Bekijk het origineel

WEES ATTENT

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

WEES ATTENT

6 minuten leestijd

1 Tim. 6: 3 en 4

Steeds wijst Paulus Timotheüs op zijn plichten. Dat is niet overdreven, ook niet dat Paulus veel twijfels heeft over het werk van Timotheüs. Want de zonde is er en die blijft werken, werken in allerlei opzichten. De satan, de bewerker van de zonde, is ook een engel des lichts. Immers, nu en dan treedt hij op als een engel des lichts. Hij vertoont zich niet steeds in zijn ware gedaante omdat hij verwacht dat de mensen die hij wil verleiden, danniet zullen gehoorzamen. Hij gedraagt zich als van God gezonden, alsof hij een boodschap van God overbrengt, leder die de Heere vreest loopt groot gevaar daardoor beïnvloed te worden. Men doorziet niet altijd de duivelse opzet. Door middel van zijn dienaren, zijn onderdanen, werkt hij soms zeer gevaarlijk in de gemeente. Zulken hebben wel de gedaante, het masker van de godzaligheid, maar de vernieuwende kracht van de Godsvrucht wordt gemist. Wat kan er leven in de gemeenten. Oplettenheid en door de buitenkant heenzien, zijn geboden. Vandaar dat Timotheüs steeds attent dient te zijn. Want in de gemeente zijn er die een andere leer voorstaan. Zij onderwijzen daarin. Een vreemde leer, die tegen het Evangelie strijdt. Die onderwijzers zijn niet van buitenaf in de gemeente gekomen, maar zij behoren tot de gemeente. Zij wijken af van de opvoeding die zij genoten hebben. Met kracht, met overtuiging, wordt door Paulus gezegd: indien iemand een andere leer leert en niet overeenkomt met de gezonde woorden van onze Heere Jezus Christus en met de leer die naar de godzaligheid is, die is opgeblazen en weet niets (vs. 3 en 4a). Die vreemde leer heeft dus haar eigen karakter. Zij sluit niet aan bij de gezonde woorden van de Heere Jezus Christus. De gezonde woorden zijn geput uit de ware bron. Ze zijn richtsnoer voor hart en leven. Met nadruk heeft Paulus het over de woorden van de Heere Christus. Bij die woorden moet niet gedacht worden aan woorden die Hem tot inhoud hebben, maar aan de door Hem gesproken woorden en nu schriftelijk in het evangelie opgetekend. In zijn verklaring geeft Calvijn onderwijs waaraan wij niet voorbij mogen gaan. Zeker, zegt Calvijn, dient acht gegeven te worden op wat de dwaalleraars voorstaan en doorgeven, maar er is meer. Men kan, aldus Calvijn, openlijk de gezonde leer verkondigen, en toch het onderricht in de godsvrucht onteren door zich op te dringen met nutteloze praatzucht. Want waar in het onderricht zelf geen enkele vordering blijkt en geen enkele opbouwing is, daar wordt reeds afgeweken van het onderwijs van Christus. Het houdt wat in in de dienst des Heeren te staan. De kansel kan nu gaan trekken, maar niet door het Woord van de Heere. Gemeenteleden mogen niets zeggen, ze dienen alleen maar te luisteren. Een predikant heeft het alleen voor het zeggen. En hoe kan het staan op een verhoging door een predikant overkomen. Wanneer hij geen kenner van eigen hart is en niet weet van kanselzonde, dan kan hij doorgaan voor zeer rechtzinnig. Een man met gaven, met talenten, maarzonder genade. Genade dient een prediker te beheersen in woorden en daden. Steeds is nodig de doorwerkende, verlichtende, bekerende werking van de Heilige Geest, zodat zijn prediking geen zelfverheffing, geen termen, stereotype uitdrukkingen of vondsten bevat. Het is nodig dat zijn prediking gezonde woorden laat horen. Paulus wijst Timotheüs op gezonde woorden, dat zijn woorden die gezondheid aanbrengen en die gezondheid begunstigen. Immers het zijn de gezonde woorden van de Heere Jezus Christus die ons Hem Zelf verkondigen als de enige Medicijnmeester, Die niet gekomen is voor gezonde mensen, maar voor die ziek zijn. Zijn leer is een heilsleer. Zij houdt ons de werkelijkheid voor: u, jij bent ziek, maar bij de Heere is medicijn in het bloed van Christus Jezus. Vandaar dat de gezonde woorden ook verkondigen de bekering tot God en het geloof in de Heere Jezus Christus. Wanneer een predikant zelf de behoefte heeft aan en alleen kan leven door de gezonde woorden van het Evangelie, zal dat bemerkt worden. Een predikant leert door omgang zijn gemeente kennen en de gemeente hem. De gemeente bemerkt met Wie hij leeft en waardoor hij leeft. Die wisselwerking tussen gemeente en predikant is een levenszaak, een heilszaak, voor predikant en gemeente.

Nu gaat Paulus verder: de leer moet ook steeds overeenkomstig de godzaligheid zijn. Calvijn laat vermanende en onderzoekende woorden horen: de leer zal niet overeenstemmend met de godsvrucht zijn indien het ons niet onderwijst in de vrees en de dienst van God, indien het ons geloof niet opbouwt, indien het ons niet opvoedt tot geduld, nederigheid en alle plichten der liefde. Al wie er zich niet op toelegt om op nuttige wijze te onderrichten, onderricht anders dan het behoort, met welke gloed het ook schittert. Het richt zich niet op de vordering van de hoorders. Paulus spreekt zelfs zijn oordeel uit dat zulke leraars niets weten, hoezeer zij ook door vele spitsvondigheden opgezwollen zijn. Met nadruk vermaant Paulus alle gelovigen dat zij zich niet door de winderige woordenpraal laten hovaardigen zodat zij vastgeworteld blijven in de eenvoud van het Evangelie. Waartoe de afwijking leidt van de gezonde woorden van het Evangelie wordt onomwonden door Paulus gezegd.Er wordt een leer geponeerd die in strijd is met de leer die naar de Godzaligheid is. Er is een spreken waarin de vreze des Heeren niet schittert, maar de zelfzucht, de eerzucht. Het gevolg van zo’n levenshouding is afgunst, nijd, twist en ruzie. Maar het blijft niet bij dit alles. Er komen scheldpartijen, belasteringen en verdachtmakingen van elkaar. Op welk een werkelijkheid wijst Paulus. Dit alles strekt niet tot eer van de Heere. Het verwekt Hem zelfs tot toorn daar het direct het eigen werk van de satan is. Het is erg wanneer dit voordoet in de kerken, in de gemeenten. Paulus ziet het, hoort het. Het is voor ons een ernstige waarschuwing, want onze dagen zijn boos. Nu kunnen er strijdvragen zijn die de leer dienen en nuttig zijn tot zuivere uitlegging en nader verstaan van de Heilige Schriften, ook tot opscherping, tot verdieping in de leer die naar de Godzaligheid is, verwoord in de belijdenisgeschriften. Daartoe zou het meer moeten komen, ja het is dringend geboden om zo elkaar te dienen. Wordt de wetenschap verweven met de Godsvrucht in de 21e eeuw? Wordt het gehoord? Wordt het bemerkt? Niemand kan vandaag zonder doctoraalstudie in de gemeente komen. Er worden studieweken gegeven. Maar door studie alleen dient men niet op de juiste wijze. Studie en Godsvreze met indringend gebed behoren samen te gaan. De Schrift gaat ons daarin voor en de tijd van de reformatie en de nadere reformatie wijst ons op bestudeerde mannen, die konden spreken van genadebeleving. Daaraan heeft onze tijd dringend behoefte, ook met het oog op de jeugd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 2007

Bewaar het pand | 12 Pagina's

WEES ATTENT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 2007

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken