Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

JUBILEA FAM. DS. VLIETSTRA. DE HEERE IS ONZER GEDACHTIG GEWEEST

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

JUBILEA FAM. DS. VLIETSTRA. DE HEERE IS ONZER GEDACHTIG GEWEEST

9 minuten leestijd

Vrijdag 22 november waren we met de fam. ds. Vlietstra bijeengekomen in het kerkgebouw van de Chr. Geref. Kerk van Zeist ter gelegenheid van het 50- jarig huwelijksjubileum en het 50- jarig ambtsjubileum. Aanvankelijk was er enige aarzeling bij de fam. Vlietstra omdat bij een jubileum zo snel de mens centraal staat. Reden van de aarzeling was zeker niet dat er geen stof tot dankbaarheid zou zijn. Alleen een verbroken hart en een verslagen geest zijn de Heere welaangenaam. Ds. Vlietstra nam zijn uitgangspunt voor de meditatie in Psalm 115. Vijftig jaar geleden was hun huwelijk gesloten met de verzen 12 en 13 van deze Psalm door wijlen ds. Kampman. De inzet van Psalm 115 is: “Niet ons, o HEERE, niet ons, maar Uw Naam geef ere.” Wie deze woorden mag overnemen wordt behouden. Een gevallen Adamskind zoekt immers zichzelf en niet de eer van God, ondanks vrome woorden die uitgesproken kunnen worden. Van nature zoekt ieder het zijne en niet dat van Jezus Christus is. Maar de Heilige Geest leert: niet ons. Dat is de taal van het levende, kinderlijke geloof. Het is het verlangen van het hart dat de Heere voor Zijn Eigen eer zou zorgen. Hier wordt in beginsel geleerd: door U, door U alleen om ’t eeuwig welbehagen. Straks zal eeuwig gezongen mogen worden van Gods goedertierenheid. “Niet ons, o HEERE, niet ons, maar Uw Naam geef ere, om Uwer goedertierenheid, om Uwer waarheid wil.” We weten niet wie Psalm 115 heeft gedicht, we kennen de ontstaanstijd niet. Wat de omstandigheden betreft kan gezegd worden dat Israel bedreigd werd door vijanden. Het gelovige Israel zuchtte: “Waarom zouden de heidenen zeggen: Waar is nu hun God?” Het was niet de grootste zorg hoe zij uit de moeilijkheden zouden komen,maar het ergste zou zijn dat de Naam des Heeren gesmaad zou worden. Maar ook al zouden de vijanden spotten, Israel mocht belijden: “Onze God is toch in den hemel, Hij doet al wat Hem behaagt.” Wat zijn immers de afgoden vergeleken bij God? Afgoden zijn van zilver en goud, van hout en steen, zij zijn ijdel en kunnen niets doen. Maar met het volk van Israel staat het heel anders: “Israel, vertrouw gij op den HEERE; Hij is hun Hulp en hun Schild.” Uit vrij welbehagen is Israel tot bondsvolk aangenomen. Het geldt: “Vertrouw op den HEERE”: Hij kan, wil en zal helpen. De Heere geeft de ziel van Zijn tortelduif niet over. Achter dit Schild zijn zij veilig. De Heere had in het verleden tot Abraham gezegd: Ik ben uw Schild, uw Loon zeergroot.

“Gij huis van Aaron, vertrouw op den HEERE”. De voorgangers hebben een voorbeeldfunctie en dienen te vertrouwen op de Heere, persoonlijk en ambtelijk. “Gijlieden, die den HEERE vreest, vertrouwt op den HEERE” Als dat eens van ons allen zou gelden, dan is er sprake van een Gode-verheerlijkend jubileren. Als de vreze Gods eens beslag zou leggen op ons aller hart... Het zou toch kunnen. In de veelheid van de onderdanen is toch de heerlijkheid van de Koning gelegen. Wat zou het een zegen zijn als ons vertrouwen van de afgoden afgetrokken zou worden en als ons vertrouwen alleen op de Heere gesteld zou zijn. De Heere beschaamt niemand die het van Hem verwacht. De Heere is een Schild voor de Zijnen: Wat zou een nietig mens mij doen, wat zou de duivel mij dan doen. Dan mag beleefd worden: Ik steun op God mijn Toeverlaat, dies heb ik niets te vrezen. “De HEERE is onzer gedachtig geweest.” Gods volk is nooit uit Gods gedachten. Zelfs niet als zij de afgoden dienden. De kastijding die dan komt dient tot bekering. Het geldt: Vergeet niet één van Zijn weldadigheden, vergeet ze niet, ’t is God die z’u bewees. “De HEERE is onzer gedachtig geweest” is het begin van de trouwtekst van vijftig jaar geleden. Na vijftig jaar mag daar ‘amen’ op gezegd worden. De Heere is ons ten goede gedachtig geweest. Soms heel bijzonder als het moeilijk was, als er noden waren, bij zorgen en verdriet. De Heere heeft gehandeld naar Zijn beloften, naar de trouw van Zijn verbond, ook als we Hem aan Zijn plaats konden laten. Onze ontrouw deed Zijn trouw niet te niet.

“Hij zal zegenen” deze woorden volgen op het gedachtig zijn. De Heere is een Schild geweest en zal het nog zijn. De Heere zal in de toekomst niet vergeten. Hij is Dezelfde in Zijn macht, goedheid, liefde en trouw. De Heere is gedachtig geweest in het zegenen, wat naar het grieks wil zeggen: het goede zeggen. God spreekt tot ons en doet het goede aan en in ons. Wie door de Heere wordt gezegend is echt gezegend.

Niet ieder mag het beleven vijftig jaar getrouwd te zijn. Velen staan alleen. Wat is de Heere wonderlijk goed. De Heere heeft gezegend, Hij is geen karig God. Hij geeft mild en overvloedig. Wij hebben het te weinig opgemerkt.

Mijn vrouw heeft veel voor mij betekend en betekent nog veel voor mij. Zij stond trouw aan mijn zijde, zij kende zelfopoffering, ze was vaak alleen, nu kan ik het nog een beetje goed maken. Mijn vrouw wordt gesierd door eenvoud, is gastvrij en spreekt drents.

De Heere heeft ons gezegend: er mogen kinderen en kleinkinderen zijn. Er is niemand van hen door de dood weggenomen.

We mochten vijf gemeenten dienen. In de laatste gemeente, Zeist, mogen we nog wonen en dat in een redelijke gezondheid. Er was veel vreugde, maar het was ook niet altijd even gemakkelijk. De Heere heeft het ambtelijke werk willen zegenen. Zijn Woord is niet ledig wedergekeerd. We hebben er iets van mogen merken en horen via de post. Het Woord heeft vrucht mogen afwerpen.

Ik kwam eens in Zeist bij een eenvoudige bejaarde vrouw die de Heere vreesde. Zij had veel verdriet gehad in haar leven en had een moeilijk lichaam. Op mijn vraag hoe zij het maakte antwoordde zij: Ik ben mijn zegeningen aan het tellen. Zijn die er dan, zo vroeg ik? Toen ging ze aan het opsommen: ik kan horen, zien en denken en bidden. Ik kwam er beschaamd vandaan.

Het past vanavond te belijden: “Niet ons, o HEERE, niet ons, maar Uw Naam geef ere, om Uwer goedertierenheid, om Uwer waarheid wil” Het waren niet onze deugden en prestaties. We hebben het goede mogen ontvangen terwijl we alles verbeurd en verzondigd hadden. Ons past ootmoed en kleinheid.

Hoe hebben wij het eraf gebracht? Er waren persoonlijke zonden, huwelijkszonden, gezinszonden, ambtelijke zonden en tekorten. De Heere heeft alles gezien. Waar dit beleefd wordt blijft er geen grond om te staan meer over. Hierover uit te weiden sticht niet. Er zijn zonden die we alleen aan God durven te belijden.

De Heere geve dit in te leven, dan schittert Zijn liefde en trouw. Het is gepast te knielen aan de voet van het kruis. Welk een wonder dat de Heere voor zulken Zijn leven gaf en Zijn bloed stortte. Ik kan er niet bij. Het is een belofte van het genadeverbond: Ik zal maken dat zij een walg van zichzelf zullen hebben. Waar dit wordt beleefd komt ootmoed en schaamte. Maar ook verwondering: de Heere houdt loslatenden vast, zoekt afdwalenden op. Er waren oases in de woestijn, waar met een Elia gerust mocht worden. Dan mag Gods liefde gevoelig ervaren worden, Zijn nabijheid gesmaakt worden. Dan mag ook liefde tot Christus gevoeld worden, Die de schoot des Vaders wilde verlaten voor Godverlaters. Op Zijn lippen is genade uitgestort. Al wat aan Hem is, is gans begeerlijk. De Bruid vergelijkt haar Liefste met een appelboom, Zijn vrucht is haar gehemelte zoet.

Toen ds. Kremer in mijn studententijd het avondmaal bediende met de tekst: Zijn vrucht is mijn gehemelte zoet, was het zo wonderlijk goed.

De Heere zal zegenen in Christus Die tot een vloek is geworden. Christus was van eeuwigheid bereid te lijden en te sterven. Hij had geen zonde gekend of gedaan. Christus is gekomen. En dat voor wie! Christus is er niet voor teruggedeinsd. Welk een liefde tot het recht des Vaders en tot Zijn Kerk. Zo wordt een vloekwaardige bruid met zegen vervuld. De Heere geve en lere het ons allen om alles prijs te geven en Christus over te houden. Christus is de vaste grond der zaligheid. Hij is volmaakt en Zijn werk is volmaakt. Aan Hem heeft de Kerk volkomen genoeg. “Maar wij zullen den HEERE loven van nu aan toe in der eeuwigheid. Hallelujah!”

Ds. M.C. Tanis sprak hierna namens het bredere kerkelijke leven en namens Bewaar het Pand. Het is een wonder na vijftig jaren niet afgeschreven te zijn. Velen zijn gestorven of kunnen het Woord niet meer bedienen. De HEERE is gedachtig geweest en gebleven. De Heere geve dat u nog wat mag werken. Wat in het verleden ging werken hebt u mee- en uit mogen dragen. Straks zal het klinken: Kom in... Ook mw. Vlietstra van harte gefeliciteerd. Moge het van beide gelden: Mijn God, U zal ik eeuwig loven, omdat Gij het hebt gedaan. Welk een toekomst: buigen en zingen.

Ds. M.J. Kater sprak tot ds. Vlietstra als tot een vaderlijke vriend. U bent een man van de vrede. U was hartelijk tot zoekende zielen maar ook tot brutalen was u hartelijk in het waarschuwen. Moge beleefd worden: Ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij.

Ds. Vlietstra bedankte kort voor de gesproken woorden. Hij gewaagde ervan met lek en gebrek gediend te hebben.

Op een druk bezochte receptie hebben nog velen ds en mevr Vlietstra de hand gedrukt.

Het moge ds. Vlietstra nog gegeven worden enige tijd de kerken te mogen dienen en zijn bijdrage te mogen leveren voor ons blad “Bewaar het Pand.” We wensen ds.en mevr. Vlietstra van harte Gods zegen toe bij het klimmen der jaren en het naderen van de eeuwigheid.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 2002

Bewaar het pand | 12 Pagina's

JUBILEA FAM. DS. VLIETSTRA. DE HEERE IS ONZER GEDACHTIG GEWEEST

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 2002

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken