Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

SABBAT EN ZONDAG (10)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

SABBAT EN ZONDAG (10)

8 minuten leestijd

In dit laatste artikel wil ik proberen iets door te geven van het gedachtegoed van de Nadere Reformatie en het Puritanisme inzake de verhouding sabbat en zondag. Nu zijn dit verzamelbegrippen en natuurlijk waren er tussen vertegenwoordigers van deze stromingen onderlinge verschillen, ook in hun verstaan van de betekenis van het vierde gebod. Niettemin kan hun gedachtegoed in hoofdlijnen als volgt worden weergegeven. Ik maak hierbij gebruik van gegevens die ik ontleende aan artikelen van John Murray en J.l. Packer.

1. De sabbat is door God ingesteld bij de schepping (Gen. 2,2v.).

Er zijn in het Oude Testament wel bepalingen met betrekking tot de sabbat, die behoren bij de Oudtestamentische bedeling en die tijdelijk van aard zijn. De sabbat zelf is echter niet tijdelijk van karakter. Het behoort bij de dingen die God heeft gegeven en verordend in den beginne. De betekenis ervan staat zelfs in eerste instantie los van de werkelijkheid van de zonde en de noodzaak van de verlossing. In dit opzicht kan het vergeleken worden met de verordeningen met betrekking tot arbeid (Gen. 2,15), huwelijk (Gen. 2,24v.) en vruchtbaarheid (Gen. 1,28). De instelling van de sabbat werd door God aan de mens gegeven, voor het welzijn van de mens als mens, en verleende aan de mens de zekerheid en belofte dat zijn arbeid mocht uitmonden in een sabbatsrust, vergelijkbaar met de rust van God Zelf De sabbat is een scheppingsordening Toen de zonde zijn intrede deed, veranderden de omstandigheden waaronder de sabbatsrust moest worden onderhouden, net zoals ook de omstandigheden veranderden voor huwelijk, arbeid enz. De kracht van Goddelijke genade was nu onmisbaar voor de uitvoering van deze inzettingen. De zonde heeft echter de instelling van de sabbat niet teniet gedaan en de genade en verlossing ontslaat niet van de plicht om de instellingen van de Heere te onderhouden.

2. De sabbat rust op het voorbeeld van God Zelf.

In zes dagen schiep Hij hemel en aarde. In het vierde gebod wordt uitdrukkelijk verwezen naar de scheppingsdagen en de daarop volgende rust. Naar dit voorbeeld is het vierde gebod gegeven. Hier vinden we het patroon voor de mens wat betreft zijn werken en rusten. En dit voorbeeld is ons gegeven om het na te volgen. Met dit voorbeeld mogen we niet op een vrijblijvende manier omgaan. Het schept verplichtingen.

3. Het sabbatsgebod is ingebed in de decaloog.

De negen overige geboden in de Decaloog hebben onmiskenbaar een moreel karakter en zijn van blijvende aard; het vierde gebod maakt daarop geen uitzondering, al heeft het mede een ceremonieel aspect. Dat is verdwenen nu de gehele ceremoniële wet heeft afgedaan op grond van Christus’ volbrachte en volmaakte offer, waarin het zijn vervulling heeft gevonden (vgl. Art. 25 NGB). De rust waarheen het vierde gebod in de Oudtestamentische setting verwees (verlossing, uittocht) is door Christus verworven en zal eens volmaakt genoten worden door de Kerk. Dit gebod heeft in de Nieuwtestamentische bedeling een vormgeving ontvangen die past bij de voortgang in de heilsgeschiedenis.

4. Christus heeft de betekenis van de instelling van de sabbat bevestigd.

‘De sabbat is gemaakt om de mens, niet de mens om de sabbat. Zo is dan de Zoon des Mensen een Heere ook van de sabbat.’ (Mark. 2,27v.) Als Heere van de sabbat wil Hij de sabbat bewaren voor en vrijmaken van de farizeïstische ‘overwoekeringen’ waarvan we in het Nieuwe Testament ook enkele voorbeelden vermeld vinden, in het latere jodendom samengevat in de 613 geboden en verboden.

Als Heere van de sabbat wil Hij uiteraard de mens niet beroven van dat heerlijk voorrecht dat de sabbat met zich meebrengt, maar wil Hij het zegenrijke doel, waarvoor de sabbat was ingesteld, tot zijn heerlijkste openbaring te brengen. Dat gaat niet buiten Zijn Borgwerk om. Immers ook in dit verband geldt het woord van Matth. 5,17: ‘Meent niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten te ontbinden. Ik ben niet gekomen om die te ontbinden, maar te vervullen.’ Het vervullen van de Wet (het vervullen van alle gerechtigheid, Matth. 3,15) geschiedt slechts in de weg van Zijn Borgtochtelijke gehoorzaamheid tot op het kruis.

Deze vier argumenten, die van cumulatieve kracht zijn, leiden tot de dwingende conclusie, dat de wekelijkse sabbat een verplichting is die onafgebroken van kracht is.

De heiliging van Gods dag.

Heiligen betekent: apart zetten. Op twee manieren: apart zetten van iets en apart zetten voor iets. Apart van de andere dagen der week. Hoewel alle dagen van de week aan de Heere en Zijn heerlijke dienst gewijd dienen te zijn, dienen we toch in het oog te houden, dat er verschillende manieren zijn waarop God gediend wordt. Op de zevende dag gebeurt het anders dan op de andere dagen der week. Het anders-zijn van de zevende dag in vergelijking met de overige dagen behoort juist tot het wezenlijke van de sabbat. Waar het onderscheid wegvalt, vindt een soort nivellering plaats en kan men niet meer spreken van een heiliging van een bepaalde dag. Het onderkennen van dit onderscheid is dan ook bepalend voor de viering of onderhouding van de sabbat. Te veel komt het voor onder christenen dat het afzien van bepaalde werkzaamheden een kwestie is van gewoonte en traditie, in plaats dat het voortkomt uit een recht beleefd besef van wat heiliging van die dag inhoudt. De sabbat dient geheiligd te worden, niet alleen door deze dag te onderscheiden van de andere dagen, maar juist ook door deze dag te heiligen aan de Heere. Het rusten van de gewone dagelijkse werkzaamheden dient om tot rust te komen in het werk van de dienst van God. Het laatste is het motief voor het eerste. Het eerste is voorwaarde voor het laatste. De heiliging van Gods dag gaat tussen de Scylla van farizeïsme en Charibdis van libertinisme door. Een ijveren voor de heiliging van Gods dag is als zodanig niet farizeïstisch. Aan elk van de geboden van God ligt Zijn heiligheid ten grondslag. De heiligheid van Zijn wezen (1e gebod), Zijn dienst (2e gebod), Zijn Naam (3e gebod) en Zijn dag (4e gebod), enz. Het vierde gebod vraagt niet een zevende deel van onze tijd te wijden aan God, en dat naar eigen believen in te vullen. Elke zevende dag dient Hem gewijd. De sabbat verwijst naar Gods werk, dat Hij volbracht en waarin Hij Zich verlustigt.

De sabbat bepaalt ons niet alleen bij de voltooide schepping en de verworven verlossing, het is ook een voorsmaak van de voleinding, en draagt een belofte van toekomstige heerlijkheid mee. Er blijft dan een rust (grieks: sabbatismos, lett. Onderhouding van de sabbat) over voor het volk van God. De rust in het Kanaan hierboven, waarheen de meerdere Jozua Zijn volk leidt (Hebr. 4).

Het onderhouden van de christelijke sabbat is volgens de puriteinse opvatting niet een zware, vervelende last, maar een kostbaar voorrecht.

Het onderhouden van deze sabbat is niet een zinloze bezigheid, maar een ‘middel der genade’, waarover God Zijn zegen heeft beloofd.

Het overtreden van het sabbatsgebod brengt straf en kastijding met zich mee; zoals het verwaarlozen of misbruiken van ieder van God gegeven voorrecht en genademiddel. Geestelijke achteruitgang en tegenspoed in materiële zin overkomen zowel individuele personen als gehele gemeenschappen vanwege deze zonde, zo stelden de puriteinen.

Ieder kan begrijpen van hoe groot belang het bewaren van dit gedachtegoed is in onze tijd. Gevreesd moet worden dat gemakzucht en laksheid de vrije teugel krijgen als de gedachte wordt losgelaten dat er een heilige verplichting op ons rust om de zondag als Gods dag te onderhouden. Geen wonder dat dan het oordeel begint bij het huis Gods.

Wie echter door genade de zegen en de vreugde van de christelijke sabbat heeft gesmaakt en de voorsmaak van de eeuwige vreugde kent, die zal de christelijke sabbat koesteren als een kostbaar geschenk. Hoort u ook bij degenen die de sabbat zijn verlustiging kan noemen?

‘Indien gij uw voet van den sabbat afkeert, van te doen uw lust op Mijn heiligen dag; en indien gij den sabbat noemt een verlustiging, opdat de HEERE geheiligd worde, Die te eren is; en indien gij dien eert, dat gij uw wegen niet doet, en uw eigen lust niet vindt, noch een woord daarvan spreekt; dan zult gij u verlustigen in den HEERE, en Ik zal u doen rijden op de hoogten der aarde, en Ik zal u spijzigen met de erve van uw vader Jakob; want de mond des HEEREN heeft het gesproken. (Jesaja 58:13,14).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 2005

Bewaar het pand | 12 Pagina's

SABBAT EN ZONDAG (10)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 2005

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken