Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

WAT IS HET DAT EEN ZONDAAR ZALIG MAAKT?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

WAT IS HET DAT EEN ZONDAAR ZALIG MAAKT?

Door U, door U alleen...

8 minuten leestijd

Het was zo tegen het jaar 1800 dat in Engeland een klein boekje verscheen. De schrijver was ene ds. James Shuttleworth. Zijn boekje behelsde een samenspraak onder de titel ‘Wat is het dat een zondaar zalig maakt?’ Een beetje merkwaardige samenspraak, namelijk tussen een kappersknecht, een methodistenpredikant en een andere kappersklant, een zekere meneer Opmerker. De kappersknecht heeft een brandende vraag: ‘Wat is het dat een zondaar zalig maakt?’ Hij stelt die vraag allereerst aan die dominee die de kapperszaak bezoekt om, naar de mode van die dagen, zijn pruik wat te laten fatsoeneren. Maar het antwoord van de dominee stelt erg teleur. Hij begint namelijk bij de mens. En zodoende eindigt hij ook in de mens. Dat gesprek daar in die kapperswinkel loopt dan ook helemaal vast. Want de kappersknecht voelt wel aan: dit is het antwoord niet dat mij de weg der zaligheid wijst. Gelukkig is daar dan nog meneer Opmerker. Hij wijst moedig de dwalingen aan in de voorstelling van zaken door die dominee. Maar toch, ze komen er niet echt uit met z’n drieën.

Het is zo’n veertig jaar later dat er opnieuw een boekje onder deze titel verschijnt. Opnieuw in Engeland. Geschreven door de bekende ds. J.Ch. Philpot. Zijn antwoord is, kort samengevat, als volgt. Wat een zondaar zalig maakt - dat is het aandeel hebben in de verkiezende liefde van God de Vader, in het verlossende bloed en de rechtvaardigende gerechtigheid van God de Zoon en in het levendmakende, heiligende werk van God de Heilige Geest. Dit is de zaligheid die geheel buiten de mens ligt. Maar nu gaat de Heere die zaligheid vastmaken in de harten.

Namelijk in de openbaring van Christus aan de ziel, waarbij verkiezende liefde, verzoenend bloed, rechtvaardigende gerechtigheid en een eeuwige erfenis verzegeld worden en zo tot persoonlijke, onderwerpelijke realiteiten worden.

Wat een zondaar zalig maakt? Het is geheel en al Gods werk. Dat heb ik helemaal niet in mezelf te zoeken. Wat zou ik daar vinden, dan alleen afwijking en verderf en boosheid?! Nee, wat mij zalig maakt, dat is alleen het werk van de Heere, het werk van de drie-enige God.

loflied

Het is dezelfde boodschap die we lezen in het eerste hoofdstuk van Paulus’ brief aan de gemeente van Efeze. De apostel zingt daar een loflied op het werk van de drie-enige God: “Gezegend zij de God en Vader...” Er is iets bijzonders met de Efeziërs gebeurd. Ze zijn uit hun geestelijke doodsstaat levend gemaakt. Ze zijn met Christus gestorven aan hun oude Adam en ze zijn met Hem opgewekt ten leven. Ze hebben het geloof als een genadegave van de Heere ontvangen. Eerst waren ze duisternis, maar nu zijn ze licht in de Heere. Paulus roemt in het verkiezende werk van God de Vader, in het verlossende werk van God de Zoon en in het toepassende werk van God de Heilige Geest. Het is de apostel tot een overstelpende blijdschap dat de zaligheid van begin tot eind Gods werk is. Dat er van hemzelf niets in aanmerking komt. Niet zijn goede wil, niet zijn prestaties, niet zijn ijver, niet zijn afkomst, zelfs niet zijn geloof. Niets, helemaal niets. Hij begint en eindigt bij de Heere.

Begrijpt u daar iets van? Die dominee van rond 1800, die begreep het niet. Die deed zijn uiterste best om de mens ook een aandeeltje te geven in de totstandkoming van de zaligheid. “De mens moet natuurlijk wel willen... Als hij wil, dan krijgt hij de wil van God mee. En de mens moet wel aan de Heere gehoorzamen, met z’n geloof en met z’n bekering... Als hij dat laat blijken, nee, dan zal hem de zaligheid niet ontgaan. Ik mijn deel en God Zijn deel... Dan komt het goed!” Maar de apostel Paulus ziet het anders. “Niet het werk door mij volbracht...” En dat stemt hem nu juist tot zo’n grote blijdschap.

noodzaak

Weet u wat de oorzaak is van Paulus’ roemen in de genade? Hij heeft de noodzaak van de genade leren inzien. Hij heeft zichzelf leren kennen als een verloren mens. Dat moeten u en ik ook. Weet u waarvan wij afgebracht moeten worden? Van onze goede gedachten van onszelf. De middeleeuwse kerkleraar Anselmus signaleerde dat in zijn tijd ook al: “Gij hebt niet geweten hoe groot het gewicht der zonde is!” En daar ligt het! Als ik daar geen besef van heb, dan weet ik ook niets van de noodzaak van genade, van loutere genade.

Weet u wat het punt is? Dat ik niet het goede bijbelse zicht op mezelf heb. Hoe is dat zicht? Ik lees het in deze zelfde Efeziërsbrief. Dat ik dood ben door de misdaden en de zonden. Dat ik actief dood ben. Dat ik een opstandeling tegen de Heere mijn Schepper ben. Dat ik, vrijwillig en moedwillig, voor de dood gekozen heb. En mij van de God des levens heb afgewend.

Dat ik, ook en juist als godsdienstig mens, van nature niet anders doe dan mij verzetten tegen de Heere die recht op mijn leven heeft. Dat ik een vijand van genade ben, een vijand van zalig worden door genade. Nu is nodig, dat ik al mijn eigen pogen opgeef. En dat ik aan de grond kom te zitten met al mijn zogenaamde goede bedoelingen en al mijn beste inspanningen om de Heere aangenaam te zijn. Die zijn leven zal zoeken te behouden, die zal het verliezen, zegt de Heere Jezus. Maar wie het verliezen zal om Mijnentwil, die zal het behouden.

niet desgenen die wil...

Bent u er al voor gewonnen? Dat het helemaal van de Heere komen moet? Is het Evangelie van Gods genade, van Zijn soevereine, eenzijdige genade, voor u al de enige weg van de zaligheid geworden?

De bijbelse leer van Gods eeuwige ontferming - zeg maar: van Zijn vrijmachtige verkiezing - dat betekent niet dat een godsdienstig zoekend mens met al zijn goedwillende pogingen stukloopt op een onwillige God met Zijn onwrikbaar besluit van eeuwigheid. Echt niet! Nee, zo ligt het niet! Het is eerder net andersom. Ik ben een onwillige zondaar. En ik doe er alles aan om verloren te gaan. Trouwens - ik bèn al verloren. Ik lig al onder de toorn van God. Maar nu leert de Heilige Geest mij dat de drie-enige God in de hemel geen lust heeft in mijn dood. De Heere heeft het in Zijn Woord geopenbaard: dat Zijn eeuwig welbehagen de garantie is dat er bij Hem ontferming is voor verloren zondaren. En ook: dat de dood van Gods Zoon van oneindige kracht en waardigheid is, overvloedig genoegzaam tot verzoening van de zonden van de gehele wereld. En tevens: dat er voor het onwederstandelijke werk van de Heilige Geest geen zondaar te diep gezonken en geen ellendig mens te ver afgedwaald is.

En daarom - als ik nu zo’n mens ben die ongelukkig is, daarin dat ik elke dag ontdek eerder heel Nederland te kunnen omkeren dan één stap te doen in de richting van Christus en Zijn heil..., als ik heb ontdekt dat mijn wil alzo verdorven is, dat ik niet wil wat God wil en dat ik niet doe wat de Heere wil dat ik doe en dat ik er ook geen verandering in kan aanbrengen... - dan wordt het tot Evangelie, dat woord van de apostel: “het is niet desgenen die wil, noch desgenen die loopt, maar des ontfermenden Gods!” Dan erken ik dat ik slecht genoeg ben om voor eeuwig te worden weggedaan. Dan is ook de leer van de verkiezing geen struikelblok meer. Dan moet ik het van dat eeuwige en eenzijdige werk van de Heere juist hebben. Dan wordt het een wonder dat de Heere de God van de uitverkiezing is.

Paulus schrijft aan de Efeziërs: “...gelijk Hij ons uit - verkoren heeft in Hem...” De belijdenis van de uitverkiezing wijst hierop: ik lig op één hoop met alle anderen. Ik lig op één en dezelfde vuilnisbelt met de hele mensheid. Ik ben niet beter. Ook ik derf de heerlijkheid Gods. De betuiging van Gods eenzijdig werk - geheel buiten mij en geheel zonder mij - snijdt alle mogelijkheid van zalig worden vanuit mezelf radicaal af. Maar - ik buig het hoofd. Met de tollenaar uit Lukas 18 erken ik deze werkelijkheid voorde Heere.“God enkel licht, voor Wiens gezicht, niets zuiver wordt bevonden, ziet mij bevlekt, met schuld bedekt, misvormd door duizend zonden... Waar dan heen? Tot Hem alleenl” En het is mijn gebed: “O God, wees mij de zondaar genadig.” Dan moet ik het hebben van deze zelfde Heere. Die het waar maakt: “Welzalig, dien Gij hebt verkoren. Die G’ uit al ’t aards gedruis doet naderen en Uw heilstem horen. Ja, wonen in Uw huis...”

Wat is het dat een zondaar zalig maakt? Door U, door U alleen - om ‘t eeuwig welbehagen! Hoe zalig is het volk dat dit geklank kent!

[Samenvatting van het gesprokene op de ontmoetingsdag van Bewaar het Pand op 2 april j.l. te Werkendam]

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 2005

Bewaar het pand | 16 Pagina's

WAT IS HET DAT EEN ZONDAAR ZALIG MAAKT?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 2005

Bewaar het pand | 16 Pagina's

PDF Bekijken