Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

POSITIEBEPALING T.O.V. DE VRIJGEMAAKTEN, TOEGESPITST OP DE PREDIKING (6)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

POSITIEBEPALING T.O.V. DE VRIJGEMAAKTEN, TOEGESPITST OP DE PREDIKING (6)

8 minuten leestijd

Het is van het grootste belang voor een verantwoorde, gefundeerde positiebepaling om grondig kennis te nemen van de feitelijke prediking in de vrijgemaakte kerken. Hoe wordt daar gepreekt? Een manier om hier achter te komen is het lezen van preken die worden gepubliceerd. Binnen de Vrijgemaakte kerken verschijnt elke 4 weken een viertal preken in druk in een prekenserie die “Waarheid en recht” heet. Daarvan kunnen wij dankbaar gebruik maken.

Pretentie

De titel “Waarheid en recht” voert een hoge pretentie, die verwachting wekt. Preken is immers de waarheid spreken, je aan Gods Woord houden en Gods recht voorstellen. Sion zal door recht verlost worden en Jezus Christus, Die de inhoud van de prediking is, heeft gezegd: „Ik ben de waarheid.” In de berijmde psalm 111 vers 5 staat: ’t Is trouw, al wat Hij ooit beval; het staat op recht en waarheid pal, als op onwrikb’re steunpilaren.”

Met minder kan de prediking niet toe. Alleen aan de rechte prediking, die al de raad Gods verkondigt en niets achterhoudt, mag je je toevertrouwen.

Deze is bediening van de sleutelmacht van het Koninkrijk der hemelen. Alle andere prediking is gerammel met sleutels die niet passen; die of bang maken, of valse gerustheid kweken. Wanneer een prekenserie “Waarheid en recht” genoemd wordt, geeft dat aan wat de prediking behoort te zijn en kunnen we elkaar daar ook op aanspreken.

Voor vele moderne christenen zal zo’n titel nogal pretentieus overkomen, hoog van de toren blazend. Je moet tegenwoordig niet meer zeggen dat je de waarheid in pacht hebt en het bij het rechte eind hebt. Toch blaast de prediker van het evangelie van de hoogste toren: Hij spreekt de woorden Gods. Hij blaast op de bazuin van het evangelie, zo luid dat iedereen het kan horen. En hij zegt: alzo spreekt de Heere!

Ik wil er voor pleiten om van genoemde pretentie niets af te doen. Vervolgens is het zaak om die pretentie ook waar te maken.

Welwillend

Deze keer willen we een viertal willekeurig gekozen, recente, vrijgemaakte preken in het kort van enig commentaar voorzien. We realiseren ons dat we met welwillendheid de inhoud van deze preken tot ons moeten laten komen. We willen niet van alles en nog wat zoeken achter woorden en uitdrukkingen die ons minder gepast voorkomen. Elke kerkelijke gemeenschap heeft zo z’n eigen cultuur met onder andere geijkte termen. Deze zijn niet wezenlijk, maar willen nogal eens in grote mate bepalend zijn voor de meningsvorming.

Het gaat echter om de boodschap van de prediking, of die helder en onverkort uit de verf komt. Hoofdzaken zijn dan de gemeentebeschouwing, de noodzaak van wedergeboorte en bekering, het onderscheidende, ontdekkende en appellerende, oftewel het bevindelijk karakter van de woordbediening.

Persoonlijk vind ik dat de preek niet op zichzelf staat, maar binnen het geheel van de eredienst een centrale plaats inneemt. Met name de gebeden in de eredienst zijn medebepalend voor het (soortelijk) gewicht van de prediking. De prediking ligt ‘ingebed’ tussen de gebeden In gedrukte preken worden doorgaans de uitgesproken gebeden niet opgenomen. Dat is een gemis in het geval dat je tot een evenwichtige preekbeoordeling wilt komen. Iemand heeft eens gezegd: „Laat mij het gebed voor de preek horen en ik zal je zeggen hoe de preek eruit zal zien.”

Uit beluisterde preken van vrijgemaakte zijde is mij opgevallen dat een veelgebruikte openingszin in de gebeden ongeveer zo luidt: „Vader in de hemel, wij danken U dat wij Uw kinderen (mogen) zijn en dat U onze Vader bent.” Zo’n aanspraak zegt het een en ander over de benadering van de gemeente in de preek.

Waarmee we maar willen zeggen: onderstaande preekbeoordelingen zijn gebaseerd op de gedrukte tekst van de preken. Als je de preken in het geheel van de eredienst zou horen, kan een en ander wat anders overkomen.

4 vrijgemaakte preken

De eerste preek heb ik met instemming gelezen en herlezen. Zonde en genade komen beide aan de orde. De gemeente krijgt de vraag voorgehouden of ze God wel kent. Gods rechtvaardig oordeel over de zonde als schuld voor God komt nadrukkelijk ter sprake. Mij trof de zin: „God is alleen nabij in de weg van schuldbelijdenis. Wij moeten andere mensen worden om God te leren kennen.” Duidelijk wordt in de preek over een tekst uit het Oude Testament de lijn naar Christus getrokken. Toch kom ik ook uitdrukkingen tegen die weer afbreuk doen aan de overwegend onderscheidende teneur van de preek, zoals: „dat geloven we” en: „Jezus Christus zal ons nooit meer verlaten.”

Afgezien van dit laatste wenste ik wel dat alle christelijke gereformeerde preken van dit gehalte zouden zijn.

Van de tweede preek moet ik zeggen dat die erg vaag en zwak op mij overkomt. Gevraagd wordt bijvoorbeeld of we wel genoeg bidden, gezegd wordt dat we niet onverschillig moeten zijn. Het is een voorbereidings-preek en in verband daarmee wordt de gemeente opgeroepen om te reageren op de Heilige Doop en de verkiezing. Heel wat goede raadgevingen krijgt de gemeente mee, maar het oproepen tot geloof en bekering ontbreekt zo goed als geheel. De preek is erg moralistisch, vol tips en goede raad. Bekering is nodig, zo lezen we, maar onduidelijk is wat dit inhoudt. Het alleen af en toe terloops noemen van het Heilig Avondmaal wekt de indruk dat deelname vanzelfsprekend is. Wel wijst de prediker op het leren kennen van je zonden, maar je bent altijd aanvaard vanwege Christus. Zeker in een voorbereidings-preek acht ik de slotzinnen zelfs gevaarlijk: „Je bent thuis, je mag kind van de Vader zijn. God houdt echt niet minder van je als je verschrikkelijk uitglijdt.”

De werkelijkheid van tweeërlei ver-bondskinderen ontbreekt geheel. De indruk wordt gewekt dat iedereen genade kent. Een preek dus waar ik grote moeite mee heb.

De derde preek is een avondmaals-preek over de Catechismus. De vraag voor wie het Heilig Avondmaal ingesteld is mag volgens de predikant niet worden opgevat in de zin van: „Mag ik geloven dat Christus voor mij gestorven is?” Dat ziet hij als twijfel zaaien en weghouden van Christus. Je moet vasthouden aan je doop. Zelfbeproeving is niet de vraag stellen of het wel voor jou bestemd is, want dat weet ik zeker.

Veel goede dingen lees ik over persoonlijke zondekennis; je ogen moeten voor Christus geopend worden; anderzijds ook in deze preek heel sterk het algemene spreken van: „We zijn op weg om verzadigd te worden; de tafel is voor u, gemeente, bestemd.” Ik mis elke aandacht voor mensen die zich niet bekeren. Geen duidelijk onderscheid tussen ware kinderen van God en die dat niet zijn. De mogelijkheid van het aangaan zonder bruiloftskleed komt niet aan de orde. Zeker als preek over het Heilig Avondmaal kan deze preek niet voldoen.

In de vierde preek komt de persoonlijke verhouding met God aan de orde. Van Paulus wordt gezegd dat hij niet zo geboren is, maar het geleerd heeft: „Paulus bedacht dat God als een Vader voor hem zorgde.” Dit is een wel erg zwakke weergave van Gods radicale ingrijpen in zijn leven. Gesproken wordt over „een goede verhouding met mijn (hemelse) Vader” de vraag of God mijn Vader is ontbreekt. Het geheim van een christen is Christus, maar hoe je Hem leert kennen, wordt niet gezegd.

„Je hebt een nieuw leven ontvangen.” Dit wordt zomaar geponeerd. Veelvuldig is sprake van het algemene “ons”, de hele gemeente, dus niet onderscheidend. Ook deze preek is erg moraliserend en veronderstelt mogelijkheden in de mens om te groeien in het geloof. Je moet je best doen, de basisregels van het christelijk geloof naleven om de Heiland beter te leren kennen. Een zekere geloofskennis wordt verondersteld. Zou Paulus niet wat anders bedoelen met de woorden: „Dat ik Hem kenne...”?

De preek is erg voorwaardelijk gesteld. Bijvoorbeeld: „Als je dat doet zal God je een enorme bloedtransfusie toedienen.” Het lijkt wel haast de roomse opvatting van genade die je sacramenteel toegediend krijgt. Elk onderscheidend element ontbreekt en aan de werkelijkheid van tweeërlei verbondskinderen gaat de preek voorbij. „U bent een geliefd kind van God; wat wil je nog meer? De Heere Jezus draagt ons allemaal als de Goede Herder.” Een preek vol roomse en remonstrantse trekken. Dit is geen bediening van de verzoening en van de sleutelmacht.

Deze preek maakt de pretentie van “Waarheid en recht” m i. nietwaar.

Splinteren balk

Zo hebt u enige indruk van enkele vrijgemaakte preken, gelezen door de bril van een prediker die ook wel eens onder zware kritiek staat en die gedurig moet vragen: Heere, bewaar mij ervoor wel de splinter in andermans ogen aan te wijzen, maar de balk in eigen ogen niet eens te zien. Naar mijn mening gaat het echter inzake de prediking tussen beide kerken om meer dan wat splinters. Daarover hoop ik een volgende keer in een afsluitend artikel nog iets meer te zeggen.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 28 september 2002

Bewaar het pand | 12 Pagina's

POSITIEBEPALING T.O.V. DE VRIJGEMAAKTEN, TOEGESPITST OP DE PREDIKING (6)

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 28 september 2002

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken