboorte en bekering had meer nadruk dienen te krijgen. Ook van gedoopte kinderen geldt immers dat zij wederom geboren moeten worden en bekeerd moeten worden.

Hanneke Schoonebeek, Heimwee naar Huis, 47 blz., ƒ 9,75, Uitgeverij De Banier - Utrecht.

Het is de tweede gedichtenbundel van de auteur waarin diverse noden en zorgen, vragen en raadsels, die in het leven van Gods kinderen kunnen voorkomen, aan de orde worden gesteld. Een geschikt bundeltje om weg te geven aan een zieke of een jarige.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 2002

Bewaar het pand | 12 Pagina's

BOEKBESPREKINGEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 2002

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken