Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

BIJ DE VERSCHIJNING VAN HET JAARBOEK

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

BIJ DE VERSCHIJNING VAN HET JAARBOEK

10 minuten leestijd

Enige weken geleden verscheen ‘Jaarboek 2003 van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland’. Op de een of andere manier wordt er jaarlijks weer naar de komst van het nieuwe Jaarboek uitgezien en zodra het verschenen is, wordt er door velen met grote aandacht in gebladerd. Kennisname van de stand van zaken in de kerken is een goede zaak Meeleven met de kerken is nog beter. Bij dat alles kan het Jaarboek goede diensten bewijzen.

In dit artikel zal ik dit Jaarboek 2003 niet gaan ‘bespreken’. Een dergelijke publicatie leent zich mijns inziens ook niet zo direkt voor een bespreking. Hoogstens kan de redactie gefeliciteerd worden met het resultaat van ongetwijfeld zeer nauwkeurige arbeid. Dat willen we dan ook graag doen. We zijn dankbaar voor alles wat gedaan is om de raadpleger van het Jaarboek de nodige informatie te verschaffen.

Enkele zaken die ik bij het doorbladeren van deze publicatie onder ogen kreeg en de gedachten die naar aanleiding daarvan bij mij opkwamen wil ik hier neerschrijven. Een soort reflectie dus naar aanleiding van de verschijning van deze kerkelijke gids.

Leden

Allereerst noem ik dan dat geconstateerd kon worden dat voor het eerst sinds een aantal jaren gesproken kan worden van een kleine groei van het aantal leden van onze kerken. Jarenlang moest vermeld worden dat - net als bij vele andere kerken - ook bij ons het ledental verminderde. Weliswaar niet met grote aantallen, maar toch... In het jaaroverzicht over 2002 blijkt dat dit keer anders te zijn. Betekent dit dat het tij gekeerd is? Dat de uittocht naar elders of naar ‘geen kerk’ gestopt is? Gelet op de tendens die overal in onze samenleving is waar te nemen is die conclusie niet gerechtvaardigd. Hebben onze kerken dan meer aantrekkingskracht gekregen en zijn ze in staat de leden sterker te binden? Dat zou mooi zijn, maar of deze conclusie grond heeft valt ook nog te bezien.

Trouwens, wie naast de gegevens uit het Jaarboek de met regelmaat in ‘De Wekker’ geplaatste verslagen van de verschillende classisvergaderingen legt vraagt zich af hoeveel van deze leden ‘papieren leden’ zijn? Leden, die nog wel staan ingescheven, maar waar men nooit (of bijna nooit) meer iets van verneemt. Maar die leden worden wel meegeteld.

En hoeveel van de vermelde leden zijn ‘half-papieren leden’? Daarmee bedoel ik de leden die behoren bij de categorie, die blijkens de genoemde verslagen in de middag- of avonddiensten afwezig is. Want die categorie is in vele gemeenten kenneljk groeiende. Wordt er immers niet veel geklaagd dat de tweede diensten duidelijk minder bezocht worden dan de morgendiensten? De vraag laat zich dan niet onderdrukken: Wat zijn dat voor leden, die het wel genoeg vinden als ze de Heere één keer de gelegenheid hebben gegeven om tot hen te spreken? De andere boodschap, die van dezelfde God komt, kunnen ze dan wel missen. Ja, wat zijn dat voor leden? In dit licht bezien zijn cijfers soms ook nog wel enigszins flatterend.

Maar laten we niet klagen. Er zijn er ook onder ons nog heel wat die trouw meeleven en voor wie de dienst des Heeren heel wat is gaan betekenen in hun leven. Er zijn er die van harte verbonden zijn aan het Woord des Heeren en die met begeerte komen luisteren naar wat de Heere via dat Woord tot hen heeft te zeggen. Er zijn er ook, die in oprechtheid aan de Heere Zelf verbonden zijn en die geleerd hebben en nog steeds leren van genade te leven. Dat zijn de levende leden. Moge het getal van hen meeren meer toenemen.

Zorgen

In het overzicht over het jaar 2002 wordt melding gemaakt van allerlei gebeurtenissen in het kerkelijk leven. Soms ingrijpend, soms minder ingrijpend. Zaken, die voor een plaatselijke kerk van belang waren en ook zaken die het geheel van ons kerkelijk samenleven betreffen. Daar zijn ook zorgelijke dingen bij.

Gememoreerd wordt dat er in 2002 een oproep gedaan is door het moderamen van de generale synode om te komen tot een zondag van verootmoediging. In verband daarmee werd ook een gezamenlijke bidstond belegd in Ede.

Dit werd gedaan in het licht van bepaalde zaken die inderdaad reden tot bezorgdheid gaven. Wat bij de vermelding van deze oproep van de kant van het moderamen opvalt is dat de schrijver van het jaaroverzicht (drs. R.W.J. Soeters) de opmerking maakt “Kerkordelijk gezien zijn er de nodige opmerkingen te maken bij dit initiatief”. Is dat zo? Welke opmerkingen dat dan zouden kunnen zijn, blijft onvermeld. Ik vraag me af of een dergelijke opmerking dan wel enige relevantie heeft.

We herinneren ons dat het bepaalde zaken in ons kerkelijk leven waren, die mede de aanleiding vormden voor het initiatief van het moderamen.

Genoemd werd datgene wat zich afspeelde in met name Alphen aan den Rijn, Zeewolde en Zaamslag.

Uit deze en andere zaken werd geconcludeerd dat er een gevoel van algemene geestelijke malaise is en dat er van vervlakking gesproken moest worden.

Ook in het jaaroverzicht komen we de namen van deze gemeenten tegen. In het kort wordt gereleveerd wat daar plaats vond. En wat blijkt nu? In Alphen aan den Rijn zijn de zaken grotendeels tot rust gekomen, al heeft de gemeente een flinke aderlating meegemaakt. Het gemeentelijk leven is daar weer in rustiger vaarwater terecht gekomen en kan zich weer ontplooien.

De misère rondom de predikant van Zeewolde duurt ook nog steeds voort. Het is nu al een paar maal gebeurd dat de rechter besloot dat de door kerkelijke vergaderingen genomen besluiten moesten worden teruggedraaid. Is die rechter nu bezig zich te bemoeien met zaken die hem niet aangaan en gaat hij dus zijn boekje ergerlijk te buiten, of kwam hij terecht tot de conclusie dat de kerkelijke bepalingen en regels door de kerkelijke beleidsmakers niet juist zijn nageleefd? Voor buitenstaanders, die het moeten doen met een korte mededeling af en toe, hetzij in de dagbladpers, hetzij in de kerkelijke berichtgeving, een hoogst ondoorzichtige zaak. Maar wel een zaak die de naam van onze kerken bepaald niet ten goede komt. En die een smaad legt op de zaak van Christus. Wat is dat trouwens voor een dienaar van Christus, die bij de wereldlijke rechter te rade gaat?

In Zaamslag is het, voor zover we weten, ook nog verre van rustig. Daar zijn de kerkelijke vergaderingen ook nog niet klaar met hun werk.

Wreekt zich in deze dingen dat onze kerken in velerlei opzicht innerlijk nog al verdeeld zijn? Komt die verdeeldheid in deze zaken naar buiten? Trouwens, het zijn niet de enige tekenen die laten zien dat we op allerlei punten elkaar maar slecht verstaan en in wezen verschillende wegen gaan. We staan allemaal in hetzelfde Jaarboek. Maar hoeveel bindt echt samen?

Nieuwe symptomen

Laat ik een paar verschijnselen noemen die buiten het bestek van het jaaroverzicht in het Jaarboek vallen, omdat ze plaats vonden in het lopende jaar. Daarbij zal het me wel niet lukken zuiver objectief te blijven. Is er wel echt objectieve berichtgeving? Bestaan er objectieve commentaren? Kijkt niet iedereen door een min of meer gekleurde bril en spreken toch niet altijd weer eigen overtuigingen mee in de beoordeling van wat er gedaan wordt?

Daar was de ‘brief van de veertig’ zoals die is gaan heten. Veertig predikanten maakten aan het adres van deputaten Eenheid hun grote zorg bekend omtrent de toenadering tussen onze kerken en de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt. Zorg, die zij onderbouwden met argumenten die ze ontleenden een de door hen onderzochte prediking in de GKV. Toen van deze brief ontijdig bericht gedaan werd in de pers kwamen er onmiddellijk reacties los. Alleen al het schrijven van zo’n brief kon geen genade vinden in de ogen van sommige scribenten. De synode had gesproken en dus... Sommige commentaren deden denken aan redeneringen die de felle promotors van Samen-op-Weg hanteren. Maar ook uit inhoudelijke commentaren bleek wel hoe verschillend er tegen uiterst wezenlijke elementen in de prediking wordt aangekeken. De sfeer die werd opgeroepen was er een van: Het moet en het zal doorgaan. Een sfeer van ‘drammerigheid’ en ‘drijverigheid’.

Toen dan ook bekend werd hoe het programma van de voorjaarsconferentie voor ambtsdragers eruit ging zien met sprekers uit de Ned. Geref. Kerken en de Geref. Kerken Vrijgemaakt zijn (door mij) bovengenoemde kwalificaties gebruikt. Heel de opgeroepen sfeer wees immers in de richting van steeds maar verdere toenadering. Was zelfs al niet het woord ‘fusie’ gevallen?

De genoemde aanduidingen waren zeer tot ongenoegen van de voorzitter van het comité dat de conferenties voor ambtsdragers organiseert. Hij liet mij weten dat er absoluut geen sprake van is dat er bij het voorbereiden van de conferentie ook maar iets van drammerigheid meegespeeld heeft. De conferentie stond in een geheel ander kader. Dat moest ik van hem aannemen. Ik heb dat ook van hem aangenomen - iets wat ik hier dan ook neerschrijf. Maar afgedacht van de conferentie en haar intenties, kan ik dat akelige gevoel waarover ik schreef toch maar moeilijk kwijt.

Andere dingen die aangeven hoe de wegen soms uiteen gaan zijn onder andere de volgende. Een van de predikanten uit Zwolle schreef over de onbruikbaarheid van de Heidelbergse Catechismus. De ‘catechismus van Elly en Rikkert’ - wat daaronder dan ook moge worden verstaan - zou voor deze tijd geschikter zijn. Is het geen veelzeggend symptoom dat zulke onzin in een binnen onze kerken verschijnend kerkblad kan worden geventileerd? Terecht is hierop gereageerd en ertegen geprotesteerd.

In hetzelfde kerkblad werd korte tijd later een pleidooi gevoerd voor de film. Het bekijken van films, zelfs de film gemaakt naar aanleiding van het ronduit goddeloze boek ‘Turks Fruit’ van Jan Wolkers, kan dienstbaar zijn aan de versterking van het geloof, zo werd beweerd. Maar dan kan ik slechts één conclusie trekken: Als de schrijver en ik het over ‘geloof’ hebben, bedoelen we wel een geheel ander geloof. Dan zijn we het op dit punt pertinent oneens met elkaar. Kan dat bestaan in één kerkverband?

Zo zou er meer te noemen zijn. Duidelijk is in ieder geval, dat een dag van verootmoediging niet voldoende is om onze kerken tot de beleving van echte eenheid te brengen. Trouwens, nog afgedacht van de beleving van de echte geestelijke eenheid, de vraag komt benauwend dichtbij of we nog wel echt allemaal op hetzelfde fundament staan. Ik vermag tot geen andere conclusie te komen dan dat er een terugkeer moet komen tot de ‘leer der vaderen’. Een terugkeer vooral ook tot de God der vaderen. Dat is niet minder dan bekering; waarachtige bekering.

Moge de Heere zelf die geven. Ja, moge Hij allereerst ons allen de overtuiging geven dat we die bekering nodig hebben, opdat we in ieder geval daarin onze eenheid mogen beleven, dat we samen de Heere aanroepen om de genade van die bekering.

N.a.v. Jaarboek 2003 van de
Chr. Geref. kerken in Nederland
Uitgeverij D.J. van Brummen/Buyten
& Schipperjeyn € 8,70

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 2003

Bewaar het pand | 12 Pagina's

BIJ DE VERSCHIJNING VAN HET JAARBOEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 2003

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken