Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

GEMEENTE DES HEEREN

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

GEMEENTE DES HEEREN

8 minuten leestijd

Hoe wordt in de eredienst de gemeente aangesproken? Vroeger werd wel gezegd: “Geliefde toehoorders”. Prof. G. Wisse heb ik ooit wel eens zo horen beginnen: “Geliefde medereizigers naar de ontzaggelijke eeuwigheid”. Zo zal het nu niet meer gedaan worden. We zeggen eenvoudig “Gemeente”. Of moeten we het anders doen en moeten we de gemeente aanspreken met “Gemeente des Heeren” of “Gemeente van onze Heere Jezus Christus”? Het heeft er alle schijn van dat we met deze vragen raken aan een nieuw herkenningsteken in onze kerken. Al naar gelang van de wijze waarop de gemeente wordt aangesproken in de eredienst wordt de voorganger in een bepaald hokje geplaatst. En er lijkt zelfs een sterke tendens te bestaan om iedere voorganger te dwingen de gemeente als “Gemeente des Heeren” aan te spreken. Wat zullen van dit verschijnsel zeggen?

Nieuw Schibboleth

Dat het zojuist gezegde niet een verzinsel is, kan met een aantal feiten gestaafd worden. Zo geschiedde het nog onlangs tijdens een classicaal examen ergens in ons land dat de kandidaat bij herhaling de vraag kreeg voorgelegd waarom hij in zijn preekvoorstel de gemeente niet als “Gemeente des Heeren” had aangesproken. Aan dat ene punt werd nog al breedvoerig aandacht gegeven; de een na de ander bracht het ter sprake. De verschillende sprekers waren kennelijk van mening dat de kandidaat toch wel goed diende te beseffen, dat hij voor de gemeente van de Heere Jezus staat als hij preekt. En dat besef was naar hun oordeel lang niet genoeg aanwezig.

Aangezien een classicaal examen voor een groot deel in het openbaar plaats vindt waren er heel wat belangstellende gemeenteleden aanwezig, die dus ook van dit onderdeel van de bevraging getuige waren. Vanwege die openbaarheid voel ik mij gerechtvaardigd om in dit artikel aan dit verschijnsel enige aandacht te gegeven.

Immers, de vraag dient zich aan, wat het kerkvolk eraan heeft als aan een zaak als de gesignaleerde zo breed aandacht wordt gegeven en als op deze manier een nieuw kenmerk wordt geintroduceerd waaraan predikanten kunnen worden gemeten? Dat laatste gebeurt! En die bewuste classisvergadering is zeker niet de enige plaats geweest waar een dergelijke discussie werd en wordt gevoerd. Alleen al de wijze van aanspreken van de gemeente is voldoende om te beoordelen met welk soort voorganger we te doen hebben. Daaraan kunnen we weten welk vlees we in de kuip hebben.

Ja, wat hebben we aan dit nieuwe schibboleth? Vroeger bestond het niet. Wie een herinnering heeft waarmee hij verder terug kan gaan dan een of twee decennia en ook wie vroegere jaargangen van “De Levensbron” op dit punt nagaat weet, dat jaren geleden niemand de gemeente als “Gemeente des Heeren” aansprak. Latere jaargangen laten zien, dat de gewoonte om het wel te doen langzamerhand veld won en dat sommige preken inderdaad met deze aanspraak gingen beginnen.

Maar nu lijken we in een periode te zijn beland, waarin de gedachte leeft, dat het pas echt goed is als alle voorgangers de gemeente als “Gemeente des Heeren” aanspreken. Andere aanspreekvormen vinden geen genade meer. Soms wordt zelfs de indruk gewekt, dat er op dit punt een bepaalde vorm van intolerantie is ontstaan. Wat is het nut ervan?

Gemeente als verbondsvolk

Is de gemeente dan niet de “Gemeente des Heeren”? Zeker, ik kan die term verdedigen. Zoals Israel als geheel het verbondsvolk was en de ‘kahal Jahwe’ genoemd kon worden, zo is de gemeente van het Nieuwe Testament ook het verbondsvolk. Tot heel die gemeente klinkt immers op elke zondagmorgen het woord van de Heere: Ik ben de HEERE uw God. En met heel die gemeente richtte de Heere Zijn verbond op, zoals dat ook elke keer weer uitkomt in de bediening van het sacrament van de Doop. Heel die gemeente komt om het Woord van de Heere te horen dat Hij als de Verbondsgod laat verkondigen. In het licht van deze dingen is de genoemde aanspraak goed te verklaren en te verdedigen.

Overigens ben ik van mening, dat wie de gemeente alleen als “Gemeente” aanspreekt, de zojuist genoemde dingen niet loochent. Die aanspraak is immers alleen op zijn plaats in de kerk, daar waar het volk vergaderd is. Wie alleen “Gemeente” zegt, kan heel goed diep doordrongen zijn van het feit, dat hij niet voor een losse groep mensen, die alleen maar ‘toehoorders’ zijn, staat, maar voor het kerkvolk, door de Heere afgezonderd van de wereld en in verbondsrelatie met Hem gekomen. En zijn prediking kon van dat besef wel eens heel duidelijk getuigenis afleggen, met name als daarin behalve de verbondsbeloften ook de verbondseisen duidelijk worden voorgesteld. Het is daarom mijns inziens erg kortzichtig om alles te concentreren op de aanspraakvorm.

Maar waar komt dit nieuwe schibboleth dan vandaan? En hoe is het zover gekomen, dat we in onze kerken langzaam de wijze waarop de gemeente wordt aangesproken hebben zien veranderen? Dat laatste hangt ongetwijfeld samen met een sterker benadrukken van het verbond. Er is in onze kerken wel eens wat spanning geweest ten aanzien van de verbondsvisie, maar ondanks dat meen ik te mogen zeggen, dat er over het algemeen eenduidig over deze zaak werd gedacht en dat we daarom ook niet kunnen spreken van een veranderde verbondsvisie. Wat wel is gebeurd is dat er door de jaren heen een veel sterker benadrukken van het verbond is gekomen; een veel sterker beklemtonen van de relatie waarin de gemeente tot God staat. Daar hangt in mijn kijk op de dingen die veranderde aanspraak mee samen.

Overaccentuering

Maar dat is niet alles wat er van gezegd moet worden. Ik aarzel niet om te zeggen, dat er in sommige en mogelijk zelfs in vele gevallen zoveel nadruk op het verbond en de verbondsvoorrechten wordt gelegd, dat de stellige indruk wordt gegeven alsof heel de gemeente nu ook deelt in de in die beloften toegezegde heilsweldaden. Met andere woorden: alsof belofte en vervulling samenvallen en in feite hetzelfde zijn. En zo is er een gemeentebeschouwing gekomen waarin geen plaats meer is voor de gedachte dat er mogelijk ook nog wel eens onbekeerde gemeenteleden zouden kunnen zijn. Een gemeentebe - schouwing waarin de hele gemeente wordt gezien als delend in het heil. Het is vandaag dan ook mogelijk, dat zulke dingen openlijk gezegd worden.

Waar we als kerken de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt op aanspreken, namelijk dat er in hun kring te weinig besef is van de aanwezigheid van tweeërlei kinderen des verbonds, blijkt dan ook een verwijt aan ons eigen adres te moeten zijn. Geen wonder, dat van de zijde van de GKV dan ook gezegd is: Wat jullie bij ons missen, missen we ook als we verschillende preken van Chr. Geref. predikanten lezen.

Toen de dingen in onze kerken nog anders lagen en toen het ondanks verschil van ligging en accent de overtuiging was dat het niet alles Israel is wat Israel heet en dat de beloften ook nog vervuld moesten worden, was er nauwelijks of helemaal geen discussie over de vraag of de aanspraak “Gemeente”, of “Gemeente des Heeren” moest zijn. Dat was toen geenszins een maatstaf ter beoordeling van de ligging van de dominee. Maar nu een optimistische gemeentebeschouwing meer en meer opgeld doet, waarin in vele gevallen de realiteit uit het oog verloren is geraakt, wordt des te nadrukkelijker vereist dat de gemeente toch vooral als “Gemeente des Heeren” wordt aangesproken.

Daartegenover staat dan bijna onvermijdelijk ook wel eens de reactie, dat de gemeente dan juist heel nadrukkelijk niet als “Gemeente des Heeren” aangesproken wordt. Zou dat wel gedaan worden, dan ontstaat er misverstand en dan zou uit die aanspraak wel een een heel verkeerde conclusie getrokken kunnen worden. Zo gevoelig liggen de dingen nu eenmaal.

Nutteloos

Dus, wat zijn we met een en ander opgeschoten? En wat baten discussies over het onderhavige punt? We hebben er weer een Schibboleth bij. En ondertussen blijven de verschillen die er in de prediking onder ons zijn, voortbestaan. Ondertussen is ook duidelijk, dat er tussen veler prediking en de prediking zoals die in het verleden in onze kerken werd gehouden een grote kloof is gekomen. Niet een kloof vanwege lengte van de preek of vanwege preekstijl en woordkeus. Dat is allemaal nog betrekkelijk. Maar een levensgroot verschil in benadering van de gemeente en eerlijke pastorale behandeling van die gemeente. En een verschil in zakelijke inhoud van het gepredikte. Ik herinner aan de artikelen die ik onlangs schreef over “Luisteren naar wat niet gezegd wordt”.

Hier ligt het euvel, mijns inziens. Mochten we de dag nog eens beleven, dat de prediking in onze kerken over de hele breedte recht zou doen aan de volle raad Gods. En dan mag iemand wat mij betreft de gemeente aanspreken met “Gemeente des Heeren”, als in die prediking maar eerlijk en duidelijk gezegd wordt dat er tweeërlei kinderen des verbonds zijn en dat er behalve verbondsbeloften en -voorrechten ook verbondseisen zijn en dat Gods Woord zelfs spreekt van verbondswraak. Zo alleen zal de gemeente eerlijk aangesproken worden. En laat een ander dan tegen zijn gemeente maar gewoon “Gemeente” zeggen, als hij in zijn prediking maar de rijkdom van Gods genade voorstelt en de gemeente er op wijst dat de Heere die genade in haar wil verheerlijken en dat Hij daartoe die gemeente met Zich in het verbond betrokken heeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 2003

Bewaar het pand | 12 Pagina's

GEMEENTE DES HEEREN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 2003

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken