Bekijk het origineel

ARTHUR PINK (1)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

ARTHUR PINK (1)

7 minuten leestijd

Praat niet over jezelf, dat is een slechte gewoonte.

Met dit principe werd Arthur Pink opgevoed.

En aan dit principe heeft hij zijn leven lang gevolg gegeven.

Van 1922 tot en met 1953 gaf hij zijn maandblad “Studies in the Scriptures” uit.

Bijeen gebundeld hebben we dus 32 jaargangen met artikelen van Pinks’s hand. Maar hij die een levensbeschrijving van Pink wil maken, vindt in al die jaargangen maar weinig over de man Pink zelf. Natuurlijk is er wel het een en ander van zijn leven bekend.

De presbyteriaanse predikant ds. lain H. Murray publiceerde in 1981 een biografie van Pink. Dezelfde man die het bekende boek “The forgotten Spurgeon” schreef.

Uit Murray’s boek komen we wel het een en ander te weten over Pink.

De man die zijn principe: praat niet over jezelf, trouw bleef tot zijn dood.

Het mooie van dit principe was de keerzijde. Spreek veel over God, Zijn Woord en Zijn Christus.

Wel, en dat heeft Pink gedaan.

Pink heeft een paar boeken geschreven, hoewel hij zijn pen tientallen jaren aaneen bijna dagelijks hanteerde, ter vulling van het reeds genoemde maandblad “Studies in the Scriptures”. Daarin schreef hij zijn vervolgartikelen over bijv. ‘De totale verdorvenheid van de mens’, Elia en Elisa, ‘De voldoening door Christus’, ‘Gods soevereiniteit’, David, Jozua, en Gods eigenschappen. De boeken die we thans van Pink hebben zijn een bundeling van de artikelen over genoemde onderwerpen.

We kunnen van Pink zeggen dat hij gepredikt heeft door middel van zijn pen. Onvermoeibaar was zijn pen. Tot hij er bij neerviel.

En Pink heeft opgeschreven wat hij uit Gods Woord ontdekte. Hij heeft in het Woord gegraven als weinig anderen. En wat hij in de goudmijn van het Woord ontdekte, hield hij niet voor zichzelf. Hij werd gedreven om het door te geven.

Hij heeft ook wel gepreekt. Maar meer geschreven. Daarin bijgestaan door zijn vrouw Vera.

Kinderen hebben ze niet gekregen. Toch mogen we Pink een vader noemen. Een vader van geestelijke kinderen. Het is immers beloofd dat Gods Woord nooit ledig tot Hem zal wederkeren?

De apostel Johannes hield zijn tweede briefje maar kort; hij schreef dat hij wel veel te zeggen had, maar dat hij het niet wilde door middel van papier en inkt. Zijn derde briefje, aan Gajus, is ook kort. Daarin schrijft hij dat hij eveneens nog het een en ander wilde zeggen, maar niet schriftelijk, niet met inkt en pen.

Papier, inkt en pen, waren juist de attributen van Pink. Laten we hem noemen: de prediker met de pen. En hij wordt nog gelezen, nadat hij gestorven is. Er zijn nu meer lezers dan toen hij zijn artikelen schreef.

Goed, Pink, de prediker met de pen. Wie was hij?

Arthur werd geboren op 1 april 1886 in het Engeland van Queen Victoria. Zijn wieg stond in het plaatsje Nottingham. In geestelijk opzicht was het een donkere tijd. De beroemde bisschop van Liverpool, J.C. Ryle klaagde over on- en bijgeloof binnen de kerk. De bekende C.H. Spurgeon zag dit ook. Maar in het geboortejaar van Pink schreef hij dat we niet moesten vertwijfelen aan de macht van God. Als er een Paulus nodig is, kan God hem immers schenken? God kan een andere Augustinus doen opstaan, een man die zijn geleerde pen hanteert. Misschien hebben vader en moeder Pink deze woorden van Spurgeon wel gelezen!

Vader Thomas was 37 toen Arthur werd geboren; Thomas handelde in mais. Hij hanteerde thuis streng enige vaste leefregels. De zondag werd stipt in ere gehouden. De post, die ook op zondag kwam, werd ongeopend weggelegd, het speelgoed van de kinderen werd opgeborgen, en aan de kinderen werd christelijke literatuur gegeven. Na de morgendienst kwam het middageten en daarna las vader voor uit boeken, zoals de christenreis. Vader Pink had een grote eerbied voor de Heere Jezus. Hij poetste zijn schoenen altijd door en door en Arthur, die zijn vader eens vroeg, waarom hij zijn schoenen altijd zo goed poetste, kreeg ten antwoord: ik poets ze, alsof de Heere Jezus ze dragen moest!

Toen zijn vader aan tafel de krant aan het lezen was, zei hij plotseling: Ach, dat spijt me nou, dat ze dat nu zo maar neerschrijven hier! Wat dan, was de vraag. Hier, zei hij, staat een aankondiging van de kroning van prins Edward in de Westminster kerk. Ze hebben er geen D.V. bij gezet!

Dit voorval bleef de jonge Arthur bij, omdat de geplande kroning van Edward op het laatste moment niet door kon gaan en uitgesteld moest worden vanwege een blindedarmontsteking!

Van Arthur’s jeugd is maar weinig bekend. Wel is het duidelijk dat zowel bij hem als bij zijn broer Frank en zuster Louise de geestelijke vrucht van hun opvoeding uitbleef, ja, dat ze meer en meer in ongeloof vervielen. Arthur was goed in leren, maar dwaas in ’s hemels wegen. Tot groot verdriet van zijn ouders zei hij het christendom vaarwel en werd hij een theosofist en geloofde zelfs in re-incarnatie. Hij bezocht theosofische bijeenkomsten en was dikwijls een van de sprekers. Het kwam zelfs zo ver dat hij een bekend voorganger onder deze wijsgerige stroming werd!

Intussen zat vader Thomas niet stil. Hoe laat zoon Arthur ook thuis kwam van zijn vergaderingen en spreekbeurten, hij wachtte hem altijd op, zeer tot Arthurs verveling, en wenste zijn zoon dan welterusten, maar voegde er altijd een bijbeltekst bij.

Op zo’n avond in het jaar 1908, toen Arthur weer langs zijn vader heen glipte en de trap op naar boven stormde, riep zijn vader hem na: “Er is een weg, die iemand recht schijnt, maar het laatste van dien zijn wegen des doods”, Spreuken 14:12.

Deze woorden brachten een ommekeer in zijn leven; het werd net zo’n ommekeer als bij Saulus van Tarsen. Arthur sloot die avond de slaapkamerdeur achter zich, en wilde gaan studeren op een nieuwe speech voor een theosofistische vergadering, maar het lukte hem niet. De woorden, gesproken door zijn vader, bleven terug komen. Hij besloot een bad te nemen en het opnieuw te proberen, maar de woorden bleven hem bij: Er is een weg, die iemand recht schijnt, maar het laatste van dien zijn wegen des doods. Toen hij weer aan de voorbereiding van zijn toespraak begon, bleven die woorden als hamerslagen op zijn geweten slaan, tot hij het niet meer uit kon houden en voor de Heere neerviel. De Heilige Geest overtuigde hem zo krachtdadig van zijn schuld en drong hem zo aan om tot de Heere te vluchten, dat hij, net als Paulus, drie dagen lang op zijn kamer bleef, niet at en niet dronk, en bad om Gods genade. Zijn vader en moeder, niet onkundig van zijn strijd, bleven deze drie dagen onafgebroken bidden voor hun zoon. En toen Arthur op de derde dag naar beneden kwam en vertelde wat de Heere aan zijn ziel gedaan had, riep zijn vader: Loof God, mijn zoon is verlost!

De afspraak met de theosofisten om daar te spreken, veranderde hij niet, maar toen hij achter de katheder stond vertelde hij van zijn bekering en vermaande zijn hoorders om de Heere te zoeken. Er ging een gekreun op onder de toehoorders, en velen verklaarden dat Arthur Pink plotseling krankzinnig was geworden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 2006

Bewaar het pand | 12 Pagina's

ARTHUR PINK (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 2006

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken