Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

CATECHISMUSPREDIKING

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

CATECHISMUSPREDIKING

Een goed leermiddel

7 minuten leestijd

Het lezen van het boek van Dr. W. Verboom, Hulde aan de Heidelberger, gaf mij meer dan voldoende stof om opnieuw aandacht te besteden aan de catechismusprediking. Ook onder ‘ons’ is het nodig na te denken over de catechismusprediking. Ik heb de indruk dat ook in ‘onze’ gemeenten minder vaak over de catechismus wordt gepreekt dan vroeger. Dat is geen goede ontwikkeling. Het gaat ook in tegen onze kerkorde. Artikel 68 luidt immers: “De dienaren des Woords zullen eenmaal des zondags in de bediening des Woords de Heidelbergse Catechismus verklaren.” We moeten met deze bepaling niet al te gemakkelijk omgaan. Het is van groot belang dat de gemeente onderwezen wordt in de hoofdzaken van de gereformeerde leer zoals die omschreven zijn in de Heidelbergse Catechismus. De auteur van het boek “Hulde aan de Heidelberger” is hoogleraar vanwege de Gereformeerde Bond in de PKN aan de faculteit der godgeleerdheid te Leiden en tevens docent aan de kerkelijke opleiding. Veel zaken aangaande de catechis-muspreek en de leerdienst worden in dit boek aan de orde gesteld. Achterin het boek zijn bij ieder hoofdstuk gespreksvragen opgenomen die een handvat bieden voor verdere doordenking. In het voorwoord lezen wij dat er de laatste tientallen jaren allerlei vragen over de catechismuspreek zijn gaan leven. De auteur stelt direct al in de inleiding dat hij een groot gebrek aan kennis aantreft in de kerk. Daarom is de leerdienst en de catechismuspreek van groot belang om de kennis op zijn minst op peil te houden en zo mogelijk te vergroten. De auteur wil door middel van zijn boek het gesprek over de catechismuspreek en de leerdienst op gang brengen. De ondertitel luidt dan ook: “Over de waarde van leerdienst en catechismuspreek”. Miskotte heeft op de spottende vraag wat nu eigenlijk het verschil is tussen leer en leer (leder) geantwoord: ‘de overeenkomst is nog gemakkelijker aan te geven dan het verschil: beide zijn nodig om stevig in je schoenen te staan.’ We zijn het van harte met de auteur eens als hij schrijft dat de Heidelbergse Catechismus nog steeds een goed leermiddel voor de lerende gemeente kan zijn. (blz. 19).

De leerdienst

Waardevolle zaken worden opgemerkt aangaande de identiteit van de tweede dienst. Deze tweede dienst draagt het karakter van een leerdienst. Dat blijkt duidelijk uit de kerkorden die ten tijde van de Reformatie werden vastgesteld. In ons oude gereformeerde kerkboek vinden we een gebed voor en een gebed na de leer van de catechismus. Hebt u deze gebeden wel eens gelezen? In het gebed voor de leer van de catechismus lezen we ondermeer: “Maar overmits wij van nature blind en onbekwaam zijn tot enig goed, en dat Gij ook niemand wilt aanzien, dan die ootmoedig en verslagen zijn van hart, vrezende voor Uw Woord; zo bidden wij u dat Gij ons duister verstand wilt verlichten met Uw Heiligen Geest, en ons geven een zachtmoedig hart, van hetwelk alle opgeblazenheid en vleselijke wijsheid, die vijandschap tegen u is, geweerd zij; opdat wij uw Woord horende, het recht verstaan mogen, en ook ons leven daarnaar inrichten. Wil ook genadiglijk bekeren allen die nog van Uw waarheid afdwalen, opdat wij U altezamen eendrachtiglijk dienen in waarachtige heiligheid en gerechtigheid al de dagen onzes levens.” De Heidelbergse Catechismus behandelt de klassieke catecheti-sche onderdelen van het geloof: de apostolische geloofsbelijdenis, de wet, het gebed en de sacramenten. Op blz. 91 en 92 staat dat de tekst van de catechismus niet analytisch (woord voor woord) behandeld dient te worden, tenzij dat dit een duidelijke functie heeft. De auteur pleit voor een synthetische benadering (op de manier van een themapreek). Hier verschil ik van mening met de auteur. Het is dacht ik beter om te stellen dat catechismusprediking niet altijd analytisch dient te gebeuren, maar ter afwisseling ook synthetisch kan. Wie altijd de catechismus synthetisch behandelt gaat gemakkelijk voorbij aan zaken die in de formuleringen van de catechismus zorgvuldig zijn omschreven. Altijd synthetisch preken over de catechismus bevordert de kennis van de leer niet. Een mooie omschrijving van het doel van de catechismuspreek treffen we aan op blz. 100: “Het gaat in de catechismuspreek om het wekken van geloof, het versterken van geloof en het verdiepen van geloof, het corrigeren van geloof. Het gaat om de bekering als vrucht van het geloof.”

Practische uitwerking

De auteur ziet in het tweede deel van het boek de vraag onder ogen hoe de catechismusprediking vandaag gestalte zou dienen te krijgen. Het tweede deel draagt de titel praktische uitwerking. De auteur is er niet voor om selectief met de catechismus om te gaan. Dat wil zeggen dat we eruit halen wat ons van pas komt en dat we de rest maar laten liggen. De catechismus is immers een eenheid, een weefsel. Een weefsel wordt beschadigd, wanneer we erin gaan snijden. Het is een knieval voor het individualisme uit de catechismus te halen wat mij aanstaat en voor mij nuttig en bruikbaar is. Het getuigt ook van hoogmoed wanneer je denkt zelf wel te kunnen bepalen wat nuttig en nodig is voor jezelf in de catechismus. De vraag dient dan gesteld te worden: welke maatstaven moeten gehanteerd worden bij het selectief omgaan met de inhoud van de catechismus? Die kant moeten we niet op. Het zou een goede zaak zijn wanneer de kerkenraad zou spreken over de catechismuspreek. Terecht wordt hier de vinger bij gelegd. Waar staat dit punt op de agenda van de kerkenraadsvergadering? Zou het geen goede zaak zijn hier eens tijd voor te nemen? De catechismusprediking is toch zeer wezenlijk. In het boek wordt een voorbeeld gegeven van een cyclus van 3 jaar. Dit lijkt mij echter te lang, mede gezien de bepaling in onze kerkorde die we al aanhaalden. We kunnen ons niet vinden in het pleidooi van de auteur dat ter voorbereiding op de catechismuspreek een bezinningsgroep een bijdrage moet leveren. Hier dreigt de mondigheid van de moderne mens naar voren te komen en hier dreigt tevens het gevaar dat het ‘tegenover’ van de verkondiging in de knel komt. Moet er dan niet gesproken worden over de catechismusprediking? Er dient inderdaad over gesproken te worden. Het kan bijvoorbeeld eens op een huisbezoek aan de orde gesteld worden. Dat lijkt mij beter dan van te voren spreken over de inhoud van de prediking.

Want dan dreigt toch het gevaar dat de hoorders mede de inhoud van de prediking gaan bepalen. Ook lijkt het mij niet goed ruimte te bieden voor een getuigenis in de dienst. Het is onzes inziens beter dat de predikant indien nodig wat aanhaalt uit eigen pastorale ervaring of uit de pastorale ervaring van een ander. Het deed ons goed dat de auteur op blz. 172 verwijst naar een aan W. Kremer opgedragen bundel “Priesterlijke prediking.’ Daarbij aansluitend wordt gesteld dat de prediker in de catechismusprediking leraar en pastor, herder, dient te zijn. Op blz. 188 stelt de auteur de kritische vraag waar in moderne beleidsplannen van de kerkenraad een plaats is ingeruimd voor de catechismusprediking. Samenvattend kunnen we zeggen dat we het pleidooi voor de catechismusprediking van harte onderschrijven Maar we verschillen met de auteur van mening over sommige wegen en middelen die de hij aanwijst om tot een betere catechismusprediking te komen. We hebben de indruk dat er wellicht onbedoeld toch consessies worden gedaan aan bepaalde moderne inzichten en opvattingen die niet zonder gevaar zijn.

We willen deze bespreking van het boek besluiten met een citaat dat we vonden op blz. 188 “Maar terzake, naar onze ervaring is de leerdienst over de catechismus voornamelijk een kwestie van discipline van de predikant. Niet om allerlei redenen de catechismuspreek laten vervallen, maar kloek en ferm de zaak aanpakken -dat is het adagium. Getrouw voorgaan en doorgaan. Het is waar, als er goed uit de catechismus gepreekt wordt, zijn er mensen die tweemaal komen. Wij leven thans in een tijd van weinig gegronde kennis. Maar naar ons bleek, als er gedegen onderwijs gegeven wordt van de kansel, wordt de interesse gewekt. “(A. van Brummelen).

N.a.v. W. Verboom, Hulde aan de Heidelberger, 207 blz., €12,50, Uitgeverij Groen, Heerenveen, ISBN 90-5829-538-9

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 2005

Bewaar het pand | 12 Pagina's

CATECHISMUSPREDIKING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 2005

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken