Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

VOOR DE JEUGD

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

VOOR DE JEUGD

5 minuten leestijd

Dordt voor jou (8)

Deze keer een teer onderwerp. Hoe zit het met jonggestorven kinderen en hun verkiezing? Een vraag die in alle eeuwen weer terugkomt. In de dagen van de Dordtse Synode was er een hoge kindersterfte. Vele pastorale vragen kwamen op de toenmalige predikanten af. Ook vandaag worstelen ouders met deze vragen.

Misschien heb jij het zelf meegemaakt in jullie gezin of familie. We dienen er voorzichtig mee om te gaan. Nooit mogen wij op Gods rechterstoel gaan zitten. Gods Woord is voor ons een veilige leidraad. We kennen voorbeelden van kinderen en knechten van God, die bij het graf van een kind hebben gestaan. Thomas Boston heeft zes van zijn tien kinderen naar het graf gebracht. Hij kreeg te geloven dat God op grond van het verbond, hen een beter vaderland had gegeven. Maarten Luther heeft twee kinderen verloren. Hij heeft op het graf van zijn dochtertje Leentje het volgende gedicht geschreven:

“Hier slaap ik Leentje, doctor Luthers dochterke
Met alle heiligen rust ik mijne beddeke
Ik die in zonde was geboren, moest wel voor eeuwig zijn verloren
Maar ’k leef nu en ik heb het goed Verlost Heere Christus door Uw bloed”

Artikel 17 handelt over Gods verkiezend handelen in het leven van jonggestorven kinderen van de gelovigen. Ik wil voor jullie er een paar gedachten uithalen, namelijk hun plaats in de Gemeente; hun plaats in het gezin en hun plaats in de eeuwigheid.

Hun plaats in de Gemeente

Achtergrond van dit artikel is de discussie tussen de remonstranten en contraremonstranten over de eeuwigheidsbestemming van jonggestorven kinderen. De remonstranten wierpen tegen, dat je bij hen geen vruchten van verkiezing kunt waarnemen. Je kunt aan jonge kinderen ( baby’s) nog niet merken of ze wederomgeboren zijn, of ze vruchten van bekering vóórtbrengen of al geloven. Zij zeiden dat ze allemaal zalig zijn, omdat volgens hen de erfzonde hen niet zal veroordelen en dus niet verloren zullen gaan. Zij redeneerden vanuit de leer van de algemene verzoening. Jullie zullen begrijpen dat onze Dordtse Vaderen erg geworsteld hebben met deze materie, gelet op de hoge kindersterfte. Zij hadden enerzijds oog voor de pastorale nood die zich voordeed bij ouders met een jonggestorven kind, anderzijds wilden ze toch recht doen aan de waarheid Gods. In hun zoektocht om antwoord te krijgen, zijn te rade gegaan bij het Woord van God. Immers het gevaar dreigt dat we op Gods rechterstoel gaan zitten. Het eerste waar onze vaderen op wijzen is het genadeverbond. Ze wijzen op de verbondshei-ligheid. Ze zijn niet van nature heilig, maar aan de verdoemenis onderworpen. Denk aan de zinsnede uit het doopsformulier, waarin wij belijden dat wij met onze kinderen in zonden ontvangen en geboren worden en daarom kinderen des toorns zijn, zodat wij in het rijk Gods niet kunnen komen tenzij wij van nieuwsgeboren worden. Daarnaast wordt ook beleden dat ze in Christus geheiligd zijn, uit kracht van het genadeverbond. Lees de verwijsteksten, die in artikel 17 worden aangehaald: Genesis 17:7,

Handelingen 2:39, 1 Korinthe 7:14). Het teken daarvan is de Heilige Doop. ( Zie vr. antw. 74 van de H.C.) Wij weten dat dit voorrecht ons zonder persoonlijke wedergeboorte, bekering en geloof niet zal baten. Echter jonge kinderen zijn daar nog niet aanspreekbaar op. Toch horen ze bij de Gemeente. Wij weten dat er tweeërlei kinderen des verbonds zijn ( Izak en Ismael, Jakob en Ezau). Hoe zit het met kinderen die jong sterven?

Hebben ze dan wat aan de beloften van het genadeverbond? Zijn ze dan behouden? Moeilijk te beantwoorden vragen. Nogmaals, we mogen niet op Gods rechterstoel zitten. We kunnen zeggen dat deze kinderen onderscheiden zijn geweest van de heidenen; de belofte is verzegeld aan hun voorhoofd; ze hebben een plaats gehad in de Gemeente; er is gebeden tijdens de doopsbediening: “Of Gij dit kind genadiglijk wilt aanzien en door Uw Heilige Geest Uw Zoon Jezus Christus wilt inlijven.” We zullen het aan God over moeten geven. Sommigen oudvaders zijn er heel ruim in geweest. Ik denk aan W. a Brakel. Onze D.L. zijn wat voorzichtiger in hun spreken.. Daarover de volgende keer meer. Het ligt zo gevoelig en teer, als je er mee te maken krijgt. Het is vaak een zaak van veel gebed en strijd, om troost te krijgen uit de wetenschap, dat de HEERE Zijn beide Handen heeft uitgestrekt naar een van onze kinderen. Laten we het in Gods Hand of proberen we er zelf weer uit te komen? De HEERE aanschouwt de moeite en het verdriet, opdat men het in Zijn Hand legge. (Psalm 10:14)

Tegelijkertijd bepaalt artikel 17 ons bij de verantwoordelijkheid van ouders t.o.v. hun kinderen. Daarover de volgende keer verder.

P.S. als het bovenstaande vragen oproept, ben ik altijd bereid om hierop in te gaan.

Ontvang de hartelijke groeten van jullie vriend,

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 2002

Bewaar het pand | 8 Pagina's

VOOR DE JEUGD

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 2002

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken